Rebecca Solnit.

Recensie Wandelboeken

Wandelen is meanderen: drie boeken over de magie van het lopen

Rebecca Solnit. Beeld Silvia Celiberti

In de romantiek wisten ze het al: er is geen betere manier om na te denken dan een lang stuk lopen. Drie boeken over de magie van het wandelen.  

Het is alvast een van de charmes van wandelen: bijna iedereen kan het, en als je het heel breed ziet, doet bijna iedereen het. Rebecca Solnit ziet het zo breed. De Amerikaanse kunstcriticus, cultuurhistoricus en activist begint in een nieuwe inleiding van haar wandelklassieker Wanderlust (2001), dat nu pas in het Nederlands is vertaald, met een beschrijving van demonstraties die in 2003 overal ter wereld plaatsgrijpen. Wandelen tegen de oorlog in Irak bijvoorbeeld. Wereldwijd gingen er miljoenen mensen de straat op, voor Solnit een bewijs van de macht van ongewapende mensen die samen lopen. Ze kan dezer dagen, gezien de wereldwijde demonstratiehausse, haar hart ophalen, al blijkt nu ook dat demonstreren op trekkers of met graafmachines zeker zo effectief is als lopen.

Wandelen is, ook los van het demonstreren, populair. Solnit was in feite een voorloper in de huidige wandelgolf. Heel Europa heeft inmiddels een langzame infrastructuur met wandelroutes, alleen Nederland telt er al duizenden, landelijk, regionaal, lokaal, met bijbehorende boekjes, websites en appjes. Sinds het verschijnen van Wanderlust is het aantal spirituele wandelaars naar pelgrimsoorden als Santiago de Compostela alleen nog maar toegenomen. 

Beeld Nijgh & Van Ditmar

Bewust culturele handeling

Een verklaring voor de huidige wandelgolf kon Solnit in 2001 nog niet geven, maar ze geeft wel een uitgebreid overzicht van de betekenissen die in de loop der eeuwen aan het wandelen als ‘bewust culturele handeling’ zijn gegeven. Dat begint tegen het einde van de 18de eeuw, als een van de bekende grondleggers van deze vorm van lopen, Jean-Jacques Rousseau opmerkt in Bekentenissen (1781-1788): ‘Ik kan alleen mediteren wanneer ik loop. Hou ik daarmee op dan hou ik op met denken, mijn geest werkt alleen samen met mijn benen.’ Daarna volgen nog vele denkers en dichters (van Wordsworth tot Nietzsche, van Thoreau tot Muir) die de lof van het wandelen bezingen, en de waarde ervan proberen te duiden. Niet voor niets gebeurt dit in het tijdperk van de industriële revolutie en de culturele reactie daarop, de romantiek. Wie zich in Engeland tot in de tweede helft van de 18de eeuw lopend op de weg begaf was of een pauper of een bandiet, daarna werden de wegen beter en veiliger, pas toen werd het lopen een gerespecteerde vorm van reizen. Het waren de intellectuelen en de excentriekelingen die in die tijd ‘voor de lol’ begonnen te wandelen.

Wandelen is meanderen, schrijft Solnit, en dat geldt in haar geval ook voor het schrijven erover. In 346 dicht bedrukte pagina’s over de filosofische geschiedenis van het wandelen slaat ze flink wat zijpaden in. Ook de stijl varieert, onbedoeld vermoedelijk; soms gaat het vlot, dan weer stroef. Wanderlust is een labyrint waarin zowat alle loopgerelateerde fenomenen (ook labyrinten) worden behandeld. Hoogtepunten zijn er genoeg. Zoals Solnits onderkoeld humoristische beschrijving van de wetenschappelijke twisten over de oorsprong van de tweevoetigheid van de mens. Of haar behandeling van de Britse aristocratische tuin, waarin volop gewandeld werd. Die aristocratische tuin ontstond om de natuur buiten te sluiten, maar gaandeweg veranderde de tuin – onder invloed van de tijdsgeest – van een strakke, architecturale ruimte in een meanderende wildernis. Tot verontwaardiging van sommigen. Want: ‘De tuin die steeds minder te onderscheiden viel van het omringende landschap was overbodig geworden.’ Of, zoals een landschapsarchitect zag toen hij over een tuinhek sprong: ‘De hele natuur is een tuin.’ Dat was het moment dat de elite de tuinen verruilde voor het echte landschap, en wandelen ook reizen te voet werd.

Scherp wordt Solnit als ze de obstakels – zacht uitgedrukt - voor wandelende vrouwen beschrijft, zoals het ’s avonds alleen op straat lopen. En als ze de vloer aanveegt met ‘al die heren’ die klerikale neigingen hebben als het over wandelen gaat. Ook Henry David ­Thoreau kon het preken niet laten in zijn beroemde essay Walking uit 1851. ‘‘Ik wil iets zeggen ten behoeve van de Natuur, de absolute vrijheid en wildheid’, begint Thoreau zijn boek nog, maar net als alle anderen, zegt hij ons ook hóé we vrij moeten zijn. Instructies, het eeuwig terugkerende woord ‘moeten’. Honderdvijftig jaar moraliseren!’, schrijft ­Solnit.  

Moraliseren doet Solnit zelf inderdaad minder. Wel doet ze zelf een poging om te formuleren wat er zo aantrekkelijk is aan wandelen. ‘Wandelen is idealiter een staat waarin geest, lichaam en wereld zich op één lijn bevinden, alsof ze drie personages zijn die eindelijk met elkaar in gesprek gaan, drie noten die ineens een akkoord vormen.’ En: ‘Elke wandeling een tochtje dat ontspannen genoeg is om zowel de vergezichten waar te nemen als erover na te denken, om het nieuwe en het oude op te nemen. Misschien komt hier het bijzondere nut van het wandelen voor denkers vandaan.’ Kortom: het tempo van de lopende mens is nog altijd de ideale snelheid om zowel te reizen als te observeren en te denken.

Rebecca Solnit: Wanderlust – Een filosofische geschiedenis van wandelen ★★★☆☆. Uit het Engels vertaald door Janine van der Kooij. Nijgh & Van Ditmar; 383 pagina’s; € 25,99.

Rebels wandelen

Net als Rebecca Solnit ziet de Nederlandse antropoloog, filosoof en wandelaar Ton Lemaire de rebelse kant van het wandelen in zijn nieuwste boek Met lichte tred. Ook Lemaire, al geruime tijd woonachtig op het Franse platteland, wijst erop dat onze mobiliteit weliswaar enorm is toegenomen, maar de onbeweeglijkheid evenzeer. We laten ons vooral vervoeren, en brengen het grootste deel van de dag zittend door. Een herontdekking van de traagheid, dat is wandelen ook, aldus Lemaire, in ‘een op hol geslagen wereld’ waarin groei om de groei, almaar meer mobiliteit ‘een collectieve obsessie is geworden met pathologische trekken’. Overigens zijn er ook prozaïscher verklaringen voor de wandelhausse, die zowel Solnit als Lemaire niet noemen. Zoals de vergrijzing en de toegenomen welvaart: veel mensen met tijd en geld om erop uit te trekken.

Beeld Ambo Anthos

Met lichte tred ziet er – in tegenstelling tot Wanderlust – uit als een aantrekkelijk wandelboek, maar helaas wordt er geen meter in gewandeld. En dat maakt het lastig meelopen. Waar Solnit de lezer meesleurt naar woestijnen, bergen en steden en doet belanden in pelgrimstochten en demonstraties, blijft Lemaire afstandelijk. Dat maakt Met lichte tred weliswaar een zorgvuldige uiteenzetting, maar ‘de wereld van de wandelaar’ (de ondertitel) komt niet tot leven.

Ton Lemaire: Met lichte tred – De wereld van de wandelaar ★★☆☆☆. Ambo Anthos; 256 pagina’s; € 22,99.

Vlucht en wanhoop

Raynor Winn gaat in Het zoutpad – met een prachtige omslag van Angela Harding – wel echt op pad. En hoe. Het waargebeurde verhaal: van de ene op de andere dag verliezen Winn en haar man Moth hun huis, en hun geld, en wordt bij Moth een ongeneeslijke progressieve ziekte geconstateerd, waardoor hij zowel fysiek als geestelijk aftakelt. Uit wanhoop en als vlucht vooruit besluiten ze, als daklozen, om het South West Coast Path langs de kust van Zuid-Engeland te gaan lopen, meer dan 1000 kilometer, klimmen en dalen. Twee mensen van middelbare leeftijd, hij al fysiek verzwakt; het doodvonnis loopt mee. Bijna zonder geld op pad, kamperen ze illegaal in het wild. Ze komen nauwelijks vooruit, maar naarmate hun tocht vordert, wordt Moth sterker en tegen het einde van hun reis vinden ze op wonderbaarlijke wijze een huis. 

Beeld Balans

Bij zoveel drama ligt kitsch op de loer, maar die klip omzeilt Raynor Winn behendig. Ze schrijft fris, met een prettige mix van vervoering, scherpte en feitelijkheid, en ze heeft gevoel voor ritme en details. En zo strompel je voor je het weet mee met het dakloze echtpaar, je ruikt het zout en het zweet, hongert en dorst, voelt de wanhoop, vervloekt de meeuw die hun eten steelt, de kou en de regen, proeft de noedels, de karamelrepen en de bramen, en hoopt na iedere etappe weer dat ze een plekje vinden voor hun tent. Intussen ontstaat er een beeld van het landschap, de natuur, de klippen en de ruige of juist uitnodigende zee, want het echtpaar heeft weet van natuur. Bovendien komt het hele palet van menselijke eigenschappen onderweg voorbij. Ja, wandelen kan louterend zijn, leert het boek, en het kan de weg kan zijn naar een nieuw begin.

Raynor Winn: Het zoutpad ★★★★☆. Uit het Engels vertaald door Annemie de Vries. Balans; 320 pagina’s; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden