Wat is dít nu, plots?

Sinds zijn debuut wordt hij beschouwd als vaandeldrager van een lichting Vlaamse cabaretiers die zich de laatste jaren nadrukkelijk in Nederlandse theaters manifesteert....

Tóch nog een dansje.Halverwege de voorstelling begint Wim Helsen, Vlaams cabaretier, ineens met zijn ledematen te wapperen op Roof Garden van Al Jarreau. Een kwartier eerder had hij flarden van de tekst al wat mompelend voorgedragen.Het draaiboek was toch anders? Al bij opkomst zou Helsen hoekig swingen, op Dusty Springfields Son of a preacherman. Nu zegt hij: 'Ik heb dat maar drie keer gedaan. Het was te letterlijk.'Zo gaat dat in de fase van try-outs. Schrappen, schaven, schuiven. Wie veronderstelt dat die absurdisten van onder Wuustwezel wars van conventies en tradities de podia ophollen onder het motto dat alles moet kunnen, helpt Helsen graag uit de droom. 'Bij mij is 80 procent in de prullenbak beland.'Roof Garden overleefde de selectie. 'Er was een onderbreking nodig, en aangezien ik piano noch klarinet speel, is het een dansje geworden. De mensen vroegen het ook: gaat u weer dansen, Wim?'Het is anderhalve maand voor de première van zijn tweede programma, Bij mij zijt ge veilig, waarin hij een dictatoriale figuur opvoert - veel meer van het verhaal liever nog niet prijsgeven, dank u. De fase van uitproberen heeft hem in de Betuwe gebracht, in het souterrain van het kleine theater annex restaurant Het Heerenlogement in Beusichem. Daar nipt Helsen (Antwerpen, 1968) in een fauteuil met vervaald bloemetjesdesign aan een watertje, sigaretten permanent onder handbereik.'Ik hoop te verrassen. Dat mensen zeggen: wat is dít nu, plots? En dat ze dan een minuut later in lachen uitbarsten.' Heden soup! was zijn eerste voorstelling. Een outcast met een wollen muts op deelde aan dames in bushokjes soep uit - niet met ballen, maar gehaktlettertjes die een boodschap bevatten - het dansje in die show was op Russian Dance van Tom Waits. Het programma maakte hem tot vaandeldrager van een lichting Vlaamse cabaretiers die zich de laatste jaren nadrukkelijk in Nederlandse theaters manifesteert. De kritieken jubelden, vorig jaar won Helsen de cabaretprijs 'Neerlands hoop' van de vereniging van schouwburgdirecteuren, de VSCD.Heeft het succes hem verrast? 'Eigenlijk niet, nee. In 2002 werd ik tweede op het Leids Cabaret Festival. Daarna trad ik veel op, in Cabarestafette. Ook wanneer ik slecht speelde, gaven reacties na afloop - van publiek, van de theatermedewerkers, van journalisten - me het gevoel dat ik goed zat. Ze zeiden niet: goh, wat leuk. Ze zeiden dat ze ontroerd, geïntrigeerd, of verbijsterd waren. Dat zijn de juiste redenen. Dat geeft zelfvertrouwen.'Over het podium fantaseerde hij pas vanaf zijn vijftiende. Tot die tijd was hij vooral paljas in eigen kring. Het heeft even geduurd. Bediende bij de bank, gids in het museum, redacteur bij Radio 1, achter de tap in het café - 'telkens dacht ik: dit is het voor mij, totdat het begon te vervelen.' Het had theater kunnen worden, maar hij miste de branie daar zonder scholing binnen te stappen. Cabaret is 'laagdrempeliger'.Het is nog de tijd van Springfields Son of a preacherman. Op een zwoele zomeravond is 't Kerkske, ooit van Onze Lieve Vrouwe van Vrede, in Kapellen, vlak buiten Antwerpen, volgestroomd. Wim Helsen komt! Hij is van bij ons. Hij staat op het podium in een wat slordig maatpak en draagt de in Vlaanderen zo populaire monumentale bril. 'En hij is toch zo gewoon gebleven', daagt hij uit.De belichaming van het genre in het landsdeel was tot voor niet zo lang geleden vooral Geert Hoste, met zijn niet al te vileine bespiegelingen over politiek en actualiteit, en publiek dat al geschrokken de hand voor de mond houdt als de komiek het woord 'koning' in de mond neemt. 'Oóóh.' Helsen: 'Het is niet mijn publiek, althans dat hoop ik toch. Misschien is er een kleine overlap.' De zalen in België zitten nog maar pas vol. Zijn werkelijkheid tot voor kort: 'kille sporthallen, met metershoge, lege tribunes op een kilometer afstand van het podium'. En nu: 'nog steeds kille hallen en verre tribunes. Alleen zit er nu volk.' Het is veranderd sinds december vorig jaar. Hij won de VSCD-prijs, de televisie vertoonde fragmenten uit zijn show, de buzz was geboren, en daarna 'is het ontploft'. Het overkomt artiesten in België geregeld: pas na succes in het buitenland gevierd in eigen land. 'Je stuit weer op het negatieve zelfbeeld van de Vlamingen. Ze kunnen zich niet voorstellen dat er iemand onder hen iets produceert wat de moeite waard is .' Waarom het nu wel lukt? 'Er is nu veel talent. Wouter Deprez, Alex Agnew, Gino Sancti, Gunter Lamoot. Dan komt de belangstelling vanzelf.'Roof garden dus. 'Does anyone wanna go waltzing in the garden?' De organiserende stichting heeft voor extra klapstoelen gezorgd. Onder de hoge zoldering van het gewezen koetshuis in Beusichem ruist geregeld gegniffel als het Vlaams voorbij komt. Pistolèke. Amai. Grappig hè, dat taaltje. Na afloop: wat een malloot. Onbegrijpelijk, soms. Maar ook: wat een schat.Helsen: 'Het zogenaamde Vlaams absurdisme wordt geregeld afgezet tegen het engagement van de Nederlanders. Het is niet terecht. Engagement zit ook bij mij. Geen politieke statements, nee. Maar ik ben ook bezig met de mens. 'In Heden Soup! wilde ik een woedende en verongelijkte persoon neerzetten. De neiging belachelijk maken om het eigen onvermogen en de onmacht te projecteren op anderen. In Bij mij zijt ge veilig ga ik wat verder. Ik speel een figuur die gevaarlijker is. Een machtswellusteling die onmacht camoufleert. Kon de gek uit Heden Soup! slechts vrouwen in bushokjes verkrachten, deze man kan een heel volk doen lijden. 'Absurdisme is geen doel. Het is een manier van vertellen. Als je het goed doet, zoals de tekenaars Gummbah en Kamagurka, zit er altijd iets herkenbaars in. Een neiging te kijk zetten, of een achterlijk denkpatroon. Zelfs de flauwste kalendermop is absurd; die bevat altijd een element waarin iemand de werkelijkheid anders begrijpt dan gangbaar is. Het is de gráád van absurdisme die telt. 'België is daar wat meer vertrouwd mee. Bij ons is meer chaos. Rommel. Verschil. Geen identieke huizen. Er is geen nationale identiteit. Nederlanders zijn een duidelijker volk. Over alles is nagedacht. Urenlang gepalaverd. Afspraken gemaakt. De wereld is geordend. 'Belgen zijn meer geneigd die chaos en verschillen in een vertelling te steken, zelf een werkelijkheid te creëren. Ik merk het in de zalen: Vlamingen zijn gemakkelijker mee. Nederlanders hebben graag een kader. Dat maakt ze wat stugger.' De reacties in Vlaanderen en Nederland op zijn grappen lopen nauwelijks uiteen. 'Uiteindelijk lacht iedereen min of meer om dezelfde dingen. Het verschil zit soms in het woordgebruik. Ik kom er gaandeweg achter. In Heden Soup! beschreef ik een mollige vrouw als een vleeskathedraal van een madam. In Nederland klonk gelach. Dat verbaasde me. Maar ik raakte er zo aan gewend dat ik terug in Vlaanderen een stilte liet vallen. Er gebeurde niks.'Was het moeilijk om na zoveel lof een tweede voorstelling te schrijven? 'Het valt mee. Als ik eraan werk ben ik niet bezig met druk. Bij Heden Soup! waren de laatste veertig voorstellingen de allerbeste. Ik had het toen echt helemaal in de vingers. Soms wou ik dat ik nu ook al zo ver was. Maar aan Heden Soup! heb ik langer en moeizamer geprutst dan deze. Als het nu wat flodderig gaat, klamp ik me vast aan de gedachte dat het de vorige keer nog veel erger was.' Hij heeft als hij begint met schrijven alleen een basisidee. In Bij mij zijt ge veilig is de rest van de wereld weg, alleen de zaal is er nog. 'Dat was de enige ordelijke gedachte. Voor de rest is mijn werkwijze inefficiënt en chaotisch.' Randall Casaer, met wie hij aan het eind van de jaren negentig het duo Vrolijk België vormde, leest nog altijd mee over zijn schouder, en adviseert. In een later stadium roept Helsen de hulp in van de Nederlandse regisseur Pieter Bouwman. 'Hij vond het nogal buitenbenig, wat we deden. Maar hij was vanaf het begin enthousiast. Als een van de weinigen, toen nog.' In Kapellen, in 't Kerkske, klampt een gezinnetje hem aan. 'We hebben ons ziek gelachen. Niet te doen, hè.' Of hij nog een boodschap heeft voor de twee zoons, de Seppe en de Floris? Helsen wenst ze op een papiertje een lang leven toe. Kapellens verantwoordelijk cultuurfunctionaris Hilde Seuntjes kijkt goedkeurend toe. 'Vlaanderen is klaar voor cabaret.'Wim Helsen, Bij mij zijt ge veilig. Try outs t/m 7 nov. Nederlandse première: 8 nov., Kleine Komedie, Amsterdam. Belgische première: 26 nov., Het Toneelhuis Antwerpen. www.helsen-williams.be/helsenHalverwege de voorstelling begint Wim Helsen, Vlaams cabaretier, ineens met zijn ledematen te wapperen op Roof Garden van Al Jarreau. Een kwartier eerder had hij flarden van de tekst al wat mompelend voorgedragen.

Het draaiboek was toch anders? Al bij opkomst zou Helsen hoekig swingen, op Dusty Springfields Son of a preacherman. Nu zegt hij: 'Ik heb dat maar drie keer gedaan. Het was te letterlijk.'

Zo gaat dat in de fase van try-outs. Schrappen, schaven, schuiven. Wie veronderstelt dat die absurdisten van onder Wuustwezel wars van conventies en tradities de podia ophollen onder het motto dat alles moet kunnen, helpt Helsen graag uit de droom. 'Bij mij is 80 procent in de prullenbak beland.'

Roof Garden overleefde de selectie. 'Er was een onderbreking nodig, en aangezien ik piano noch klarinet speel, is het een dansje geworden. De mensen vroegen het ook: gaat u weer dansen, Wim?'

Het is anderhalve maand voor de première van zijn tweede programma, Bij mij zijt ge veilig, waarin hij een dictatoriale figuur opvoert - veel meer van het verhaal liever nog niet prijsgeven, dank u. De fase van uitproberen heeft hem in de Betuwe gebracht, in het souterrain van het kleine theater annex restaurant Het Heerenlogement in Beusichem. Daar nipt Helsen (Antwerpen, 1968) in een fauteuil met vervaald bloemetjesdesign aan een watertje, sigaretten permanent onder handbereik.

'Ik hoop te verrassen. Dat mensen zeggen: wat is dít nu, plots? En dat ze dan een minuut later in lachen uitbarsten.'

Heden soup! was zijn eerste voorstelling. Een outcast met een wollen muts op deelde aan dames in bushokjes soep uit - niet met ballen, maar gehaktlettertjes die een boodschap bevatten - het dansje in die show was op Russian Dance van Tom Waits. Het programma maakte hem tot vaandeldrager van een lichting Vlaamse cabaretiers die zich de laatste jaren nadrukkelijk in Nederlandse theaters manifesteert. De kritieken jubelden, vorig jaar won Helsen de cabaretprijs 'Neerlands hoop' van de vereniging van schouwburgdirecteuren, de VSCD.

Heeft het succes hem verrast? 'Eigenlijk niet, nee. In 2002 werd ik tweede op het Leids Cabaret Festival. Daarna trad ik veel op, in Cabarestafette. Ook wanneer ik slecht speelde, gaven reacties na afloop - van publiek, van de theatermedewerkers, van journalisten - me het gevoel dat ik goed zat. Ze zeiden niet: goh, wat leuk. Ze zeiden dat ze ontroerd, geïntrigeerd, of verbijsterd waren. Dat zijn de juiste redenen. Dat geeft zelfvertrouwen.'

Over het podium fantaseerde hij pas vanaf zijn vijftiende. Tot die tijd was hij vooral paljas in eigen kring. Het heeft even geduurd. Bediende bij de bank, gids in het museum, redacteur bij Radio 1, achter de tap in het café - 'telkens dacht ik: dit is het voor mij, totdat het begon te vervelen.' Het had theater kunnen worden, maar hij miste de branie daar zonder scholing binnen te stappen. Cabaret is 'laagdrempeliger'.

Het is nog de tijd van Springfields Son of a preacherman. Op een zwoele zomeravond is 't Kerkske, ooit van Onze Lieve Vrouwe van Vrede, in Kapellen, vlak buiten Antwerpen, volgestroomd. Wim Helsen komt! Hij is van bij ons. Hij staat op het podium in een wat slordig maatpak en draagt de in Vlaanderen zo populaire monumentale bril. 'En hij is toch zo gewoon gebleven', daagt hij uit.

De belichaming van het genre in het landsdeel was tot voor niet zo lang geleden vooral Geert Hoste, met zijn niet al te vileine bespiegelingen over politiek en actualiteit, en publiek dat al geschrokken de hand voor de mond houdt als de komiek het woord 'koning' in de mond neemt. 'Oóóh.' Helsen: 'Het is niet mijn publiek, althans dat hoop ik toch. Misschien is er een kleine overlap.'

De zalen in België zitten nog maar pas vol. Zijn werkelijkheid tot voor kort: 'kille sporthallen, met metershoge, lege tribunes op een kilometer afstand van het podium'. En nu: 'nog steeds kille hallen en verre tribunes. Alleen zit er nu volk.'

Het is veranderd sinds december vorig jaar. Hij won de VSCD-prijs, de televisie vertoonde fragmenten uit zijn show, de buzz was geboren, en daarna 'is het ontploft'.

Het overkomt artiesten in België geregeld: pas na succes in het buitenland gevierd in eigen land. 'Je stuit weer op het negatieve zelfbeeld van de Vlamingen. Ze kunnen zich niet voorstellen dat er iemand onder hen iets produceert wat de moeite waard is .'

Waarom het nu wel lukt? 'Er is nu veel talent. Wouter Deprez, Alex Agnew, Gino Sancti, Gunter Lamoot. Dan komt de belangstelling vanzelf.'

Roof garden dus. 'Does anyone wanna go waltzing in the garden?' De organiserende stichting heeft voor extra klapstoelen gezorgd. Onder de hoge zoldering van het gewezen koetshuis in Beusichem ruist geregeld gegniffel als het Vlaams voorbij komt. Pistolèke. Amai. Grappig hè, dat taaltje. Na afloop: wat een malloot. Onbegrijpelijk, soms. Maar ook: wat een schat.

Helsen: 'Het zogenaamde Vlaams absurdisme wordt geregeld afgezet tegen het engagement van de Nederlanders. Het is niet terecht. Engagement zit ook bij mij. Geen politieke statements, nee. Maar ik ben ook bezig met de mens.

'In Heden Soup! wilde ik een woedende en verongelijkte persoon neerzetten. De neiging belachelijk maken om het eigen onvermogen en de onmacht te projecteren op anderen. In Bij mij zijt ge veilig ga ik wat verder. Ik speel een figuur die gevaarlijker is. Een machtswellusteling die onmacht camoufleert. Kon de gek uit Heden Soup! slechts vrouwen in bushokjes verkrachten, deze man kan een heel volk doen lijden.

'Absurdisme is geen doel. Het is een manier van vertellen. Als je het goed doet, zoals de tekenaars Gummbah en Kamagurka, zit er altijd iets herkenbaars in. Een neiging te kijk zetten, of een achterlijk denkpatroon. Zelfs de flauwste kalendermop is absurd; die bevat altijd een element waarin iemand de werkelijkheid anders begrijpt dan gangbaar is. Het is de gráád van absurdisme die telt.

'België is daar wat meer vertrouwd mee. Bij ons is meer chaos. Rommel. Verschil. Geen identieke huizen. Er is geen nationale identiteit. Nederlanders zijn een duidelijker volk. Over alles is nagedacht. Urenlang gepalaverd. Afspraken gemaakt. De wereld is geordend.

'Belgen zijn meer geneigd die chaos en verschillen in een vertelling te steken, zelf een werkelijkheid te creëren. Ik merk het in de zalen: Vlamingen zijn gemakkelijker mee. Nederlanders hebben graag een kader. Dat maakt ze wat stugger.'

De reacties in Vlaanderen en Nederland op zijn grappen lopen nauwelijks uiteen. 'Uiteindelijk lacht iedereen min of meer om dezelfde dingen. Het verschil zit soms in het woordgebruik. Ik kom er gaandeweg achter. In Heden Soup! beschreef ik een mollige vrouw als een vleeskathedraal van een madam. In Nederland klonk gelach. Dat verbaasde me. Maar ik raakte er zo aan gewend dat ik terug in Vlaanderen een stilte liet vallen. Er gebeurde niks.'

Was het moeilijk om na zoveel lof een tweede voorstelling te schrijven? 'Het valt mee. Als ik eraan werk ben ik niet bezig met druk. Bij Heden Soup! waren de laatste veertig voorstellingen de allerbeste. Ik had het toen echt helemaal in de vingers. Soms wou ik dat ik nu ook al zo ver was. Maar aan Heden Soup! heb ik langer en moeizamer geprutst dan deze. Als het nu wat flodderig gaat, klamp ik me vast aan de gedachte dat het de vorige keer nog veel erger was.'

Hij heeft als hij begint met schrijven alleen een basisidee. In Bij mij zijt ge veilig is de rest van de wereld weg, alleen de zaal is er nog. 'Dat was de enige ordelijke gedachte. Voor de rest is mijn werkwijze inefficiënt en chaotisch.' Randall Casaer, met wie hij aan het eind van de jaren negentig het duo Vrolijk België vormde, leest nog altijd mee over zijn schouder, en adviseert. In een later stadium roept Helsen de hulp in van de Nederlandse regisseur Pieter Bouwman. 'Hij vond het nogal buitenbenig, wat we deden. Maar hij was vanaf het begin enthousiast. Als een van de weinigen, toen nog.'

In Kapellen, in 't Kerkske, klampt een gezinnetje hem aan. 'We hebben ons ziek gelachen. Niet te doen, hè.' Of hij nog een boodschap heeft voor de twee zoons, de Seppe en de Floris? Helsen wenst ze op een papiertje een lang leven toe. Kapellens verantwoordelijk cultuurfunctionaris Hilde Seuntjes kijkt goedkeurend toe. 'Vlaanderen is klaar voor cabaret.'


Wim Helsen, Bij mij zijt gij veilig. Try outs t/m 7 november; Nederlandse première op 8 november in De Kleine Komedie in Amsterdam; Belgische première op 26 november in Antwerpen (Het Toneelhuis)
(www.helsen-williams.be/helsen).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden