Wat de Pokémon Go- speler kan leren van de vogelaar

Nu lijkt het nog alleen een een gek spelletje, maar Pokémon Go kan de speler helpen meer oog te krijgen voor zijn omgeving.

Vogelaars zijn in groten getale afgekomen op een sperweruil in Zwolle.Beeld anp

De vraag kwam uit het niets. Ik fietste door het Diemerpark in Amsterdam. De zon scheen, op een paar medefietsers en wandelaars na was het rustig. Halverwege mijn tocht werd ik onderbroken door twee jonge jongens langs de kant. 'Meneer, mogen wij u wat vragen?', riep een van de twee. 'Doet u ook aan Pokémon Go? Er moet hier ergens in de buurt een 'Grass' zijn maar onze navigatie werkt niet meer goed. Kunt u helpen?'

Pokémon-jagers zijn in de duinen van Kijkduin op zoek naar een zeldzame Pokémon.Beeld anp

Toegevoegde realiteit

Er zijn de laatste tijd nogal wat jongeren met hun smartphone in de hand driftig op zoek naar felbegeerde 'karakters' om hun scorelijst compleet te krijgen. En daar is lang niet iedereen enthousiast over. 'Pokémon Go verpest je relatie', kopte het Algemeen Dagblad. Volgens de NOS zou er sprake zijn van veel 'overlast' en 'gevaar'. En in de internationale media kwam al snel de term 'zombie-apocalypse' naar boven borrelen.

Die morele reflex is begrijpelijk, maar ook enigszins naïef en gevaarlijk. Natuurlijk: er zijn excessen, maar door de overmatige focus daarop zien we niet helder waar het eigenlijk allemaal om draait. Pokémon Go is niet alleen een gek spelletje, het is ook de definitieve doorbraak van augmented reality. Of we het nu leuk vinden of niet: in de nabije toekomst zullen onze smart-phones vaker gaan fungeren als apparaatjes die een virtuele laag toevoegen aan de fysieke werkelijkheid. Zo zou je straks je smartphone op het straatbeeld kunnen richten om vervolgens de route en straatnamen in het beeld te zien verschijnen. Augmented reality betekend letterlijk 'toegevoegde realiteit'.

Zo zetten Pokémon de echte wereld op stelten

De computerbeestjes die in de jaren negentig een enorme rage waren, zijn terug. En hoe. Via de smartphone zitten de Pokémon nu virtueel in de echte wereld en zetten die op stelten.

Nieuw fenomeen?

De vraag zou niet moeten zijn hoe we het tegengaan, maar wat we er mee willen. Het is zinloos en vaak onterecht om nieuwe technologie af te wijzen als niet-natuurlijk of niet-menselijk. Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet dat de mens altijd al door het gebruik van techniek zijn bestaan mede heeft vormgegeven. De mens is van nature kunstmatig. Beter kunnen we ons toeleggen op wat techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek 'verantwoord het monster van de technologie in de bek kijken' noemt. Technologie kritisch begeleiden dus, en niet bevechten.

In het geval van Pokémon Go betekent dit dat we beter moeten kijken naar wat het spel zo aantrekkelijk maakt. En welke potentie het in zich herbergt.

Het lijkt misschien een nieuw fenomeen, groepen mensen die ongeremd en obsessief spotgedrag vertonen. Maar dat is het niet, besefte ik in het Diemerpark. Achter de twee jongens stond een levensgroot informatiebord met daarop een uitleg over de lokale flora en fauna. De speurders bleken zich in het territorium van de vogelaar te bevinden, een wereld die ik een beetje ken omdat een goede vriend van me de hobby beoefent. En de vogelaar, heeft meer gemeen met de Pokémon Go-junk dan je in eerste instantie zou denken. Je zou hem in zekere zin kunnen zien als zijn 'analoge' voorvader.

Twitchen

De nieuwe rage vertoont opmerkelijk veel overeenkomsten met wat in de ornithologie (vogelkunde) ook wel 'twitchen' wordt genoemd. 'Bij de eerste melding van een zeldzame soort schiet de twitcher in een soort mentale kramp', schrijft het blad van de Utrechtse Vogelwacht daarover. 'Vanaf dat moment draait zijn hele bestaan nog uitsluitend om de vraag hoe hij zo snel mogelijk - voordat de vogel gevlogen is! - op de juiste plek is. De periode tussen melding en feitelijke waarneming is er vanzelfsprekend een van onbeschrijflijk zware stress.' Je zou het over een Pokémon Go-speler kunnen schrijven.

'Bij dit spel kan ik niet de baas spelen'

Hun moeder kan het nog steeds niet geloven: Pim en Jop, twee autistische broers, spelen samen. Zonder begeleiding én zonder ruzie, dankzij Pokémon Go. 'Iedereen die het doet, is vriendelijk.' (+)

Bizarre situaties

Twitchers informeren elkaar tegenwoordig uiteraard ook digitaal. Met apps houden vogelaars elkaar op de hoogte van observaties. Via pushberichten krijgen ze op de smartphone melding van de meest recente waarnemingen in het land.

Dit leidt regelmatig tot bizarre situaties die sterk doen denken aan de Pokémon Go-manie. Neem bijvoorbeeld de zeldzame groep pestvogels die zich op een basisschoolplein in Utrecht had gevestigd. Ouders moesten lijdzaam toekijken hoe hun kinderen dagelijks werden geconfronteerd met zestig (vooral) volwassen mannen die met hun telelenzen obsessief zaten te turen naar de zalmroze Bombycilla garrulous. Of neem de roodkeelnachtegaal die een vrouw zag in de achtertuin van haar zoons vinexwoning in het Noord-Hollandse Hoogwoud. Zodra het nieuws bekend werd, stonden er binnen no time zo'n 150 man voor zijn deur. De moeder stuurde haar zoon een weekendje weg, ruimde het huis op en ging als portier voor de deur staan. Entree was 5 euro, het geld ging naar een goed doel.

Ongelukken zijn in het verleden ook al gebeurd. Toen op een braakliggend terrein in Zwolle een sperweruil werd gespot, botsten twee voorbijgangers met hun auto's op elkaar. Het beeld van een paar honderd twitchers op een kluitje veroorzaakte te veel afleiding. Liefdesrelatie zijn ook niet geheel veilig als twitchen in het spel is. Er zijn meerdere verhalen bekend van mannen die alles achterlieten (van verjaardag tot bevalling) om een nieuwe vogel in het land te zien.

Twee stadia

Sommige vogelaars moeten niets hebben van de overmatige focus op de bijzondere soorten en het sportelement. Maar de Nederlandse ornitholoog Willem van Dobben plaats het twitchen in perspectief. Hij ziet bij vogelliefhebbers twee stadia: de jacht op soorten en het binnendringen in het intieme leven der vogels. 'Het eerste stadium wordt gekenschetst door 'die vogel heb ik al gezien', het tweede door 'van die vogel weet ik iets'', schrijft hij in Wat vliegt daar? (1988). 'Als een vogelaar alle soorten eens heeft gespot, zal hij terugkeren naar de gewonere soorten om die vogels én hun omgeving beter te leren kennen', concludeert Van Dobben.

Eigenlijk gaat vogelen over de kunst van het kijken. Over werkelijk zien wat er zich voor je neus afspeelt. Juist door focus te hebben leert de vogelaar paradoxaal genoeg de gehele omgeving gedetailleerd in zich op te nemen. De kleinste details, zoals een paardenbloem of een beweging ergens hoog in de bomen, kunnen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van een specifieke soort. 'De vogel is de kers op de taart', zei een vriend die fervent vogelaar is laatst. 'De natuur, met heel haar complexiteit, meertaligheid en verhullende details, is de taart. Ik plak daar alleen een soort denkbeeldig raster van vogels overheen om niet te vervallen in totale willekeur.' Als je er zo naar kijkt, is vogelen is dus eigenlijk ook een soort augmented reality.

Bij Pokémon Go wordt de focus op de natuur grotendeels verlegt naar het stedelijk leven. En ja, nu is iedereen nog op gefocust op het vangen van de 'karakters', maar dat hoeft niet zo te blijven. Net als vogelaars zouden ook gebruikers van augmented reality meer oog kunnen krijgen voor hun omgeving. Misschien leidt dat wel tot een herwaardering van hetgeen sinds de opkomst van virtuele wereld alleen maar meer in verdrukking is geraakt: het alledaagse leven. Het bushokje, de achtertuin, de wachtkamer, Pokémon laat je overal stilstaan.

Nu lopen we vaak nog voorbij aan het gewone en triviale, zeker ook omdat we in een werkelijkheid leven die in toenemende mate gemedialiseerd is. In haar boek Met andere ogen. Manieren om meer waar te nemen (2013) constateert cognitief wetenschapper Alexandra Horowitz dat we veelal 'slaapwandelaars op de stoep' zijn. 'Het is opmerkelijk hoeveel tijd die we besteden aan van het ene naar het andere punt gaan (...) totaal niet in ons geheugen wordt opgeslagen. En dat is niet omdat er niets interessants gebeurt, maar omdat we doodgewoon geen aandacht hebben besteed aan onze tocht.' Naarmate we vertrouwd raken met onze omgeving beginnen we steeds minder op te letten. We gaan letterlijk minder zien, terwijl we nog even veel kijken.

Trivialiteiten

Voor haar boek liep Horowitz met dertien experts door haar eigen omgeving, onder wie een bioloog, een typograaf en een kunstenaar. Wat bleek: als we onszelf oefenen in wat Sir Arthur Conan Doyle ooit 'de observatie van trivialiteiten' noemde, kunnen we in de wereld om ons heen veel meer waarnemen dan we aanvankelijk deden. Horowitz: 'Geluiden blijken schaduwen te onthullen. Uit een lichaamshouding valt iemands karakter op te maken. En de onderkant van een blad aan een boom openbaart een wereld op zichzelf.' Als je het gezien hebt, kun je het daarna niet meer niet zien. Er blijken werelden in werelden te zitten.

Aandacht voor omgeving

De Pokémon Go-speler bevindt zich momenteel duidelijk nog in wat Van Dobben in de vogelarij het 'eerste stadium' noemt, de jacht op de soorten. Wil de speler het tweede stadium, of 'level', bereiken dan zal deze zich moeten bekwamen in het beter en langer leren kijken. Het spel, of andere AR-spellen, zou daarbij natuurlijk kunnen helpen. Door spelers te stimuleren meer aandacht te hebben voor de omgeving waarin ze de karakters vinden. Koppelingen met andere databronnen, zoals bijvoorbeeld Wikipedia, zouden daarbij kunnen helpen. Dan weet je opeens ook door wie en met welk idee of gedachte die fontein, waar dat Pokémon Go-karakter voor zweeft, is ontworpen.

Er zijn al apps die het alledaagse leven serieus nemen, zoals Cucalu van de Nederlandse ontwerper Daniel Disselkoen. Het idee is simpel, maar verfrissend. Daarmee wordt je uitgedaagd om binnen een beperkte straal foto's te maken van je omgeving. Je krijgt diverse vormsjablonen in beeld, die je in korte tijd in je omgeving moet zoeken. Ook hier werkt de tijdelijke beperking, net als bij het vogelen, juist als katalysator om de wereld buiten je telefoon nader te onderzoeken.

Met augmented reality kan het grofweg twee kanten op. De Pokémon Go-rage heeft trekken van een schrikbeeld: we plempen ons straatbeeld vol met augmented reality en verdoezelen daarmee ons alledaagse bestaan onder een schreeuwende virtuele laag van media, reclame en bewegwijzering. Maar daar hoeft het niet op uit te draaien: augmented reality kan ons juist ook helpen om met andere ogen naar ons alledaagse bestaan te kijken. De samenleving ligt op straat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden