AchtergrondLeren van rampenfilms

‘Wat je hier in Nederland zag, met dat hamsteren, zie je in extreme vorm terug in die films’

The Road, gebaseerd op Cormac McCarthy’s inktzwarte toekomstroman.

Films over plotseling ontwrichte samenlevingen heb je in vele varianten. Wat kunnen we leren van dergelijke rampenfilms? 

Le temps du loup staat niet vermeld in de lijst van ‘101 beste films voor preppers’, op happypreppers.com. Tussen de corona-overlevingstips (‘hoe maak je zelf antiviruszeep?’, ‘waarom je ook een beschermende bril nodig hebt’) beveelt deze website voor overlevingshobbyisten wel allerlei andere inspirerende rampenfilms aan: 28 Days Later, Blindness, Contagion, The Day after Tomorrow, The Road en War of the Worlds.

Het ontbreken van het arthousedrama van Michael Haneke is voorstelbaar. Weinig personages gingen zo onvoorbereid de apocalyps in als die in deze naargeestige film uit 2003, waarin de westerse samenleving wordt getroffen door een besmetting van drinkwater en vee. In de openingscène komt een Frans gezin (met Isabelle Huppert als moeder), op de vlucht uit de grote stad, met een auto vol noodboodschappen aan bij het vakantiechalet, waar al een ander (en weinig altruïstisch) gevlucht gezin blijkt ingetrokken. Haneke zet prompt de darwinistische principes van zijn mensbeeld uiteen – je kunt preppen wat je wilt, maar als de buurman met een pistool zwaait, moet je toch je voorraadje afstaan. En zo dwaalt het gezin (minus de doodgeschoten vader) over het duistere platteland, waar schaarste en overlevingdrang elke vreemde tot vijand maken.

Arthouse film Le temps du loup waarin het alledaagse plaatsmaakt voor een gitzwarte, surreële wereld.

In gesprek met het Britse filmblad Sight & Sound zette de Oostenrijkse cineast, altijd spaarzaam waar het de uitleg van zijn films betreft, Le temps du loup (‘wolventijd’) af tegen al die andere apocalyptische films. ‘Het gevaar van rampenfilms uit Hollywood is dat ze zo overdrijven, dat ze de catastrofe als iets aantrekkelijks voorstellen. Iets waarvan we kunnen genieten, omdat het zo onrealistisch is.’

De meeste films op de prepperslijst zijn makkelijk online te vinden en worden sinds enkele weken (weer) massaal bekeken. Wie Le temps du loup – momenteel niet de meest opbeurende film – wil zien zonder de deur uit te gaan, moet speuren op illegale websites; buiten Frankrijk wordt de film momenteel niet aangeboden op streamingplatforms.

Martin Koolhoven, wiens filmprogramma (seizoen 2) deze weken op tv is, deelde eerder deze week online zijn top-5 van favoriete virusfilms op vpro.nl, dat de keuze van de regisseur als volgt aanbeval: ‘Lege schappen in de supermarkten, desolate straten en kantoren, musea die op slot gaan – door het oprukkende coronavirus voelt het alsof we in een film leven.’

Maar helpt dat gevoel ons ook, op een of andere manier? Kunnen we iets opsteken van die rampenfilms? 

‘Films zeggen hoe dan ook altijd iets over het menselijk tekort en de maatschappij waarin ze worden gemaakt’, zegt de regisseur van Oorlogswinter en Brimstone door de telefoon; zoals de meeste mensen zit hij momenteel thuis. ‘Bij het apocalyptische genre moet je er wel bij zeggen dat zo’n film – en drama überhaupt – altijd uitgaat van conflict. Áls het misgaat, dan liefst op de gruwelijkste manier.’

In een van Koolhovens virustips, de horrorfilm 28 Days Later (2002), ontwaakt een patiënt in een verlaten ziekenhuis in rampgebied Londen, waar enkel nog wat zombieachtige ‘geïnfecteerden’ rondstruinen. ‘De overgebleven mensen geven alleen nog om zichzelf, of hun gezin. Ze werken nog wel samen, maar in kleine groepjes.’ 

Regisseur Danny Boyle baseerde zijn film losjes op The Day of the Triffids, de in de jaren zestig al eens verfilmde sciencefictionroman uit 1951 van John Wyndham over een plots blind geraakte mensheid plus wandelende gifplanten. ‘Daar zit dat ook in: dat mensen in feite steeds minder sociale wezens worden, naarmate het gevaar dichter aan hun primaire levensbehoeften raakt. Wat je hier in Nederland zag, met dat hamsteren, zie je in extreme vorm terug in die films.’

De leeggeplunderde supermarkt is een constante in het rampengenre. Anarchisme en consumentisme gevat in één krachtig beeld: moeilijk te weerstaan voor een filmmaker. In Blindness, de verfilming uit 2008 van Jose Saramago’s Stad der blinden, zien we Julianne Moore zich een weg banen door een supermarkt vol hongerige blinden, terwijl ze de eetbare inhoud van haar plastic tas probeert af te schermen. 

Ook de snoep- en drankautomaat die toch nog wat postapocalyptische blikjes cola ophoest, is zo’n cliché. Zo lurkt Cillian Murphy aan z’n Pepsi, op de vlucht voor zombies in 12 Days Later. En laat Viggo Mortensen zijn zoontje die allerlaatste slokjes Coca-Cola proeven, in de verfilming van Cormac McCarthy’s inktzwarte toekomstroman The Road

De thriller Contagion over een virus dat zich razendsnel verspreid.

‘Dat is toch het eerste wat me te binnen schiet, als je vraagt naar rampenfilms’, zegt filmmaker Nanouk Leopold. ‘Altijd weer die mensen die rennen achter zo’n winkelwagentje. Nooit begrepen ook. Onhandige dingen, met die wieltjes. Daar kom je toch niet mee vooruit, als de wereld vergaat?’

Haar favoriete rampenfilm? ‘Toch Stalker, van Tarkovski. Daarin trekken twee mannen door ‘de zone’, waarin alles geïnfecteerd is. Daar is dan een kamer waarin je jezelf ziet, zoals je écht bent. Dat is het allerengste, denk ik.’

Rampenfilms gaan ook over schuldgevoel, meent de regisseur van de drama’s Boven is het stil en Cobain. ‘Het egocentrische wordt afgestraft, want de mens moet zich opofferen. Eigenlijk zijn het daarin ook feelgoodfilms: zo’n megalomane Bruce Willis, die in z’n eentje de wereld redt in Armageddon. Le temps du loup van Haneke vond ik een rare film. Al zijn films gaan over wreedheid in het dagelijks leven, maar binnen zo’n apocalyptische setting vond ik dat gegeven een beetje flauw. Al zou ik zijn film wel willen herzien.’

Of het nu een pandemie betreft, boosaardig buitenaards bezoek of een plotse vrieskou die de mensheid bedreigt: veel van de apocalyptische films gaan over gemankeerde gezinsbanden. Mensen die elkaar, te midden van een ontwrichte samenleving, beter zullen leren kennen. Ver teruggeworpen krijgt de held (soms ook heldin) een laatste kans om zich van z’n beste kant te laten zien. Waardering voor de gewone man staat voorop: die kan vaak meer dan gedacht. Maar er is ook erkenning voor die ene briljante wetenschapper, naar wie eerder niet werd geluisterd. En alle ellende biedt volkeren de kans nader tot elkaar te komen, zie bijvoorbeeld hoe Mexico Amerikaanse klimaatvluchtelingen opvangt in The Day after Tomorrow.

Zo ging Steven Spielbergs filmversie van War of the Worlds uit 2005 eigenlijk niet om die driepotige robotwezens, zei de regisseur eens. Maar wel over de mislukte vader, gespeeld door Tom Cruise. ‘Een man die geen goede band heeft met zijn kinderen, maar nu de allerbeste vader moet worden om hun leven te redden.’ 

Zo bezien biedt een pandemiequarantaine dus ook kansen voor ouders. Wie nu wekenlang thuiszit, kan eindelijk eens die legostad bouwen met zijn kinderen.

Vaak timmeren apocalyptische films op het gemoed door de verwoesting van iconische stadsgezichten: het op aardbevingen golvende Los Angeles uit 2012, of dat overwoekerde Vrijheidsbeeld in Planet of the Apes. Maar de dreiging van corona hult zich ook in schoonheid: die foto’s van een Venetië zonder drommen toeristen, waar het water in de kanalen bij gebrek aan gemotoriseerd vervoer zowaar weer doorzichtig is.

Dick Maas plaatste deze week een zelfgemaakt filmpje van de vrijwel lege Amsterdamse binnenstad online. Unheimisch, maar toch ook mooi. Al ziet de regisseur van De lift zichzelf niet snel een speelfilm maken over corona. ‘Zo’n virus dat onzichtbaar rondwaart, dat is toch iets anders dan die leeuw in Prooi. Je moet wel wat dramaturgische wetten hebben: wat doet zo’n virus, hoe raak je precies besmet? Dat mensen gewoon maar wat rondlopen en dan plots ziek worden, dat is nog niks. Dat is geen film.’

Kom bij Maas ook niet aan met de these dat de corona-uitbraak ‘net een film’ is. ‘De werkelijkheid kún je niet bedenken. Dat mensen met karretjes vol wc-rollen de supermarkt uitrennen, van die gekke dingen. Of dat iedereen in Italië en Spanje uit de ramen gaat hangen om te zingen en te musiceren. Dat heb je nooit in zo’n virusuitbraakfilm gezien, toch?’

Anders dan in de rampenfilm

De Amerikaanse wetenschapper Charles Fritz, pionier in onderzoek naar menselijk gedrag ten tijde van rampen, constateerde in de jaren zeventig dat agressie, massapaniek, plundering en anarchie op zulke momenten juist veel minder voorkwamen dan vaak gedacht. Ook in onzekere tijden handelen mensen relatief logisch en humaan – de meeste althans. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden