beschouwing

Wat is de kunst van een succesvol boekenprogramma op tv?

De diverse voorgangers van Brommer op zee, het nieuwe boekenprogramma op tv, waren niet altijd een onverdeeld succes. Wat werkt wel en wat niet?

null Beeld Olivier Heiligers
Beeld Olivier Heiligers

Toen de NPO in 2019 besloot om na veertien jaar te stoppen met het wekelijkse zondagochtendprogramma VPRO Boeken, noemde NRC-recensent Michel Krielaars dat in zijn column ‘een regelrechte ramp voor zowel de boekhandel, de uitgevers als de schrijvers in ons land’. Want, zo schreef Krielaars, in een tijd waarin serieuze literatuur doorgaans slecht verkoopt is iedere minuut aandacht voor een schrijver ‘van groot belang’.

Verbannen van de tv waren schrijvers vanaf dat moment niet: programma’s als M, De vooravond en Mondo − de vervanger van VPRO Boeken − ontvingen ze. In maart, toen de Boekenweek oorspronkelijk was gepland (die is vanwege corona verplaatst naar de zomer), was er zelfs weer even een heus boekenprogramma op tv: Eus’ boekenclub, gepresenteerd door Özcan Akyol. Maar toch, een wekelijks terugkerend boekenprogramma waarin schrijvers wat uitgebreider inhoudelijk over hun werk kunnen praten, is er sinds het verdwijnen van VPRO Boeken niet meer geweest.

Dat verandert, ongetwijfeld tot vreugde van Krielaars, aanstaande zondag. Dan begint de VPRO met Brommer op zee. Presentatoren Wilfried de Jong en Ruth Joos zullen in het programma, dat is vernoemd naar een kort verhaal van de vorig jaar overleden Maarten Biesheuvel, in afleveringen van 50 minuten twee schrijvers interviewen over hun recent verschenen werk.

Een schrijver interviewen is riskant, zei Michaël Zeeman, eind jaren negentig presentator van Zeeman met Boeken, in 2003 tegen de Volkskrant. Volgens de in 2009 overleden Zeeman kende het schrijversinterview twee varianten, die beide hun eigen valkuil hebben. Óf je spreekt inhoudelijk over een boek, waarna veel kijkers afhaken omdat ze dat boek niet gelezen hebben, óf je voert een persoonlijk gesprek, maar dan is het bezwaar dat het niet over literatuur gaat.

De geschiedenis van het Nederlandse boekenprogramma is geen gelukkige. Al in 1981 beklaagde intellectueel Nederland zich over de ‘leesblindheid’ in Hilversum. ‘Een uitzending waardoor de kijkers oog in oog komen te zitten met de verwondering, ironie, humor, verrassing, inspiratie, denkkracht en wat niet al dat uit een literair werk het volle leven in kan stromen, is een uitzondering’, schreef de Volkskrant destijds.

Een van de redenen dat netmanagers er vaak na enkele seizoenen de stekker weer uit trekken, betreft de kijkcijfers: geen enkel boekenprogramma heeft ooit een miljoenenpubliek getrokken. Maar dat is ook niet zo gek, zei Zeeman in 2003: ‘Vergeet niet: het grootste deel van Nederland is analfabeet. Slechts 2,5 miljoen mensen zijn in staat dagelijks een krant te lezen.’

Het belangrijkste programma voor auteurs, in commercieel opzicht, was de afgelopen jaren geen boekenprogramma, maar De wereld draait door, zegt Eveline Aendekerk, directeur van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB). ‘Boekhandelaren zaten met hun laptop op schoot het boekenpanel van DWDD te kijken. Elk boek dat Matthijs van Nieuwkerk of het panel omhooghield, werd besteld, want dat werd verkocht.’

In het panel bespraken vier boekhandelaren de beste boeken van de afgelopen maand. Aendekerk: ‘Voor een auteur kan het best ongemakkelijk zijn om laaiend enthousiast over je eigen werk te praten. Boekhandelaren hebben daar geen last van. Het is bovendien hun vak om te vertellen waarom een boek goed is.’

Ook de presentator was belangrijk, zegt Aendekerk. ‘Sommige presentatoren komen niet verder dan ‘het is een goed boek’. Matthijs legde zeer inspirerend uit wat hem waarom had geraakt.’

Welke lessen kunnen de makers van Brommer op zee trekken uit de boekenprogramma’s die de afgelopen decennia op de Nederlandse tv werden uitgezonden? V zocht in het archief van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid naar de toonaangevendste boekenprogramma’s en zette op een rijtje wat werkte − en wat niet.

Hier is... Adriaan van Dis Beeld Olivier Heiligers
Hier is... Adriaan van DisBeeld Olivier Heiligers

Hier is... Adriaan van Dis (1983-1992)

8 keer per jaar
770 duizend kijkers
woensdag om 22.10 uur

Het keurige voorkomen van Adriaan van Dis blijkt in zijn boekenprogramma Hier is... Adriaan van Dis (VPRO) soms misleidend, want als interviewer is Van Dis niet altijd gevaarloos. Na zijn vaste openingsvraag − ‘Drinkt u wit, rood of water?’ − draait het in het Amsterdamse café De Ysbreeker geregeld uit op confrontaties.

De bekendste is die met journalist Willem Oltmans, in 1985. Nadat Van Dis onder meer heeft gezegd dat Oltmans ‘de hielen likt’ van de Surinaamse legerleider Desi Bouterse, dreigt Oltmans te vertrekken. ‘Want ik heb je niet nodig. En ik ben ook niet geïnteresseerd in je gelul.’

In het programma spreekt Van Dis in een uur ongeveer drie gasten. Dat bleken in 1987 inmiddels zo vaak schrijvers, dat voor de ondertitel ‘boekenprogramma’ werd gekozen.

De sfeer aan tafel is lang niet altijd stekelig. Het interview met de Franse auteur Annie Cohen-Solal is legendarisch vanwege haar opzichtige flirt met Van Dis, die met wapperende handen zijn gloeiende hoofd probeert af te koelen. De verkoopcijfers van haar biografie van Jean-Paul Sartre explodeerden.

Dankzij de lange lijst boeiende gesprekken, waarvan er veel nog via YouTube te bekijken zijn, is Hier is... Adriaan van Dis, dat in 1988 doorging als Van Dis in de IJsbreker, het best bekeken boekenprogramma dat Nederland heeft gehad. Van Dis mocht later een succesvolle spin-off maken voor De wereld draait door.

Een kanttekening: de gesprekken gaan lang niet altijd over boeken. Het gesprek met Willem Frederik Hermans gaat niet over Nooit meer slapen of De donkere kamer van Damokles, maar over zijn bekritiseerde bezoek aan Zuid-Afrika, waar apartheid op dat moment nog wet is. Als Van Dis hem onderbreekt, omdat het ‘een vraaggesprek’ is, zegt Hermans: ‘Nee, het is een vertelgesprek van mijn kant.’

Zeeman met boeken, met Michaël Zeeman Beeld Olivier Heiligers
Zeeman met boeken, met Michaël ZeemanBeeld Olivier Heiligers

Zeeman met boeken (1996-2002)

maandelijks
60 duizend kijkers
maandag om 23.10 uur

Zeeman met boeken (VPRO) was een programma voor literatuurfanaten: auteur Herman Franke vergeleek het ooit met gelauwerd boekenprogramma's als het Duitse Das literarische Quartett en het Franse Bouillon de culture.

Presentator Michaël Zeeman, een boeken en kunst verslindende intellectueel, bespreekt in het programma met drie literatuurkenners op een rood bankje de nieuwste boeken. Ze gaan daarbij niet voor de kijker op hun hurken. Tijdens het bespreken van de kloeke romans rept essayist Maarten Doorman, rustig rokend in de studio, over het ‘Orpheo-perspectief’ en het ‘cartesiaanse wereldbeeld’.

De vaste gasten, die voor sommige afleveringen meer dan tweeduizend pagina’s moeten hebben gelezen, behoren ook vandaag nog tot de intellectuele voorhoede: naast Doorman zijn dat onder meer Xandra Schutte (De Groene Amsterdammer), Aleid Truijens (de Volkskrant), Bas Heijne (NRC Handelsblad) en Ieme van der Poel (emeritus hoogleraar Franse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam).

Aardig is het om te zien hoe belezen typen als zij boeken totaal verschillend beoordelen. Als Heijne zegt dat Dora Bruder van de Franse schrijver Patrick Modiano ‘meesterlijk’ is, zegt Van der Poel hoofdschuddend dat zij er ‘helemaal niets aan’ vindt.

De toon is ernstig: hier geen joelende of lachende toeschouwers, zoals bij Van Dis. Pas bij het eindshot merk je dat er überhaupt publiek in De Balie in Amsterdam aanwezig is. De drempel van een dergelijk programma blijkt dan ook hoog: nooit keken er meer dan 100 duizend mensen.

Die kijkers zien onder meer de liefde voor literatuur van Kees Fens, de gezaghebbende criticus die in 2009 overleed. Tijdens een inleidend praatje van Zeeman in 2001 blijft hij, de 70 gepasseerd en met ouderdomsvlekken in het gezicht, stoïcijns bladeren door boeken vol gele tabbladen. Over Droomtijd, een dichtbundel van de Groningse dichter C.O. Jellema, zegt hij: ‘Ik ben blij dat ik oud word. Ik vind het steeds indrukwekkender worden.’

VPRO Boeken, met Wim Brands Beeld Olivier Heiligers
VPRO Boeken, met Wim BrandsBeeld Olivier Heiligers

VPRO Boeken (2005-2019)

wekelijks
100-200 duizend kijkers
zondag om 11.20 uur

In een reeks klassieken van de Nederlandse letteren zou Patricia De Martelaere niet voorkomen, zegt Wim Brands in 2013 aan het begin van zijn gesprek met Marja Pruis, die een boek over de Vlaamse essayist heeft geschreven. ‘En wij gaan duidelijk maken waarom dat onterecht is.’

Van Wim Brands, die VPRO Boeken van 2005 tot 2016 presenteerde, hadden schrijvers niets te vrezen, schrijft Haro Kraak in april 2016 in zijn tv-recensie in de Volkskrant, nadat Brands een einde aan zijn leven heeft gemaakt. ‘Hij had het boek goed gelezen, was vriendelijk en stelde geïnteresseerde vragen − geen spoor van effectbejag.’ Brands’ vragen gingen niet over de schrijvers maar over hun boek.

Niet alle afleveringen van het programma, dat aan in totaal 1.200 schrijvers een podium zou bieden, zijn even onderhoudend. Matthijs van Nieuwkerk schreef twee weken geleden in de Volkskrant over ‘vaak bloedeloze bijeenkomsten’.

De interviews van Brands met internationale grootheden zijn dat allesbehalve. Wie hem in 2013 in Israël, voor de reeks Boeken op reis, over rouw hoort praten met David Grossman, die zijn zoon in 2006 verloor tijdens een conflict met Hezbollah in Libanon, wil Grossmans hele oeuvre aanschaffen. Ook de gesprekken met David Sedaris, Karl Ove Knausgård en Annie Proulx zijn fantastisch − en nog terug te kijken via NPO Gemist − omdat Brands twee of drie dagen bij hen thuis mag bivakkeren, wat hem de gelegenheid geeft de diepte in te gaan.

Na de dood van Brands nemen Jeroen van Kan, Carolina Lo Galbo en Tjitske Mussche de presentatie over. De gesprekken blijven boeiend, maar bij hen heb je minder het idee dat boeken de belangrijkste dingen in het leven zijn. Waar Brands het werk van de geïnterviewde vergelijkt met passages uit de wereldliteratuur en per se wil weten waarom een bepaald personage iets heeft gedaan of juist heeft nagelaten, laten zijn opvolgers dat weleens na.

Het programma trekt tussen de honderd- en tweehonderdduizend kijkers. Niet slecht voor de zondagochtend, maar ook niet spectaculair. Het zal deels komen door het gebrek aan effectbejag.

Links: ‘Iets met boeken’, met Jan Leyers en Leon Verdonschot. Rechts: ‘Eus’ boekenclub’, met Özcan Akyol. Beeld Olivier Heiligers
Links: ‘Iets met boeken’, met Jan Leyers en Leon Verdonschot. Rechts: ‘Eus’ boekenclub’, met Özcan Akyol.Beeld Olivier Heiligers

Ook het vermelden waard

In Literaire ontmoetingen (1962-1969, Avro) neemt neerlandicus en criticus H. A. Gomperts in een slecht verlichte studio met schrijvers hun oeuvre door. Met Hugo Claus stipt Gomperts zo ongeveer al zijn boeken kort aan, waardoor je een breed, maar ook wat oppervlakkig beeld van het werk van de Vlaamse schrijver krijgt. Gomperts permitteert zich af en toe een kritische vraag, maar zoals het sluwe interviewers betaamt laat hij het beulenwerk aan anderen over. ‘Ik vind het een mengsel van afschuwelijke clichés en lelijke kitsch’, zegt Gerard Reve in een ingestart filmpje over de boeken van Claus. Waarop Gomperts zich in de studio naar Claus keert: ‘Ja, wat vind je daar nou van?’

In Open boek (1976-1978, NCRV) spreken presentator Judith Bosch en auteur Wim Hazeu met schrijvers en uitgevers over boeken. Ook zijn uitzendingen gewijd aan grote schrijvers, die worden geprofileerd met interviews en korrelige archiefbeelden. Dat klinkt misschien saai, maar als je de literaire opvattingen van iemand als Godfried Bomans kunt leren kennen aan de hand van beelden van de schrijver naast draaimolens in het Californische Disneyland, is dat natuurlijk allerminst het geval. Bomans zegt dat hij naar het pretpark was vertrokken ‘met het idee dat het erg was. Maar ik wist niet dat het zo griezelig was’. Als hij een ‘Sneeuwwitje van gummi en plastic’ ziet, concludeert hij dat ze het sprookje ‘zichtbaar hebben gemaakt’. ‘Daardoor is er geen ruimte meer voor de verbeelding.’

Het tempo van Büch’s boeken (1984-1985, Vara) is hoog: in een aflevering van 40 minuten kunnen zomaar acht interviews zitten. Daardoor is het onvermijdelijk dat sommige gesprekken door presentator Boudewijn Büch worden afgeraffeld. Zo kom je van politicus Neelie Smit-Kroes, staand voor haar boekenkast, niet veel meer over haar boekenvoorkeuren te weten dan dat ze Oriana Fallaci en Theun de Vries fijne schrijvers vindt. Maar dat Büch, die er verder goed in slaagt zijn liefde voor boeken met jongensachtig enthousiasme over te brengen, ook in een kort tijdsbestek mooie gesprekken kan voeren, bewijst hij met een 17-jarig meisje dat van vijfhonderd boeken de openingszin uit haar hoofd kent. ‘Ik lees een boek van tweehonderd pagina’s in een uurtje’, zegt ze. ‘Als ik erin begin, ben ik zo geboeid dat ik er helemaal in opga.’

In Eerste druk met Midas (1999-2000, Vara) gebruikt bioloog Midas Dekkers het boek als kapstok om een vrolijk populair-wetenschappelijk programma aan op te hangen. Na de introductie van Het boek van de stem van Annette Cramer zoekt hij onder meer uit waarom stemmen sexy worden gevonden. Als een zwoele vrouwenstem jam aanprijst met ‘Mmm, met een vleugje cassislikeur’, zegt Dekkers: ‘Dat wordt een geile jam. Ik wil wel een likje.’ Met Karel Knip, schrijver van het boek Alledaagse wetenschap, onderzoekt Dekkers van hoe hoog een ei moet vallen om te barsten. Dat is interessant, maar heeft met boeken weinig te maken.

Als bekend wordt dat Sylvana Simons Kaft (2003, RTL) − een ongelukkig gekozen titel − gaat presenteren, wordt daar lacherig op gereageerd. Zij is dan nog geen politicus, maar vooral de ex-vj van muziekzender TMF. ‘Hopelijk slaat de boekenbabe het boek ook open’, schrijft Remco Campert in zijn column in de Volkskrant. Het hoongelach zwelt verder aan als Simons ineens een bril draagt en ze in de tweede aflevering, waarin ze Geert Mak interviewt, moet toegeven dat ze zijn lijvige werk In Europa niet heeft uitgelezen. Een week later volgt de revanche en toont Simons zich een vasthoudende interviewer. Aan de Vlaming Herman Brusselmans vraagt ze of hij zich kan voorstellen dat mensen beledigd zijn als hij schrijft dat de meeste vrouwen ‘sletten en lamzakken’ zijn. ‘De meeste mensen zijn ook snel beledigd’, zegt hij, waarmee hij de lachers in de studio op zijn hand krijgt. Simons vraagt daarna of hij niet bang is als clown te worden weggezet, waarop een boeiend gesprek volgt over hoe lezers zijn boeken interpreteren. Brusselmans: ‘Als men alleen maar wacht op de volgende oneliner, heb je te maken met lezers die niet echt hun best doen.’

Brommer op zee is niet het eerste boekenprogramma met een Nederlandse en een Vlaamse presentator. In Iets met boeken (2008-2009, VPRO) spreken de uitstekend ingelezen presentatoren Leon Verdonschot (Nederland) en Jan Leyers (Vlaanderen) aan tafel met twee schrijvers over hun oeuvre. Hier blijkt de meerwaarde die het biedt om meerdere schrijvers tegelijkertijd aan tafel te hebben; mooi is het bijvoorbeeld om te zien hoe twee ogenschijnlijke tegenpolen, de welbespraakte en frivole Arthur Japin en de gepijnigd kijkende Erik Vlaminck, hun schrijversleed met elkaar delen − dat nauwelijks van elkaar blijkt te verschillen.

In Moby Dick (2019, BNNVara) spreekt Matthijs van Nieuwkerk met twee liefhebbers over boeken die voor hen belangrijk zijn geweest. Onderdeel van het decor is een groot scherm vol geweldige animaties van literaire figuren. Als Diederik van Vleuten praat over In de ban van de ring, zie je op de achtergrond de oud-hobbit Gollum een oorbel pikken van Hella Haasse. Je leert zowel over de boeken als over de gasten die ze bespreken: Henny Vrienten, zanger van Doe Maar, blijkt een veelvraat van poëzie, het liefst onbegrijpelijke: na het werk van T.S. Eliot is hij begonnen aan Augustinus, de Romeinse kerkvader en filosoof uit de 5de eeuw.

Eus’ boekenclub (2021, NTR), opgenomen in het Deventer van presentator Özcan Akyol, wil van niet-lezers lezers maken. De toon is licht, het decor kleurrijk, en de sidekick is cabaretier Stefano Keizers. In de mooie rubriek ‘De leesclub’ geven rapper Willie Wartaal en kok Yvette van Boven tegenover Peter Buwalda hun mening over diens pil Otmars zonen. Vurig discussiëren ze over personages en verhaallijnen. Wartaal, die al ‘heel lang’ geen literatuur meer heeft gelezen, vindt het ‘een meesterwerk’. Maar omdat een groot deel van de 25 minuten opgaat aan De leesclub, is er voor de andere onderdelen − een gedicht, een debat en een lezer met een merkwaardige boekencollectie − wel erg weinig tijd. Schrijver en illustrator Iris Boter, die boeken over zielige jongetjes verzamelt, heeft een boek gemaakt over het presentatieduo: Eusje en Keijzer. Dat schreeuwt om een toelichting, maar Akyol kijkt het boek niet eens in.

Brommer op zee

‘We gaan twee goede, lange gesprekken voeren met schrijvers over hun recent verschenen boeken’, zegt Wilfried de Jong telefonisch over Brommer op zee, het boekenprogramma van de VPRO dat hij samen met de Vlaamse Ruth Joos gaat presenteren. Auteurs van zowel fictie als non-fictie komen langs in De Hallen in Amsterdam. In de eerste uitzending zijn de dit jaar debuterende Sofie Lakmaker en de Vlaamse acteur en schrijver Josse De Pauw te gast. Brommer op zee begint zondag 18 april om 19.20 uur op NPO 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden