Tv-recensie Zomergasten

Wanda de Kanter is in Zomergasten geen drammerige activist, maar een warmbloedige arts

‘Ik sta nooit echt uit’, zegt longarts Wanda de Kanter (60) tegen Zomergasten-presentatrice Janine Abbring, als die vraagt of ze op vakantie even helemaal weg was. Onvermoeibaar en strijdbaar, dat is het beeld van De Kanter dat we kennen uit de media, waar ze de afgelopen jaren optrad als anti-tabaksactivist.

In Ted Talks, aan talkshowtafels en in die ASR-reclame met rapper Sticks herhaalde ze: roker zijn is – op die eerste sigaret na – geen vrije keuze, mensen met longkanker hoeven zich niet te schamen en kinderen moeten behoed worden voor verslaving. Rokers zijn dus niet die vrije Marlboromannen, maar ‘een soort kwijlende pavlovhonden waarbij de hele dag belletjes afgaan’.

De Kanter schuwt daarbij doorgaans de oorlogstaal niet: ‘lobbyisten hebben bloed aan hun handen’ en ‘tabak is een massavernietigingswapen’. In maart werden De Kanter en haar collega Pauline Dekker zelfs uit de Alliantie Nederland Rookvrij gezet omdat ze ‘te activistisch’ zouden zijn.

Wanda de Kanter

Eigen schuld, dikke bult

Maar in Zomergasten zat zondagavond een zachte De Kanter. De boodschap uit het eerste uur: niet oordelen, eerst luisteren. In haar fragment uit het programma Over de Streep van Jessica Villerius (2010) wordt middelbare schoolleerlingen gevraagd in een gymzaal over een streep te lopen, als ze ‘ja’ kunnen antwoorden op vragen als: ‘Heb je thuis te maken gehad met geweld?’ Zo nodigen ze elkaar volgens De Kanter uit om zich in elkaar in te leven. ‘Ik zou het mooi vinden als ik door die drie uur kan laten zien dat je jezelf niet als maat moet nemen’, had De Kanter voorafgaand aan de uitzending gezegd.

Natuurlijk komt het anti-rookpleidooi van De Kanter aan bod. Zo is het fragment uit de documentaire Nummer Veertien (1973) over De Kanters jeugdidool Johan Cruijff aanleiding om te vertellen waarom het niet je eigen schuld is als je ziek wordt van roken. De Kanter wil het stigma op patiënt-zijn verlichten. Met het derde fragment, het prachtige interview uit De Schreeuw van de Leeuw van Paul de Leeuw met de dan al broze zanger en hiv-patiënt René Klijn uit 1992, laat De Kanter zien dat stigma na verloop van tijd kan worden verlicht. Het gesprek van De Leeuw was beeldbepalend voor hiv-patiënten, die tot dat moment nog vrijwel geen gezicht hadden in de media.

Toch bood De Kanters avond veel meer dan een lange anti-rookreclame. Na Klijn zegt ze het maar rechtuit: ‘Waar deze avond hopelijk over zal gaan, is dat we meer moeten zorgen voor mensen, minder mensen in de steek moeten laten.’

Voor De Kanter zelf is in dat verhaal trouwens niet veel plaats. Als Abbring vraagt hoe het is om als arts steeds zo veel slecht nieuws te moeten brengen, zegt De Kanter zakelijk: ‘Nou, ik bereid gesprekken voor…’– ‘Nee, dat bedoel ik niet’, zegt Abbring, ‘als je thuiskomt?’ Een persoonlijke ontboezeming komt er niet. Even later geeft De Kanter pas iets persoonlijks prijs, bij een van de mooiste fragmenten van de avond, uit de documentaire One more time with feeling van Nick Cave, die haar troost bood toen haar broer drie maanden geleden overleed. Cave liet haar zien dat rouw ineens terug kan komen, als een elastiek. ‘Het feit dat je de week na de dood weer kan werken, dat kan. Maar je kunt ook weer terug bij af zijn.’

Bitties overal

Even lijkt het alsof De Kanter hierna iets luchtigs wil bieden, met een komische sketch van Little Britain uit 2004. Daarin stelt een volwassen vent, Harvey, zijn nieuwe vriendin voor aan zijn uiterst Britse ouders, om vervolgens aan te leggen bij zijn moeders tepel voor ‘bittie’: melk. Maar nee, ook deze ongein is natuurlijk een les in het grotere verhaal van De Kanter: ‘Dit is wat er gebeurt als je nooit nee zegt tegen kinderen.’ Want als kinderen altijd hun zin krijgen, dan krijg je ‘bitties’ overal.

De Kanter pleit met ‘bittie’ voor een doortastende overheid, die ‘nee is nee’ zegt – tegen roken dus, niet tegen borstvoeding. En dan piept toch de activist De Kanter erdoor: ‘Als je wél 2,5 miljard accijns ophaalt, maar niets doet om kinderen te beschermen, vind ik dat verwaarlozing.’

De Kanter gaat niet in op Abbrings suggestie dat ze expres zachter gaat praten als ze wat meer op de activistische toer gaat. ‘Ik denk er natuurlijk wel over na dat ik niet te heftig overkom’, zegt De Kanter. ‘Maar ik ben ook niet heftig, ik ben feitelijk.’ De Kanter lijkt de kans aan te grijpen om iets bij te stellen aan het beeld van De Kanter. Haar Zomergasten is niet die van een drammerige activist, maar van een warmbloedige arts met een brede opvatting van zorg.

Een behoorlijk doortimmerd verhaal, dus zoekt zoekt Abbring in de tweede helft naar een sprankje frustratie of woede. ‘Kom op, je moet toch ook gebaald hebben? Jaren werk’, zegt Abbring over de rechtszaak tegen vier tabaksproducenten. De Kanter tuigde die in 2017 samen met collega Pauline Dekker, advocate Bénédicte Ficq en twee inmiddels overleden patiënten op, zonder succes. De Kanter geeft toe: ‘De uitspraak was een verschrikkelijk moment. Maar het goede nieuws was: er is een ander loket.’ Ze moest niet bij de rechter, maar bij de overheid zijn.

Als ze verzoenend over de Alliantie Nederland Rookvrij praat, waar ze in maart nota bene uit is gezet, zegt Abbring: ‘Je bent nu wel mild, maar wat je eigenlijk zegt is dat het een laf clubje is.’ ‘Ja’, zegt De Kanter zacht. Abbring: ‘Normaal ga je er met gestrekt been in!’ ‘Nou…’, lacht De Kanter, ‘we hebben dezelfde agenda’. Abbring was niet streng en dat hoefde misschien ook niet, met een gast met zo’n vastberaden, rijke visie.

Prinsje

Het was een wat stemmige uitzending over compassie, rouw, zorg en afscheid, en stemmig sloot De Kanter ook af: met een fragment uit de film Le Petit Prince (2015), naar het beroemde boek van Antoine de Saint-Exupéry. ‘De prins vertelt aan de piloot: de essentie van het leven, van de liefde, kun je niet zien met je ogen, maar alleen met je hart’, zegt De Kanter. Na afloop van het fragment: ‘Als je naar boven kijkt, kun je altijd lachen, is wat je hoopt als je iemand verloren hebt. Dat je iemand in zijn geheel kunt zien, in zijn kracht en niet als zieke. De schrijver van De Kleine Prins zegt ook: alles gaat voorbij, zelfs de liefde, maar uiteindelijk is er dan weer hoop.’ En ineens, op de valreep, werpt De Kanter Abbring toch nog één plotse ontboezeming toe: ‘Ik krijg een kleinkind’, zegt ze glimmend van trots. Wéér een reden om door te gaan.

Tabaksfabrikanten zijn criminele multinationals, vindt longarts Wanda de Kanter. Ze bestrijdt de tabaksindustrie op alle fronten, van de rechtszaal tot de televisiestudio. En keihard, want ‘je kunt brave voorlichting blijven geven tot je een ons weegt’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden