Achtergrond De betere schurk

Wat maakt een goede schurk? Vijf lessen (en hoogtepunten) uit het Idfa-programma the Villain

The Brink, het portret van Steve Bannon, de ex-strateeg van Donald Trump, van Alison Klaymans.

In het Idfa-programma The Villain staan schurken in de spotlight. Wat maakt een goede schurk? Vijf lessen. 

Toon de mens in de slechterik

Belichamen slechteriken in fictiefilms vaak het pure kwaad, de realiteit onttrekt zich graag aan dergelijke stereotypes. De despoot blijkt niet alleen afkeer op te roepen, maar ook smakelijk te kunnen vertellen: de huurmoordenaar heeft weliswaar een walgelijk cv, maar kent ook een gevoelige kant. Het komt de zeggingskracht van een documentaire alleen maar ten goede wanneer zulke aspecten de ruimte krijgen, naast de wandaden of nare denkbeelden van het hoofdpersonage. Hoe gewoner en alledaagser het kwaad, hoe overtuigender de film. 

Neem bijvoorbeeld The Brink, Alison Klaymans vlieg-op-de-muur-portret van Steve Bannon. De machiavellistische Breitbart-oprichter en ex-strateeg van Donald Trump blijkt in The Brink vaak opvallend aimabel, redelijk en charmant – weliswaar de redelijkheid en charme van een man die altijd gelijk denkt te hebben, maar toch. Hij glimlacht vaak vriendelijk en kritische journalisten krijgen van hem een schouderklopje. Wanneer Bannon door de VS trekt om zijn boodschap van economisch nationalisme te verkondigen, is het niet moeilijk te begrijpen hoe hij zalen inpalmt: altijd een beheerste toon, altijd bereid tot zelfspot, altijd een kwinkslag paraat. Je zou je bijna kunnen voorstellen dat je bij Bannon een kopje suiker ging lenen, als hij je buurman was. 

Bijna. Want met datzelfde charisma probeert Bannon in The Brink (extreem-)rechtse politici te verleiden voor zijn Europese populistische beweging. Zo organiseert hij een diner waar onder meer Brexiteer Nigel Farage, Lega Nord-leider Matteo Salvini en Vlaams Belang-frontman Filip Dewinter aanschuiven. Klayman legt het tafereel onnadrukkelijk vast, alsof het zomaar een etentje is, en juist daardoor wordt het vervreemdend en onheilspellend. Na de opname belde Klayman meteen haar man op, vertelde ze aan dagblad The Guardian. ‘Ik zei tegen hem: ‘Óf ik heb zojuist de Wannseeconferentie gefilmd (de vergadering in 1942 waar nazikopstukken de organisatie van de endlösung bespraken, red.), óf een stel idioten tijdens het avondeten.’’

Thematiseer je eigen betrokkenheid en twijfels

Omdat de slechteriken in het Villain-programma vaak zo menselijk voor de dag komen, kan de toeschouwer soms verward raken. Mag er gelachen worden om de grappen van de tiran? Mag ik die rechts-extremist aimabel vinden?

Het helpt wanneer de documentairemaker zelf aangeeft dat zij of hij óók moeite heeft om afstand te bewaren, om duidelijk zicht te houden op de grens tussen goed en kwaad. Dan heeft de toeschouwer in ieder geval iemand om zich ongecompliceerd mee te identificeren – de cineast zelf.

In geen enkele documentaire in de Villain-selectie gebeurt dat zo sterk als in Lissette Orozco’s onthutsende debuutfilm Adriana’s Pact. Orozco, een jonge Chileense regisseur, ontdekt dat haar tante Adriana tijdens het regime van dictator Pinochet een dubbelleven leidde als geheim agent. Wanneer de inmiddels in Australië wonende Adriana ervan wordt verdacht dat ze zich destijds ook volop bezighield met martelen en moorden, wil haar nichtje Adriana’s onschuld bewijzen. De documentaire moet het verslag worden van die missie en neemt je aanvankelijk mee in Orozco’s liefde voor haar tante, die lange tijd als een tweede moeder voor haar was. Een innemende vrouw, inderdaad, of ze nu voorbijkomt op homevideo’s of met haar nichtje skypet vanuit Australië. Ze had geen idee wat er toen in de kelders van de geheime dienst gebeurde, zegt Adriana, en als toeschouwer wil je haar echt geloven.

Maar hoe meer mensen Orozco spreekt – historici, psychologen, advocaten en ex-geheim agenten die destijds Adriana’s collega waren – hoe meer ze gaat twijfelen aan de verhalen van haar tante. Daarmee verschuift ook de sympathie van de toeschouwer steeds verder naar Orozco. Hartverscheurend is het, hoe zij tegen wil en dank alle vertrouwen in Adriana verliest en tóch blijft doorgaan met haar documentaire.

Dat is misschien de belangrijkste les van het Villain-programma: wie zich waagt aan de afgrond van het kwaad, moet ontzettend sterk zijn. ‘Toen ik de eerste montageversie had afgerond, heb ik gehuild en geschreeuwd omdat ik voor mijn gevoel een dierbaar persoon verraadde’, zei Orozco tegen The Santiago Times. ‘Dat vond ik het moeilijkste van alles. Dat ik de verantwoordelijkheid moest nemen voor wat ik deed.’

Laat de beelden voor zich spreken

Als filmmaker hoef je soms geen grootse ingrepen te verrichten om het kwaad zichtbaar te maken, blijkt uit het Villain-programma. Zet je slechterik  in de schijnwerpers, en zijn of haar perfide kant openbaart zich vanzelf.

De kroon spant Imelda Marcos, de nog altijd in weelde en aanzien badende weduwe van de voormalige Filipijnse dictator Ferdinand Marcos (1917-1989). Twintig jaar lang regeerde Marcos met harde hand, maar Imelda, die na een periode van verbanning weer een chique villa in Manilla betrok, kijkt in Lauren Greenfields The Kingmaker met heimwee terug op die tijd. Ze gelooft zo in haar eigen waanbeelden, in haar slachtofferschap en heldenrol op het politieke wereldtoneel – door de Chinese leider Mao een handkus toe te staan, leidde ze naar eigen zeggen persoonlijk het einde van de Koude Oorlog in – dat het deerniswekkend wordt. ‘Na twintig jaar moeder te zijn geweest van het land, werd ik wees’, verzucht ze, met een beteuterde blik die haar net zo sterk typeert als haar beruchte, gigantische schoenencollectie.

Greenfield laat het de inmiddels 90 jaar oude Imelda allemaal breeduit voor de camera vertellen, terwijl het personeel gedwee om haar heen drentelt, haar jurk en kapsel schikt of een fotolijst van de grond raapt die Imelda per ongeluk kapot heeft laten vallen. Wanneer ze een armenwijk intrekt, strooit Imelda lustig bankbiljetten rond vanuit de tas die haar bediende gereed houdt. Ongelooflijk, dat deze surrealistische diva in The Kingmaker allerminst uitgerangeerd blijkt te zijn, maar gestaag meewerkt aan een politieke comeback van de Marcos-dynastie.

Manipuleer soms toch (voorzichtig) het beeld van de slechterik

De hoofdpersoon volop aan het woord laten, je als maker op de achtergrond houden en dan opeens tóch een klap uitdelen: in documentaires over twijfelachtige sujetten kan die benadering erg effectief werken. Al is het maar om te voorkomen dat de documentaire te vrijblijvend of diffuus wordt, of dat de protagonist zich de film toeëigent.

In General Idi Amin Dada: A Self Portrait (1974), een van de klassieke slechterikenportretten die in The Villain zijn opgenomen, geeft regisseur Barbet Schroeder fantastische voorbeelden van die tactiek. De Oegandese president Idi Amin (1925-2003), tijdens zijn schrikbewind in de jaren zeventig verantwoordelijk voor de dood van circa 300 duizend mensen, maakt graag grapjes en ensceneert complete kermissen, vergaderingen en militaire parades om Schroeder en de toeschouwer te paaien. Maar Schroeder is hem te slim af. Wanneer Amin minister Michael Ondoga (Buitenlandse zaken) schoffeert vanwege het slechte internationale imago van Uganda, zegt Schroeder droog in de voice-over, bij een close-up van Ondoga: ‘Twee weken later werd het lijk van Ondoga gevonden in de Nijl.’ Een suggestieve ingreep, waarmee Schroeder eigenlijk geen ruimte voor twijfel laat. Amin is een tiran, bij wie zelfs ministers hun leven niet zeker zijn.

Briljant is ook een scène aan het einde van de film, waar Schroeder op Amins bezwete hoofd inzoomt en het geluid van diens ademhaling en slikken extreem uitvergroot: de alleenheerser gereduceerd tot een steunend, woest uit zijn ogen starend beest. 

Zulke ingrepen zijn gewiekst, maar niet per se zonder gevaar. De ‘slachter van Afrika’ had zelf enkel een korte televisieversie van de documentaire gezien toen de lange bioscoopeditie van General Idi Amin Dada: A Self Portrait zijn Europese première beleefde. Nadat hij had gehoord dat die lange versie zeer kritisch over hem was en hem zelfs belachelijk maakte, regelde Amin via vriend en collega-dictator Moammar al-Qadhafi enkele mensen die de film in een Londense bioscoop bekeken. Op basis van hun verslag sommeerde Amin Schroeder de kritische scènes te verwijderen: als chantagemiddel gijzelde hij zo’n honderd Franse inwoners van Oeganda, waarop Schroeder toegaf. Pas na Amins val in 1979 werd de film in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Weet dus waar je aan begint, wanneer je als maker in zee gaat met een schurk.

Ga de daad zelf niet uit de weg

This Film Is About Me, een van de meer experimentele bijdragen aan de Villain-sectie, gaat volgens regisseur Alexis Delgado Búrdalo niet over de gruwelijke moord die de Duitse Renata Soskey twintig jaar geleden op Tenerife pleegde, en waarvoor ze sindsdien op het eiland een gevangenisstraf uitzit. ‘De film gaat vooral over het verlangen om in de verbeelding en poëzie te leven, in plaats van in de moeilijke en trieste realiteit die ons omringt’, aldus Búrdalo in een persbericht. 

Inderdaad stort Renata zich binnen de gevangenismuren volop op poëzie en muziek, onder meer in een doorleefde, theatrale vertolking van Schuberts lied Nacht und Träume. Het is makkelijk en verleidelijk om op die momenten even met Renata uit de werkelijkheid te ontsnappen: je zou soms bijna vergeten dat ze vastzit voor moord, ook doordat Búrdalo dat pas laat ter sprake brengt.

Tegelijkertijd was de film er zonder die moord überhaupt niet geweest en wil je als toeschouwer graag weten waarom Renata destijds een bevriende schilder doodde, misschien ook hoe ze dat deed en hoe ze op de moord terugkijkt. Het zou jammer zijn wanneer een film zulke vragen liet liggen of, bijvoorbeeld uit respect voor zijn hoofdpersonage, er te voorzichtig mee omgaat. Gelukkig beseft Búrdalo dat en keert hij steeds weer terug bij de tragedie. De ene keer met weinig aan de verbeelding overlatende krantenknipsels, de andere keer door Renata rechtstreeks met haar daad te confronteren. ‘Ik moet ermee leren leven dat ik voel dat ik een moordenaar ben’, zegt ze in This Film Is About Me. Woorden die de vele, lange close-ups van haar even intense als kwetsbare gezicht bijzonder aangrijpend maken: alsof je de worsteling tussen het slechte en het menselijke recht in de ogen kijkt.

Het programma The Villain bestaat uit tien films die op het Idfa ( 20/11 t/m 1/12) worden vertoond. 

Klassiek slecht

Een van de moderne klassiekers in het The Villain-programma is Gianfranco Rosi’s El Sicario, Room 164 (2010).  Een voormalige huurmoordenaar van een Mexicaans drugskartel vertelt, verstopt achter een omineuze zwarte sluier, uitgebreid over zijn martel- en moordpraktijken. Regisseur Rosi en scenarist Charles Bowden, op wiens artikel de documentaire is gebaseerd, weigeren de getuigenissen van commentaar of oordeel te voorzien: de kijker moet de confrontatie met het slechte grotendeels in zijn eentje aangaan. ‘Ik ben moe van toeschouwers die beschermd worden, van vertellers die tussen de kijker en het onderwerp instaan om het veilig te maken’, aldus Bowden in een interview uit 2011.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden