Wacht geduldig op de laatste poëzieveteraan

Over liefde spreken zij, over dood, en over gemis, de dichters die optreden tijdens de twintigste Nacht van de Poëzie in muziekcentrum Vredenburg in Utrecht - over juist die onderwerpen waarvan iedereen weet dat ze zich zo mooi in poëzie laten vangen....

De twintigste Nacht is de nacht van de veteranen, van de gevestigde namen; de lijst van deelnemers leest als een bloemlezing uit de voorgaande negentien jaar. Vier van de aanwezigen - Rutger Kopland, Jean Pierre Rawie, Simon Vinkenoog en Eddy van Vliet - waren erbij, twintig jaar geleden. De meeste anderen traden in de achterliggende nachten meermalen op.

Hanny Michaelis is er, klein en breekbaar achter een katheder waarboven haar hoofd maar net zichtbaar is. Aan haar schouder hangt een grote damestas. De ontroering in de zaal is tastbaar, alleen al haar aanwezigheid verdient een warm applaus. Michaelis, die al bijna dertig jaar niet meer publiceert, leest naast oud werk vier recente gedichten, waaronder een schrijnend vers over haar ouders met wie ze leefde 'totdat ze werden ingelijfd bij de befaamde zes miljoen'. Straks ben ik er ook niet meer/ dan zal het zijn of wij drieën/ niet hebben bestaan.

Simon Vinkenoog brengt zijn aanklacht tegen Nederland (Nederland! Waarom laat je je regeren door kleuters? Waarom schrijven de kranten alleen over geld?), een klaagzang waarvan de herkenbaarheid komisch wordt door de nadruk waarmee Vinkenoog vermeldt dat hij dit gedicht al voordroeg in februari 1966, in Carré in Amsterdam.

Hugo Claus leest liefdesgedichten, waaronder het meeslepende, almaar doorgaande Nu nog - net als vorig jaar, en dertien jaar geleden.

En opnieuw springt Tsjêbbe Hettinga eruit, de bijna-blinde Friese dichter, die, zoals in 1995, uit het hoofd een lang, raadselachtig epos voordraagt, waarvan de vertaling achter zijn rug wordt geprojecteerd. Die vertaling meelezen zou jammer zijn, dat leidt te veel af, beter is het je mee te laten voeren op de cadans van Hettinga's stem. Gedichten zijn niet altijd begrijpelijk als ze worden voorgedragen, maar Hettinga levert het beste bewijs dat dat ook helemaal niet nodig is.

Ook Willem Jan Otten draagt voor uit het hoofd. Zijn Penelope-gedichten, onder anderen, met die prachtige regel 'het was missen op het eerste gezicht'. En een in memoriam voor de acteur Siem Vroom - en dat is niet het enige in memoriam van de avond, want Eddy van Vliet heeft dan al Cees Buddingh' herdacht en Leonard Nolens Herman de Coninck, zodat ook de dichters die er niet meer zijn op deze jubileumnacht meedoen.

In twintig jaar is de formule van de Nacht ongewijzigd gebleven: een twintigtal dichters leest voor, afgewisseld door muzikale entr'actes, en dat duurt tot diep in de nacht. Altijd is Vredenburg uitverkocht, terwijl de aantrekkingskracht van het programma niet direct voor de hand ligt - er zijn wel spannender dingen te bedenken dan pm drie uur 's nachts naar een dichter te luisteren. Maar de Nacht is voor de 2500 bezoekers een feestje, dat niets van doen heeft met de plechtige rust van literaire voorleesavondjes.

Het publiek is rumoerig (er is een constante stroom tussen de zaal en de gangen waar drank, hapjes en poëziebundels verkrijgbaar zijn), maar beleefd. Zelfs hekkesluiter Ilja Leonard Pfeijffer krijgt de aandacht die hij verdient, al leek dat niet meer mogelijk na de laatste muzikale entr'acte, een ritmisch, hypnotiserend slagwerkonweer van Golden Earring-drummer Cesar Zuiderwijk en de Percossa Percussion. Zuiderwijk en zijn vier collega-slagwerkers zijn de enigen die om een toegift worden gesmeekt. 'U wint', zegt presentator Piet Piryns, die al klaar staat om Pfeijffer aan te kondigen, tegen het publiek.

Tot het laatst toe blijft de belangstelling groot, waarschijnlijk ook doordat twee toppers, dichter des Vaderlands Gerrit Komrij en de 'acteur in het lijf van een schrijver' (zoals hij zichzelf noemt) Tom Lanoye tegen het einde staan geprogrammeerd. Komrij houdt de aandacht vast met anekdotische gedichten met een grappige clou, Lanoye acteert een gedeelte van zijn Shakespearebewerking Ten Oorlog.

Met een 'Ga rustig slapen stadsgenoten, ik ben uw dichter', stuurt Pfeijffer het publiek naar huis. Volgend jaar zal hij, geheel volgens traditie, de 21e Nacht van de Poëzie openen, waar dan, zo beloofde presentator Korteweg, ook weer jongere dichters hun opwachting zullen maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden