Wat is een bos als er niemand kijkt?

De Boekenweek is in aantocht en het Vlaamse tijdschrift Yang lijkt een poging te doen het literaire carnaval voor te zijn....

PETER SWAMBORN

Met 'landschappen' wil Yang minder voor de hand liggende artikelen, reisverslagen en verhalen, zowel oud als nieuw, met elkaar in verband brengen.

Om het thema enige filosofische grondslag te geven, heeft Yang gekozen voor een uit 1913 stammend artikel van de Duitse filosoof en socioloog Georg Simmel getiteld De filosofie van het landschap. Simmel wil in deze moeizaam geschreven (of moeizaam uit het Frans vertaalde) tekst 'het zonderlinge, geestelijke proces verklaren' waardoor in de beleving van een kijker een willekeurige verzameling bossen, struiken en rivieren een schijn van eenheid gaat vertonen. Of is een landschap onafhankelijk van de menselijke waarneming, en is de samenhang tussen bomen, velden en beesten ook aanwezig wanneer er niemand kijkt?

De vraag naar het verschil tussen de beleving van de kijker en

de zogeheten objectieve waarde van hetgeen de kijker ziet is een vraag zo oud als de filosofie zelf, maar blijft op zichzelf de moeite waard.

Het is jammer dat Simmel voortijdig zijn eigen vraagstelling ondergraaft door te beweren dat er naar alle waarschijnlijkheid geen verschil is te vinden. Alleen het gezichtspunt kan volgens Simmel veranderen. De beleving van de kijker en de eenheid van een landschap zijn als oorzaak en gevolg, als vorm en inhoud van elkaar afhankelijk. Ze zijn bovendien inwisselbaar en daardoor aan elkaar gelijk.

Het enige ware probleem is volgens Simmel welke van de twee er het eerst was. Uiteindelijk komt zijn betoog dan ook niet verder dan een breed uitgesponnen de-kip-of-het-ei-redenering.

Het weinig overtuigende niveau van niet alleen Simmels verhaal, maar ook van een aantal andere, hedendaagse bijdragen in Yang wordt in één klap goedgemaakt door een krachtig essay van Aldous Huxley, de Engelse schrijver uit de eerste helft van de twintigste eeuw die vooral bekend werd door zijn roman Brave New World. Zijn Wordsworth in de tropen is een scherpe analyse van de geestelijke ontwikkeling (en, volgens Huxley, ondergang) van de negentiende-eeuwse natuurdichter William Wordsworth.

Wordsworth was, zoals veel dichters, op zoek naar eenheid en samenhang 'bij dag zowel als 's nachts/En aan het water, heel de zomer lang'.

Huxley was echter van mening dat Wordsworth in zijn vroege poëzie een andere weg bewandelde dan later het geval zou zijn. De jonge Wordsworth leek nog in staat zijn natuurobservaties te laten voor wat ze waren: vreemd, verontrustend en zonder symbolische betekenis.

In zijn latere werk meent Wordsworth de natuur steeds beter te begrijpen. Een begrip dat Wordsworth, in de ogen van Huxley, alleen verwierf door moedwillig het onderscheid tussen de mens en de natuur te ontkennen. Wordsworth kon het niet nalaten om, net als Simmel en net als de meeste 'gewone' mensen, tot interpretatie over te gaan. De complexe, onbegrijpelijke natuur moest en zou hij voordat het te laat was onderbrengen in een betekenisvol en daardoor troostrijk systeem dat echter volgens Huxley de werkelijkheid op alle fronten tekortdeed.

Een reis naar de tropen was de oplossing die Huxley in gedachten had voor de in zijn ogen veel te rationele Wordsworth. 'Een paar maanden in het oerwoud zouden hem ervan hebben overtuigd dat de verscheidenheid en de volslagen onbekendheid van de Natuur minstens even echt en veelbetekenend zijn als haar verstandelijk ontdekte eenheid.'

Het geven van betekenis aan iets wat uit zijn aard niet te begrijpen is, zag Huxley als een doodzonde. Het leven in de natuur verschilt wezenlijk van het menselijke leven, en juist in dit niet te bevatten verschil moet voor een dichter de fascinatie liggen.

Huxleys pleidooi voor het onbekende en het inconsequente is misschien niet helemaal vrij van exotiek, en de publicatie ervan in een hedendaags tijdschrift lijkt misschien niet een hoogtepunt van actualiteit. Toch zijn de woorden van Huxley op hun plaats, om niet te zeggen onmisbaar in een tijd waarin weinig mensen plezier beleven aan het fragmentarische karakter van de werkelijkheid en waarin zaken als samenhang en spiritualiteit worden gezien als een simpele vanzelfsprekendheid. Het pleit derhalve voor een tijdschrift als Yang dat het teksten als deze van Huxley beschikbaar maakt.

Peter Swanborn

Yang, uitgeverij Manteau, 33ste jaargang, nr. 4, december 1997, ¿ 19,-

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden