Wat het plezierlijntje allemaal aanricht

De strijd tegen cocaïne kan nooit worden gewonnen, zeker niet als het aanbod in plaats van de vraag centraal staat....

President George Bush sr. wist de oplossing voor de crack-epidemie die in zijn land welig tierde: bombardeer de cocaïnevelden in Latijns-Amerika. Zijn Colombiaanse evenknie reageerde als door een adder gebeten: ‘Bombardeer de Amerikaanse binnensteden, en er zal geen vraag meer zijn naar cocaïne.’

Ziehier: de hypocrisie van de Westerse strijd tegen drugs. We zien verdovende middelen als een kwaad dat ons van buitenaf besluipt, maar de bron zijn wijzelf. Met name de Verenigde Staten voeren al vier decennia een heilige kruistocht tegen de verboden genotmiddelen. Het aanbod, en niet de vraag staat daarin centraal.

Sinds 1970 besteedden de VS circa 500 miljard dollar aan drugsbestrijding – vooral gericht op cocaïne – en momenteel wordt elke twee seconden iemand gearresteerd in verband met drugsbezit. Er zitten meer mensen in een Amerikaanse gevangenis wegens drugs-gerelateerde misdaden dan er überhaupt in Europese gevangenissen zitten, terwijl Europa 90 miljoen meer inwoners heeft.

In de ‘War on Drugs’ winnen overheden soms een veldslag, maar de eindzege is verder weg dan ooit. Zo is de kwaliteit van cocaïne de afgelopen decennia sterk verbeterd, de prijzen zijn gehalveerd en de populariteit is enorm toegenomen. Dat geldt niet alleen voor ‘het witte goud’. In 1970 hadden vier miljoen Amerikanen illegale drugs geprobeerd. Ruim dertig jaar later waren dat er 112 miljoen – meer dan de helft van de Amerikaanse volwassenen. Ironisch genoeg hebben de laatste drie presidenten – waaronder de zoon van Bush sr. – toegegeven een of meerdere soorten drugs te hebben gebruikt.

De Brit Tom Feiling schreef The Candy Machine, een fascinerend boek over cocaïne, ’s werelds populairste illegale genotmiddel. Zijn belangrijkste stelling: de strijd tegen drugs kan nooit worden gewonnen, zeker niet als het aanbod in plaats van de vraag centraal staat. Bestrijding is zelfs contraproductief. Want hoe schaarser de drugs, hoe hoger de prijs en dus hoe lucratiever het wordt om drugs te blijven aanbieden. Landen die toleranter zijn en opzichte van drugs (zoals Nederland), kennen minder gebruikers dan hardvochtige bestrijders, zoals de VS.

The Candy Machine barst welhaast uit z’n kaften van de duizelingwekkende hoeveelheid cijfers, quotes en argumenten die Feiling wist te verzamelen. Geen aspect van ‘de stalen drug’ blijft onbesproken, wat de leesbaarheid van het boek overigens niet bevordert. Waar was de strenge redacteur die Feiling dwong zich te concentreren op de hoofdlijn van zijn betoog? In het uitgaansleven zijn cocaïnegebruikers te herkennen aan hun drang te willen praten om het praten. Feiling lijkt zo nu en dan te willen schrijven om het schrijven.

Evengoed schetst The Candy Machine een onthutsend beeld van ‘de cola zonder cola’, zoals Mexicaanse smokkelaars cocaïne noemen (want ja, nog altijd wordt Coca-Cola gemaakt van cocabladeren, hoewel al ruim een eeuw zonder het psychoactieve bestanddeel; de frisdrankproducent is een van de weinige legale importeurs van coca).

Tot in het kleinste detail ontrafelt Feiling de volledig geglobaliseerde handel met een jaarlijkse omzet van circa drieduizend miljard dollar, wat ongeveer evenveel is als overheden wereldwijd hebben uitgetrokken om de recente financiële crisis te bestrijden.

Feiling bezoekt Colombiaanse boeren die door paramilitairen worden gedwongen coca te kweken, ontmoet Mexicaanse en Jamaicaanse smokkelaars die ware stadsoorlogen ontketenen in hun strijd om de controle over de beste smokkelroutes en spreekt tientallen gebruikers en overheidsdienaars die hen bevechten. Telkens is de conclusie ontluisterend: ons pretlijntje laat een spoor van armoede, corruptie en oorlog achter in de Caraïben, Latijns en Midden-Amerika en tegenwoordig ook West-Afrika.

Feiling weet de oplossing: legalisering. Artsen moeten het middel kunnen voorschrijven aan (verslaafde) patiënten, maar zelfs pretgebruikers moeten cocaïne vrijelijk kunnen kopen. Net als bij alcohol of sigaretten, moet de overheid het gebruik ontmoedigen (door middel van een leeftijdsgrens, hoge accijns, een reclameverbod en goede voorlichting), maar niet onmogelijk maken. Verslaving zal niet toenemen, denkt Freiling, omdat de meeste gebruikers nu ook vrijwel zonder problemen aan cocaïne kunnen komen. Slechts 1,3 procent van hen raakt verslaafd.

De kans op legalisatie is echter nihil, denkt ook Feiling. De vervolgers zijn namelijk net zo verslaafd als de gebruikers. Een door Feiling opgevoerde rechter ziet vijf groepen profiteren: de drugsdealers die miljarden belastingvrij verdienen; tienduizenden politieagenten en andere wetshandhavers die hun baan te danken hebben aan het bestrijden van drugs; politici die herkozen worden omdat ze hun harde kant kunnen laten zien door drugs fel te veroordelen; de beveilingsindustrie die miljarden omzet met het bouwen van gevangenissen en het installeren van autoalarminstallaties en niet in de laatste plaats terroristen en guerrillalegers wereldwijd die hun oorlog financieren met de illegale handel.

‘Het is ongelooflijk maar waar’, zegt de rechter, ‘de good guys en de bad guys hebben een gezamenlijk belang om de status quo te handhaven.’

Er zijn overigens ook politieke consequenties. Bijna alle drugsveroordelingen betreffen zwarten. Amerika is de enige democratie ter wereld waar ex-gevangenen hun stemrecht verliezen. Het gevolg is dat bijvoorbeeld in zuidelijke staten 30 procent van de zwarte bevolking niet mag stemmen. Bush jr. kwam in 2000 aan de macht dankzij 537 betwiste stemmen in Florida, terwijl tweehonderdduizend zwarte ex-gedetineerden niet naar het stemhokje mochten. Zij hadden hoogstwaarschijnlijk op Bush’ opponent Al Gore gestemd. Met andere woorden: een voormalige cocaïnegebruiker (dat wil zeggen: Bush heeft overtuigende aanwijzingen nooit ontkend) won de verkiezingen dankzij de strijd tegen cocaïne.

Evert Nieuwenhuis

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden