Review

Wat maakt de nieuwe Koch zo onmiskenbaar Kochiaans?

En daar is weer een nieuwe Koch: De greppel. De negende roman van Nederlands succesvolste schrijver, en het wordt geheid weer een bestseller. Hoe doet-ie het, wat is zijn succesformule? Haro Kraak ontleedt de methode-Koch.

Beeld Hollandse Hoogte

Belofte van de uitgever: 'De nieuwe Koch is onmiskenbaar Kochiaans.' De tekst staat fier boven aan op pagina 5 van de aanbiedingsbrochure van Ambo Anthos, waarop De greppel van Herman Koch wordt aangekondigd, zijn negende roman, een verhaal over een burgemeester van Amsterdam die vermoedt dat zijn vrouw vreemdgaat.

Kochiaans - soms is het voor een schrijver voldoende aanprijzing dat zijn nieuwe werk op het voorgaande lijkt. Met zijn laatste drie bestsellers - Het diner, Zomerhuis met zwembad en Geachte heer M. - in het achterhoofd lezen we De greppel, om te ontleden wat dat nou is, de methode-Koch. Wat maakt de nieuwe Koch zo onmiskenbaar Kochiaans?

Herman Koch - De greppel Beeld RV

Het fundament van elke Koch is de hoofdpersoon, uit wie alles voortkomt: de onderhuidse spanning, de typeringen van het milieu, de heldere taal, het onbetrouwbare perspectief. Het zijn ik-vertellers, vrijwel altijd mannen, zelfverzekerd op het arrogante af; 'geen enkele stilte wordt pijnlijk in aanwezigheid van een sterke persoonlijkheid zoals ik', zegt Robert Walter in De greppel.

De hoofdpersonen zijn zich er ook van bewust hoe ze overkomen op de lezer, getuige bijzinnetjes als 'Ik wil hier geen opschepperige verhalen gaan ophangen' of 'Dit klinkt vast en zeker arrogant'. De lezer waardeert deze zelfkennis, en wordt door het 'onder ons'-sfeertje medeplichtig gemaakt aan alle onsympathieke trekjes.

Want die zijn er in overvloed. Nare gedachten over mensen, waarbij de lezer denkt: je mag het eigenlijk niet zeggen, maar het is wel zo. Daar zit de kern van het Kochiaanse: de botsing tussen wat betamelijk is en wat mensen werkelijk vinden. Zo heeft de burgemeester in De greppel het niet zo op democratie. 'Overal waar je mensen inspraak geeft, waar ze mogen stemmen, krijg je er lelijkheid voor terug.'

Burgerlijkheid, ijdelheid, lompheid, middelmaat en kuddegedrag worden sowieso gefileerd door Koch, met veel vertelplezier. Robert Walter ergert zich aan 'grappig bedoelde video's die mensen elkaar doorstuurden bij gebrek aan een eigen gevoel voor humor'. Paul Lohman weigert in Het diner drie maanden van tevoren bij een populair restaurant te reserveren, 'maar kennelijk zijn er mensen die daar totaal geen moeite mee hebben'.

De verteller, zo moet u weten, is een dwars individu. Net als u en ik. Als er iets blijkt uit de populariteit van Koch is het wel dat lezend Nederland massaal neerkijkt op de conformisten, evengoed uit het gepeupel als de elite.

En die dwarsheid biedt morele speelruimte. Op de begrafenis van een medewerker die zelfmoord heeft gepleegd, houdt Robert Walter in gedachten een geestige tirade over hoe dom, lui, laf en egoïstisch suïcide is. En als zijn kerngezonde 95-jarige vader aankondigt dat hij en zijn vrouw euthanasie gaan plegen, is Walters eerste gedachte dat het een aanlokkelijk plan is.

Het zijn dit soort onhebbelijkheden die Koch-personages zo vatbaar voor wantrouwen en jaloezie maken. Ze weten hoe vreselijk mensen zich kunnen gedragen, omdat ze hun eigen slechtheid kennen. In Het diner en Zomerhuis met zwembad leidde dat tegen het eind al tot talloze verdachtmakingen en vermoedens, maar in Geachte heer M. en De greppel zijn de verdenkingen, en de daaruit volgende leugens en het gestalk, de hoofdmoot gaan vormen.

Walter lijkt zeker te weten dat zijn vrouw overspel pleegt met een wethouder, alleen vanwege een aanraking en een lach. In de kleinste details ziet de burgemeester, een 'undercoveragent in mijn eigen huis', aanwijzingen. Poetst zijn vrouw haar tanden anders? Verzint ze een vriendin met wie ze belt of is Sadako een te vreemde naam om te verzinnen? Bluf, dubbelbluf - wederom zwemt de hoofdpersoon zich vast in zijn eigen verbeelding.

Een echte Koch-protagonist is een onbetrouwbare verteller, iets waar de auteur genoeglijk op wijst. Neem opzichtige zinnen als 'Stel dat mijn fantasie met mij op de loop was gegaan?' en 'Vanaf hier verliest mijn geheugen zijn greep op de chronologie'. Koch houdt van mistgordijnen en vaagheden, een van de vele instrumenten waarmee hij spanning creëert.

Vergelijk de eerste zinnen van Het diner en De greppel. 'Ik noem haar Sylvia. Dat is niet haar echte naam - haar echte naam zou alleen maar afleiden', vangt zijn nieuweling aan. En zijn bestverkochte boek begint zo: 'We gingen eten in het restaurant. Ik ga niet zeggen welk restaurant.' Plekken en personen worden zo plaatsen delict en verdachten, de waarheid vertroebelt meteen.

Dit spel met de werkelijkheid is Koch lief. Hij knipoogt naar bekende figuren en plekken, van Harry Mulisch (Geachte heer M.) en restaurant De Kas (Het diner) tot Eberhard van der Laan (De greppel). Dat kweekt verwachtingen en vooroordelen, die Koch gebruikt om de lezer op het verkeerde been te zetten - zijn voornaamste doel in Geachte heer M. en De greppel.

De vertellers houden liefst zo veel mogelijk informatie achter en beginnen verhaallijnen met non-descripte aankondigingen als 'Het gebeurde op de nieuwjaarsreceptie' of 'Er was iets wat niet klopte'. In De greppel lezen we weer tal van onafgemaakte gesprekken, onderbroken op het cruciale moment, of monologen waarbij iemand wegdroomt - heb ik nou iets gemist?

Dan zijn er nog de wendingen, cliffhangers en nieuwe verhaallijnen die telkens worden opgeworpen. Telkens word je op een volgend spoor gezet, vaak een dwaalspoor. Een plotschrijver wordt Koch daarom genoemd, maar dat doet hem tekort: typeringen en karakteropbouw zijn net zo belangrijk in zijn werk.

Weinig passages zijn zo vintage Kochiaans als die waarin Robert Walter Nederlanders in Parijs typeert ('Ze leefden niet. Ze wisten niet dat je ook al midden op de dag van het leven kon genieten') of waarin de buitenlandse Sylvia de regeldrift van Nederlanders beschimpt, met als casus euthanasie: 'Waarom moet alles van de wieg tot het graf geregeld worden?'

Met relatief kleine verhalen over huwelijken en gezinnen weet Koch toch te raken aan grote actuele kwesties, zoals zinloos geweld, politiek cynisme (Het diner) en marktwerking in de zorg (Zomerhuis met zwembad). In De greppel scheert Koch langs migratie, de overvolle hoofdstad ('een ballenbak voor volwassenen'), euthanasie en klimaatverandering. Je zou het behandelen hiervan terloops en subtiel kunnen noemen, maar ook oppervlakkig.

Koch beheerst zijn metier met zo'n achteloze superioriteit dat je het - onterecht - met gemakzucht zou kunnen verwarren. Wat hij doet is vernuftig, bedrieglijk helder en vol frictie. Een belofte van een uitgever is zelden zo waargemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden