RecensieL’Orfeo

Wagemakers interpreteert Orpheus als iemand die alleen bezig is met wat was, niet met wat ís ★★★★☆

De opera draait om universele gevoelens. Dansers en zangers golven als één organisme over het podium.

L’Orfeo door de Nederlandse Reisopera, met bovenin Ego. Beeld Marco Borggreve

Een reusachtige balk hangt boven het podium. Het object, Ego genaamd, schittert zilverig; dat komt door het soort reflecterende visdraad waar het (met de hand!) van is gemaakt. Al snel wordt duidelijk dat Ego niet zomaar een zeer fraai decorstuk is; het is de commentator in de mythe van Orpheus en Euridice.

Zaterdagavond is de première van de productie van de Nederlandse Reisopera van Claudio Monteverdi’s L’Orfeo (1607) in een stijf uitverkocht Wilminktheater in Enschede. Terwijl de zaallichten nog branden, maant de bekende Toccata iedereen die nog staat naar zijn plek. Het fluwelen geluid van barokorkest La Sfera Armoniosa, onder leiding van Hernán Schvartzman, zal de hele opera prachtig kleuren.

Regisseur Monique Wagemakers werkte voor het concept samen met choreograaf Nanine Linning en ontwerper Lonneke Gordijn, die met haar Studio Drift anderhalf jaar bezig was om Ego te verwezenlijken. Marlou Breuls ontwierp de kostuums.

In alles is gezocht naar een collectieve perceptie van universele gevoelens: liefde, blijdschap, verdriet, wanhoop. Alle twintig kunstenaars op het podium – tien zangers, tien dansers – dragen een variatie aan kostuums in de kleur van de huid van de betreffende drager, van geplooide stof die opbolt bij iedere beweging. Bewegingen die de dansers en zangers als één maken; één organisme dat over het podium golft, waarbij zangers zich om beurten losmaken uit het geheel.

Als eerste is dat mezzosopraan Luciana Mancini, die met haar diepe, gelaagde stem en sterke podiumprésence La Musica is, die de vertelling begint. Later is Mancini ook nog een prachtige Proserpina, de genadige koningin van de onderwereld.

L’Orfeo

Opera

★★★★☆

Opera van Claudio Monteverdi door de Nederlandse Reisopera met La Sfera Armoniosa o.l.v. Hernán Schvartzman

25/1, Wilminktheater, Enschede. Tournee t/m 22/2.

Orpheus en Euridice zijn net getrouwd, wanneer de jonge bruid in haar voet wordt gebeten door een giftige slang. Ze sterft en wordt door Pluto opgenomen in zijn onderwereld. De wanhopige Orpheus gaat op eigen houtje de onderwereld in om Euridice terug te halen. Hij zingt en speelt een lied op zijn lier waarmee hij iedereen daar ontroert. Ook Pluto, die Euridice weer naar het rijk der levenden laat gaan. Op één voorwaarde althans: terwijl het koppel de onderwereld verlaat, mag Orpheus niet naar haar omkijken. Doet hij dat wel, dan zal ze alsnog teruggeworpen worden.

Is het hoogmoed of lafheid? Ovidius dicht over angst en verlangen die Orpheus dwingen om te kijken naar zijn lief. Ze loopt langzaam, de slangenbeet doet haar nog pijn. Zou ze wel bij machte zijn hem te blijven volgen? Hij wil haar zo graag weer in zijn armen sluiten.

Samuel Boden, die als kok is opgeleid maar zich omschoolde tot puike tenor, staat aan de rand van het podium naar het publiek gekeerd terwijl Kristen Witmer als Euridice (heldere stem, maar te weinig volume), opgenomen in een statische groep van schimmen, naar achteren loopt, haar armen naar hem uitstrekkend. Hij is erin geslaagd haar te bevrijden. Maar hij keek toch.

De zaal slaakt een voorzienende zucht. En met het publiek reageert ook Ego; het transformeert tot een kille schicht, een pijl die twee kanten op wijst – naar boven- én onderwereld.

Regisseur Wagemakers interpreteerde Orpheus in al zijn vertwijfeling en zwakte als iemand die alleen maar bezig is met wat was, niet met wat ís. Ze laat hem in zijn diepste verdriet overdekken met Ego als een soort tent die hem omarmt.

Het montere slotkoor en de Moresca zijn weggelaten. Daarvoor in de plaats klinkt het Ritornello van de proloog en het begin van de vijfde akte steeds zachter en zachter. Totdat de klank helemaal is weggestorven en het gevallen doek de hele zaal in donkerte hult.

Dubbelingen

Is het toeval? Dit operaseizoen zijn er opvallend veel dubbelingen: opera’s die door twee instellingen vlak achter elkaar worden geprogrammeerd. Zo kon je in november in de ZaterdagMatinee in het Concertgebouw naar een concertante uitvoering van Wagners Die Walküre (met Jaap van Zweden), en het stuk even later horen bij De Nationale Opera. Ook Monteverdi’s L’Orfeo, nu te zien bij de Nederlandse Reisopera, was dit seizoen al te horen in de ZaterdagMatinee, onder leiding van Leonardo García Alarcón. Volgende maand speelt het Rotterdams Philharmonisch Orkest Richard Strauss’ Die Frau ohne Schatten – die in april bij DNO gaat (regie: Katie Mitchell).

L’Orfeo.Beeld Marco Borggreve

Lonneke Gordijn van Studio Drift betreedt de operawereld met een nieuwe installatie

Lonneke Gordijn (Studio Drift) ontwierp Ego. Een decorstuk mogen we het niet noemen. ‘Ik had nooit toegezegd als ik een plaatje bij een praatje moest maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden