Warme en energieke jazz-spirit

Jerry van Rooyen (80)..

Amsterdam The Vampire Happening, Im Schloß der Blutigen Begierden en Rote Lippen, Sadisterotica. Een handvol Duitse art-sleaze films siert het cv van Jerry van Rooyen, de gerenommeerde orkestleider die afgelopen maandag op 80-jarige leeftijd overleed in zijn woonplaats Goor. Van Rooyen werd bekend door zijn werk voor Europese toporkesten waaronder de WDR Bigband en het Metropole Orkest. Hij schreef de muziek voor de Olympische Spelen in München in 1972 en werkte met onder anderen Marlene Dietrich, Quincy Jones, Benny Bailey, Stan Getz en Lee Towers.

Van Rooyen was bijzonder geliefd in de jazzscene. Met zijn warme, energieke aanpak liet hij orkesten knallen. Tijdens repetities liep hij tussen de muzikanten door in plaats van op de bok te blijven staan. ‘Als ik voor een orkest sta, dan wil ik het woord autoritair niet in mijn gedachten hebben.’ Een halve eeuw lang heeft hij Europese muzikanten op een hartverwarmende manier de jazz-spirit bijgebracht.

Dat begon toen de in Den Haag als Gerard van Rooijen geboren trompettist in 1949 als uitwisselingsstudent naar New York ging. Hij kwam terug met stapels platen en een schat aan kennis. Samen met zijn jongere broer Ack (nog in leven en spelend) vormde hij de ijzersterke basis van vele trompetsecties, waaronder die van The Ramblers. Hij had eigen bands, zoals het Jerry van Roy Sextet en de Red and Brown Brothers met Ack. Wegens embouchureproblemen stopte hij met trompetspelen en ging hij arrangeren en dirigeren.

Dat bracht Van Rooyen in de jaren vijftig naar Parijs waar hij voor Philips werkte en midden in de bruisende, mondaine jazzscene terechtkwam waar ook veel Amerikanen deel van uitmaakten. De rock-’n’-roll was er nog niet, jazz was het hipste van het hipste. In de zomers resideerde Van Rooyen met een groep musici in Monte Carlo om daar te spelen.

De soundtracks voor Duitse x-rated films lijken een tussendoortje, maar ze passen perfect in het leven van Van Rooyen. Toen hij in de jaren zestig en zeventig in Berlijn werkte voor radio- en filmorkesten waaronder dat van Kurt Edelhagen was hij enigszins een jetsetfiguur. Op een feest ontmoette hij filmproducer Pier A. Caminecci, wat resulteerde in een van de meest creatieve perioden uit zijn carrière. Vette, psychedelische, humoristische en tijdloos sterke muziek schreef hij als begeleiding van topless vampiers en waanzinnige autoraces. Dankzij Duitse cinefielen is een deel van die muziek aan de vergetelheid ontrukt op de cd Jerry van Rooyen at 250 Miles Per Hour.

Begin jaren tachtig maakte Van Rooyen een mindere tijd door, maar hij kwam er bovenop dankzij yoga en zijn werk voor de WDR Big Band, het Metropole Orkest en het Dutch Jazz Orchestra. Hij was afwisselend te vinden in zijn luxe appartement in Keulen en in de muziekstudio’s in het Gooi.

Tot begin dit decennium was Jerry van Rooyen nog actief. Hij gaf concerten met zangeres Greetje Kauffeld en gooide met het Dutch Jazz Orchestra internationaal hoge ogen met uitvoeringen van onbekend werk van zijn Amerikaanse collega Billy Strayhorn. Een paar weken geleden werd in verzorgingstehuis De Stoevelaar waar Van Rooyen verbleef – hij leed aan Parkinson – nog een concert voor hem gegeven door collega’s.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden