Wat de jihadisten Soufiane, Thijs en Jason bezielde

Ook in de week na 'Manchester' buitelden de verklaringen weer over elkaar heen; wie doet zoiets? Marcel Hulspas zocht het antwoord in twee onlangs verschenen boeken.

Vriendinnen van jongens van de HofstadgroepBeeld Joost van den Broek

'Wat drijft mensen ertoe om het jihadistische gedachtengoed te omarmen en hoe moeten we dit gevaar bestrijden? Is het een protest tegen sociaaleconomische ongelijkheid of is het 'inherent aan de islam'? Het is onmiskenbaar dat het jihadisme geen opzichzelfstaand fenomeen is. Het is ingebed in de wereld van de orthodoxe islam. Het jihadisme is in mijn ogen bovenal een diepreligieus fenomeen.'

Aldus Jason Walters in zijn voorwoord bij Nederlandse jihadisten. Jason was lid van de Hofstadgroep, en kreeg daarvoor dertien jaar gevangenisstraf. In 2010 zwoer hij het jihadistische gedachtengoed af. Hij weet waarom hij er ooit voor is gevallen: 'In het debat over de oorzaak en de aanpak van het jihadisme is het belangrijk te beseffen dat het jihadisme een alomvattende ideologie is die een antwoord biedt op de diepste fundamentele vragen. Daarin schuilt een grote aantrekkingskracht.'

Wellicht hadden de auteurs van het boek, de terrorisme-experts Edwin Bakker en Peter Grol, beter naar hem moeten luisteren. Want wat Jason hier schrijft, staat haaks op wat zij schrijven.

Nederlandse jihadisten bestaat in hoofdzaak uit vijf biografietjes van Nederlandse jongens die voor de gewapende strijd in Syrië kozen. Daaraan voorafgaand beschrijven Bakker en Grol de oorzaken van radicalisering. Ze onderscheiden, zoals dat in vakliteratuur hoort, maatschappelijke, sociale en psychologische factoren. Daarnaast citeren ze onderzoek waarin jihadisten worden ingedeeld in radicale activisten, avonturiers en idealisten.

Teun van Dongen - Radicalisering ontrafeld (**)

AUP; 156 pagina's; €17,95.

Het zijn dappere sociaalwetenschappelijke pogingen om greep te krijgen op een angstwekkend verschijnsel. Maar de islam of het jihadisme treffen we in dat hoofdstuk niet aan. En dat terwijl uit de biografietjes duidelijk blijkt dat bekering tot die radicale, alomvattende versie van de islam vaak het startpunt was van een terroristische carrière.

De puber Soufiane verhuisde naar Den Haag, kreeg daar nieuwe vrienden en bezocht met hen de As-Soennah moskee, thuisbasis van de radicale imam Fawaz Jneid. Jihadist Thijs was ooit een doodgewone tobberige puber, tot hij verliefd werd op een islamitisch meisje, zich ging verdiepen in de islam en terecht kwam bij salafistische moskeeën en stichtingen. De derde, Rudolph, las Kader Abdollahs Het huis van de moskee en ging uit nieuwsgierigheid naar een moskee. Ook hij leerde een islamitische vrouw kennen, waarna hij zich nóg verder in de islam verdiepte.

Natuurlijk speelt de omgeving een vormende rol. Ze krijgen allemaal vroeg of laat te maken met tegenslagen, discriminatie en ga zo maar door. Ieder heeft zijn eigen sores. 'De' jihadist bestaat niet, constateren de auteurs. En ze voegen daar de waarschuwing aan toe dat er voor dit probleem geen kant-en-klare oplossingen bestaan. Ze vragen om 'meer aandacht voor de complexiteit van het probleem'. Maar wat vooral opvalt is dat de aantrekkingskracht van het jihadisme vrijwel volledig buiten beeld blijft. Het valt buiten hun expertise, dus hoeft het niet genoemd.

Hetzelfde probleem doet zich voor in Radicalisering ontrafeld van Teun van Dongen. Ook hij verzet zich tegen simpele verklaringen zoals de bewering dat het allemaal de schuld is van (een verkeerde interpretatie van) de islam. Hij verwerpt ook de 'voedingsbodemthese' die de schuld legt bij sociale achterstand en discriminatie. In plaats daarvan komt hij met vier politieke en zes persoonlijke oorzaken van radicalisering, lopend van 'verzet tegen repressie' tot 'sensatiezucht'.

Van Dongen gebruikt daarbij ook historische voorbeelden zoals het anarchisme, de IRA en de Weather Underground. De vraag is of dat wel zo verhelderend is. Natuurlijk spelen zaken als verontwaardiging over onrecht, de behoefte aan erkenning en de wens ergens bij te horen een rol. Maar Van Dongen negeert het unieke karakter van organisaties als Al Qaida en IS, die qua omvang, organisatie én ideologie volstrekt niet te vergelijken zijn met deze voorgangers. En ook de unieke drijfveer (verontwaardiging over westers imperialisme, gekoppeld aan een agressieve versie van de islam) verdwijnt daarmee uit het zicht.

Het resultaat is ernaar. Van Dongen nodigt ons uit om IS te vergelijken met een criminele subcultuur of met een sekte, en komt met de tenenkrommende suggestie dat terrorismebestrijders wellicht iets kunnen leren van de begeleiding van oud-sekteleden.

Bakker en Grol hebben het héél even over 'pullfactoren' en de aantrekkelijkheid van het jihadisme, maar dat is bij hen één factor te midden van vele. Over de overtuiging van jihadisten dat zij de ware islam bezitten zeggen ze slechts dat het 'een mythe' is die net als andere mythes bestreden moet worden.

Edwin Bakkeren Peter Grol - Nederlandse jihadisten (**)

Overamstel; 269 pagina's; €22,50.

Hun verklaring voor radicalisering is een merkwaardige balanceeract: 'Het blijft opvallend hoeveel van de beschreven personen te maken hadden met ernstige problemen in hun jeugd.' (De biografietjes laten vooral doorsneeproblemen zien.) Dan volgt: 'Maar in welke mate dat hun levenspad heeft beïnvloed is moeilijk te zeggen. Uiteindelijk was het een persoonlijke, rationele keuze om zich bij een jihadistisch netwerk aan te sluiten en al dan niet naar Syrië te vertrekken.'

Met andere woorden, Syriëgangers zijn niet gek en verdienen straf. Maar ondertussen weigeren Bakker en Grol persoonlijke verklaringen zoals die van Jason serieus te nemen. Jason beschrijft het jihadisme in zijn voorwoord als 'diepreligieus' en een aantrekkelijke ideologie die overal antwoord op heeft. Dat is volgens hem de kern van het probleem. Bakker en Grol weigeren dat serieus te nemen: 'Dat veel jihadisten religieuze motieven noemen als allesbepalende drijfveer van hun keuze, is begrijpelijk. Wie de levensverhalen van jihadisten overziet, kan echter tot geen andere conclusie komen dan dat er talloze drijfveren zijn die mensen doen besluiten het jihadisme te omarmen.'

Ze mijmeren liever over 'talloze drijfveren' dan over het jihadisme. Net als bij Van Dongen is bij hen het jihadisme de olifant in de kamer. Met dergelijke experts langs de zijlijn kunnen we alleen maar hopen dat andere (waarschijnlijk militaire) ontwikkelingen spoedig een einde zullen maken aan de recente golf van terrorisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden