Warmte, onbehagen en surrealisme in Glasgow

Een filmfestival is een oefening in logica. Nog geen dag na de opening van het International Film Festival Rotterdam (IFFR) neemt paniek bezit van de geest....

Zo veel titels. Stapels onbekende namen. En ook nog de zogeheten festivalfilms - producties die eerder in het jaar op andere festivals de aandacht opeisten en waarvan de lokroep al hoorbaar was voordat het aanbod van directeur Simon Field bekend werd.

Waar te beginnen?

Hoe de hersenen tot tevredenheid te stemmen zonder de maag te verwaarlozen?

Het IFFR is in zijn eentje vele festivals. Wie wil, kneedt uit de titels zijn eigen programma. Het Filmfestival van de Rijzende Zon (van Okuhara's Hiroshi's Timeless Money tot en met de animaties van Oshii Mamoru) ligt voor het oprapen, evenals het Festival van de Slechte Smaak, de Dagen van de Drop Outs (onder meer: El Armario van Gustavo Corrado en Return of the Idiot van Sasa Gedeon), Dutch Films Forever (Eddy Terstall, Sonia Herman Dolz, Johan van der Keuken, Karim Traïdia), Voetbal en Celluloid (onder meer: 6:3 van Péter Timár en The Cup van Khyense Norbu) of De Odyssee der Onbegrepenen - een doe-het-zelf festival waarin The Ratcatcher van Lynne Ramsay de boventoon voert.

The Ratcatcher is zo'n film waarin de sfeer heen en weer schiet tussen warmte en onbehagen. Vol vuilnis ligt de door Ramsay (1969, Glasgow) gecreëerde wereld. Hier wordt de tijd gevuld met voetbal en vissen en lopen gesprekken steevast uit in gestamelde scheldpartijen.

In deze omgeving probeert een jongen, James Gillespie, zijn leven van enige vorm te voorzien. Totdat op een middag het noodlot ook hem raakt - hij is min of meer schuldig aan de verdrinkingsdood van een knaap uit de buurt.

Ramsay, van oorsprong fotografe, masseert haar publiek met strak gekadreerde shots tot een bondgenoot van de bonkige, aanminnige jongen. Wars van sentimentaliteit, met veel gevoel voor sfeer toont de regisseuse de straten van Glasgow, waar troep op straat, een sloot en een muffig huis een rijk inzicht verschaffen: wat alledaags is, kan men meer dan genegen zijn.

Naar The Ratcatcher kijken, is Ken Loach en surrealisme zien samen komen; het leven van de kansloze James oogt als een droom die almaar van lading verandert. Hier is niet opgehaalde vuilnis in de eerste plaats een speeltje voor de kinderen.

Ramsay heeft niks op met antwoorden. Zij toont liever de mysteries van het leven - hoe klein dat leven van James op het eerste gezicht ook lijkt.

In Suzhou River van Lou Ye (Shanghai, 1965) is de hoofdpersoon ook iemand zonder normaal contact met zijn directe omgeving. De Japanse film, een kanshebber voor een van de Tiger Awards, heeft een soortgelijk decor als The Ratcatcher: Shanghai doet nog het meest denken aan een plek waar het volk zojuist op plundertocht is geweest.

Ye maakte, anders dan Ramsay, een rafelige film, waarin een wantrouwend om zich heen kijkende camera het zompige leven toont van een motorkoerier, die zijn schulden aflost met klusjes voor lokaal tuig. Maar de belangrijkste rol is gereserveerd voor de gulzige rivier Suzhou.

De schrijnende esthetiek van Suzhou River, die later dit jaar in filmhuizen te zien zal zijn, is een tegenpool van Ramsay's nauwgezette stijl. Beide films zijn voltreffers op zomaar een dag in Rotterdam, waar niemand - een uitdijend programma of niet - spoken in het duister hoeft te zoeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden