'Wat doelman Agu overkwam, is onze ergste nachtmerrie'

De dorre Afrikaanse grond is rijk aan voetbaltalent. Een éénmaal aangetrokken door westers kapitaal groeien vaardige voetballers soms razendsnel uit tot idolen....

door Jan Antonissen

WIE HEM heeft gezien, vergeet hem niet. Alloy Agu. Zijn lange armen, zijn immer gezwollen borst, zijn van beton gegoten lichaam. Hij was de zwarte panter van Maastricht, de redder van MVV, de rijzige doelman van het Nigeriaanse nationale elftal. Een hoekschop onderschepte hij bij voorkeur met één hand, een afstandsschot maakte hij met de borst dood. Agu was een keeper die, als je hem niet tegen zichzelf in bescherming nam, de bal voor het uittrappen nog even tegen de lat zou kaatsen.

In het voorjaar van '91 beleefde hij zijn finest hour in zijn eerste maanden bij zijn eerste Europese club. MVV had hem, via een ingewikkelde juridische procedure, naar Maastricht gehaald. Voor zijn contract had de club niet het grote geld uitgetrokken. Agu was, bij wijze van spreken, met de collectebus van de middenstand gekomen.

Iedere neringdoende in de stad deed zijn duit in het zakje. De doelman kreeg een vakantiehuisje tot zijn beschikking, zijn auto liet hij bij de tankstationhouder in de buurt gratis vollopen, en ook de bakkers hoefden geen vergoeding voor hun waar. In Nederlands-Limburg werd Agu een jongen van het volk. In zijn eentje behoedde hij MVV voor degradatie. En als de topclubs op bezoek kwamen, pakte hij uit - ten gerieve van de fans.

Agu heerste in zijn strafschopgebied. Hij creëerde zijn eigen magische universum waar hij, een handje geholpen door God, alle slechte invloed weerde. Een tegendoelpunt was een ongelukje, niks om je over op te winden. Agu, altijd in donkere uitrusting, straalde rustige klasse uit.

Agu maakte kennis met andere uitgeweken Nigeriaanse voetballers. Over de grens zag hij hoe Sunday Oliseh en Victor Ikpeba door Club Luik in luxe appartementen werden gehuisvest. Hun salaris was van een andere orde. Het stak Agu de ogen uit. En hij nam een noodlottige beslissing: aan het einde van zijn tweede seizoen bij MVV vertrok hij naar Luik. Wat hem daar overkwam, is volgens de toenmalige trainer Eric Gerets voer voor psychologen: 'Opeens hield Agu geen bal meer vast.'

'Agu is geflikt', zegt Victor Ikpeba. 'De Walen hadden liever Jean-François Lecomte in het doel staan.' Sunday Oliseh is het daarmee eens. 'Wat Agu overkwam, is onze allerergste nachtmerrie in het buitenland: de ploeg die zich tegen je keert.' Agu herstelde niet meer van de opdoffer, ging door Europa zwerven. Bij het Turkse Kayserispor werd hij voor het laatst gesignaleerd. Daarna keerde hij naar Nigeria terug, al weet niemand waar hij nu precies uithangt. Of hij nog voetbalt, is een raadsel.

Agu is geen alleenstaand geval. Talloos zijn de Nigeriaanse internationals van het eerste uur die in Europa mislukten. De enige die al in de jaren tachtig slaagde was Stephen Keshi, niet toevallig een verdediger. Aanvallers waren overgeleverd aan de grillen van hun talent. Tovenaars waren het, wier flitsen een wedstrijd konden beslissen.

De eerste generatie Nigeriaanse voetballers bestond uit artiesten die het westerse rendementsdenken niet beheersten. Een balletje honderd keer hooghouden? In je nek leggen? Met je achterwerk doodmaken? Ze hadden allemaal blootsvoets gevoetbald op het zand waarop een bal alle kanten uitschiet. Dat was geen probleem. Ze raakten verstrikt in de netten van malafide makelaars. Ze werden verlamd door de tactische schema's van trainers die het liefst met elf robotten zouden spelen.

Goede trainers laten voetballers voetballen en daarmee uit. Een goede trainer zet zijn elf beste spelers op de juiste plaats, richt een woordje tot de groep, en steekt een konijnenpoot op zak. Maar neen, trainers vinden knijpende backs uit en inschuivende libero's. Ze bezetten de flanken dubbel. Ze noemen gehoorzaamheid een deugd. Ze verwarren kracht met klasse. Ze analyseren het spelletje stuk. Ze klonen de ziel van het voetbal.

J OHN ETIM gold niet alleen vanwege zijn uitzonderlijke voetbalkwaliteiten als de Maradona van Afrika. Hij had in de eindronde van het WK in Italië bij honderden miljoenen kijkers de paringsdans met de hoekschopvlag moeten introduceren. En niet die gereanimeerde opa, Roger Milla, die met Kameroen tot de kwartfinale doordrong.

De Ontembare Leeuwen uit Kameroen hoorden niet op de Mondiale thuis maar de Groene Adelaren (Green Eagles) uit Nigeria. Alleen, de heren hadden het raadzaam gevonden, voor de beslissende interland in Kameroen, op het tarmac van de luchthaven in Lagos met de bondsbestuurders te redetwisten over de hoogte van de premie in geval van kwalificatie. Als ze hun zin niet kregen, dreigden ze thuis te blijven. Met vijf uur vertraging steeg de klaarstaande Hercules op. Nigeria ging in Kameroen roemloos ten onder.

Met John Etim ging het van kwaad naar erger. Hij werd in Lier betrapt op het gebruik van doping. Hij werd bij verstek veroordeeld voor de verkrachting van twee minderjarige meisjes. En bij een nachtelijke ontsnapping uit het oefenkamp van de nationale ploeg werd hij in het been geschoten. Exit Etim.

De Nederlandse bondscoach Clemens Westerhof veranderde de naam van het Nigeriaanse team in Super Adelaren (Super Eagles). Hij maakte er een goed georganiseerde falanks van, die niet terugdeinsde voor vechtvoetbal. Tegenstanders werden genadeloos afgebluft. Het was hoog tijd voor een prijs, riep Westerhof. Sinds 1980 was Nigeria niet meer Afrikaans kampioen geweest. In '94 was het eindelijk zo ver: Nigeria was weer de kampioen van het continent. Maar waar was het raffinement gebleven?

Op 5 juli '94 meldde zich de rechtmatige erfgenaam van de nalatenschap van Agu en Etim in Boston: Austine 'Jay-Jay' Okocha, bijgenaamd the hiphop king. Twintig jaar, donkere snor, glinsterende oorring. En een zweem van overgewicht die een gezonde afkeer van lopen liet vermoeden - het waarmerk van de uitzonderlijke voetballer. Okocha stond onverwacht aan de aftrap van Nigeria - Italië, de achtste finale van het WK in Amerika, de belangrijkste wedstrijd uit de geschiedenis van de groenwitte Adelaren.

Na een halfuur kwam Nigeria op voorsprong. Italië zette met de moed der wanhoop de achtervolging in. Sterspeler Roberto Baggio raakte geen pepernoot. In de drie voorgaande wedstrijden had hij niet één keer gescoord. Okocha greep de gelegenheid aan zijn virtuositeit te demonstreren. Hij deelde fijne steekpassjes uit, dolde verdedigers en vergat ook de liefhebbers op de tribune niet.

In de tweede helft werd de toestand hopeloos voor de Azzuri; Gianfranco Zola was voor een uitgelokte overtreding uit het veld gestuurd. Tien Italianen tegen elf Nigerianen. De vernedering van een gereputeerde tegenstander kon beginnen. De Nigerianen speelden de bal rond, maakten 'm ongrijpbaar voor de radeloze Italianen. Af en toe deed de master of ceremonies, Jay-Jay Okocha, er een schepje bovenop. Gooide er een vernuftige passeerbeweging uit of gaf Roberto Baggio en passant een aai over de bol. Het was de goden verzoeken. Eén minuut voor tijd maakte Baggio gelijk. In de eerste verlenging besliste Baggio de wedstrijd uit een strafschop.

In het Nigeriaanse kamp brak de hel los. Niet Okocha maar Clemens Westerhof was de klos. Hij werd ervan verdacht de boel met opzet verlinkt te hebben. De sfeer was ronduit vijandig. 'Ik heb te veel Igbo's meegenomen', zei Westerhof. 'Te veel voor één selectie.'

Igbo's zijn één van de drie grote etnische stammen in Nigeria. Doorgaans zijn het grote, sterke mensen met een onwaarschijnlijke trots. Full-time individualisten die de ruggengraat van de nationale ploeg vormen. Aan het einde van de jaren zestig ontketenden de Igbo's de Biafra-oorlog in een poging zich af te scheiden van een land waarin de macht bij anderen berust. De opstand mislukte.

Nigeria werd, meer dan tevoren, de Balkan van West-Afrika, een natie die onder de voortdurende dreiging van een burgeroorlog leeft. Elke vonk kan een explosie veroorzaken. Lagos is de stad waar de wetteloosheid heerst van onderbetaalde militairen en leden van de gevreesde veiligheidsdienst, allemaal op zoek naar een kleine bijverdienste. In Nigeria regeert de corruptie. Voetbal, zegt men, is het enige wat het land nog samenhoudt. Het bindteken tussen tweehonderdvijftig verschillende etnische stammen, al kunnen het er ook honderd meer zijn.

In Nigeria is voetbal een staatszaak. De gouden medaille van Atlanta was de eerste internationale erkenning van een natie die sinds de terechtstelling van schrijver en mensenrechtenactivist Ken Saro-Wiwa door het Westen wordt geboycot. Het prachtige spel van de Adelaren was een gedroomd alibi voor het bewind van generaal Abacha. Een land dat zulke mooie voetballers voortbracht kon niet helemaal verdorven zijn.

Zingend reden de Nigerianen naar het stadion, zingend namen ze de kleedkamer in, zingend liepen ze vanuit de catacomben naar het veld. Op het veld staken ze nog snel de koppen bij elkaar voor een oecumenische gebedsstonde van moslims, christenen en aanhangers van de zwarte magie. En wat gaven ze het spelletje een vaart. De Nederlandse coach Jo Bonfrère slaagde er als eerste in Nigerianen als Nigerianen te laten voetballen zonder de randverschijnselen van zelfoverschatting en roekeloosheid.

Na de triomf stapte Jo Bonfrère op. Hij was de tegenkanting van de minister van Sport zat. Met de Fransman Philippe Troussier kwam de achttiende buitenlandse coach in dertig jaar. Troussier leek geschikt voor de baan. Een doorgewinterde Afrika-ganger, een ijzeren moreel. In het holst van de nacht toog hij naar een kapel diep in het woud van Enugu om er van mannen in een lang wit habijt de zegen over zijn team af te smeken. De mannen keken er niet van op - Bonfrère was er ook geweest. Troussier slaagde met de hulp van boven in zijn opdracht: Nigeria kwalificeerde zich als eerste land voor het WK in Frankrijk. Daarna volgde zijn ontslag.

Bora Milutinovic is de nieuwe bondscoach van Nigeria. De Nigerianen zijn er gerust op dat ze in Frankrijk hoog zullen eindigen. Wie af en toe internet raadpleegt, kan zich daarvan vergewissen. De reacties op de loting waren uitgelaten. Met tegenstanders als Spanje, Bulgarije en Paraguay was Nigeria in de sterkste groep uitgeloot, so what? Argentinië en Brazilië en Duitsland waren ontlopen. En als het moest, zouden ook die landen soldaat worden gemaakt.

INTUSSEN heeft Nwankwo Kanu, na anderhalf jaar inactiviteit, zijn officiële entree in de Italiaanse competitie gemaakt. De flegmatieke schaduwspits van Inter Milaan lijkt net op tijd van zijn hartkwaal hersteld. In een vraaggesprek liet hij alvast optekenen dat Nigeria de finale zal spelen. Over de uitslag repte hij met geen woord. 'God heeft me beloofd dat alles voorspoedig zal verlopen.'

Als God een hart voor voetbal heeft, stuurt hij versterking naar Frankrijk: een engeltje op de lat van Nigeria. Het engeltje van Agu.

Giganten van Afrika, door Jan Antonissen en Vincent Loozen. Uitgeverij Van Halewijck, Leuven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden