Wagner speelt virtuoos met vorm en klank

Vanuit Darmstadt werd onlangs op NPO radio 1 'live verslag' gedaan van een raketlancering naar Mars. De lancering vond plaats in Kazachstan.

'En dan gaat hij omhoog. Ja...', lichtte de verslaggever toe.

Ik kon me daar wel een raket bij voorstellen.

Pas veel later vroeg ik me af waarom Nederland niet zelf een live-verbinding met Kazachstan tot stand had gebracht. Via een cameraman in Kazachstan en een zwijgzame Nederlandse verslaggever in Darmstadt werd met internet- en radioverbindingen vooral duidelijk hoe ver de radioluisteraar van de werkelijkheid af staat.

Onthechting

De ervaring onthecht te zijn, te midden van taal die juist een verbinding tot stand moet brengen, wordt ook opgeroepen in de poëzie van Jan Wagner (Duitsland, 1971). In het gedicht 'in de put' laat hij zichzelf als gedroomde kosmonaut een zes, zeven meter vrije val maken: ik was het kind/ in de put. alleen de mossen/ kropen langs het gevlochten/ koord van zichzelf omhoog,/ klimop klom via klimopschouders/ naar buiten en ontkwam.

Het kind schikt zich in zijn lot. Maar: juist toen ik de woorden steen en pissebed/ als steen en pissebed leerde begrijpen,/ drong rumoer tot me door, gehaast, geroep/ en vóór mij begon er een touw.// ik keerde terug naar het klokgelui,/ naar bustochtplannen, de geur van brood,/ naar de schaduw onder de bomen,/ gesprekken over het weer, ik keerde/ terug naar feesten en tragedies,/ krantenkoppen, waarvan ik/ er nu één was.

Het kind gaat na een reddingsactie weer deel uitmaken van zijn thuisomgeving. Het wordt zelfs een nieuwsbericht. Wat pijnlijk duidelijk wordt, is dat het de wereld buiten de put niet per se verkiest boven de 'capsule van veldsteen' die vanuit de verte het 'kostbare, ronde blauw' waarneemt.

Onafwendbare dreiging

Meer nog dan de natuur viert Wagner met Regentonvariaties de taal die hij ter beschikking heeft om deze te benoemen en op te roepen, met woorden als 'zevenblad, sluipgeer, vlier en tulpenstralen'. Virtuoos spelend met vorm en klank, zet hij de natuur naar zijn hand en stoot deze net zo gemakkelijk weer af, want onder de oppervlakte heerst steeds een onafwendbare dreiging. De natuur - zo verleidelijk in een gedicht - slokt je heelhuids op:

zeg: moerbessen, en nog eens: moerbessen,// zo donker en zoet/ alleen al het woord in je mond en ze zijn wak-/ ker, vermeerderen zich met schaduwzacht geklak/ van duizenden vleugels, lichte danseressen,/ hangen overdag in hun slaap als tressen/ of dikke trossen stil onder je dak,// zo donker en zoet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden