Wat maakt Hans Teeuwen zo goed?

Razend populair en lak aan alle theaterwetten. Met uitverkochte shows maakt Hans Teeuwen zijn derde cabaret-comeback.

Hans Teeuwen tijdens de try-out © ANP

Hans Teeuwen is geen cabaretier. Dat zegt Harry Kies, cabaretimpresario in ruste. 'Hij is een acteur, een buitengewoon acteur. Daarom wordt hij ondanks zijn grofheid toch geloofd.' Ronald Smink, cabaretbelofte uit Groningen: 'Teeuwen is anders dan andere cabaretiers. Hij is op het podium een heel sterk karakter. Een karakter dat echt leeft. En alles wat hij op het podium zegt en doet, klopt bij dat karakter.'

Hij is een performer, zegt cabaretkenner Frank Verhallen, directeur van het Koningstheater in Den Bosch. 'Een cabaretier is altijd in interactie met zijn publiek en is zich tijdens het maken van een voorstelling al heel bewust van de werking van zijn materiaal. Hij weet: hier duurt de lach zo lang, dus moet ik even wachten; daar hebben de mensen lang stilgezeten dus doe ik een blackout, zodat ze kunnen klappen.

Vierde wand
'Teeuwen is totaal niet met zijn publiek bezig. Hij staat te spelen tegenover een vierde wand. Vooral in zijn eerste programma's was het doel de bezoekers om de oren te slaan met een bonte verzameling sketches, liedjes, typeringen, versjes en dansjes. Om de toeschouwers uiteindelijk in verwarring achter te laten over die onberekenbare man naar wie ze anderhalf uur ademloos hebben zitten kijken.'

Cabaretier Micha Wertheim vindt het pertinente onzin dat Hans Teeuwen geen cabaretier is. 'Alsof wat echt goed is geen cabaret kan zijn. Zijn belangrijkste doel is de zaal vermaken, hoor. Dat gaat niet vanzelf, daar moet je heel goed voor zijn.'

Deze maand maakt Teeuwen (44) zijn comeback. Na zijn laatste show Industry of Love (2004) stond hij niet meer op het podium, met uitzondering van een korte, succesvolle tournee in 2008 in Londen. Het is zijn derde comeback. Sinds zijn doorbraak in 1991, toen hij samen met Roland Smeenk Cameretten won, is hij nogal eens plots uit beeld verdwenen.

Op
De eerste keer was in 1995, tijdens een optreden met zijn tweede show Met een Breierdeck. In Zwolle stapte hij het podium af; hij was op. Met Trui (1999) kwam hij terug, na een periode van persoonlijke en artistieke crisis. De wildste geruchten gingen rond: hij was verslaafd aan de drugs, hij zou zijn verdere leven in een psychiatrische kliniek moeten slijten, hij zou dood zijn.

In 2005 zwoer hij het toneel nogmaals af. Dat had niets te maken met de moord op zijn vriend Theo van Gogh, zei hij destijds in een interview in de Volkskrant: 'Ik heb tien jaar cabaret gedaan, vijf programma's gemaakt, er is veel gelachen, ik heb veel applaus gekregen, maar als ik er aan terugdenk is het eerste dat me te binnen schiet toch die ongelooflijke vermoeidheid.'

In 2007 keerde hij terug als jazz-muzikant; het duurde tot eind 2010 voor hij zijn comeback als cabaretier aankondigde.

Nooit laten vallen
Zijn publiek heeft hem in al die jaren nooit laten vallen. Teeuwens populariteit is nog altijd ongekend. Geen cabaretier in Nederland die, zoals hij, kan zeggen dat al zijn vijftig voorstellingen, 60 duizend kaartjes in totaal, binnen een dag uitverkocht waren, ook de vier in allerijl ingevoegde voorstellingen in, mind you, de Heineken Music Hall: 5500 stoelen per avond.

Op 14 december vorig jaar, de dag dat de voorverkoop voor zijn zesde show Spiksplinter begon, zaten theaterloketten binnen de kortste keren zonder tickets; telefonische bestelbureau's en ticketsites gingen plat. Op 5 april begint zijn tournee officieel in Carré.

Circus Baf, uit zijn laatste voorstelling Industry of love. Vraag Ronald Smink, groot fan, naar zijn favoriete Teeuwen-moment, en hij noemt deze sketch: 'Het is de totale, absolute gekte. Het begint ermee dat Teeuwen op een dag, hij weet ook niet hoe, met zestien zeeleeuwen zit opgescheept. Via via komt hij bij Circus Baf terecht, waar hij een act met die zeeleeuwen kan doen. Er lopen alleen maar idioten rond: twee kaalgeschoren nichten Roy en Edgar, samen trapezeduo Sky Devils, die een kwartier op een schommel gaan zitten roken. Een geestelijk gehandicapte clown die op een paard geduwd wordt, maar er steeds af wil, en dan met stokken teruggeduwd wordt. Gerrie en Tilly Raaimakers die voor een messenact niet eens de moeite hebben genomen de messen uit hun verpakking te halen, ze gooien ze gewoon naar elkaar over. Wat ik dan het unieke vind van Teeuwen: dat hij het publiek, grotendeels toch heel gewone mensen, zo ver krijgt dat het helemaal mee gaat in zijn krankzinnige hoofd. Je ziet dat circus voor je, en je denkt geen seconde: dat bestaat helemaal niet.'

Ontregeling
'Hij is niet zozeer op zoek naar de lach, veel meer naar de ontregeling', meent Verhallen, die het boek Nederlands cabaret 1970-1995 schreef. 'Zeker in zijn eerste shows was hij totaal compromisloos. Het was een soort anti-cabaret.' Neem zijn eerste solo Hard en zielig uit 1994. Nog altijd zijn beste programma, vindt Verhallen, samen met de tweede show Met een Breierdeck. 'Kijk naar het eerste kwartier: hij komt op, gaat zonder woorden achter de piano zitten, speelt drie gevoelige noten en ontspoort dan volledig. Het is een totaal non-theatrale piano-act. Teeuwen gaat niet achter de piano zitten om een liedje te zingen, Teeuwen gaat achter de piano zitten om de piano in elkaar te beuken.'

Wat volgt, is een verhaal van een man die verdrietig is omdat zijn hond dood is ('Ik heb hem zelf uit het raam gegooid'), een paar onsamenhangende imitaties (hond, pauw, espressoapparaat) en een 'liedje' waarbij de zojuist nog doodzenuwachtige cabaretier alleen maar roept: 'ik voel me keigoed, ik voel me keigoed'.

Teeuwen heeft lak aan alle theaterwetten. Verhallen: 'Die scènes laat hij dan veel te lang duren, waardoor het ongemakkelijk wordt. En kijk eens hoe zijn shows eindigen: de ene keer verdwijnt hij ineens, de volgende keer gaat hij helemaal niet meer weg.' Ook niet als zelfs zijn klappende publiek tekenen van vermoeidheid begint te vertonen, zoals aan het slot van Dat dan weer wel.'

X-factor
Het is de vraag die zich vanzelf opdringt: hoe kan iemand die zo tegen de stroom in zwemt, toch zo'n groot publiek aan zich binden? Harry Kies: 'Noem het een X-factor.' Teeuwen zelf, in 1998: 'Omdat het klopt wat ik doe. Ik hoor daar thuis. Het publiek voelt dat het deugt, dat ik daar sta.'

Cabaretier Micha Wertheim (39), vierentwintig jaar oud toen hij Teeuwen voor het eerst zag optreden, op de Uitmarkt in Amsterdam: 'Daar stond een man, een fenomeen al, het publiek te vermaken met een dynamiek die ik nog nooit had gezien. Zijn grappen kwamen van alle kanten, in een adembenemend tempo, ik was helemaal in de war.'

Bij de try-out van Spiksplinter, deze week in de Meervaart in Amsterdam, was hij weer compleet overrompeld. 'Ik vond hem onthutsend goed. Hans is stylistisch zo scherp, zijn taal, ritme en grappen zijn zo efficiënt, er wordt helemaal niets verspild. Hans voert weer precisiebombardementen uit.'

Volg de Volkskrant op Twitter
Word vriend van de Volkskrant op Facebook

 Teeuwen is totaal niet met zijn publiek bezig. Hij staat te spelen tegenover een vierde wand  
Frank Verhallen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.