Wat maakt een horrorfilm goed?

Rondom Halloween worden we, ook in Nederland, overspoeld door horrorfilms, in de bioscoop en op tv. Wat maakt een horrorfilm goed voor een hedendaags publiek?

A Nightmare on Elm Street (2010)

Horrorkenner Jan Doense (56) ging er eens lekker voor zitten, voor de ingenieuze, veelgeprezen griezelfilm The Babadook (2014). In zijn eentje, op de bank, 's avonds laat, gordijnen dicht, beamer aan. Fijn griezelen. 'Maar na tien minuten dacht ik: wat doe ik mezelf eigenlijk aan? De film was ultra-creepy en je weet dat het in dit soort films van kwaad tot erger gaat.' En toch blijven kijken, natuurlijk.

Nagelbijtend toekijken hoe iemand fluitend zijn zekere en bloederige dood tegemoet gaat, is onverminderd populair. Dit jaar is zelfs een topjaar voor het genre; deze zomer flopte de ene blockbuster na de andere, maar de horrorfilms liepen uitstekend. Films als The Conjuring 2 en Lights Out bleken bijvoorbeeld uiterst lucratief; Don't Breathe wist in het eerste weekend al twee keer het productiebudget terug te verdienen. Ook de kritieken waren vaak goed. Met The Witch won Robert Eggers de prijs voor beste regisseur tijdens het Amerikaanse Sundance Festival. Een renaissance van het horrorgenre, jubelden een aantal (Amerikaanse) filmjournalisten al.

Maar wat maakt een horrorfilm nou goed? Wat maakt kijkers tegenwoordig doodsbang, zelfs degenen die wel wat gewend zijn? En wat zorgt ervoor dat ze desondanks blijven kijken en het nog leuk vinden ook?

V liet drie horrorkenners en -liefhebbers aan tafel plaats nemen om antwoorden op die vragen te formuleren. De eerste is Doense, al decennia bekend als Mr. Horror. Hij is de oprichter van het Amsterdam Fantastic Film Festival (nu: Imagine), heeft een eigen dvd-horrorlabel en produceerde nederhorrorfilm De Poel. Gisteren opende zijn nieuwe, driedaagse genrefestival Amsterdamned, volgende weekend volgt Rotterdamned. Bovendien organiseert hij komend weekend voor de achtste keer Mr. Horror's Halloween Horror Show, een nachtelijke horror-marathon in veertien steden.

Dan is daar Nick Jongerius, die onder meer nederhorrorfilm Doodeind (2006) produceerde en nazizombiefilm Frankenstein's Army (2013). Hij is de regisseur van The Windmill Massacre, een slasherfilm die momenteel furore maakt op de meest prestigieuze genrefestivals. Zo was de film te zien in Sitges, Spanje, tijdens het Engelse FrightFest en komend weekend tijdens Doenses horrornacht. Hij is on demand te zien in Amerika.

En tot slot Hedwig van Driel, die schrijft over film en popcultuur en werkt voor Schokkend Nieuws, het filmmagazine voor horror, sciencefiction, fantasy en cult. Ze heeft een voorliefde voor de maatschappelijke en psychologische lagen in horror.

Renaissance

Een horror-renaissance? Daar moeten Doense, Van Driel en Jongerius wat om lachen. In Amerika misschien, maar niet in Nederland. Hier halen de meest interessante horrorfilms - The Witch, The Babadook - de Nederlandse bioscopen niet eens. De liefhebber blijft afhankelijk van speciale festivals. En de grotere horrorfilms zijn volgens de kenners nu weer niet zo inventief als ze onthaald zijn. Doense: 'Don't Breathe en Lights Out zijn knap gemaakt en vermakelijk, maar de toekomst van het horrorgenre? Niet bepaald.'

Een goede horrorfilm put uit kinderangsten

In de houtzaagmolensingel in Bovenkarspel, waar Jongerius is geboren, stond een molen. 'Een heel eng ding. Rond. Geen ramen. Als ik er met mijn fietsje langsreed, vroeg ik me altijd af of er iemand woonde.' Toen hij nadacht over een plot voor een horrorfilm en zich afvroeg wat hij zelf echt griezelig vond, kwam die molen weer boven. The Windmill Massacre gaat over een groep toeristen die strandt bij een verlaten molen - waar ze een voor een worden afgeslacht. Vage, enge herinneringen van vroeger, oerangsten: een goede horrorfilm speelt er op in.

Van Driel: 'Kinderangsten zijn de laatste tijd populair. Lights Out (over een monster dat tevoorschijn komt als het donker is, FS) en Don't Breathe (waarin een blinde, boze veteraan een stel tieners opsluit in een donkere kelder, FS) gaan eigenlijk over bang zijn voor het donker. The Witch gaat over heksen.'

Doense: 'Vergeet de clowns niet.' Jongerius: 'Clowns! De beste horrorfilms zijn gebaseerd op die angsten. Halloween ging over de boeman, A Nightmare on Elm Street ging over nachtmerries. Volgens mij heeft Wes Craven zijn nachtmerrie-seriemoordenaar Freddy Krueger gebaseerd op iemand die hij kende, die precies zo'n groenroodgestreepte trui had. Of hij had zo'n man met een gleufhoed een keer onder zijn raam gezien. Volgens mij moet je als filmmaker vooral dingen oppikken waar je zelf bang voor bent en daarover een film maken.'

Van Driel: 'De kunst is iets te maken waar iedereen bang van wordt en niet alleen de mensen die die persoonlijke fobie delen.'

The Windmill Massacre

Een goede horrorfilm gaat stiekem over iets anders

Volgens het drietal is een van de beste films van de afgelopen jaren The Babadook. Een doodenge film over een moeder en zoon die worden geterroriseerd door een monster uit een geheimzinnig kinderboek. Maar eigenlijk gaat de film over het rouwproces van de moeder na de dood van haar echtgenoot: psychologische horror.

Jongerius: 'Alsof de regisseur een verhaal wilde maken over rouw en het bovennatuurlijke element erbij kwam, in plaats van andersom.' Doense: 'Het is de trend van nu: elevated horror. Horrorfilms die meer willen dan de kijker bang maken en die ook een ander publiek trekken dan de traditionele popcornfilms.'

Nieuw is het niet. The Shining en Rosemary's Baby wisten al een groot publiek de stuipen op het lijf te jagen door de psychologische onderlaag - kort door de bocht respectievelijk een film over een writer's block en afzondering en over de overbezorgdheid en paranoia die aanstaand ouderschap met zich mee kan brengen. De horrorfilms van Guillermo del Toro (The Devil's Backbone, Pan's Labyrinth) zijn te zien als een onderzoek naar de wreedheid van de mens, geïnspireerd door de Spaanse Burgeroorlog. Doorgaans gold in horrorland: waarom ingewikkeld doen als je met goedkope, makkelijke films ook publiek trekt? Maar nu is het omgekeerde in trek.

Doense: 'Sinds een jaar of twee zie je op internationale filmmarkt sales agents die vroeger niets van horror wilden weten en nu opeens allemaal toch een paar films hebben die het genre willen overstijgen.'

Jongerius: 'Maar een lekkere, goedgemaakte popcornhorrorfilm kan ook leuk zijn. Dat hoogdravende is niet per se zaligmakend.'

The Babadook (2014)

Een goede horrorfilm laat minder zien

Uiteenspattende schedels, ingenieuze martelapparaten: zo'n tien jaar geleden kon het niet onsmakelijk en gedetailleerd genoeg, met films als Saw en Hostel. Maar die hype is nu voorbij, zegt Van Driel. 'Griezelen is weer veel belangrijker dan gruwelen. De schrikeffecten zijn terug.'

Jongerius: 'Jump scares (schrikeffecten waar je letterlijk van opspringt, FS) zijn lastiger te maken dan je denkt. Het draait allemaal om opbouw. Veel films van tegenwoordig zitten weer zó vol met van die jump scares dat het afstompt.

'Het gaat om wat je niet ziet. Insidious doet dat goed bijvoorbeeld. Daarin volgt de camera een vrouw aan het begin van de film terwijl ze door haar huis loopt. Op een gegeven moment loopt ze langs iets ondefinieerbaars, waardoor ik het kippevel op mijn armen krijg. Dus ik spoel terug: blijkt er een griezelig jongetje te staan. Je ziet het niet echt, maar je voelt het wel. Zoiets vind ik veel enger dan iemand die 'boe!' doet.'

Een goede horrorfilm neemt acteerwerk serieus

The Shining had Jack Nicholson, Rosemary's Baby had Mia Farrow, Repulsion had Catherine Deneuve. Beroemde, door het publiek hooggewaardeerde acteurs die in horrorfilms speelden. Daarna werd acteerwerk in horrorfilms min of meer ondergeschikt. Mooie acteurs en sexy actrices die bang konden kijken: dat werkte prima en was een stuk goedkoper.

Maar de nieuwe stroming horrorfilms neemt de personages en daarmee het acteerwerk weer serieus. Vera Farmiga bijvoorbeeld, hoofdrolspeelster van Orphan (2009) en de twee Conjuring-films, kan goed acteren: haar bijrol in Up in the Air leverde haar onder andere een Oscarnominatie op. Voor haar rol in de televisieserie Bates Motel, geïnspireerd door de film Psycho, werd ze genomineerd voor een Emmy.

Sexy is geen vereiste: de klassiek geschoolde Essie Davis werd in The Babadook juist minder knap gemaakt.

Van Driel: 'Ze speelt een depressieve vrouw, iemand die niet de energie heeft om haar haar te wassen. Als ze zichzelf zou verzorgen, klopte het niet met het personage.'

Jongerius: 'Voor The Windmill Massacre heb ik niet gekozen voor de knapste mensen, alhoewel me dat wel sterk werd aangeraden. Ik wilde in eerste instantie goede acteurs. Waar je op de set voor moet waken, is dat het acteren eendimensionaal wordt. Winona Ryder vind ik een fantastische actrice, maar in de Netflix-serie Stranger Things is ze vooral hysterisch. Met mijn hoofdrolspeelster Charlotte Beaumont, die trouwens geschoold is in Engeland en te zien is in de BBC-serie Broadchurch, heb ik veel gepraat over de dynamiek van de rol. Als je alleen maar iemand laat wegvluchten, wordt het snel alleen maar gehijg en gegil. We wilden dat zij zou terugvechten. Uiteindelijk moet zíj het doen. Horroracteren is moeilijk en wordt ontzettend onderschat.'

Lights Out (2016)

Een goede horrorfilm is gemaakt door een horrorfan

Van Driel: 'Mensen kijken vaak neer op horror. Daarom denken regisseurs: dat doe ik wel eventjes. Maar het is een genre met een rijke geschiedenis, alles is al gedaan en geprobeerd. Je moet de regels kennen om ze te kunnen breken.' Parodiërende horror als Scream (1996), of het postmoderne Cabin in the Woods (2012) hebben ertoe geleid dat een beetje geoefende kijker moet lachen als de personages geen bereik hebben op hun mobiele telefoon. Of als een personage voorstelt om op onderzoek uit te gaan en de groep 'te splitsen'. Als de maagd in haar eentje overblijft en de moordenaar verslaat.

Van Driel: 'Die films hebben de genreclichés zo expliciet en bespottelijk gemaakt, dat je ze niet meer in een script kunt stoppen. Het daagt makers uit betere films te maken.' Jongerius: 'Maar revolutionair zijn is moeilijk. Soms ontkom je niet aan clichés. Zoals die dus waarin om louter plottechnische redenen de mobiele telefoon het niet doet. Je móét uitleggen waarom geen van de personages even hulp belt. Of je daar nu zin in hebt of niet.'

Doense: 'Over het algemeen geldt: aan hoe minder regels de regisseur zich houdt, hoe beter.'

Jongerius: 'Regels voor een goede horrorfilm zijn niet absoluut. Echt goede horror begint uiteindelijk gewoon bij iemand die gepassioneerd is over zijn idee en daar blind voor gaat.'

Don't Breathe (2016)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden