Beschouwing Wraakfilms

Wat gebeurt er als een vrouw met het verkrachting-en-wraakgenre aan de haal gaat?

Matilda Lutz en Kevin Janssens in Revenge.

Sommige filmgenres zijn als stinkende steegjes die je misschien liever niet in was gelopen. De verkrachting-en-wraakfilm is zo’n steegje. Maar Revenge is gemaakt door een vrouw. Dat verandert alles.

Het is een even bloederig als euforisch moment, in de wraakfilm Revenge, van de Franse cineaste Coralie Fargeat. De heldin wordt over een kringelend bergpad achtervolgd door de man die haar heeft verkracht, wanneer ze een briljant idee krijgt: ze slaat haar zaklamp stuk tegen de rotswand, zodat het pad onder de glasscherven komt te liggen. Als toeschouwer kun je bijna niet wachten tot het zover is en die klootzak met zijn blote voet in dat glas trapt. Had hij maar met zijn tengels van haar af moeten blijven. Hij heeft niets anders verdiend.

Wraak kan op zo‘n moment zó zoet smaken. Wanneer de filmheld wraak neemt op degenen die hem of haar onrecht hebben aangedaan, komt zelfs in de meest vredelievende, doodstraf-afwijzende toeschouwer de beul naar boven. De enige voorwaarde: je moet als kijker genoeg hebben meegeleefd met het leed dat de protagonist is aangedaan.

Dat is in een film als Revenge nogal wat. Revenge, dat vanaf donderdag in de filmtheaters draait, valt in een bijzonder vuige subcategorie van de wraakfilm: de rape and revenge movie, oftewel de verkrachting-en-wraakfilm. In dit genre loopt de ene gruwelestafette met de andere: op de verkrachting van het (doorgaans vrouwelijke) hoofdpersonage volgt haar wraak (of die van haar nabestaanden) op de dader(s) en eventueel ook op ander mannelijk tuig. Het zijn films waarin gedetailleerde taferelen van verminking en verdelging worden gerechtvaardigd door misselijkmakend seksueel geweld. En die je dusdanig met de neus op de feiten drukken, dat je ook als toeschouwer bloed wilt zien.

Intussen kun je je tijdens het kijken van alles en nog wat afvragen. Waarom zou iemand zo’n film willen maken, en waarom zou ik zo’n film willen ondergaan? Welk ‘plezier’ bieden verkrachting-en-wraakfilms en hoe twijfelachtig is dat plezier? Sommige filmgenres zijn als stinkende steegjes die je misschien liever niet was binnengelopen. De verkrachting-en-wraakfilm is zo’n steegje.

Matilda Lutz en Kevin Janssens in Revenge.

Maar wat gebeurt er wanneer zo’n film door een vrouw wordt geregisseerd? Verreweg de meeste vertegenwoordigers van het genre, van uiteenlopende films als Ingmar Bergmans De maagdenbron (1960) en Meir Zarchi’s I Spit On Your Grave (1978) tot Gaspar Noé’s Irréversible (2002) en David Finchers The Girl with the Dragon Tattoo (2011), zijn door mannen gemaakt.

Revenge is een briljante uitzondering op die regel. Debutant Fargeat wilde een alsmaar krankzinniger film maken, zei ze tegen indiewire.com – ‘alsmaar gekker en gewelddadiger en heet en zweterig’ – en in die missie is ze geslaagd. Revenge is extreem indringend, klotsend van het bloed en opgefokt als wat. Bovendien werd zelden zo’n ingenieuze draai aan de conventies van de verkrachting-en-wraakfilm gegeven. Hoe gaat Fargeat met het genre aan de haal?

Filmrecensie Revenge

Lees hier de filmrecensie van Revenge, een film zo zinnelijk dat je het bloed aan je eigen handen voelt kleven (vier sterren).

Verstikkende close-ups

De plot van Revenge volgt het vaste stramien: wanneer de aantrekkelijke Jen (Matilda Lutz) in de afgelegen villa van geliefde Stan (Vincent Colombe) diens ruwe jachtkompanen Richard (Kevin Janssens) en Dimitri (Guillaume Bouchède) ontmoet, weet je dat het vroeg of laat flink mis zal gaan. En dat Jen, door haar belagers voor dood achtergelaten in een ravijn, het heft in eigen hand zal nemen.

Binnen dat standaardverhaaltje zet Fargeat de verkrachting-en-wraakfilm echter meesterlijk naar haar hand. Het opvallendst is de manier waarop de verkrachting wordt gevisualiseerd. Klassieke verkrachting-en-wraakfilms als I Spit On Your Grave en Wes Cravens The Last House on the Left (1972) trekken tientallen minuten uit voor die gebeurtenis, terwijl ook de camera zich aan het slachtoffer opdringt en met verstikkende close-ups komt van haar naar adem happende gezicht. Een gewiekste strategie om je als toeschouwer deelgenoot te maken van de gebeurtenis, zodat je vervolgens ook onvoorwaardelijk meegaat in de wraakzucht. Maar die aandacht voor de verkrachting heeft vaak ook iets buitengewoon ranzigs; alsof de films er zelf geen genoeg van kunnen krijgen.

Fargeat pakt het anders aan. Zodra Richard zich aan Jen vergrijpt, staande voor het raam van de slaapkamer, glipt de film naar buiten, om ultrakorte shots van Jens tegen het glas gedrukte hand en gezicht af te wisselen met beelden van Dimitri, die doet alsof zijn neus bloedt. Frappant is dat Jen steeds meer uit beeld schuift in die vier flitsen van de verkrachting, en uiteindelijk onscherp wordt. ‘Ik denk dat wat buiten beeld blijft, soms gewelddadiger is dan dat wat je te zien krijgt’, zei Fargeat in een interview op vrouwen-blog jezebel.com. Inderdaad: doordat Revenge het tijdens de verkrachting grotendeels bij suggestie houdt, wordt hij in je hoofd des te erger.

Je zou kunnen stellen dat Revenge, door zo’n beroep op je voorstellingsvermogen te doen, je medeplichtig maakt. Dat is een ervaring die dit genre sowieso snel oproept. Alleen al het idee dat je, min of meer voor de lol, een film gaat kijken waarin iemand wordt verkracht, kan je een vies, beschaamd gevoel bezorgen. Dat gevoel wordt nog erger wanneer het verhaal het perspectief van de dader volgt, of wanneer het vrouwelijk hoofdpersonage puur als lustobject verschijnt, bijvoorbeeld via langdurige shots van haar schaars geklede lichaam.

Verrassenderwijs doet Fargeat dat óók, in de eerste twintig minuten van Revenge. Jen wordt herhaaldelijk getoond vanuit het perspectief van de mannen, onder andere via de verrekijker van één van hen. Nog frappanter is de scène waar Jen in slipje naar de koelkast loopt en de camera aan haar achterwerk blijft plakken. Ze is op dat moment alleen in de keuken, dus het shot representeert geen enkele andere blik buiten die van de toeschouwer. Het is alsof Fargeat je met net zo veel geilheid naar Jens lijf wil laten staren als Richard even later doet, wanneer ze in een sexy jurkje voor hem staat te dansen. Wat als die aan Jens kont klevende camerabeweging dat effect sorteert? Ben je dan als toeschouwer medeschuldig aan wat komen gaat?

Misschien is het ook puur en alleen het besef dat Revenge door een vrouw werd gemaakt, dat je aanzet na te denken over zowel de filmische representatie van Jen, als over je eigen reactie daarop. Misschien had hetzelfde achterwerk-shot in een film van een mannelijke regisseur wél als een veroordeling van Jens gedrag gewerkt. Hoe dan ook is het fascinerend dat Fargeat niet aarzelde om dergelijke shots in haar film te verwerken, zonder voor te kauwen hoe je ze als toeschouwer moet interpreteren. En het is minstens zo fascinerend hoe Jen, die aanvankelijk volop geniet van de aandacht die ze krijgt, die zo begeerde, objectiverende blik uiteindelijk volledig van zich afschudt.

Matilda Lutz in Revenge.

Opzichtige symboliek

Een bijzonder dubieus aspect van veel verkrachtings-en-wraakfilms is dat de verkrachting ook iets positiefs blijkt te zijn: ze functioneert als een soort toegangsritueel, als een vuige ceremonie die het vrouwelijke hoofdpersonage sterker, vrijer, heroïscher maakt. Revenge lijkt in dat opzicht een modelvoorbeeld: is Jen aanvankelijk een roze shirts dragende lellebel, uiteindelijk herrijst ze als een in een roestig bruin gestoken, autonome strijder die prima zonder de goedkeurende blik van mannen kan.

Dat gebeurt echter niet zozeer na de verkrachting, als wel nadat ze door de mannen in het ravijn is gegooid. Niet het seksuele geweld, maar de poging tot moord markeert de overgang van de oude Jen naar de nieuwe. En Fargeat schuwt er niet voor om die transformatie met veel opzichtige symboliek te bekleden. Zo wordt Jen tijdens haar val gespietst op de tak van een dorre boom. De punt van de tak puilt als een fallus uit haar onderbuik. Natuurlijk moet ze die houten piemel eerst kwijtraken, voordat ze écht op vergeldingstocht kan gaan.

Toeschouwer wordt medeplichtig

‘Geweld is smerig en lelijk’, zegt regisseur Wes Craven in het audiocommentaar op de dvd van The Last House on the Left (1972), een van de meest controversiële voorbeelden van het verkrachting-en-wraakgenre. In de zenuwslopend lange sequentie waarin twee meisjes door een groep criminelen worden verkracht en vermoord, blijft de camera langdurig gericht op het misselijkmakende geweld. Craven: ‘In het echt zou je in zo’n situatie ook niet kunnen wegknippen of overvloeien naar een zwart beeld. Door niet in de actie te monteren maakt de film de toeschouwer medeplichtig.’

Glasscherf

Voordat dat allemaal te gezocht of gekunsteld gaat klinken: Revenge is een film die met Jens transformatie ook zelf van gedaante verandert, en alsmaar uitzinniger en onrealistischer wordt, op een heerlijk ontspoorde manier. En de vele gewelds-crescendi veroorzaken eerder kortsluiting in je hoofd dan dat je er tijdens het kijken rustig over de symboliek erachter zit te reflecteren.

Zoals in de scène waarin Jens belager in een glasscherf trapt. Tijdens de wereldpremière, vorig jaar op het filmfestival van Toronto, schijnt een (mannelijke) bezoeker een lichte beroerte te hebben gekregen tijdens de tergend lange close-up van de centimeters lange scherf die de man uit zijn voetzool pulkt. Misschien een overdreven verhaal, maar probeer op zo’n bijna fysiek voelbaar moment maar eens helder te denken.

Dat geldt zo mogelijk nog meer voor de finale, waarin Jen haar laatste, zwaargewonde opponent achternazit in villa. Dat zij gekleed is en hij poedelnaakt, kun je beschouwen als de draai die Fargeat aan het zo op vrouwelijk bloot stoelende genre geeft. Maar dat even gehavende als naakte mannenlijf is ook heel praktisch: zo komt het interieur, van muur tot vloer, razendsnel onder een dikke, glibberige laag rood te zitten en verandert de villa in een decor van totale waanzin.

Het zegt allemaal genoeg over de trefzekerheid en het sardonische plezier waarmee Fargeat het verkrachting-en-wraakgenre naar haar hand heeft gezet. Hoe slim bedacht alle omkeringen en variaties ook zijn, uiteindelijk is Revenge vooral een wild beest van een film, smakend naar bloed en ruikend als verschroeid vlees.

Vijf ‘hoogtepunten‘ uit het verkrachting-en-wraakgenre

De maagdenbron (Ingmar Bergman, 1960) / The Last House on the Left (Wes Craven, 1972)

De genealogie van de verkrachting-en-wraakfilm begint al eerder, bijvoorbeeld bij Johnny Belinda (1948), de eerste klassieke Hollywoodfilm die het onderwerp van verkrachting zo expliciet behandelde. Maar vooral met De maagdenbron, waarin een middeleeuws meisje door twee broers wordt verkracht en haar ouders bloedig wraak nemen, kreeg het subgenre duidelijk vorm. Ook omdat Bergmans film zou worden overgedaan als The Last House on the Left: een van de naarste genrevertegenwoordigers, die in de jaren zeventig en daarna vele navolgers kreeg.

I Spit On Your Grave (Meir Zarchi, 1978)

De film die met The Last House on the Left verantwoordelijk was gezien voor de verkrachting-en-wraaktrend in de Amerikaanse cinema van de jaren zeventig en tachtig. Stadsvrouw Jennifer (Camille Keaton) neemt tijdens haar plattelandsvakantie keihard wraak op de hillbilly's die haar molesteerden en voor dood achterlieten. Alleen al het feit dat Jennifer haar verkrachters met seks in de val lokt, maakt er een dubieuze aangelegenheid van.

Ms. 45 (Abel Ferrara, 1981)

Na een dubbele verkrachting ontpopt de schuchtere, stomme Thana (Zoë Lund) zich tot onverzadigbare wraakengel, de straten van New York afspeurend naar mannelijk gespuis. Krankjorum ‘hoogtepunt‘ in de subcategorie van verkrachting-en-wraakfilms waarin de heldin niet kan praten.

Extremeties (Robert M. Young, 1986)

Bloedserieuze genrevariant, waarin Marjorie (Farah Fawcett) de man (James Russo) gijzelt die haar bijna heeft verkracht. Ze sluit hem op, waarop ze verhitte discussies voert met haar huisgenotes, over het grimmige lot dat de man te wachten staat.

Kill Bill (Quentin Tarantino, 2001)

Geen echte verkrachting-en-wraakfilm, aangezien de heldin (Uma Thurman) ook om andere redenen op vergelding uit is. Maar de cruciale scène waarin ze uit haar coma ontwaakt en afrekent met de verpleger die haar stelselmatig heeft verkracht, doet in het klein wat andere films in het groot doen: je deelgenoot maken van het seksuele geweld dat de heldin overkomt, zodat je vervolgens volop zin krijgt in haar wraak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.