Walter gaat nooit dood

Miraculeus jeugdig is dichter Remco Campert gebleven blijkens zijn komende week te verschijnen bundel. Hij - en zijn geliefde alter ego Walter - blijft het leven omhelzen en zich warmen aan de poëzie.

De laatste jaren was Remco Wouter Campert (86) geporteerd van de naam Walter als alter ego, of het nu ging om Walter Manning (in de roman Hôtel du Nord, 2013) of Walter Coenen (in de korte verhalen die dit jaar in de bijlage V Zomer stonden). Veel zullen ze niet verschillen van de auteur, wel voldoende om ze met een beetje afstand te bekijken.

Als om aan te geven dat het verschil thans nog geringer is, voert Campert een achternaamloze Walter op in het nieuwe Verloop van jaren, een dichtbundel die hij met kenmerkende voorzichtigheid van de ondertitel '40 poëtische notities' voorzag. Zo kan hij in de ik-vorm terugkijken op bijzondere momenten en stemmingen uit zijn lange leven, en deze ontboezemingen direct temperen door de gedichten af te ronden met een strofe waarin de naam Walter valt:

'Ik was de schaamte voorbij denkt Walter
schaamte die hij nu pas voelt
wel een beetje laat'

Zo kan Campert zijn hart uitstorten en bijna tegelijkertijd gas terugnemen, de twee kanten die deze romantische aarzelaar in zich heeft en die tezamen diens zelfportret vormen.

Ontroerende herinneringen

Het wordt koud en ijl rond de dichter; veel vrienden zijn gestorven, die soms slechts met een initiaal worden aangeduid, en in wie we Rudy Kousbroek, Hugo Claus, Willem van Malsen, Jacques Bloem, Hugues C. Pernath en Fritzi Harmsen van Beek menen te herkennen. Aan hen denkt hij terug, en aan zijn ouders, de dichter Jan Campert (1902-1943) en de actrice Joekie Broedelet (1903-1996), die al scheidden toen Remco 3 jaar was. Die beelden en herinneringen ontroeren sterk.

En met deze verzen brengt Campert op de valreep ook nuances aan. Voordat er in overzichtsartikelen naar aanleiding van de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren, die de Belgische koning Filip op 8 oktober in Brussel aan Campert zal uitreiken, gaat worden geschreven dat hij op de middelbare school de poëzie ontdekte, zoals we tot dusver dachten, komt hij met deze regels:

'Of begon het eerder met ongeschreven woorden?
aan mijn moedershand liep ik als vijfjarige
over de avondlijke Haagse gracht
en stelde vast: "maantje loopt een eindje met ons mee"
moeder vertelde het aan dichtersoom Jacques
die sprak:
maak je over hem nooit zorgen
met hem komt alles goed'

Hij blijft het leven omhelzen en zich warmen aan de poëzie. Dit voorjaar werd bekend dat Mirjam van Hengel de biografie van Campert gaat schrijven. Zij zal met schrik, gevolgd door opluchting, deze regels lezen:

'Walter slaapt slecht
in een treurige droom gevangen
beweegt hij zich door de dag
liever geen biografie
waarin al deze gevoelens worden gemist
het cement van zijn leven
Walter bestaat uit gevoelens
maar een autobiografie
is ook weer zoveel werk'

De gevoelens die hem stempelen en waaruit hij put, behoren tot het geheimzinnige gebied waar de meeste biografen (die leunen op feiten en manuscripten) moeilijk of niet bij kunnen komen. Erg mooi is ook het gedicht waarin Walter besluit in het heden te leven en hij in de zon door de stad loopt, om te ontsnappen aan de donkere schaduw die de herinnering over zijn leven werpt. Een poging die slaagt.

In Verloop van jaren weet Campert de smeulende melancholie vleugellam te maken. De dichter die de dood voelt naderen is miraculeus jeugdig gebleven, en daardoor lijkt hij telkens te ontkomen. De ijlte en aarzeling zijn een vluchthaven waar de koelbloedige en resultaatgerichte dood geen greep op krijgt.

Zogenaamd compleet

'Walter gaat nooit dood', is een zin die in Verloop van jaren aan Lucebert wordt toegeschreven. 'remco gaat nooit dood' luidt de profetische regel die Lucebert in werkelijkheid over zijn mede-Vijftiger heeft geschreven (in de bundel Amulet uit 1957). Het staat na te lezen in het Campert-dubbelnummer van De Parelduiker, het 20-jarige tijdschrift dat een schrijverschap bij voorkeur vanuit het zijpad en de marge benadert, en dikwijls iets aardigs opdelft; het is alles een kwestie van boren en napluizen. Zo vindt antiquaar Nick ter Wal na gedurig speuren een paar exemplaren terug van Camperts neerslachtige in Parijs gestencilde debuut Ten Lessons with Timothy (1951). Volgens de overlevering zijn er 25 genummerde en gesigneerde exemplaren gemaakt. Ter Wal ontdekt dat de teruggevonden exemplaren alle het nummer '1' dragen. Reactie van Campert toen hij in 2012 van deze ontdekking hoorde: 'Ik denk dat we iedereen nummer 1 gunden.' Al even typerend: hij bezit zelf geen exemplaar meer. Campert, schrijft Ter Wal (die zich hier weinig bij moet kunnen voorstellen), is nooit een verzamelaar of bibliograaf van eigen werk geweest.

Dan zal hij ook met verbazing kennis nemen van de bijdrage van uitgever C.J. Aarts, die de contente bezitter van de proza-collecties Campert Compleet (1971) en Campert Compleet Vervolg (1991) wakker schudt: beide verzamelingen zijn helemaal niet compleet. Eendjes voeren (1953) bijvoorbeeld telt vijftien verhaaltjes, in Campert zogenaamd Compleet staan er maar zes; van de 53 columns in Waar is Remco Campert? (1978) staat er niet één in Campert zogenaamd Compleet Vervolg.

Zelf doet hij het niet, maar wij kunnen het oeuvre van de oude meester derhalve aanvullen met zijn recente werk, én met de aanschaf in antiquariaten van het aloude en jammerlijk gekortwiekte werk. Laten we dan meteen ook eens kijken, net als Jaap van der Bent in deze Parelduiker doet, naar de vertalingen die Campert ooit om den brode vervaardigde, zoals Veel geluk met de sterren (1957) van de Zwitser Bruno Knobel. De vertaler voegde daar voetnoten van eigen makelij aan toe, zoals deze naar aanleiding van de vermeende kracht van de Stier: 'Persoonlijk tel ik meerdere Stiertypes onder mijn kennissen, die allesbehalve krachtig zijn. Zij liggen hele dagen slapjes te bed, waar zij sigaretjes roken en vunze boekjes lezen.'

Van de zachtmoedigste onder de leeuwen, die zich zelf de laatste tijd wel eens slapjes voelt maar intussen de leeftijd der ijzersterken heeft bereikt, hadden we deze relativering kunnen verwachten.

Beide uitgaven worden ten doop gehouden op de Remco Campert-avond in de Brakke Grond te Amsterdam op 29 september, aanvang 20 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden