Wanneer wordt overdaad in het modebeeld wansmaak?

Van de weelde van de 18de eeuw tot punk-ontwerpster Vivienne Westwood. Wanneer wordt overdaad in het modebeeld wansmaak?

De Geisha, John Galiano.

Ooit was het keizerlijk paleis in Wenen alleen toegankelijk voor de aristocratie - en voor het personeel dat het leven van die aristocraten mogelijk maakte natuurlijk. Ooit waren de duurste jurken slechts voor de prinsessen, zoals Sissi, en andere jonkvrouwen. Maar er kwamen nieuwe elites en die nieuwe elites ontwikkelden nieuwe smaken, die het oude tot wansmaak verklaren, en weer nieuwe, enzovoort.

Tot generaties later, in 2005, de shock-modeontwerper John Galliano (voor het Franse huis Dior) een model de catwalk opstuurde met een geisha-achtig geschminkt gezicht, een torenhoge pruik en een jurk waarin de decoraties uit het interieur van het Weense Schönbrunn paleis - exotische vogels, gouden en blauwe sierlijnen - tot enorme proporties waren opgeblazen. Een verwijzing naar de Sissi-tijd. Even opgeblazen was de jurk zelf, met asymmetrische pofmouwen, gigantische draperieën en een mega-strik om het af te maken.

Overdaad is hier nog wat overdadiger, rijkdom nog wat excessiever, als om te zeggen 'wij, de elite, wij smijten onze welvaart in jullie gezichten en jullie zullen het zien', een beetje zoals de heupen van de dames in de 18de eeuw, die 'mandjes' onder hun jurken droegen waardoor ze zo breed werden dat ze alleen als een krab zijwaarts de statige paleisdeuren door konden waggelen.

Hofjurk, 18e eeuw.

Op of óver de rand?

In de tentoonstelling The Vulgar in The Barbican in Londen staan deze jurken pal tegenover elkaar - de zwierige, metersbrede heupen uit de 18de eeuw tegenover de opgeblazen jurk uit 2005 en nog een paar ontwerpen waarbij terughoudendheid nou niet het sleutelwoord was, van onder anderen onze eigen Viktor & Rolf (met stro en megabloemen, uit de Van Gogh-collectie 2015) en de Britse activist-ontwerpster Vivienne Westwood. Exces zonder rem. De smaak van de happy few, op het randje van, of toch óver de rand, richting wansmaak? Wie zegt het? En wie bepaalt het?

Vulgair betekent: gewoon. Nou ja, als je de oudste vertaling uit Latijn erbij pakt, waar het woord 'vulgus' het gewone volk of de massa betekent. 'Vulgariseren' was iets beschikbaar maken voor de massa. Maar betekenissen veranderen en net als smaak is de invulling van wat vulgair is al eeuwen afhankelijk van wie je het vraagt en vooral wannéér. Het vulgaire is plooibaar, zo zien we in Londen, en meestal niet positief. Niemand zegt van zichzelf, 'ik ben lekker vulgair'.

Casanova Dress, Karl Lagerfeld.

Vulgair is het tegenovergestelde van 'goede smaak': het is alles wat slechte smaak omvat. En degene die beslist wát vulgair is, is doorgaans de eigenaar van 'goede smaak' (of wil dat zichzelf doen geloven) die zich wil onderscheiden van de massa, het niet-chique, het gewone, lelijke, saaie, excessieve, het neppe, dat wat te weinig aanspreekt of juist te hard schreeuwt, kortom: het vulgaire.

Het woord drukt dus ook nog iets anders uit: de angst van degene die het uitspreekt, om het zélf te worden.

Vulgaire taal

In de tweede helft van de 19de eeuw werden in Engeland woordenboeken van volkstaal ofwel vulgaire taal gemaakt: dictionary of the vulgar tongue, zoals deze uit 1785. Daarin werden woorden geregistreerd die de lagere klasse gebruikte, met hun betekenis. Zo konden mensen uit de hogere klasse de vulgaire taal van het volk herkennen en dus signaleren als er misschien een crimineel in de buurt was. Een waarschuwingsboek voor 'potentiële slachtoffers' van de onderklasse dus.

Uitwassen

Die betekenisverandering van het 'vulgair' ontstond in de 18de eeuw, zo'n beetje samen met die metersbrede heupen en handgeborduurde habits de soie, zijden herenjassen, die in de tentoonstelling staan opgesteld. Precies de periode dat de mode zoals die we nu kennen, met een ritme van seizoenen, ontstond.

Dat komt omdat luxe in die tijd ineens in ongekende hoeveelheden beschikbaar werd voor de rijksten, niet in de laatste plaats vanwege de mede door slavernij in stand gehouden koloniale wingebieden. Nieuwe handel maakte een enorme diversiteit aan luxeproducten beschikbaar - de lagere klassen leefden van de productie voor de hogere klassen. In de mode leidde dat tot uitwassen; de pruiken, de handgeborduurde kostuums, zilverdraad, goudbrokaat, zijde, de beroemde overdaad van de 18de eeuw.

Lees verder onder de afbeelding.

Witte jurk, Vivienne Westwood.

Ook de burgerklasse werd rijker en het was aan de aristocratische voorhoede om zich van hen te blijven onderscheiden met kleren. De jacht van de vernieuwing, waar de consumptiemaatschappij nog altijd verslaafd aan is, maakte haar entree. De smaak van de rijksten werd steeds extremer en goede smaak moest worden beschermd. Dat is het moment dat 'vulgair' de alles absorberende tegenstelling van de 'goede smaak' werd. Burgerlijke imitaties werden vulgair genoemd, net als goedkopere versies van de 'goede smaak' van de elite.

Om te tonen hoe in de loop van de tijd werd gedacht over (wan)smaak, waaiert de tentoonstelling van onderwerp naar onderwerp - zoals imitatie, exces, ambitie en verlangen. Er wordt kleding getoond die over de top was doordat het te veel lichaam bloot laat, te veel lingerie zichtbaar maakt, van te dure stof of juist te goedkope stoffen is gemaakt of allebei, omdat het populaire logo's op chique tasjes toont of juist duur gouddraad, omdat het met geavanceerde technologieën is gemaakt (zoals Iris van Herpens' handgemaakte jurk van met laser gesneden acrylglasdeeltjes), omdat het mode is die tot de maan wil reiken en daar voorbij - kleren, kortom, waarmee grenzen van de moraal en ambitie worden afgetast. Elk stuk is een statement van zijn tijd, van de minirok van Courrège tot de stijve 18de-eeuwse lijfjes van dure brokaat, waardoor de vrouwen prachtig slank leken maar vaak niet eens meer konden zitten.

Vulgair of subliem ironisch

Lastig waarschijnlijk voor de tentoonstellingsmakers om hedendaagse ontwerpers te vragen kostuums voor zo'n tentoonstelling uit te lenen. Want iedereen houdt het vulgaire graag met een stok op afstand. De controversiële Vlaamse Walter van Beirendonck - zijn werk wordt door de één kinderachtig en vulgair gevonden, de ander juist subliem ironisch en vooruitstrevend - is er in een van de interviews in de catalogus (en op film in de tentoonstelling) eerlijk over.

Gestoken in een van zijn ontwerpen, een blij shirt met kinderkamer-motieven, zegt hij: 'Ik was nogal geschokt door de naam van de tentoonstelling, want het woord 'vulgair' heeft meteen negatieve connotaties.' Hij liet zich overhalen door het concept en door de constante verandering van mode. 'Dat je eerst denkt, nee dit is niet echt mooi, en dan is er plotseling toch iets heel mooi aan.'

Vulgair en schoonheid zijn twee kanten van dezelfde medaille, die steeds weer kan draaien zodat we er anders naar kijken. Bovendien kan het exces van de wansmaak juist heimelijke aantrekkingskracht hebben.

18e-eeuwse 'stomacher'

Veel meer dan bij andere disciplines gaat smaak in mode over beheersing (en loslaten) van driften, angsten en verlangens. Want in mode gaat het over het lichaam, mode zit aan het lichaam, verlengt wie en wat we zijn, waartoe we willen behoren en van wie we ons willen onderscheiden. Het verhult wat we niet willen laten zien (en verraadt het daarmee juist soms) en benadrukt de ideeën en waarden die we hebben over elkaar. Dat verandert voortdurend, zoals ideologieën en samenlevingen veranderen. Mode kent net zo goed smaak als kunst en architectuur, maar dichter op de huid en tijdelijker.

Van de Britse punkontwerpster - en inmiddels 'Dame' -Vivienne Westwood, toch een van de sterkste voorbeelden van activistische mode - is de bekende witte jurk uit de punktijd te zien met erop geschilderde borsten, naast het pak 'Eve' dat volledig doorzichtig is op een lendeblaadje na. Maar ook een paar creaties waarin ze laat zien hoe ze uit de geschiedenis van schoonheidsopvattingen en vrouwbeelden put, zoals een strak lijfje met een schilderij van de 18de-eeuwse Franse schilder François Boucher erop geprint; een naakt.

Ontwerper Stephen Jones

'De pikantste expressie van vulgariteit in mode is voor mij deTweede Wereldoorlog toen Parijse vrouwen zich zo vulgair als ze maar konden gingen kleden om daarmee hun onafhankelijkheid van de Duitse bezetter te uiten. Want de vrouwen van de Duitse officieren gingen naar de haute couture-huizen om beste kostuums te laten maken, dus die dames gooiden het roer helemaal om. Je zag gigantische pofmouwen en van die enorme landelijke linthoedjes, en die droegen ze dan op de fiets.'

Hoed van ontwerper Stephen Jones.Beeld Ronald Stoops

Ook vulgair: imitaties. Wat nep is, valt doorgaans buiten de goede smaak. Toch? Vaak wel, maar niet altijd. De Franse Yves Saint Laurent lanceerde bijvoorbeeld Piet Mondriaans abstracte rood-wit-blauw-schilderijen de modewereld in met zijn (superdure couture ) minijurk uit 1980.

Voor het huis Chloé maakte hij ook geweldige rechte jurken waarop draperieën zijn geborduurd die doen denken aan klassieke Griekse schoonheden - een soort trompe-l'oeil van een godin, ook te zien in ontwerpen van de Vlaamse Martin Margiela die dergelijke foto's op een witte zijden jurk printte.

Tentoonstelling over veranderlijkheid

In de poparttijd was het kopiëren de norm: kunst nam de beeldcultuur van de massa over. Maar hier in Londen hangt er zelfs daarvan een voorbeeld van decennia eerder: een jurk uit 1938 van Charles James (toen bekend) met allemaal Disney Sneeuwwitjes erop. Speciaal gemaakt voor de hertogin van Rosse en extreem vroeg, want de film was in 1937 uitgekomen.

De geschiedenis van mode wordt in Londen getoond als een almaar roterend spel van ideeën. Daarmee is The Vulgar vooral een tentoonstelling over de veranderlijkheid van de mens. Het maakt, op een vermakelijke manier, ook de inwisselbaarheid van onze waarden zichtbaar.

De ervaren tentoonstellingsmakers Judith Clark en psychoanalist Adam Phillips leunen wel behoorlijk op de Franse denkers en af en toe worden er te gedragen woorden gebruikt. Voor een tentoonstelling die de grenzen van smaak aftast is het ook erg conservatief ingericht. Iedereen die de afgelopen tien jaar modetentoonstellingen in Nederland, België en het Victoria & Albert Museum heeft gezien en weet hoe beweeglijk mode gepresenteerd kan worden - met licht, bewegende podia of theatrale presentaties wordt getoond dat kleren bedoeld zijn om te bewegen om een lichaam - valt het hier op hoe stijf alles is neergezet in spots tegen donkere achterwanden.

Wat dat betreft is het aan te raden om even op de tweede 'venue' te wachten; vanaf 24 februari is de tentoonstelling namelijk ook in het sprookjesachtig barokke Winterpaleis in Wenen te zien. Dan zien we de kostuums een beetje zoals Sissi haar jurken droeg in de 19de eeuw - in de volle overdaad van luxe die toen gold als echte smaak.

The Vulgar, t/m 5/2 in The Barbican in Londen (barbican.org.uk) en van 24/2 - 25/6 2017 in het Winterpaleis Belvédère in Wenen (belvedere.at)

Mondrian Dress, Yves Saint Laurent.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden