Wat doet die kip in het aquarium?

Makreel voelt zich in mayonaise als een vis in 't water

Fens Kees

Nog wonderlijker dan het boek - een jaarboek van gebeurtenissen, waarin eten of drinken een grote of kleine plaats heeft - moet de ontstaansgeschiedenis ervan zijn. Dit is een wonderlijke tekst: ''Voor zaaizaad is het beste maar juist goed genoeg', aldus D.J. van der Have, 'boomkweker en tuinarchitect in Kapelle bij Goes (Zd. Beveland), Tel.No 3', in de Prijscourant voor het jaar 1926-1927, die vanaf vrijdag 26 februari op aanvraag wordt toegezonden'.'

In het prospectus van de boomkweker komen veel fruitbomen voor, daar wordt in het boek lustig uit geciteerd (alleen al 58 variëteiten winterappelen), zodat aan de eetcode van het boek is voldaan. De geciteerde zin is fraai en degelijk geformuleerd, rond en stevig als een winterappel. Dat geldt voor vele stukken en stukjes in het boek: de auteur is een prima organisator van feiten. Dat het stuk over de boomkweker en zijn aanbiedingen het kalenderblad van de 26ste februari vult, spreekt.

Het stuk is wonderlijk naar de inhoud. Een handelstekst van tachtig jaar geleden - handelend over bijna niets, onthoud het: het hele boek gaat op een superieure manier over bijna niets - blijkt ook door zijn ouderdom curieus, informatief en vooral amusant. Hier ontstaat de vraag naar het grotere wonder: hoe bemachtigt men zo'n tekst. Eén te vinden is mogelijk, maar tientallen, dat opent een mysterie.

''Conclusie: De N.V. Pinda Mij te Hilversum brengt in den handel producten van zeer goede kwaliteit op hygiënische wijze bereid en verpakt (onder controle Ned.Veg.Bond)', verklaart de Hilversumse arts en natuurgenezer Y. Hettema - toekomstig auteur van De leer van het gezonde leven - schriftelijk op 25 april 1922'.' Er staan nog enkele gezagvolle reclamezinnen in het stukje, zoals de door drie medici op 20 maart 1917 opgestelde verklaring 'Pindakaas, voedingsmiddel van zeer hoge voedingswaarde.'

Waar vindt men dit? Waar moet men zoeken naar aanbevelingen van voedselfabrikanten van zestig, zeventig jaar geleden - altijd geschreven in een deftig Nederlands, altijd met graagte geciteerd en in elk geval door mij met graagte gelezen. Ik heb vele theorieën over de herkomst van de allemaal echt gebeurde wonderlijke teksten (veel uit kranten, De Gooi- en Eemlander wordt nogal eens geciteerd, schitterend uit de editie van 31 juli 1907) tijdens het lezen van het boek bedacht; ze zijn gezocht en dus niet goed; het wonder blijft, ook over het meest mysterieuze verschijnsel: hoe vind je een voor elke dag geschikte, want gedateerde tekst?

Natuurlijk kijk je eerst bij 29 februari . 'Slasaus van Rossini' heet het schrikkelkalenderblad. Het begint zo: 'De Italiaanse componist Gioarcchino Antonio Rossini wordt in een schrikkeljaar in Pesaro geboren (in 1792 is de negenentwintigste februari een woensdag) als zoon van de stadstrompetter.' Leve het geluk van de details. Op zijn 37ste gaat hij rusten, en hij wijdt zijn verdere leven onder meer aan eten en koken. En dat wordt ons in anekdotes en gerechten, al of niet door hem bedacht, opgediend. Op 29 februari (volgend jaar mogelijk) verlaten wij een rijke tafel en laten we een schitterende veelvraat achter.

Soms verdwijnt het eten of drinken - de begrippen ruim te nemen, eet- en drinkgelegenheden vallen er ook onder - in het hoofdverhaal. Dat zijn niet de gelukkigste stukken, vind ik. Veel lezen en als beloning een kruimel. Een enkele keer krijgen we alleen maar eten te lezen, de dag als een menu, als in het op 25 juni geplaatste 'Banket', waar het banket van de Franse president Poincaré met de Londense burgemeester in 1913 in de Guildhall wordt beschreven. Smakelijk eten, maar dan is het uit.

Men hoopt in dit handboek van de petite histoire toch wel op een tragisch of komisch einde.

Helaas, 'ijs' is het laatste woord. (Men kan het stukje natuurlijk ook lezen als het verslag van een galgenmaal, de Eerste Wereldoorlog komt eraan en die maakt ook een einde aan de 19de-eeuwse overdaad van dineren en souperen.) Na deze lic

hte kritiek haast ik mij het allergrootste wonder van het boek te noemen: de gevarieerdheid van de teksten. Ze hebben hun vindplaatsen in vele delen van de wereld en in enkele eeuwen. Ik zie een hoogst merkwaardige bibliotheek voor mij.

Het boek heet Wat doet die kip in het aquarium? - Een jaar eten en drinken. De schrijver en vindingrijke samensteller is Adriaan de Boer. Hij was jarenlang redacteur van de Volkskrant en schreef in deze krant zijn laatste jaren - samen met Wouter Klootwijk - vooral over eten en drinken; samen publiceerden zij het definitieve boek over de haring (dat die vis enkele keren in dit boek aanwezig is, is niet verwonderlijk). De ondertitel van het boek kan misleidend zijn: weer een boek met recepten en strikte eetverhalen. Het zal duidelijk zijn dat dit boek veel relaties heeft met keukens en kelders, met smeren en smakken, maar dat het toch vooral in de familie van het historische en culinaire dadaïsme geplaatst moet worden, en in de malle wereld van de marginalia: de rare krantenberichten die eens als bladvulling dienden. Maar van de vulling heeft De Boer steeds een volwaardig verhaal gemaakt.

Laat ik het boek dan maar een verhalenbundel noemen. Een van de leukste die ik in tijden heb gelezen. Ik ben op de toekomstige lezers een jaar vooruit, geloof me: het jaar van De Boer kent geen inzinkingen, die ontmoedigende kwaal waaraan het gewone jaar lijdt.

De mooiste zin uit het boek - uit een reclamefolder voor Deense viswaren - is deze: 'De makreel voelt zich in de mayonaise als een vis in het water.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden