Wapens, gevaar en een complot

In Green Zone combineert regisseur Paul Greengrass het spektakel uit zijn Bourne-films met de bizarre speurtocht naar vernietigingswapens in Irak....

Als een thrillerschrijver het had verzonnen, was het een briljant verhaal geweest, dat gedoe rondom de massavernietigingswapens. Dat bedacht regisseur Paul Greengrass zich toen het beloofde wapentuig maar niet gevonden werd in Irak. ‘Wapens, gevaar, een samenzwering, in scene gezet bewijsmateriaal: het heeft alle elementen voor een spionagefilm in zich.’

Dus waarom niet? Zo kon Greengrass meteen de interessante aspecten van zijn eerdere films combineren: de gebondenheid aan werkelijke gebeurtenissen, zoals bij zijn reconstructies als Bloody Sunday (2002) en United 93 (2006). En toch ook het adrenalinegehalte van zijn blockbusters The Bourne Supremacy (2004) en The Bourne Ultimatum (2007). ‘Het voelde als een dappere, nieuwe stap’, vertelt de regisseur tijdens een promotietour in Parijs.

Beter gezegd: die opmerking was onderdeel van een betoog – hierboven kort samengevat. Want een ding is vrij snel duidelijk: van de vijf personen in de kamer is er maar een die de regie heeft bij dit interview, en dat is Paul Greengrass. Zijn antwoorden zijn minutenlange monologen. Over 9/11 gaat het, en de oorlog in Irak. Over hoe die twee gebeurtenissen de afgelopen tien jaar zijn films beïnvloed hebben. Over zijn verlangen dat eens expliciet duidelijk te maken voor zijn enorme Bourne-publiek.

Daarbij laat hij zich niet onderbreken door journalisten. Hij praat gewoon over hun vragen heen en adempauzes neemt hij niet. In plaats daarvan stelt hij zelf de vervolgvragen die hij voor het gemak in een adem door beantwoordt. ‘Waarom wilde ik dat, die combinatie? Ik wilde geen kleine films meer maken. En bij de Bourne-films zocht ik al aansluiting bij de actualiteit. Met het waterboarden, met de ‘war on terror’. Het bleek precies aan te sluiten bij de tijdsgeest. Maar bij het maken voelde ik voortdurend hoe de echte wereld aan de deur klopte, op alle manieren mijn film wilde binnendringen. En toen dacht ik: waarom nodig ik het publiek niet uit om mee naar buiten te stappen, in plaats van die wereld naar binnen te halen? Waarom laat ik ze niet zien dat het dáár ligt, de reden voor alle paranoia, al het wantrouwen.’

Het resultaat is Green Zone, een film die door critici – zowel liefkozend als neerbuigend – is omschreven als Bourne in Irak. Matt Damon speelt de militair Roy Miller, wiens missie het is de massavernietigingswapens te zoeken, en ondertussen steeds meer aan het bestaan ervan gaat twijfelen. ‘Hoe konden ze het dan zo mis hebben, vraagt hij zich af. En dat is precies de vraag die ik mezelf stelde. De meeste mensen wel, denk ik. En die zoektocht naar antwoorden waar wij ons de laatste vijf, zes jaar mee bezig hebben gehouden, wilde ik samenvatten in de zes weken na de val van Bagdad.’

Die periode wilde Greengrass zo realistisch mogelijk schetsen. Op de set werkte hij met militairen die het gebied kennen en waarvan er veel een rol in de film kregen. Op een van hen is zijn hoofdpersonage gebaseerd. Deze man stond, net als Miller in de film, letterlijk in een toilettenfabriek toen het besef doordrong dat ze de massavernietigingwapens nooit zouden vinden.

Het politieke spel en het decor vonden Greengrass en scenarioschrijver Brian Helgeland in het boek Imperial Life in the Emerald City van Washington Post-journalist Rajiv Chandrasekaran. ‘Dat gaf ons de wereld waarin het zich moest afspelen, die bijna surrealistische bubbel rondom Saddams gebombardeerde paleizen, die door coalitietropen waren ingericht als hoofdkwartieren. Daar werd de toekomst van Irak bepaald en het staat in een krankzinnig contrast met wat er buiten die zone gebeurde. Het is heel cinematografisch bovendien, die palmbomen, zwembaden en de Amerikaanse cultuur midden in Bagdad.’

Een pijnlijk punt: ondanks de Oscar voor The Hurt Locker doen films over het Irak het niet goed in de bioscopen. ‘Ging ik me beter of slechter voelen bij elke film over Irak die flopte?’ Greengrass lacht. ‘Beter, gek genoeg. Ik werd steeds meer vastberaden. Ik geloofde nooit zo in de mythe van de floppende Irak-films. Als er tien romantische komedies worden gemaakt, zijn ze toch ook niet allemaal goed? Waarom zou dat anders zijn bij Irak-films? Het opvallende is dat ze gemaakt werden. Ik heb groot respect voor iedere regisseur en elke studio die het geprobeerd heeft. Mijn punt is: ik geloof dat het publiek er best klaar voor is.’

Inmiddels is gebleken dat Green Zone – ondanks de combinatie van actie en politieke intriges – dat niet is. Uit de kosten kwam de film niet en mede daarom zit Universal Studio in de problemen. Maar Greengrass is het nu wel klaar met 9/11 en Irak, ook indirect. ‘The Bourne Supremacy, The Bourne Ultimatum, United 93 en Green Zone zijn allemaal met elkaar verbonden. Het zijn reacties op het afgelopen decennium, dat begon op 11 september 2001. Maar we zitten nu in een nieuw tijdperk. Al denk ik dat het nog niet echt begonnen is. Als ik erachter kom wat dat is, ga ik me daarmee bezig houden. Met Matt Damon. Want we willen dit soort sterke, eigentijdse films blijven maken, vol keiharde actie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden