essay

Wat doe je als schrijver van een toekomstroman, als de realiteit je boek dreigt in te halen?

Haro Kraak (35) schreef een roman over een volk dat zich terugtrekt op een eiland. Intussen begonnen mensen in Nederland hardop te dromen van een nieuwe vrijstaat. Wat doe je als schrijver met een werkelijkheid die van zichzelf soms al satirisch lijkt?

Haro Kraak
null Beeld  Michel Keppel
Beeld Michel Keppel

Er was een relletje. Ik had me voorgenomen om die dingen niet te volgen vanuit mijn schrijfkamertje zesduizend kilometer verderop, waar ik me zes weken lang had opgesloten om aan een roman te werken. Maar nu zat ik toch een lang essay door te ploegen van een Nederlandse politicus over een Franse schrijver in een Amerikaans blad. Het essay had nieuws opgeleverd. In de koppen stond iets over abortus.

Dit móét ik lezen, dacht ik, hier schrijf ik over.

Het is nu moeilijk voor te stellen dat mensen destijds verbaasd waren over de uitspraken van Thierry Baudet in zijn essay over het werk van Michel Houellebecq in het conservatieve blad American Affairs. Zo werkt het almaar uitdijende universum van Forum-waanzin dat hij heeft gecreëerd: het einde is nooit bereikt. En zodra hij de grens verlegt, lijkt de vorige alweer mee te vallen. Maakten we ons toen dáár druk over?

Ja, in 2019 was het nog opmerkelijk dat Baudet toenadering zocht tot het conservatief-christelijke gedachtengoed. In glibberige bewoordingen gaf hij (de emancipatie van) vrouwen de schuld van het groeiende aantal echtscheidingen, het dalende geboortecijfer en het algehele verval van geborgenheid in de cultuur.

Bevrijding, betoogde hij, leidt zelden tot vrijheid. De individualisering was volgens hem zo ver doorgeschoten dat je in Nederland ‘zelfs’ abortus en euthanasie kon plegen – door hem werd het in cynischer woorden beschreven. Alles om de vrijheid van het individu niet te beknotten.

Drie jaar later klinkt dit nog redelijk in vergelijking met de uitspraken van FvD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen. Een abortus mag van hem alleen plaatsvinden in geval van verkrachting, incest, levensgevaar voor de moeder of ernstige afwijkingen bij het kind. Hij wil de vrouw bij een zwangerschap van langer dan tien weken verplichten een echo te bekijken.

Ik probeer de gedachte te verdringen dat het waanzinvenster over een paar jaar zo ver is opgeschoven dat we zelfs hier niet meer van opkijken. Ik sluit het niet uit.

Naar de knoppen

Deze week verschijnt mijn tweede roman, Het water bewaart ons. Zes jaar geleden bedacht ik een verhaal over een volk dat zich na een klimaatramp op een eiland heeft afgesloten van de samenleving. Ik was geïnspireerd door het ondergangsdenken dat ik aantrof als journalist, en de reactie daarop: terugtrekking in eigen kring. Vooral bij de nieuwe radicaal-rechtse zuil waren mensen overtuigd van de naderende apocalyps. Maar je ziet soortgelijke sentimenten veel breder.

We staan op een punt in de geschiedenis waarop vrijwel iedereen – op beroepsoptimisten na – denkt dat de wereld naar de knoppen gaat. De ene kant vindt dat de beschaving in verval is, de andere kant ziet dat de planeet onleefbaar wordt, de kritische klasse spreekt van een ongekende democratische crisis en de meerderheid van de mensen denkt dat onze telefoons ons afstompen en opjagen en dat de welvaart, vooruitgang en vrede uit de tweede helft van de 20ste eeuw (voorlopig) niet terugkomen.

Daar moet ik wat mee, dacht ik, zonder goed te beseffen dat de wereld in de jaren daarna in een nog veel grotere rotvaart naar de eindtijd op weg zou lijken.

Tipgeld

Een schrijver die een roman schrijft die zich in een nabije, alternatieve toekomst afspeelt, probeert een evenwicht te zoeken: de verwijzingen in het boek moeten niet te plat zijn, de voorspellingen niet ongeloofwaardig, het verhaal geen pamflet. Maar de werkelijkheid is in de tussenliggende jaren zo bizar geworden, zo afstotelijk soms, dat fictie erover al gauw over de top aandoet, karikaturaal.

Wat we in de realiteit gelaten ondergaan, trekken we in fictie in twijfel. Meermaals kroop de werkelijkheid de afgelopen jaren langszij mijn boek, toeterde even en tufte toen verder. Wat nu?

Op het eiland waar het verhaal zich afspeelt, kun je tipgeld krijgen als je vrouwen verraadt die abortus plegen. Leek me een twijfelgeval, beetje vergezocht, ik kon er altijd nog op terugkomen. In 2021 werd een wet aangenomen waardoor Texanen een vergoeding van tienduizend dollar kunnen krijgen als ze dokters en personen aanklagen die tot een abortus hebben aangezet.

Toch maar laten staan.

In het boek laat ik een man een paar dubieuze opmerkingen maken over de overeenkomsten tussen nieuwkomers en nieuwgeborenen. Een paar maanden later zag ik op Instagram dat JFvD rompertjes gaf aan leden met de tekst: ‘Nieuwkomers maken we zelf.’ In het bijschrift stond: ‘De inheemse Nederlander sterft langzaam uit.’

Het voelt als een vernedering dat je hier nu voor de zekerheid bij moet zeggen dat er niet zoiets bestaat als dé inheemse Nederlander en dat de oproep vanuit de politiek om ons voort te planten en zo de eigen soort tegen indringers te beschermen onversneden biologisch racisme is – ook een gevolg van het opgeschoven venster. Maar dat is het, Blut und Boden. Zoek maar eens op wat Lebensborn is.

Schokland

Zelfs het uitgangspunt van het boek werd aannemelijker. Kort na de Brexit-verkiezing leek het me aardig om te bedenken of zoiets ook op kleine schaal kon plaatsvinden, een eiland dat zich afscheidt. Ik zocht naar een symbool voor Nederland en onze strijd met het water. Urk leek me te cliché en eendimensionaal; dan heeft iedereen er al zo’n duidelijk beeld bij.

Uiteindelijk koos ik voor Schokland, een voormalig eiland dat nu in Flevoland ligt en in het boek door klimaatverandering weer een eiland zou worden. Een eiland bovendien met een roemruchte geschiedenis, een grond vol archeologische vondsten. In de 19de eeuw is het gedwongen ontruimd, omdat het langzaam afbrokkelde in de Zuiderzee en de inwoners, die in erbarmelijke toestanden leefden, het eiland desondanks niet wilden verlaten. Die worteling fascineerde me.

Iets minder dan een jaar geleden, al voelt het veel langer, kwam Baudet met het idee van Forumland, een parallelle samenleving met eigen scholen, een eigen cryptomunt, eigen boreale winkels. Liefst zou hij er een fysiek land van maken. Groningen leek hem wel geschikt. Daar wilde bijna niemand meer wonen, toch?

null Beeld  Michel Keppel
Beeld Michel Keppel

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen bracht Baudet een ander plan te berde. Op de algemene ledenvergadering van Forum zei hij dat hij op Urk een absolute meerderheid wilde halen, om daar vervolgens een vrijstaat te beginnen. Later bleek dat hij zijn populariteit daar iets had overschat: FvD haalde er uiteindelijk geen enkele zetel. Nee, tot een Urxit kwam het niet. Maar de premisse van de roman kwam dichterbij dan ik had gevreesd.

Eigen wereldje

Vanuit de coronaprotestbeweging ontstonden meerdere initiatieven voor een vrijstaat. Willem Engel had het continu over een parallelle samenleving. De Bataafse Republiek, een Telegramgroep vol complotdenkers, wilde een eigen staat stichten. Moederhart-oprichter Nadia Duinker emigreerde en begon een eigen ecodorp, Freedom Ville, in Portugal. En achtduizend Nederlanders, verenigd in de ‘autonome beweging’, hebben een brief naar de Belastingdienst gestuurd om hun niet-bestaande ‘geboortetrust’ op te eisen en zich af te scheiden van de staat.

Wat doe je als romancier met een werkelijkheid die van zichzelf al satirisch lijkt? Het is een vraag die vaak aan bod kwam in de hausse van boeken over Trump en die ook al bij de eerste pandemieliteratuur werd gesteld. Ik wilde helemaal geen satire schrijven, dus dat was het begin van het antwoord: probeer niet te persifleren wat al belachelijk is. Er mocht best iets lichtvoetigs in, maar het moest geen lichtzinnig boek zijn.

Belangrijker werd mijn stelregel: houd de werkelijkheid, met name de actualiteit, er zo veel mogelijk uit. Gebruik geen namen van bekende figuren en instanties, of, nog erger, makkelijk herleidbare pseudoniemen, hoe verleidelijk ook. Al die verwijzingen leiden alleen maar af, trekken de lezer uit het verhaal, en doen twijfelen aan de intenties van de auteur. Wil hij een goed verhaal vertellen of afrekenen met iets of iemand?

Ik probeerde een eigen wereldje te scheppen, dat af en toe wel doet denken aan het onze, maar waar net andere wetten gelden. Een universum dat op zichzelf staat. Een grimmig sprookje. Het eiland als decor helpt daarbij: een kleine, afgesloten biotoop, waar de buitenwereld ver weg is. Een plek waar in het klein alle problemen van een samenleving terugkomen.

Dienstmaagden

Hoe goed zo’n eigen universum kan werken, lees je bijvoorbeeld in The Handmaid’s Tale (1985) van Margaret Atwood, een beroemde roman die ook gaat over conservatieve krachten (en die bij het grote publiek vooral bekend is van de recente serie). In het verhaal is nog maar een kleine minderheid van de vrouwen vruchtbaar. Deze dienstmaagden zijn door de elite tot slaaf gemaakt om kinderen voor hen te baren. In een bizar ritueel heeft de man des huizes seks met de dienstmaagd, terwijl haar hoofd leunt op de schoot van zijn vrouw.

De personages gebruiken uitdrukkingen en woorden die je niet kent (als groet: ‘Blessed be the fruit’, antwoord: ‘May the Lord open’), dragen kleren die je in onze wereld niet (meer) tegenkomt, wonen in een eigenaardig aangeharkte villawijk aan de oostkust en leven in een machtsstructuur die niet lijkt op het huidige politieke stelsel in de Verenigde Staten. Toch zagen de miljoenen kijkers die het verhaal met de serie ontdekten er een waarschuwing voor het Trump-tijdperk in: zo kán het gaan als we deze antiliberale koers doorzetten.

De gruwelijkheden stapelen zich op, zo erg dat sommigen denken: hier ga ik niet in mee. Om haar critici voor te zijn, besloot Atwood dat alle wreedheden die vrouwen worden aangedaan in haar roman een historisch precedent moesten hebben. ‘Een regel was dat ik er geen gebeurtenissen in zou verwerken die niet al een keer gebeurd zijn in wat James Joyce de ‘nachtmerrie’ van de geschiedenis noemt’, schreef ze in The New York Times. Daarbij had ze gehoopt dat die niet nóg eens zouden gebeuren.

Een gelijksoortig argument gebruikte ik laatst. Omdat het geboortecijfer op Schokland te laag is, wordt er in de roman een vruchtbaarheidscampagne op touw gezet. Mijn meelezers vonden de bedachte slogans en posters een beetje overdreven. Ik moest ze teleurstellen. Een paar had ik genadeloos gejat van een Italiaanse campagne. Zoals een foto van een mooie vrouw van in de 40 met het bijschrift: ‘Schoonheid vergaat niet. Vruchtbaarheid wel.’

Maar is dat wel een goed argument?

Echt gebeurd

‘Echt gebeurd is geen excuus’, is de bekende leus van Gerard Reve. De werkelijkheid vond hij onbruikbaar als materiaal voor literatuur: veel te onwaarschijnlijk, te ruw, te ongestructureerd. Als je het al kunt gebruiken, moet er nog veel aan gebeuren. Dat is natuurlijk alleen maar méér waar geworden de laatste jaren.

Nee, echt gebeurd is inderdaad geen excuus. Alle verwikkelingen in het boek moeten kloppen en geloofwaardig zijn, bínnen de logica van het verhaal. De voorwaarden daarvan bepaalt de schrijver zelf en kan hij met kleine details aan de lezer duidelijk maken.

Zo zegt een dokter in het begin van mijn boek dat adoptie wordt afgeraden. Niet alleen vanwege misstanden rond adoptie. ‘Vroeger wilden we het niet toegeven, maar onze genen bepalen voor een groot deel ons karakter. Mensen zijn maar tot op zekere hoogte te vormen.’ Een oplettende lezer concludeert: in deze wereld heeft er een drastische verschuiving in het nature-nurturedebat plaatsgevonden. Wat zou er nog meer anders zijn?

In fictie kent de wereld een duidelijke structuur: gebeurtenissen volgen elkaar in logische volgorde op, handelingen hebben consequenties, de wereld ontvouwt zich in relatie tot de hoofdpersonen. In de werkelijkheid is die structuur in toenemende mate afwezig. De absurdste schandalen – van een ‘grab ’m by the pussy’-video tot het toeslagenschandaal – hebben geen serieuze gevolgen. De dagelijkse stroom aan (des)informatie online is chaotisch en overweldigend. Het is makkelijk om de greep op je eigen rol in de actualiteit te verliezen.

Als schrijver kun je dat verschil tussen fictie en de werkelijkheid gebruiken om orde in de chaos te scheppen. Om richting te geven aan een stuurloos tijdsgewricht. En om nuances en diepte aan te brengen in thema’s die door polarisatie en cultuurstrijd op internet zijn platgeslagen tot slogans en saaie debatjes over wokies en nazi’s.

Schrijven om te begrijpen

Alleen fictie kan de gelaagdheid, de ‘gekmakende ambiguïteit’, van het menselijk bestaan in het post-truth-tijdperk vatten, schreef Pankaj Mishra onlangs in een essay in de London Review of Books. ‘De uitnodiging om een trage, stille en creatieve communicatie tussen schrijver en lezer aan te gaan, is onweerstaanbaar geworden te midden van de georganiseerde leugenachtigheid en de botsing van snelle meningen die de publieke arena online zo kakofonisch maken tegenwoordig.’

De beroemde Indiase auteur, onder meer bekend van zijn boek Tijd van woede (2017), begon de laatste jaren in te zien dat zijn non-fictiewerk ontoereikend was. De belangrijkste vragen die in hem opkwamen over de dramatische transformaties die hij waarnam kon hij niet als journalist beantwoorden. Daarom besloot hij na 22 jaar weer de romankunst op te pakken.

Instemmend las ik het essay. Ja, dacht ik, je moet schrijven om te begrijpen, niet om te veroordelen. Een roman moet inzicht bieden in het grillige denken van de huidige mens. Verdergaan dan de realiteit van kranten en journaals. En vooral: niet meegaan in het opschuiven van het waanzinvenster.

Het heeft geen zin om steeds extremere voorspellingen te doen over welke kant we opgaan, in de hoop niet ingehaald te worden door de werkelijkheid. Mijn boek is geen waarschuwing. Dat zou saai zijn. Een waarschuwing over de staat van het klimaat? Ik hoef zo’n boek niet te lezen, ik weet het al, het komt dagelijks op me af in talloze tweets en artikelen. Maar ik ben wel benieuwd wat een klimaatramp met ons samenleven doet.

In een waarschuwing voor nieuw opgelaaid conservatief denken ben ik evenmin geïnteresseerd, om dezelfde redenen. Het wordt pas interessant als de verleidingen van het reactionaire gedachtengoed voorstelbaar en tegelijk afschrikkend worden. Als je over een mens leest die zich in bochten wringt om te rechtvaardigen in wat voor wereld hij of zij leeft. Als je de innerlijke tirade leest van een hoofdpersoon en even het gevoel hebt dat je de gekmakende ambiguïteit van het leven vat.

Haro Kraak: Het water bewaart ons. Atlas Contact; 264 pagina’s; € 22,99.

Cv

Haro Kraak (1986) werkt sinds 2012 bij de Volkskrant en schrijft de laatste jaren veel over sociale kwesties als identiteit, volksaard, extremisme, polarisatie, onbehagen en cultuurstrijd. Het water bewaart ons is zijn tweede roman. Zijn debuutroman Lekhoofd (2016), over een jongen met synesthesie die de grenzen van de perceptie verkent, werd genomineerd voor de Bronzen Uil.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden