Waarom zijn tv-series - hoe heftig ook - zo verslavend?

Waarom zijn televisieseries zo verslavend, of preciezer: waarom ontwikkelen we bijna een soort vriendschap met onze favoriete tv-personages, zelfs als ze irritant of psychopaat zijn? Julien Althuisius schreef er vorig jaar dit stuk over. Lees het hier terug.

Beeld uit het zesde seizoen van Game of Thrones. Beeld HBO

Je zou Game of Thrones tekort doen door te beweren dat de serie slechts een aaneenrijging is van geweld, seks, bloed, incest, buitensporig geweld, harde seks, ingewanden, absurd geweld, brute seks en aan zombies geofferde baby's. Er zijn namelijk ook nog een stuk of zes spannende verhaallijnen waarin de schrijvers telkens wanneer je denkt dat je weet waar het naartoe gaat als een Hans Klok on crack allerlei heftige plotwendingen uit hun hoed toveren. Een van de belangrijkste scènes waar de twee voornaamste kwaliteiten (het brute en het onverwachte) van Game of Thrones samenkomen is The Red Wedding.

Wedding Blues
Die scène zonder al te veel te verklappen was zo verrassend en zo schokkend dat er mensen waren die hun reacties tijdens het kijken filmden en verspreidden op Facebook en Twitter. Er werd gerouwd, alle hoop op gerechtigheid was weg, hoe moest het nu verder? David Sims, een recensent voor de populaire entertainmentwebsite The A.V. Club, besloot zijn recensie van de aflevering met de woorden: 'Iedereen zou zich zo shellshocked als ik moeten voelen. Dat is de enige rationele reactie.'

Misschien heeft u de aflevering ook gezien, misschien liet u uw tranen ook wel de vrije loop, misschien heeft u zich zelfs een paar dagen een beetje somber gevoeld. En misschien dacht u toen: zeg, gaat het wel helemaal goed met me?

Emmy's 2015

Game of Thrones viel flink in de prijzen tijdens de Emmy's 2015, lees het hier

Frank Underwood, House of Cards. Beeld HBO

Het antwoord is: ja. Of je je nu onderdeel voelt van de Stark-familie bij Game of Thrones, heimelijk verliefd bent op Don Draper uit Mad Men, de wanhoop van Carrie uit Homeland kan voelen of buikkrampen krijgt van het cynisme van Rust Cohle uit True Detective: het is heel normaal om gevoelens te hebben voor de personages uit je favoriete televisieserie. De emotionele band die je opbouwt met je fictieve vrienden en vijanden wordt ook wel een 'parasociale interactie' genoemd. Die term, voor het eerst al in 1956 gebruikt door twee sociologen, houdt kortgezegd in dat we het personage uit de serie als een van onze gelijken gaan beschouwen en met hem of haar een eenzijdige relatie opbouwen (en daarom misschien wel vaker dan onze buren lief is tegen een scherm schreeuwen). Het voordeel van parasociale interactie is dat de gebruiker (wij) ons tot helemaal niets verplicht voelen ten opzichte van onze fictieve vriend aan de andere kant van het scherm en we onszelf op ieder moment kunnen terugtrekken: een feest dus voor mensen met bindingsangst. We gaan niet alleen zulke relaties aan met de personages uit onze favoriete series, maar bijvoorbeeld ook met personages uit films, boeken, televisiepresentatoren (zeg maar na: 'Ik heb een vrij ingewikkelde parasociale relatie met Rob Trip'), politici of goden. Of met Spongebob Squarepants.

Vreemde vogels
Er zijn natuurlijk ook mensen die niet helemaal begrijpen wat de grenzen van zo'n relatie met een televisiekarakter zijn en gekke dingen naar Erik de Vogel (Ludo uit GTST) gaan roepen als ze die tegenkomen op straat of brieven schrijven aan Sherlock Holmes.

Dat het menens kan zijn met die relaties blijkt wel uit een Israëlisch onderzoek uit 2004. Onderzoekers van de Universiteit van Haifa vroegen 381 volwassenen onder andere hoe ze zouden reageren als hun favoriete personage uit de serie zou verdwijnen. De respondenten verwachtten in dat geval hetzelfde te voelen als bij de beëindiging van een echte sociale relatie. Volgens dit onderzoek zou je je dus in alle ernst een dag ziek kunnen melden als je favoriete personage om zeep is geholpen.

Walter White, Breaking Bad. Beeld HBO

'Ja hoi, ik kom niet vandaag... Carrie is dood*... ja, beetje liefdesverdriet inderdaad. Morgen ben ik er weer.'
Maar waarom gaan we überhaupt relaties aan met de personages?

Wish fulfullment
John Fiske, een mediawetenschapper, heeft het in zijn boek Television Culture uit 1987 over 'psychologische identificatie'. De kijker en het personage komen samen, zo schrijft Fiske, dankzij de projectie van de kijker. 'De projectie van de kijker in het karakter lijkt onvrijwillig te gebeuren, alsof hij of zij door de aantrekkelijkheid van het programma wordt verleid om zijn of haar identiteit onder te dompelen in dat van een fictief personage. Belangrijk bij dit proces is een soort wish fulfillment, omdat het verleidende personage veel van de onvervulde verlangens (zoals glamour, rijkdom of succes) van de kijker belichaamt.'

En de beloning voor die identificatie, zegt Fiske, is plezier. Niet alleen het plezier dat we krijgen als we onze eigen waarden en de waarden van de dominante ideologie bevestigd zien worden, maar ook het plezier van het 'gevoel van controle over de relatie tussen de kijker en het personage'.

Veel kijkers, gaat Fiske verder, zeggen dat een van de plezierigste aspecten van televisiekijken de mogelijkheid is om jezelf te identificeren met bepaalde personages en hun emoties en ervaringen te delen. 'Dallas zou echt kunnen gebeuren', citeert Fiske een kijker. 'Ik kan bijvoorbeeld heel blij en gefascineerd kijken naar iemand als Sue Ellen. Die is net zoals wij, met al haar problemen. Ze is echt menselijk. Ik zou ook zo kunnen zijn, bij wijze van spreken.'

Stof eraf blazen
Hoewel Fiskes boek bijna dertig jaar oud is, hoef je alleen maar Dallas te veranderen in The Legacy en Sue Ellen in Signe Larsen en je snapt waarom dit karakterdrama over een te verdelen erfenis zo ontzettend populair was in Denemarken.
Een andere verklaring is de active disposition theory van Dolf Zillmann. Die zegt dat mensen voldoening uit entertainment halen als de in hun ogen moreel superieure partij wint van de slechteriken. Ook is er nog zoiets als de excitation transfer-theorie: de negatieve emoties die je tijdens een verhaal kunt ervaren, dragen bij aan de opluchting die je voelt als het verhaal een happy end heeft. Die twee theorieën verklaren misschien wel het succes van hap-slik-weg-series als CSI en Law & Order, zo schrijft mediaonderzoeker Elizabeth Cohen op de website van Scientific American, 'maar ze zijn niet zo goed toepasbaar op de golf aan series met moreel ambigue personages en tragische, dan wel heel erg spannende eindes'.
Inderdaad: er zijn wereldwijd niet miljoenen mensen aan Game of Thrones verslaafd omdat elke aflevering met een vrolijke noot eindigt en je blijft niet naar House of Cards kijken omdat Frank Underwood de held van het verhaal is. Integendeel: als we ergens aan verslaafd zijn, is het wel aan rampspoed, ongemakkelijkheid en slechteriken. Waarom doen we dat onszelf aan? Is dit serie-masochisme misschien een verknipt gevolg van de crisis?

Cohen verwijst naar een aantal onderzoeken, waaronder een interessante theorie van de Amerikaanse hoogleraar mediastudies Mary Beth Oliver. In het artikel met de pakkende kop Entertainment as Pleasurable and Meaningful: Identifying Hedonic and Eudaimonic Motivations for Entertainment Consumption, schrijven Oliver en co-auteur Arthur A. Raney dat we niet alleen naar entertainment kijken om er een plezierig gevoel van te krijgen (de hedonische motivatie), maar dat al die andere, minder opgewekte, emoties kunnen bijdragen aan persoonlijke ontwikkeling, expressie en zelfverwerkelijking; het zogeheten eudemonistische geluk.

* natuurlijk niet.

Carrie, Homeland. Beeld HBO

Aristoteles een van de vaders van het begrip eudaimonia begreep dus al heel lang geleden waarom we niet kunnen stoppen met kijken naar Breaking Bad, ook al worden we er een beetje misselijk van.

Eikels
Het is dus niet vreemd dat we vaak meer uren doorbrengen met lul Don Draper, terrorist Nicholas Brody, grootheidswaanzinnige Daenerys Targaryen, hysterische Carrie Mathison of hufter Frank Underwood dan met onze eigen vrienden die tenminste wel een beetje normaal blijven doen. Sterker nog: personages uit de series klootzakken of niet kunnen eenzaamheid of verdriet verzachten. Dat beweren tenminste drie Amerikaanse onderzoekers in het Journal of Experimental Social Psychology. De onderzoekers baseren zich op vier studies. Uit een van die studies bleek dat mensen die zich alleen voelden en naar hun favoriete televisieprogramma's gingen kijken, zich tijdens het kijken minder alleen voelden. Een andere studie liet zien dat het denken aan je favoriete televisieserie een buffer opwerpt tegen dalingen in je zelfverzekerdheid en humeur en tegen het gevoel van afwijzing. De televisie vervult daarmee, zo schrijven de onderzoekers, de functie van 'sociaal surrogaat': de parasociale beleving kan als gevolg hebben dat we het gevoel krijgen ergens bij te horen. Televisie als therapie.

Je kunt je daar dan natuurlijk wel weer bij afvragen wat het over je zegt als je door het denken aan afgehakte ledematen, alcoholmisbruik, corruptie en brute seks jezelf beter gaat voelen. We zijn dus eigenlijk net zo verknipt als Walter White, Rust Cohle of Cersei Lannister. Geen wonder dat we het zo goed met ze kunnen vinden.

Game of Thrones, Red Wedding. Beeld HBO
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.