Wat maakt een gedicht geschikt voor het podium?

Beschouwingen en interview: gedichten om voor te dragen

Geestige gedichten doen het meestal goed; herkenbare thema's als de liefde of de dood helpen ook, een schelle kwaakstem maakt alles kapot. Naar aanleiding van de 33ste Nacht van de Poëzie zoeken dichters/performers Pieter Boskma en Charlotte Van den Broeck, beiden vanavond aanwezig, het antwoord op de vraag wat een gedicht geschikt maakt om voor te dragen.

Kila van der Starre. Beeld Aisha Zeijpveld

Elke dichter kent de vraag die hem voor ieder optreden kwelt: wat zal ik nu weer eens voorlezen uit dat oeuvre van me? Ik heb gemerkt dat je de neiging hebt om vooral voor te lezen uit recent geschreven werk. Om het uit te proberen voor publiek en omdat je hart het meest bij die verse verzen ligt. Ook grijp je vaak terug op gedichten die het bij eerdere voordrachten goed deden. Waaraan ligt dit nu precies? Wat maakt een gedicht geschikt om voor te dragen?

Mijn ervaring is dat gedichten die iets geestigs of aangrijpends hebben, het vaak goed doen voor publiek, zeker als ze een sterke muzikaliteit hebben en herkenbare thema's als verlangen, de liefde of de dood. Verder helpt het als een gedicht niet al te complex is, zodat het bij eenmalige beluistering goed overkomt. Wanneer je werk maakt dat redelijk begrijpelijk of minstens navoelbaar is, dan ben je in het voordeel. Abstracte, hermetische of experimentele poëzie die zeer ontoegankelijk is en bovendien geen enkele emotie oproept, doet het vaak minder goed voor publiek. Hoewel een geestig gedicht vaak goed werkt, moet je toch voorzichtig zijn met het opzoeken van de lach. Voor je het weet, word je een soort cabaretier, en dat wil geen enkele zichzelf serieus nemende dichter.

Andere punten waarop je mede je gedichten kiest zijn de locatie en het publiek. Bij een kleinschalige, intieme gelegenheid, bijvoorbeeld in een huiskamer, kun je je wat subtielere, complexere en ook langere teksten permitteren dan bij een grootschalig, rumoerig gebeuren in een poptempel; daarbij zal je kiezen voor wat steviger, 'luidere', meer direct verstaanbare teksten. Ook het soort publiek kan een rol spelen. Bevind je je op een Congres van Veganistische Dierenactivisten dan zal je je gedicht waarin een biefstuk voorkomt waar het bloed uit druipt maar een keertje overslaan.

Zelfportret als vieze oude man

De hoogste vorm van schoonheid is de ontluikende,

zo werd weer eens bewezen door het meisje voor mij

in de rij bij Albert Heijn. Ze was een jaar of zestien

en droeg geen beha, de tepels van haar kleine borsten

waren duidelijk te zien door de dunne stof van haar

wat strakke, ogenschijnlijk vorig jaar gekochte topje.

Haar heupbroek zat erg laag, en terwijl ze muntgeld

uit haar zak opdiepte trok ze hem nog wat lager

en een paar centimeter los van haar onderbuik.

Ik keek recht in haar roomblanke, haarloze lies.

O roomblanke haarloze lies van een meisje!

En dat gezicht, licht verbaasd en verlegen,

maar ook behaagziek en toeschietelijk, typisch

dat van de maagd die allang geen maagd meer is

en in de blik van mannen zich ontwaken voelt tot felle lust.

Jij bent het levende gedicht, dacht ik, alleen het vers

waaraan geschreven wordt kan zich met jou meten,

bij ieder woord ontrolt het zich immers fraaier en gerijpter,

zoals ook dat lijf van jou steeds verder opzwelt tot perfectie;

daarom houdt een dichter dus van zulke jonge vrouwen,

zij doen hem denken aan het vers dat hij nog moet schrijven.

Ik keek haar billen achterna en grijnsde. Het was weer gelukt.

Uit de bundel Zelf van Pieter Boskma. De Bezige Bij; 96 pagina's; euro 17,90.

Ook de dichter zelf heeft natuurlijk invloed op het al dan niet slagen van een voordracht. Dus hoe staat hij daar? Onverstaanbaar mompelend, gekleed in halve vodden, of duidelijk articulerend in een goed gekozen pak? Hoe is zijn houding, zijn uitstraling? Heeft hij een nare, schelle kwaakstem of een aangename, donkerbronzen bariton? Allemaal belangrijk (al heb je je stem niet voor het kiezen), want wanneer je je goed presenteert, druk je daarmee respect uit voor het publiek, dat dan meer geneigd is naar je te luisteren, en wanneer je ook nog eens goed voorleest, geeft dat iets extra's aan een gedicht, je tilt het dan als het ware boven zichzelf uit.

Het hangt dus van diverse factoren af welke gedichten je kiest en of een optreden slaagt. Maar als je er staat als dichter, als je een geschikte stem en een goed verstaanbare manier van voorlezen hebt, als je een poëzie schrijft die bij eerste beluistering redelijk begrijpelijk of minstens navoelbaar is, en als dat werk bovendien weet te ontroeren in de breedste zin van het woord, dan kun je vrijwel alles voorlezen. Het gaat er vooral om hoe je het leest. Daarin zit de magie, daarmee raak je de zaal. Het luistert dus nauw allemaal. De dichter moet in elk geval helemaal opgaan in zijn gedichten, eigenlijk alleen nog maar stem worden, en het publiek moet zich aandachtig en welwillend openstellen, want als het publiek er geen zin in heeft of is afgeleid, komt een voordracht niet van de grond. Maar als de dichter erin slaagt zijn gedichten die toon, sfeer en schwung mee te geven dat ze gaan zingen, dan kan het gebeuren dat de vonk overspringt, er die magische sfeer ontstaat waarin het gedicht zich in volle glorie kan openbaren. Zowel de dichter als het publiek krijgt dan het gevoel dat er tussen hen iets bijzonders gebeurt, dat er een verbond ontstaat, het geheime verbond van het gedicht. Het zijn voor dichter en publiek de bevredigendste optredens: zij zijn één geworden in en met de poëzie.

Tien dichtbundels vanaf 1987: Pieter Boskma (1956).

Pieter Boskma.

Jammer dat de recensenten alleen kijken naar poëzie op papier, zegt de promovenda Kila van der Starre. Op het podium, in de openbare ruimte en op internet zie je de nieuwste trends.

V oor de 33ste keer trekken vanavond poëzieliefhebbers naar de Nacht van de Poëzie in Utrecht - er worden tweeduizend belangstellenden verwacht die tot diep in de nacht zullen luisteren naar gevestigde namen en aanstormend talent. Slam Poetry, waarbij dichters het live tegen elkaar opnemen, is populair, gedichten gaan viraal op internet, ze zijn te vinden op objecten in de openbare ruimte en zelfs in tatoeages.

'Poëzie is overal', zegt Kila van der Starre (27). 'Maar waar schrijft de kritiek vooral over? Waar gaan de literaire prijzen naartoe? Naar de papieren dichtbundel.' De Vlaamse literatuurwetenschapper (en dichter) doet aan de Universiteit Utrecht promotieonderzoek naar poëzie buiten het boek.

Dat deze vormen zo onderbelicht blijven, komt volgens Van der Starre door de academische literatuurstudie. 'Critici zijn literatuurwetenschappers. Ze zijn dus niet opgeleid om met gesproken tekst om te gaan, dat laten ze over aan theaterwetenschappers. Maar die houden zich niet bezig met performancepoëzie, want voor hen is poëzie het vakgebied van literatuurwetenschappers.'

Om haar literatuurstudenten ervan te doordringen dat optredens onderdeel zijn van de literatuur neemt Van der Starre ze vanavond mee naar de Nacht van de Poëzie.

Ook dichters die in de Nacht optreden hebben zich over de kwestie gebogen. Ilja Leonard Pfeijffer ontketende vijftien jaar geleden met zijn essay De mythe van de verstaanbaarheid een debat over podiumpoëzie.

Kila van der Starre.

'Hij noemde daarin de performancepoëzie, zoals die van Ingmar Heytze, te toegankelijk', zegt Van der Starre, 'omdat ze specifiek geschreven is voor een luisterend publiek. Daarom vindt hij dat soort poëzie 'slecht'. Zijn voorkeur ging uit naar 'moeilijke' poëzie, zoals die van hemzelf, waarvan de betekenis minder eenduidig is. Toch treedt Pfeijffer ook zelf op met zijn gedichten. Al drie keer deed hij mee aan de Nacht van de Poëzie en afgelopen januari zat hij in de jury van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam.'

'Buiten het boek' zijn ook de gedichten die op internet viraal gaan. Het gedicht over de Maagdenhuisbezetting van Maarten Stok bijvoorbeeld, dat van de Universiteit van Amsterdam niet mocht worden voorgedragen tijdens de opening van het academisch jaar, vond via YouTube razendsnel zijn weg naar een groot publiek. 'Zo zie je dat poëzie buiten het boek nu ook een rol speelt bij censuurkwesties', zegt Van der Starre.

Het gedicht OCD van de Amerikaanse poetry slammer Neil Hilborn is op YouTube meer dan tien miljoen keer bekeken en in minstens dertien talen vertaald.

'Mensen over heel de wereld hebben het ook omgezet in animatiefilms, woonkameroptredens, gebarentaal. Ingmar Heytze vertaalde het gedicht naar het Nederlands en nam het op in zijn bloemlezing De veertig van Heytze. Zo vond een Amerikaanse poëzieperformance op YouTube haar weg naar een Nederlandse bundel. Om maar te zeggen, de verhouding tussen bundel en performance blijft verrassen.'

Yannick Verberckmoes

Een gedicht op het podium brengen of een gedicht op papier schrijven zijn twee totaal verschillende vormen voor mij. Ik ga nooit het podium op met het idee dat ik 'poëzie' ga voordragen. Dat wordt al snel zweverig, of ik laat me meeslepen door de ingebouwde cadans, die het gedicht op papier voortstuwt, maar het tijdens het voordragen soms tot iets ijls maakt. Ik zou het overigens lui vinden, want het zou inhouden, dat het voordragen het herhalen is van wat je al hebt opgeschreven. En het is juist in de activiteit ervan, dat dichten op een podium het schrijven kan benaderen. Op papier zoek je naar een manier om iets zo juist mogelijk te verwoorden, selecteer je een woord of een beeld dat precies goed is, zo nauw mogelijk aansluit, om de betekenis op te rekken. Op het podium moet je die beelden opnieuw en concreet maken, niet navertellen. Ik probeer een beeld dan opnieuw te zien, er opnieuw nieuwsgierig naar te zijn, of het wel past, of om wat ik bedoel er in te laten passen, zodat diegenen die luisteren het ook zo zouden kunnen zien. Het heeft veel met controle te maken.

In de opleiding woordkunst aan het conservatorium in Antwerpen krijg ik les van Lucas Vandervost en hij gebruikt soms het woord 'stapelen' wanneer we het over spreken op een podium hebben. Dit wil zeggen dat je een beeld, een woord, een zin, altijd zegt met betrekking tot het vorige en niet naar het einde van je tekst toespreekt. Ik probeer dus in zekere mate het geschreven gedicht geheel te vergeten en het opnieuw op te bouwen, te stapelen, wanneer ik het op podium breng. Dat maakt het ook spannend om te doen. Het kan altijd anders. Soms wordt het gedicht zo meer vormelijk, soms worden wat beelden aan elkaar geregen, soms klinkt het prozaïscher of meer als een mededeling. Dat hangt samen met de ruimte, het moment en de inzet.

Ik draag altijd uit het hoofd voor, om tijdens het spreken afstand van het papier te doen en omdat ik vind dat een papier tussen jezelf en het publiek in staat. Het blijft iets dat je even deelt of niet deelt en het momentane vind ik er juist mooi aan. Dat het vluchtig is, geeft ruimte. Soms pas ik tijdens het spreken nog dingen aan. Op het podium kan ik het telkens opnieuw inkleuren, nog kladversies van dezelfde woorden hebben. Op papier moet ik het inkleuren voor een groot deel aan de lezer overlaten en op die manier mijn gedichten meer uit handen geven. Dat vind ik eigenlijk spannender dan voor een grote zaal staan. Maar voor een zaal als Vredenburg staan, vind ik wel heel spannend. Mijn gedichten zijn nogal intiem. Ik ben benieuwd of het gaat lukken om met zoveel mensen, die die avond al zoveel poëzie hebben moeten verteren, een intieme sfeer te maken. Het lijkt bijna exhibitionistisch.

Eerste dichtbundel: Kameleon (2015): Charlotte van den Broeck (1991).

Charlotte van den Broeck.

Hvannadalshnúkur

Vingertoppen, zuignappen, vooral niet slapen nu

als je niet gaat slapen nu, dan zullen we praten nu

dan kunnen we praten, hier, boven deze lakens

over de bleke heuvels aan de andere kant van het water

de zoden van het gras waarin we zaten

waarin we nog niet samen zaten, zomers

die we afzonderlijk meemaakten, het lichter van onze haren

en het langer van de dagen, hier, boven deze lakens

vooral niet breken nu, de schorpioenen in mijn boekenkast

zijn op reis vannacht, het is veilig nu, de warmte

op de ramen, de damp op je verhalen, het is bijna

ochtend boven deze lakens nog een laatste uur, hier

in mijn lome lendenen, blijf, nog even praten nu

in de lome lendenen van mijn lijf

over: buikholtes, komkommertijd, het verre land in mijn oren

de takken van robuuste bomen langs de klanken van de woorden

hier, koortsdromen, hier, boven deze lakens knoesten van handen

en kommen van dorst, witte lelies voor de woonkamer, de wanden

vergeten blauwdrukken, de onschuld van regenwormen

in een kindermond, we kunnen praten hier, boven deze lakens

Uit de bundel Kameleon van Charlotte Van den Broeck. De Arbeiderspers; 64 pagina's; euro 18,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.