Wat gebeurt er als je nu eens echt lang naar een schilderij kijkt?

Een uur lang zitten en kijken naar een museumstuk? Stefan Kuiper, Sheila Sitalsing, Merel Bem en Herman Brusselmans probeerden het uit.

Stefan Kuiper kijkt geconcentreerd naar George Breitners Meisje in witte kimono. Beeld Henk Wildschut

Is de tijd die de gemiddelde bezoeker in een museum doorbrengt voor een kunstwerk nu 9, 17 of 27,2 seconden? Zittend, staand, pratend of in absoluut stilzwijgen. Die teleurstellend korte tijd was voor maandblad Kunstbeeld reden drastische maatregelen te nemen: het sommeerde zijn redacteuren een vol uur voor een kunstwerk plaats te nemen. In de verwachting dat je in die extra 59 minuten en 32,8 seconden meer ziet, andere gedachten krijgt, vreemdere invallen en wellicht groter inzicht.

De Volkskrant heeft het initiatief overgenomen en vroeg schrijver Herman Brusselmans, columniste Sheila Sitalsing en recensenten Merel Bem en Stefan Kuiper dezelfde uitdaging aan te gaan.

Ze togen naar verschillende musea, om 60 minuten te kijken en aantekeningen te maken, oog in oog met schilderijen en snuisterijen uit het al dan niet verre verleden. Hun verslag staat hier afgedrukt. We hopen dat het experiment u ertoe zal aanzetten hetzelfde te doen.

Rutger Pontzen

Slow Art Challenge

Initiatiefnemer van de Slow Art Challenge, de redactie van kunstblad Kunstbeeld, publiceerde afgelopen week zijn eigen bevindingen om een uur voor een kunstwerk door te brengen. Drie redacteuren zaten respectievelijk voor Barnett Newmans schilderij Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III (in het Amsterdamse Stedelijk), de Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan (Gemeentemuseum) en Bas Jan Aders video I’m too sad to tell you (Boijmans). Blijkt na een uurtje kijken naar de video, waarop de kunstenaar in tranen uitbarst, dat huilen ook mooi kan zijn en zelfs een beetje op lachen lijkt.

Meisje in witte kimono, George Hendrik Breitner, 1894. Olieverf op linnen. Rijksmuseum, Amsterdam.

Haar blik. Die is allesbepalend. Zeker, er zijn veel dingen aan Breitners Meisje in een witte kimono die je aandacht vragen, haar lippen, haar stakerige ellebogen, hoe ze als een perfect efemeer wezen over die canapé ligt gedrapeerd. Maar het is haar blik die je geboeid houdt. Het is een blik die we allemaal kennen. Niet de kijk-blik, het soort waaruit concentratie en doelgerichtheid spreekt, eerder de naar binnen gekeerde variant, de afwezige; de blik die zegt: ik ben elders.

In Meisje in witte kimono schilderde Breitner iets wat je helemaal niet kúnt schilderen: mijmeringen.

Een uur lang keek ik naar haar, dit mooie jonge meisje. Dat was in het Rijksmuseum, op een dinsdag, om acht uur 's ochtends, vóór het museum voor publiek opende. Ik had dikke ogen van het slaaptekort. Een aardige, lange suppoost hield me gezelschap. Als om te bewijzen dat ik óók werkte, trok ik mijn schetsboekje. Daarna richtte ik mijn aandacht weer op het meisje.

Ik kende haar. Ik had haar eerder gezien. In Rijksmuseum Twenthe en in Boijmans Van Beuningen was ik haar tegengekomen in de vaste collectie; het zal daar ook zijn geweest dat ik haar leuke naam - Geesje Kwak - en werk - hoedenverkoopster, ik meen in de Jordaan had onthouden; maar deze Geesje, de Rijksmuseum-Geesje, de versie die godbetert bij mij om de hoek hangt, had ik nog nooit goed bekeken. Nu wel. Heel goed. Eerherstel door aandacht.

Het had wel wat, om dat in een leeg museum te doen. Je kon op de grond zitten of liggen en je fantasie de vrije loop laten; zonder toeristen was het makkelijker je voor te stellen dat Geesje speciaal voor jou lag te poseren. 16 was ze volgens het tekstbordje, geen kind, maar ook nog geen vrouw; Breitner echter was met zijn 34 jaar al een hele meneer. Zouden het fijne sessies zijn geweest? Intiem? De verhouding tussen schilder en model spreekt altijd tot de verbeelding, zeker als het model zo'n mooi frêle vogeltje is, maar dat is kijkersromantiek: waarschijnlijk had Breitner al zijn aandacht nodig om het werk niet in de soep te laten lopen.

Een vrij doortimmerd werk, zo stelde ik vast toen ik er eens met mijn neus bovenop ging staan; het was alles geometrische patronen wat de klok sloeg. Kamerscherm, canapé, gestapelde kussens, geel tegen bruin tegen oranje, alles voor de variatie. Die kimono, wit en gedecoreerd met vogeltjes op een kersentak, was dan weer niet geometrisch; die was zwierig en 19de-eeuws bijdetijds en fungeerde hier als welkome dissonant - had Geesje in hotpants op die canapé gelegen, dan was de onderkant van het doek saai gebleven. Over saai gesproken: nu pas realiseerde ik me dat het deel van het schilderij dat werkelijk leeft, de likjes roze en mauve die Geesjes hoofd en ellebogen vormen, nog niet een 50ste deel van het doek beslaan. Hield ik mijn schetsboekje ervoor, ik zag een abstract schilderij, mooi maar vlak. Hier draaide alles om Geesjes mijmerende blik.

Hoe flikte Breitner dat? Het zal iets met de ontspanning in haar gezicht te maken hebben en ook met de manier waarop het hoofd op die elleboog rust en dat je nooit oogcontact kunt maken; de rest, tja, de rest is suggestie. En het werkt. Geesje is geen paspop op een bank, maar een vrouw naar wiens gedachten je kunt raden.

Dat doe je graag. Dan voelt 'n uur nog kort.

Stefan Kuiper

Stefan Kuipers bij George Breitners Meisje in witte kimono. Beeld Henk Wildschut

La réproduction interdite (Verboden af te beelden), René Magritte, 1937, olieverf op doek. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.

11.30 uur Zou hij knap zijn? Leuk? Edward James, Magritte schilderde zijn rug. Een gefortuneerde man die kunstenaars onder zijn hoede nam en zichzelf liet schilderen door Magritte - hij bood de schilder enige tijd onderdak. De dingen die mensen kunnen doen als ze geld hebben. Hoe kwam Edward James aan zijn vermogen? Was hij wellicht bankier? Waren bankiers toen, in de crisisjaren, net zo impopulair als nu? Had ik maar wifi, dan zou ik me verliezen in een digitale zoektocht naar Edward James. Maar ik heb geen wifi, ik moet het een uur zonder zien te stellen.

11.37 uur Zijn nek is lang en slank en rimpelloos. Een fraaie nek. Het jasje valt ruim, te ruim om de smalle schouders. Sympathiek, het moet een sympathieke man zijn geweest. Ik zou zijn nek willen strelen. Heel even maar. Misschien draait hij zich om. Als ik nu het doek streel, vloert de bewaking mij vermoedelijk en moet ik tegen de krant zeggen dat ik het kijken 7 minuten heb volgehouden.

11.41 uur Ontdekking! De lijst om het schilderij is een kopie van de geschilderde lijst om de spiegel. Of niet? Het is niet goed te zien: lijst en spiegelbeeld vloeien in elkaar over.

11.50 uur Het exemplaar van Les Aventures de Gordon Pym dat naast Edward James ligt, is beduimeld en kost 1 Franc. Niks voor een bankier, een goedkope pocketuitgave. Als puber heb ik veel Edgar Allan Poe gelezen, maar dit las ik nooit. Edward James wel? Als ik wifi had, zou ik het opzoeken.

11.57 uur. Een bezoeker loopt langs en wil weten wat we aan het doen zijn, zo midden in een zaal op een krukje, met een camera ernaast. We zijn zelf een kunstinstallatie.

12.00 uur Misschien was het wel een kwast, met zijn achterovergekamde haren vol brillantine. Een rijkeluiskindje, zelf talentloos, dat tegen kunstenaars aanschurkte, op zoek naar grootsheid en meeslependheid. Zou hij teleurgesteld zijn geweest in het resultaat? 'Maar René, waar is mijn gezicht!'

12.06 uur Dit doen langslopende bezoekers met mijn Edward: ze lezen het bordje, doen een stap naar achteren, kantelen het hoofd, werpen een ongerichte blik op het doek en lopen weg. Amper zes seconden. Nog één persoon die Edward zo achteloos bejegent en ik zeg er iets van.

12.11 uur Waarom zie je niet in de spiegel wat zich achter hem bevindt? De tegenoverliggende wand, de huiselijke troep. Zou zijn leven ook zo leeg zijn geweest als dit geschilderde vlak? Och, jongen toch. Andermaal onderdruk ik de neiging tot strelen.

12.15 uur Mensen kijken langer naar ons dan naar Edward. Dáár moet je kijken, wijs ik.

12.21 uur Het linkeroor van Edward James is misvormd. Een bloemkooloor? Als ik wifi had, zou ik het controleren. Deed hij aan judo? Een leuke, royale judoka met een groot gevoel voor humor en absurdisme. Of is het schilderen van oren gewoon heel moeilijk?

12.30 uur Het uur is om. Ik blijf zitten. Ik wacht tot Edward James zich omdraait.

(14.15 uur Thuis. Wifi! Edward William Frank James (1907-1984) was rijkeluiszoon, mislukt diplomaat, géén bankier, dichter, mecenas, liefhebber van het surrealisme en nog veel meer.)

Sheila Sitalsing

Sheila Sitalsing bij Magritte's La réproduction interdite. Beeld Henk Wildschut

Wall Drawing #1084, Sol LeWitt, 2003, acrylverf op muur. Stedelijk Museum, Amsterdam.

Ik ging naar het museum en nam mee: de maandagochtendstress, een forse hagelbui en een loopneus. Moet je nagaan, dacht ik, terwijl ik door de bovenzalen van het Stedelijk Museum in Amsterdam een spoor van waterdruppels achterliet, wat hier dagelijks naar binnen waait aan gemoedstoestanden. En wat daarvan wordt geprojecteerd op de kunstwerken. Inwendig meestal, hoewel er ook mensen zijn die schilderijen aanvallen of er uit frustratie tegenaan wensen te wateren.

Maar dit was niet de tijd om medelijden te hebben met de kunst. Dit was de tijd om iets van de kunst te vragen. Dat was de afspraak. Ik zou een uur lang naar een kunstwerk kijken en in ruil daarvoor zou het kunstwerk mij iets geven. Iets waar mijn gemoed wat aan had. Een eerlijke ruil, meende ik, al geef ik toe dat het gekozen werk geen inspraak heeft gehad. Dus toen ik voor de grote, abstracte, niet per se mooie, wandschildering van de Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt stond, vier afzonderlijke vlakken met felgekleurde horizontale, verticale en (twee keer) diagonale strepen op een zwarte achtergrond in een lege zaal, begon ik onmiddellijk dingen te willen.

Kom op, Wall Drawing #1084, dacht ik. Wat heb je me, afgezien van een epileptische aanval, zoal te bieden?

Er was meteen al stront aan de knikker. Het handschrift van de kunstenaar, daar kon ik naar fluiten. Dat was volgens Sol LeWitt, conceptueel kunstenaar, niet belangrijk. Hij liet de wereld recepten na waarin precies staat beschreven hoe zijn muurschilderingen moeten worden gemaakt. De schildering waarnaar ik stond te kijken, is ooit door de meester bedacht, maar uitgevoerd door assistenten. En zelfs om die handeling ging het niet. Hoe de schildering op de muur was gekomen, deed niet ter zake, het ging erom dat ze er was.

Jaja. En dan wel van mij verwachten dat ik er een uur naar ging zitten kijken? Naar die strepen in zeven kleuren, waarvan vooral de oranje gaten brandden in mijn netvlies, wetende dat het werk net zo goed door robots gemaakt had kunnen zijn?

Ik pikte het niet. Ik ging op zoek naar betekenisvolle menselijkheid, naar bibbers in de acrylverf. Tevergeefs. Elke strook was met dezelfde griezelige precisie op de muur aangebracht. Ik telde de kleuren, keek welke combinaties het meest voorkwamen en of daar wellicht een patroon in zat. Ik schreef de woorden op die in me opkwamen tijdens het kijken. Testbeeld, vliegengordijn, dekbed. Ik liep langzaam op de vlakken met tegenovergestelde diagonale strepen af, maar kreeg behalve duizeligheid niets terug.

Na drie kwartier was ik best moe. Ik ging zitten en voelde toen pas de balk in mijn oog. Waar ik driftig van alles had lopen afdwingen, had Wall Drawing #1084 rustig dit moment afgewacht. Het moment waarop ik besefte dat de schildering al die tijd gewoon had bestaan en niet méér van mij verwachtte dan dat ik dat ook gewoon deed. Dat ik in en uit ademde in die grote lege zaal. LeWitt had gelijk: de handeling deed er niet toe. Wat telde was het concept: een kunstwerk, een kijker. En niets daartussenin. Gek genoeg was dat voldoende.

Merel Bem

Merel Bem voor Sol LeWitts Wall Drawing #1084. Beeld Henk Wildschut

De sixties-kamer, diverse objecten uit de jaren zestig, Huis van Alijn, Gent.

In het museum Het Huis van Alijn, aan de Kraanlei in Gent, kan je niet een uur lang naar een schilderij, beeldhouwwerk, installatie of ander kunstobject kijken, want die zijn daar niet te vinden, welneen, Het Huis van Alijn doet aan evoceren, terugblikken, oproepen, middels het gebruik van eenvoudige voorwerpen, affiches, dingen van vroeger of herkenbare artefacten.

En aldus bezocht ik er een tentoonstelling over de jaren vijftig, zestig, zeventig en tachtig. Elk decennium heeft zijn eigen kamer en daarin vind je een selectie van spullen die gedurende de betreffende tien jaar typisch waren en tot de dagelijkse werkelijkheid behoorden. Ik ging op een krukje zitten in de kamer die de sixties probeerde in beeld te brengen. Ik ben zelf van 1957 en ik voelde meteen een mengeling van nostalgie, herinnering en een vaag terugverlangen naar de tijd toen mijn moeder en mijn vader nog in volle bloei leefden en mijn broer, mijn zusje en ik zich van elke vorm van toekomst nog weinig aantrokken. Kortom, het was wel leuk om daar te zitten en te kijken. Wat ik zag waren haardrogers, waarvan er een de Hair Hostess 2 heette; verschillende soorten panty's (Criflor, du Parc, Danlon); keukengerei (thermosflessen, een ventilator, een dooierklopper, een fluitketel, een kleine weegschaal, ja zelfs een gehaktmolen, allemaal in primitief hard plastic); wasproducten (Daz, Sunil, Vim, Soleil, Spic & Span, Omo, Persil); een Hooverstofzuiger; een Singernaaimachine; een Philipstransistorradio; een Good Nightdeken ; warmwaterkruiken in rubber; een afbeelding in steen van een heel lang uitgetrokken, bijna anorectische Maagd Maria met een piepklein Kindeke Jezus in haar dunne armen; boeken (Ik verwacht een baby, Ik verzorg m'n kind), spelletjes en dingen en leesvoer voor pubers (Elektron, Combat Naval, een Viewmaster, een primitieve microscoop, Door de wijde wereld); jurken en schorten en poetsgerief; een kinderstoel met potje; koekjesdozen met foto's van het koningshuis; iets waarvan ik dacht dat het een pak maandverband was (Regina), en ook iets waarvan ik dacht dat het een dildo in een cilinder van karton was, maar daarin kon ik me vergist hebben. Ik keek mijn ogen uit, ik amuseerde me door die dingen te zien, en van lieverlede begon ik de hele boel ook komisch te vinden, want wat me op een bepaald moment opviel was dat alles gericht was op vrouwen en kinderen, en dat er praktisch niks aanwezig was wat geschikt was voor een man. De curator van dit museum moet welhaast een feministe zijn, en ze had de jarenzestigkamer geconstrueerd voor een jarenzestigweduwe, of een jarenzestig gescheiden vrouw met minstens één kind. Volgens mij was deze weduwe of alleenstaande vrouw een schrijfster, want prominent aanwezig op de formica keukentafel was een Olivettischrijfmachine (model 'Studio 44'). Er was nergens een asbak, terwijl we weten dat in de jaren zestig iedere man zich te pletter pafte. Er waren geen pijpenrekken, speelkaarten, voetbalprenten, stoere werkplunjes en schoenen met stalen punten of pakweg boeken over hoe je de hoeven van een boerenpaard moet ijzeren. Nee hoor, in deze kamer was er niks dat wees op een mannelijke aanwezigheid. Dus wie een grappige, feministische, vol met huishoudrommel gestouwde kamer wil ontdekken die de jaren zestig evoceert, die haast zich naar het Huis van Alijn in Gent. Ik denk dat ik er nog eens terugga, mede om te checken of het ding in die cilinder werkelijk een dildo is.

Herman Brusselmans

Herman Brusselmans in 'de sixties', Huis van Alijn, Gent. Beeld Henk Wildschut

Langer dan in het museum

Natuurlijk gaat er niets boven een bezoekje aan een echt museum, geeft Google Art toe. De website laat foto's met 'extreem hoge resolutie' zien van alle bekende meesterwerken uit de kunstgeschiedenis. Wat blijkt: mensen kijken gemiddeld tweemaal zo lang naar een 'gigapixel'-schilderij dan naar een echt schilderij - een volle minuut. Favoriet nummer één op internet: het schilderij Sterrennacht van Van Gogh (uit het Museum of Modern Art in New York). In de top-10 komt onze Vincent trouwens nog drie keer voor, met De slaapkamer, Zonnebloemen en Veld met irissen bij Arles (alle drie Van Gogh Museum).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden