Waarom?

IN DE VOLKSKRANT las ik over Onverwerkt verleden: 'Bolkestein probeert door middel van generalisaties alles wat links was een beetje te laten stinken....

Dat zou je meer Pavlov dan oordeel kunnen noemen, maar in dat opzicht spoort de uitspraak geheel met de discussie die de bundel tot dusver teweeg heeft gebracht.

Driekwart van Bolkesteins boek bestaat uit interviews die de auteur de afgelopen jaren heeft afgenomen aan (Oost-)Duitse, Tsjechische, Poolse, Hongaarse en Roemeense ex-communisten en ex-dissidenten, en waarin hij zich laat kennen als een nieuwsgierige, uitstekend voorbereide en kritische gesprekspartner - je zou haast zeggen als een bedreven journalist.

Maar de verzameling ligt nog niet in de boekhandel of er is al een debat ontbrand over geloof en twijfel, over biecht en aflaat, over schuld en boete, over Goed en Kwaad, over theologie kortom.

Nou heeft de fractievoorzitter van de VVD dat natuurlijk over zichzelf afgeroepen. Als je twee maanden voor zo'n boek zal verschijnen al een reclamecampagne ontketent, waarin je niet vast verwijst naar Heiner Müller, naar Jirí Pelikán of naar György Konrád, maar met veel poeha uitvalt naar een onnozele sukkel als Dick Tommel; waarin je, zonder het misschien precies zo te willen, toch een vergelijking maakt tussen communisten en NSB'ers; en waarin je je afvraagt of Ina Brouwer, alvorens een hoge ambtelijke betrekking te aanvaarden, niet eerst een heropvoedingscursus had moeten volgen; dan vraag je om een ander soort aandacht dan waarop je boek aanspraak had mogen maken.

Zo maakte de nieuwsgierige onderzoeker in Bolkestein even ordinair plaats voor de liberale hengelaar naar lezers (en stemmen) - en dat blijkt in feite ook het 'onderliggende thema' van zijn speurtocht: moet ik premier worden of zal ik intellectueel blijven? Want allebei tegelijk kan niet naar zijn opvatting.

Terwijl de discussie over Onverwerkt verleden in Nederland op gang kwam, verscheen in Parijs Le livre noir du communisme, het alleen al in omvang indrukwekkende dossier over 'misdaden, terreur en repressie' in de Sovjet-Unie, in de landen van het naoorlogse Warschau Pact, in China, (Noord-)Korea en Zuidoost-Azië, in de Derde Wereld en in Afghanistan.

Methodologisch, zou je kunnen zeggen, had zo'n kolossale inventarisatie vooraf moeten gaan aan al dan niet definitieve aanklachten, vonnissen en afrekeningen. Maar we weten dat dat 'praktisch' eenvoudig niet mogelijk was.

Het grote verschil tussen nationaal-socialisten en communisten ligt in het feit dat de eersten nooit een geheim hebben gemaakt van hun vooropgezette criminele (bij)bedoelingen. Lenin en Stalin hebben nooit aangekondigd dat ze alle koelakken zouden uitroeien, of alle al dan niet vermeende andersdenkenden in concentratiekampen zouden opbergen. Maar op het moment dat Hitler aan de macht kwam, had iedereen in Duitsland en daarbuiten Mein Kampf gelezen kunnen hebben, en daags na 30 januari 1933 waren bij wijze van spreken de eerste antisemitische wetten van kracht geworden en was - zichtbaar voor iedereen - de eerste stap naar Auschwitz gezet.

Duitsers uit die tijd hebben zich niet of nauwelijks kunnen verschuilen achter het 'Wir haben es nicht gewusst'; van de Russen kun je nog enigszins volhouden dat ze tot na de (geheime!) onthullingen van Chroesjtsjov in 1956 de misdaden op z'n hoogst hadden kunnen vermoeden.

Pas na de ineenstorting van het communisme kon de volle waarheid aan het licht komen: in de opengestelde archieven bleek - lugubere ijver van elke dictatuur - het moorden keurig geadministreerd.

In de even lucide als requisitoir-achtige inleiding tot het Franse 'zwartboek', waarin wordt becijferd dat het reëel bestaande socialisme vermoedelijk honderd miljoen slachtoffers heeft gemaakt, noemt Stéphane Courtois drie oorzaken voor het feit dat de waarheid zo lang verduisterd is gebleven.

Om te beginnen is er wat hij noemt de 'passion révolutionnaire', gesymboliseerd in een eigen vlag (de rode), een eigen 'volkslied' (de Internationale) en een eigen herkenningsgroet (de opgeheven gebalde vuist) - een hartstocht die tot ver in de jaren tachtig is beleden en gekoesterd; een groot aantal medewerkers aan het boek is zelf langer of korter 'gelovig' geweest. De tweede oorzaak heeft volgens Courtois regelrecht met Hitler te maken: als deelnemers aan en grote overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog hebben de communisten zich tot meer dan veertig jaar na 1945 weten te adelen als de bestrijders van het nazisme: 'Het antifascisme werd voor de communisten het adelsmerk waarmee tegenstanders het zwijgen kon worden opgelegd - en omdat het fascisme werd bestempeld als het absolute Kwaad, raakte het communisme automatisch in het kamp van het absolute Fatsoen.'

En de derde oorzaak ten slotte - 'de meest subtiele', aldus Courtois - wordt gevonden in de holocaust, die door Moskou en in de satellietlanden stelselmatig is misbruikt om het Westen te blijven beschuldigen van lankmoedigheid (of erger) jegens neonazistische tendensen, waardoor het des te onvoorstelbaarder leek dat binnen het communisme dezelfde of soortgelijke praktijken zouden zijn toegepast.

De boedelbeschrijving die op het uitvoerige voorwoord volgt, is des te huiveringwekkender omdat ze niet alleen de onnoemelijke hoeveelheid euveldaden, maar bovenal het systeem achter het apparaat telkens opnieuw herhaalt. Of het nou om de nieuwe Sovjet-Unie gaat, om de strategieën binnen de Komintern, om de communistische machinerieën in het Spanje van de Burgeroorlog, om na de naoorlogse export van de leer naar Oost-Europa, en later naar Latijns Amerika, Azië en Afrika - het patroon blijft onveranderd, de repressie overal op dezelfde manier meedogenloos (tegenover twintig miljoen Russische doden zouden ten minste zestig miljoen Chinese staan), het repeteereffect beneemt de adem.

Vanwaar de aanblazing voor die onophoudelijke genocide - die oorlog tegen mogelijke, 'echte' dan wel verzonnen vijanden uit het eigen volk?

In het hoofdstuk Pourquoi? probeert Stéphane Courtois de balans op te maken, waarbij hij zich - anders dus dan Bolkestein, die zich bezighoudt met meer of minder bekende 'meelopers' - beperkt tot de aanstichters, om zo te zeggen tot de messiassen van het kwaad: de Lenins, de Stalins, de Trotski's, de Mao's, de Castro's, of op een wat 'lager' niveau de Pol Pots, de Mengistu's, de Karmals.

Een antwoord komt nauwelijks tevoorschijn - de bespiegelingen (waarin ook weer de vergelijking passeert met de Heilige Inquisitie, die vanaf de twaalfde eeuw omwille van een ander geloof door Europa waarde) zijn daarom niet minder de moeite waard. Op een indirecte manier wordt Bolkestein nog van repliek gediend die bij de presentatie van zijn bundel een onderzoek aanbeval naar de mate waarin Marx zélf misschien al criminogeen was: Lenin, betoogt Courtois, was minder een marxist dan wel een 'vulgaire' sociaal-darwinist.

Zoals gezegd: Le livre noir du communisme is een imposant boek, dat als uitgangspunt zou moeten dienen voor een discussie die in Nederland voorbarig werd ontketend op basis van geloofsartikelen.

Wat dat betreft zouden we nog iets kunnen leren van onze zuiderburen. Op een zeer verantwoorde, afstandelijke en journalistieke manier maakte Ivan Ollevier - redacteur bij het BRTN-Journaal - een overzicht van wat het communistisch ideaal in Vlaanderen heeft bewerkstelligd. Parallellen te over: inclusief de laatste golf van 'revolutionaire passie' die ook in België in de jaren zeventig vele jonge studenten, intellectuelen en van Che Guevarra gecharmeerde socialisten tot het lidmaatschap van de communistische partij verleidde.

De laatste communisten is een aangename variant op de bundel die in Nederland (1991) verscheen onder de titel Alles moest anders. Aangenaam omdat hier de soms bedremmelde, soms pathetische toon van excuus of zelfbeschuldiging ontbreekt; waar de laatsten der Vlaamse gelovigen aan het woord komen, heeft Ollevier hun bekentenissen met zakelijkheid gefilterd.

Jan Blokker

Stéphane Courtois (redactie): Le livre noir du communisme - Crimes, terreur, répression.

Robert Laffont, import Nilsson & Lamm; 846 pagina's; ¿ 75,60.

ISBN 2 221 08204 4.

Ivan Ollevier: De laatste communisten, hun passies, hun idealen.

Van Halewyck; 320 pagina's; ¿ 44,90.

ISBN 90 5617 126 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden