Profiel De signatuur van Michael Mann

Wat maakt een Mann? Elf kenmerken van regisseur Michael Mann op een rij

Colin Farrell (links) en Jamie Foxx in Miami Vice (de film, uit 2006) van Michael Mann.

Filmmuseum Eye wijdt een retrospectief aan Michael Mann (Heat, The Insider). Is hij niet te mainstream om een oorspronkelijk filmauteur te zijn? De Volkskrant bingewatchte zijn oeuvre en ontdekte wel degelijk een unieke signatuur. 

Als het over nog levende grote regisseurs gaat, wordt de naam van Michael Mann (76) zelden genoemd. En dat terwijl de in Chicago geboren cineast, producent en scenarist – die midden jaren zestig zijn opleiding aan de London Film School volgde – toch een respectabel aantal hits op zijn naam heeft staan. Sterker: zijn films leverden wereldwijd 850 miljoen euro op. Ook was hij in 2012 juryvoorzitter op het filmfestival van Cannes. Maar altijd als zijn naam eens valt, dringt de vraag zich op: is hij wellicht te mainstream om voor een eigenwijze filmauteur door te kunnen gaan? Die eeuwige discussie onder filmgekken.

Nu krijgen we de kans zijn verzamelde werk nog eens te wegen. Dat kan in filminstituut Eye in Amsterdam, waar van 30 augustus tot en met 18 september 2019 onder de titel Heat & Vice een Michael Mann-retrospectief wordt gepresenteerd, met zijn elf speelfilms plus wat interessante extra’s.

Die titel van het programma verklapt veel: Heat (1995), dat is natuurlijk zijn meest geroemde misdaadfilm, met inspecteur Al Pacino die het opneemt tegen bankrover Robert De Niro. Vice slaat uiteraard terug op de populaire jarentachtig-tv-serie Miami Vice, die hij met zijn productiemaatschappij hielp ontwikkelen, destijds wel treffend omschreven als MTV Cops: agenten in een strak gemonteerde videoclip met veel popmuziek erbij.

Wie is Michael Mann? Iedere filmjournalist die hem weleens heeft ontmoet tijdens een persdagje zal beamen: hij is bepaald niet zo’n regiebeest als Oliver Stone, die het zaaltje komt binnenstormen en direct de zaak maar overneemt. Michael Mann spreekt zacht, is eloquent, een observator. Opmerkelijk als je weet hoeveel visuele slagkracht hij doorgaans in zijn films stopt. Op zoek naar zijn signatuur: elf films, elf lemma’s. Dit is wat opvalt als je het verzamelde werk van Michael Mann tijdens een marathonsessie thuis bekijkt:

Beeld uit Blackhat (2015).

Architectuur

In veel van zijn contemporaine films (Heat; Collateral; Miami Vice, de bioscoopversie; Blackhat) toont Michael Mann helikoptershots die het grootstedelijke inferno vangen. Spiegelingen in wolkenkrabbers, totalen van half verstopte verkeersaders, havens, vliegvelden, staal, chroom, alles stroomt in beeld. Constatering één: hij draait nooit in de studio, altijd op locatie. Dat kan in Chicago zijn, Los Angeles, Miami, Kuala Lumpur of Hongkong. Het post-industriële pandemonium dat hij vanuit de lucht aan ons toont vormt het decor voor zijn verhalen op de grond. Die grootstedelijke composities doen denken aan het werk van de onlangs overleden Duitse fotograaf en kunstenaar Michael Wolf (1954-2019), ook altijd in de weer met de overlevers in de stadsjungle, meestal in Azië. Dat oog voor moderne architectuur bij Michael Mann is geen toeval: tijdens zijn eerste studie aan de universiteit van Wisconsin-Madison vatte hij naast zijn hoofdvak Engels een voorliefde op voor architectuur.

Heat (1995).

Alles in beweging

Eenmaal op de grond komt de boel bepaald niet tot stilstand. Als het zo uitkomt, zet Michael Mann gerust een camera of zes in om een scène te draaien. Goed voorbeeld is de grote finale van Heat, de showdown tussen politieman Pacino en boef De Niro. Die vindt plaats op LAX, het vliegveld van Los Angeles. Terwijl op de achtergrond en over hen heen de Boeing 747’s en Airbussen af en aan vliegen, of maar gewoon pal door het beeld taxiën, zitten die twee met revolvers achter elkaar aan. Uitermate spectaculaire scène. Klein wonder dat ze daar mochten draaien, tussen de toestellen. Tijdens de openingsavond van het retrospectief in Eye is de Nederlandse producent Pieter Jan Brugge hoofdgast. Hij was onder meer betrokken bij Heat. Ongetwijfeld wordt tijdens het interview verklapt hoe ze de LAX-scène voor elkaar hebben gebokst.

Pieter Jan Brugge

Verhalen van binnenuit, dat mag je verwachten als Hollywoodproducent Pieter Jan Brugge (Deventer, 1955) op 30 augustus in Eye komt vertellen over zijn samenwerking met Michael Mann. Ze werkten samen bij Heat, The Insider en Miami Vice, precies drie titels die eruitspringen. Pieter Jan Brugge deed eerst de Filmacademie in Amsterdam en vertrok vervolgens in 1979 naar Hollywood om met een beurs van het toenmalige culturrministerie, CRM, te gaan studeren aan het American Film Institute in Los Angeles. Hij staat bekend als een producent die voor grote films de budgetten vooraf uitrekent en ook gefinancierd krijgt. Zelf regisseerde hij één film, The Clearing (2004), losjes gebaseerd op de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn, en met een pittige cast van Robert Redford, Helen Mirren en Willem Dafoe. Op zondag 1 september geeft hij in samenspraak met regisseur Jean van de Velde, met wie Brugge in het verleden samenwerkte, ook nog een masterclass.

Meer beweging

In Collateral is de brave Max (Jamie Foxx) een chauffeur die zijn taxi spic en span houdt, totdat hij wordt gegijzeld door de huurmoordenaar Vincent (Tom Cruise). Die heeft vijf klusjes af te handelen, het eerste lijk valt zomaar vanaf driehoog op Max’ taxi. Nog vier adressen te gaan, een hellevaart door nachtelijk Los Angeles volgt. Alles op topsnelheid, dat spreekt. Het verhaal doet wel wat denken aan de paranoia-thriller After Hours van Martin Scorsese. En in de filmversie van Miami Vice scheuren ze dan weer met een supersnelle speedboot richting Cuba. Plankgas, dat spreekt.

Het kleurgebruik in Collateral (2004).

Kleurgebruik

Als het geen film noir is met die intrigerende clair-obscur heeft Michael Mann een voorkeur voor blauw. Blauw zover het oog reikt (de zee), fluorescerend blauw (alsof we in een aquarium leven), hightech blauw (als van een computerscherm) en discobollenblauw (bij de vele vuurgevechten in diverse dansclubs). Warm blauw, koud blauw, maar altijd blauw.

Johnny Depp als John Dillinger in Public Enemies (2009). Beeld Peter Mountain / Universal Pictures

Topacteurs

In Hollywood hebben de grote studio’s en regisseurs het allang niet meer voor het zeggen. De macht ligt bij een twintigtal topacteurs en hun agenten. Zónder hun medewerking komen grote actiefilms niet van de grond. Michael Mann wist een stoet aan grote namen uit de A-lijst voor zijn films te strikken. Al Pacino, Johnny Depp, Russell Crowe, Robert De Niro, James Caan, Jamie Foxx, Will Smith, Daniel Day Lewis, Colin Farrell, Tom Cruise – dat zegt iets over de statuur van Mann in Hollywood.

Colin Farrell (links) en Jamie Foxx in Miami Vice (de film, uit 2006) van Michael Mann. Beeld Universal Studios
Will Smith als Muhammad Ali in Ali (2001). Beeld EPA

Topactrices

Weliswaar luidt de kritiek dat Michael Mann mannenfilms maakt, en ja, het klopt dat hij nog nimmer een vrouw als hoofdpersonage koos, maar in de regel zijn de vrouwenrollen bepaald niet onderbezet. Joan Allen doet het goed in Manhunter: ze dreigt als de blinde Reba het slachtoffer te worden van een seriemoordenaar. In Miami Vice staat de Chinese vedette Gong Li haar mannetje als financieel adviseur van en het brein achter een grote drugsdealer, en als dat haar niet meer bevalt, loopt ze over naar de kant van inspecteur Sonny Crockett. In het jarendertiggangsterepos Public Enemies speelt Marion Cotillard de evenknie van bankrover John Dillinger, in wie we Johnny Depp herkennen. Ze delen een wantrouwen jegens de autoriteiten, de basis van hun affaire. In het hackerdrama Blackhat speelt Viola Davis een FBI-agent met wie niet valt te sollen. En Nona Gaye, dochter van Marvin, speelt in Ali de eigenzinnige tweede vrouw Belinda van de bokser. Ze hebben in de films van Michael Mann dan niet de hoofdrol, sterke vrouwen zijn het wel.

Marion Cotillard in Public Enemies (2009). Beeld Peter Mountain/Universal Pictures

Montage: dikwijls geraffineerd

Het beste voorbeeld is de opening van Ali, een sequentie van een minuut of tien. Vooraf klonk enige bezorgdheid of komiek Will Smith de beroemdste zwaargewicht ooit wel kon spelen. Dat werd als volgt opgelost. Beeld op zwart. We komen uit in een nachtclub en horen de sensuele stem van Sam Cooke. You Send Me croont hij, en Bring It on Home to Me. In parallelmontage zien we een sporter in een trainingsjack langs de snelweg een straf tempo lopen, zijn capuchon valt ruim over zijn hoofd. Zo zien we zijn gezicht niet. Het is 1964 en Cassius Clay komt eraan, vermoeden we, 22 jaar oud. Hij loopt en hij loopt, en ondertussen worden als in een proloog de sleutelmomenten uit zijn leven gepresenteerd.

We zien hem als jongen, in de bus geconfronteerd met een krantenkop over een racistische moord in Alabama. We krijgen flarden van Malcolm X, en een snapshot van Cassius’ ouders die een blanke Jezus aanbidden. Onderwijl willen twee blanke agenten langs de snelweg op plagerige toon weten of hij soms een bankrover is: ‘Waar ren je zo hard vandaan, jongen?’ – en Sam Cooke zingt door.

Mooi begin, het dient een drieledig doel. Ten eerste wordt de stand van de VS in dit tijdvak geschetst, de opmaat naar het roerige en volstrekt gepolitiseerde deel van de jaren zestig. Ten tweede zegt dit intro: vergis je niet, dit is een zéér ambitieuze film. Maar het allerbelangrijkst is wel dat het kritieke moment van de Smith-Clay-vergelijking wordt uitgesteld. Door hem als een mythisch fantoom uit het donker naar voren te laten komen, zit je al goed en wel in het verhaal voordat je je afvraagt: lijkt Will Smith wel? Een scène later staat hij in de ring tegen Sonny Liston. En dat wil je zo aannemen. Feitelijk is de geweldig opgebouwde openingssequentie het hoogtepunt van deze biopic.

Al Pacino en Russel Crowe in The Insider (1999). Beeld Foto Kippa

Altijd eenlingen

Michael Mann is groot fan van westerns. Twee van zijn favorieten worden tijdens het retrospectief vertoond: The Wild Bunch (1969) van Sam Peckinpah en My Darling Clementine (1946) van John Ford. Het diepste wezen van een western is dat de protagonist door een existentiële crisis gaat, zoals in de laatstgenoemde titel Henry Fonda als sheriff Wyatt Earp. In het oeuvre van Michael Mann wemelt het van de moderne cowboys vol psychische problemen. Al in zijn debuut Thief – lekker groezelig gefilmd – maken we kennis met Frank (James Caan), een ex-gedetineerde en juwelendief die uit het criminele milieu wil stappen. 

In zijn veelgeroemde The Insider gaat alle aandacht uit naar Al Pacino als producer van de nieuwsshow Sixty Minutes, maar de werkelijke protagonist is Russell Crowe, die klokkenluider Jeffrey Wigand speelt. Hij lekt over gezondheidsschandalen in de tabaksindustrie en dat vernietigt zijn leven. Eenzamer kan niet. Wil je het goede doen… krijg je dit. Gangster John Dillinger berooft tijdens de Grote Depressie in Public Enemies namens de gewone man de banken, en moet dat met de dood bekopen. Allemaal eenzame figuren.

Twee kanten van dezelfde medaille: favoriet leitmotiv van Michael Mann. We noemden al The Wild Bunch als voorbeeldfilm waarin de voormalige vrienden Pike (William Holden) en Deke (Robert Ryan) tegenover elkaar komen te staan. De eerste is bankrover, de tweede jaagt op hem als premiejager. Toch houden ze veel respect voor elkaar. Dat respect spreekt ook uit de beroemdste dialoog uit een Michael Mann-film, in zijn rol van scenarist ook zelf door Mann geschreven: de confrontatie tussen Al Pacino en Robert De Niro in Heat.

Ze zitten samen in een nachtrestaurant. Al Pacino (hoofdinspecteur Vincent Hanna) zou De Niro (boef Neil McCauley) eigenlijk moeten oppakken, maar ze begrijpen elkaar al te goed.

Vincent: ‘Dus jij wilde nooit een normaal leven?’

Neil: ‘En wat de fuck is dat dan wel? Barbecue en honkbal?’

Vincent knikt. Zijn eigen leven vol adrenaline is ook een chaos, omdat hij doorlopend achter types als Neil moet aanhollen. Drie mislukte huwelijken, een stiefdochter die niet wil deugen, het schiet niet op. O, zegt De Niro, iemand vertelde hem ooit om je nooit te verbinden aan iets dat je niet binnen 30 seconden in de steek kunt laten als de politie, The Heat, je op de hielen zit.

Boef en de wet, van tweeën een. Ze zwijgen even, en dan pakken ze hun oude rol weer op. Vincent: ‘Kijk ons nu eens zitten, als twee normale gozers. Ik ga het niet leuk vinden, maar de volgende keer dat ik je zie, moet ik je arresteren.’

Neil: ‘Er is een andere kant aan dat verhaal. Wat als ik je in dat geval eerder omleg? Want hoe dan ook: jij gaat mij niet in de weg lopen. We hebben nu bij elkaar gezeten. Maar ik zal niet aarzelen. Geen seconde.’

Deze dialoog duurt in de film zeven minuten, Pacino en De Niro improviseren er lustig op los. Tijdens zijn editie van Zomergasten in 2016 vertoonde filmkenner premier Mark Rutte hem ook, maar die had de scène toch niet helemaal begrepen (hij maakte er curieus genoeg iets tussen hem en Wilders van, met Rutte als de zelfverklaarde good guy Pacino, zogezegd).

Verrassende uitstapjes

De merkwaardigste film uit het oeuvre van Michael Mann moet toch wel The Keep zijn, over een demon die het op de nazi’s heeft gemunt. Zijn tweede film, hij wil het er nooit meer over hebben, want The Keep werd door studio Paramount totaal verknipt. Zoals dat gaat geldt-ie nu als cult, en daarom zit ook The Keep in het retrospectief. Belangrijker is Manns episch opgezette kostuumdrama The Last of the Mohicans, een van de favoriete films van Steven Spielberg. De glansrol is voor Daniel Day Lewis als Hawkeye, de geadopteerde blanke zoon van chief Chincagook. Dat maakt ook hem een klassieke eenling. Aanrader voor iedereen die van The Revenant (2015) heeft genoten. De oorspronkelijke roman van James Fenimore Cooper uit 1826 was het lievelingsboek van de schooljongen Michael Mann.

Manhunter (1986).

Curieuze dieren

Ander opvallend punt na het herzien van Mann – hij blijft altijd zo bloedserieus. Weinig vrolijke noten in zijn films, nee, ook niet in Miami Vice (anders dan in de tv-serie). Wel houdt hij van vervreemdende elementen. In Collateral steekt in het holst van de nacht opeens een roedel wolven Sunset Boulevard over. Omineuze aanzegging voor taxichauffeur Max, die er bijna bovenop knalt. En in Manhunter laat de enge seriemoordenaar Francis Dolarhyde de blinde Reba zonder vooraankondiging een verdoofde Siberische tijger aaien. Deze film, naar de thriller van Thomas Harris, is de eerste die de gevreesde psychopaat Hannibal Lecter op het doek bracht, maar kan helaas niet tippen aan The Silence of the Lambs (1991).

Thief (1981)

Muziek: meer vervreemding

In zijn contemporaine films kent Michael Mann een voorkeur voor synthpop. IJle tonen, pulserende beats, het begint al bij de openingsscène van Thief, als hij de Duitse electronica van Tangerine Dream inzet. En op Kraftwerk is hij ook dol. Het sfeertje werd naadloos gekopieerd door Nicolas Winding Refn in het misdaaddrama Drive (2011). Zo heeft Michael Mann vaker school gemaakt. Als zijn naam valt, denken we al snel aan Heat en The Insider, maar in dat verzamelde werk zitten meer hoogtepunten verstopt. Hij maakt dan wel bigbudgetfilms, Michael Mann doet dat op zijn manier, met een geheel eigen signatuur. In filmtermen: toch een auteur, after all.

Heat & Vice, de films van Michael Mann, retrospectief in Filmmuseum Eye, Amsterdam, 30/8 t/m 18/9

De films van regisseur Michael Mann

Thief (1981)

The Keep (1983)

Manhunter (1986)

The Last of the Mohicans (1992)

Heat (1995)

The Insider (1999)

Ali (2001)

Collateral (2004)

Miami Vice (2006)

Public Enemies (2009)

Blackhat (2015)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden