VoorpublicatieIk hoop dat alles weer gewoon wordt

‘Wat als ik naar Polen moet?’, las ik in het dagboek van de tante die ik nooit had gekend

Aan de hand van dagboeken en brieven van haar vermoorde tante reconstrueerde Mirjam Schwarz de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Winterswijk. ‘Niemand had me verteld dat dit ook mijn geschiedenis was.’ 

Thea Windmuller (midden) in 1942.

Ongeveer tien jaar geleden kreeg ik een vijftal schriftjes in handen. Ze bleken het dagboek te bevatten van Thea Windmuller, de jongste zus van mijn moeder. Thea hield haar dagboek bij van april 1939 tot december 1943. Naast de dagboeken waren er 91 brieven die Thea’s vriend Wolfgang Maas aan haar had geschreven. Thea en Wolfgang waren twee jonge Joodse mensen, wier liefde opbloeide onder een wel heel tragisch gesternte. Die liefde speelde zich voor het grootste deel af in Winterswijk, het dorp waar Thea woonde en waar Wolfgang – een Duitse Jood – in 1936 naartoe vluchtte omdat hij in eigen land geen opleiding mocht volgen. In de jaren dertig kende Winterswijk een relatief grote Joodse gemeenschap, en voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog genoot de NSB er grote populariteit.

Ikzelf ben er geboren en heb er bijna mijn hele leven gewoond. Al meer dan dertig jaar verdiep ik me in de geschiedenis van mijn familie en in de geschiedenis van Joods Winterswijk. Die belangstelling is me bepaald niet met de paplepel ingegoten. Natuurlijk, ik wist dat we Joods waren en leerde in de vijfde klas van de lagere school dat er met de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog vreselijke dingen waren gebeurd. Maar op de een of andere manier betrok ik dat nooit op onze familie. Dat mijn tantes, mijn opa’s en oma’s en andere familieleden ook deel uitmaakten van die ongelooflijke geschiedenis – ik had geen idee.

Beeld Tzenko

Zoals veel van hun lot- en generatiegenoten konden mijn ouders, die de oorlog overleefden dankzij de onderduik, niet spreken over de Tweede Wereldoorlog. En hoewel ze hun drie dochters, van wie ik de jongste ben, wel iets wilden meegeven van de Joodse cultuur, waren ze tegelijk beducht om al te veel over onze achtergrond aan de buitenwereld kenbaar te maken.

Pas toen ik in de 30 was, ben ik mij echt voor mijn Joodse wortels gaan interesseren. Toen mijn ouders naar een bejaardentehuis gingen en het huis werd leeggeruimd, kwamen er fotoboeken en ander materiaal tevoorschijn. Ik begon onze familiegeschiedenis te reconstrueren. En toen, tien jaar geleden, kwamen de dagboeken van Thea en de brieven van Wolfgang in mijn bezit. Ik kan mij nog levendig het moment herinneren dat ik een van de schriftjes op een willekeurige pagina opensloeg en begon te lezen:

Vrijdag 10 juli 1942

O, wat voel ik me doodongelukkig. Ik heb Wolfgang dinsdag al geschreven en heb nog geen antwoord terug. Wat zou er toch zijn? Bij Joden mogen geen boodschappen meer bezorgd worden. Als ik de bakker zie aankomen, ga ik gauw naar buiten om wat ik nodig heb aan de kar te kopen. Verder mogen wij niet meer bij christenen thuis komen. Ze maken ons leven onmogelijk. We mogen ook haast geen gas en elektriciteit gebruiken.

Maar over het allerergste heb ik nog niet geschreven. Er wordt verteld dat alle Duitse Joden naar Silezië moeten en dat er in de nacht van 14 op 15 juli een paar duizend uit Amsterdam moeten vertrekken.

Met de oorlog gaat het slecht. De moffen winnen almaar. We moeten ons maar zo goed mogelijk in alles schikken, want als je jezelf gek maakt… Het helpt allemaal niets en ik zeg altijd maar: ze kunnen je hoogstens kapotschieten en dan is alles voorbij. Maar ik ben jong en er ligt een heel leven voor me. Wat zonde, dat je leven zo voorbij moet gaan en dan nog in je mooiste leeftijd.

Wat hebben wij toch op ons geweten dat we dit allemaal moeten doorstaan en zien te overleven? Wat als ik naar Polen moet? Ga ik dan de dood tegemoet? Schieten ze ons allemaal kapot daar?

Thea en Wolfgang werden verraden en op 12 december 1943 door de SD gearresteerd. Via Westerbork eindigden ze in Auschwitz.

Het is alweer 25 jaar geleden dat ik, als een soort definitieve bevestiging van mijn Joodse achtergrond, samen met mijn man de voormalige Joodse school en onderwijzerswoning in Winterswijk heb betrokken. In de naastgelegen synagoge organiseren we rondleidingen, lezingen en onderwijsprogramma’s over oorlog, vrede en verdraagzaamheid. Ook proberen we de geschiedenis van de verdwenen Joodse gemeenschap van Winterswijk levend te houden. Het verhaal van Thea en Wolfgang – liefde tegen de keer – belichaamt die geschiedenis. Ik vind het waardevol dit nu met anderen te mogen delen.

Beeld Luitingh-Sijthoff

Mirjam Schwarz en Hans Bouman: Ik hoop dat alles weer gewoon wordt – Het aangrijpende verhaal van een Joods meisje in Winterswijk tijdens de Tweede Wereldoorlog verschijnt dit weekend bij Luitingh-Sijthoff (304 pagina’s; € 21,99).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden