Waarom wekken sommige popartiesten zo'n diepe haat op?

Alsof de pop-Gestapo 's avonds luistert bij wie de keukenradio Bløf afspeelt

Hoe komt het dat juist sommige, toch goed verkopende artiesten bij veel popliefhebbers zo'n diepe haat opwekken? Robert van Gijssel onderzoekt én beantwoordt die vraag naar aanleiding van Bløfs Zoutelande.

Waarom moet Bløf al jaren gebukt gaan onder een niet-aflatende stroom giftige vuilspuiterij? Foto anp

Het is een volmaakt onschuldig nummer; lieve tekst, keurig meezingrefrein, lekker gitaarslagje. Toch is de nieuwe nummer-1-hit van Bløf, net als alle eerdere nummer-1-hits van die Zeeuwse band, buitengewoon confronterend.

Zoutelande, gezongen als duet met zangeres Geike Arnaert, splijt namelijk het persoonlijke én collectieve popgeweten. Enerzijds laat het lied een warme verliefdheid aangloeien, en kan het kippevel zomaar komen opzetten bij de simpele maar effectieve woorden 'ik ben blij dat je hier bent'. Anderzijds jaagt hetzelfde nummer een woeste haat aan. Pure, withete Bløfhaat, die maakt dat je die simpele maar effectieve woorden uit dat hele verdomde lied ineens ziet als domme kromspraak of sinterklaasrijm.

Je vangt ook vreemde gesprekken op, in tijden van grote Bløfhits. 'Je mag het niet verder vertellen, maar ik vind dat nummer van Bløf dus eigenlijk best wel goed. Mondje dicht, hè!' Alsof de pop-Gestapo 's avonds door de straten trekt en luistert bij wie de keukenradio clandestien Bløf afspeelt - vinkje achter de naam.

Wat is dat toch, met die pophaat? Waarom is de haat juist in de popmuziek zo groot en wordt die zo gepassioneerd beleefd, misschien nog wel hartstochtelijker dan popliefde en bijbehorende idolatrie? Waarom worden op internet honderden lijsten bijgehouden van 'meest gehate artiesten' en moeten Phil Collins en Bløf al jaren gebukt gaan onder een niet-aflatende stroom giftige vuilspuiterij? Waarom lopen volwassen mannen rond op een festival waar Justin Bieber optreedt, met strakgespannen T-shirt om de bierbuik met de tekst: 'Bieber is kut'? En is de band Nickelback vooral bekend om het dubieuze popfeit dat de rockers veel haatlijstjes aanvoeren?

Tekst gaat door onder de video.

Natuurlijk: in de beeldende kunst, het theater en de literatuur zal ook worden gehaat. Maar die haat wordt niet zo gecultiveerd en breed uitgedragen als in de popmuziek. Hou je niet van een bepaalde schrijver, een beeldend kunstenaar of een acteur, dan lees je simpelweg die boeken niet, je gaat niet naar die tentoonstelling of dat theaterstuk. Niemand trekt een T-shirt aan met de tekst 'Fuck Neo Rauch', laat staan dat hij in dat shirt de Neo Rauch-tentoonstelling in Museum De Fundatie bezoekt. Waarom nemen Bieberhaters de moeite om naar een festival te gaan waar het mikpunt van hun haat speelt, om daar die aversie kenbaar te maken - nota bene aan piepjonge meisjes die wél fan zijn?

Vreemd eigenlijk dat nooit gericht sociologisch onderzoek is gedaan naar het verschijnsel van de pophaat. Hoe goed je ook zoekt, je komt geen serieuze studies over het fenomeen tegen. Alleen maar die haatlijstjes en veel verhalen over Nickelback. Kennelijk is de overdreven haat in de popcultuur zo vanzelfsprekend dat die een vast onderdeel van diezelfde popcultuur is geworden en niet eens meer vragen oproept over de menselijke conditie.

Tekst gaat door na de grafieken.

Eigendom van het volk

Toch is het goed eens een paar factoren op een rij te zetten die de pophaat steeds zo aanwakkeren. En te noteren op wie die haat zich richt. Misschien steken we er iets van op en leren we onze woede over popmuziek wat beter te kanaliseren (en er 12-jarige meiden - én Phil Collins - niet meer mee lastig te vallen).

De aanduiding 'popmuziek' verklaart om te beginnen veel. Popmuziek is populair en eigendom van het volk. Iedereen houdt van popmuziek en niemand kan zich met goed fatsoen 'specialist in de popmuziek' noemen. Maar het is daarom natuurlijk wel fijn als je je met een bepaalde popsmaak kunt onderscheiden van de massa. Waardoor je toch een klein domein van dat publieke bezit kunt claimen, om er dan met gelijkgestemden een feestje te bouwen.

Een cultuurjournalist van de Britse kwaliteitskrant The Telegraph omschreef het eens kraakhelder toen ook hij op zoek was naar het waarom van de uit de hand lopende pophaat die bijvoorbeeld de bands Nickelback en Simply Red trof. 'Wat popmuziek zo mooi maakt', schreef James Lachno, 'is eigenlijk het grote dilemma van de pop en het raadsel van de popsmaak: wat voor de een inspirerend, zingevend of zelfs euforisch kan zijn, is voor de ander volstrekt tenenkrommend.' Oftewel: die getergde vocale uithalen van - vul maar in - Kensington, Bløf of James Blunt schieten de ene helft van het luisterpubliek recht naar de hemel en laten de andere helft ontsteken in blinde razernij.

Nog geen reden tot paniek, zou je zeggen: luister niet naar James Blunt en je kunt onbekommerd doorgaan met je leven. Maar zo werkt het dus niet helemaal. Want als James Blunt, Kensington en Bløf ineens op voor jou als hater onverklaarbare wijze tóch heel groot worden, dan voel je je in een hoek gedrukt. Als Kensington en Bløf plotseling gaan optreden in de Ziggo Dome of op het hoofdpodium van Pinkpop, dan lijkt het alsof de tegenpartij het voor het zeggen krijgt. En dat vraagt nu eenmaal om een tegenreactie.

Ook en juist omdat de popmuziek, anders dan theater of beeldende kunst, overal aanwezig is en de neiging heeft door te dringen tot de publieke ruimte van supermarkten tot liften en wachtmuziekjes van antwoordapparaten. Of je het nu leuk vindt of niet: je wordt geconfronteerd met You're Beautiful van James Blunt en Zoutelande van Bløf. Dat maakt het lastig er maar het zwijgen toe te doen - en dus die tegenpartij over je heen te laten walsen.

Profileren door te haten

De sterke aandrang je ongenoegen over akelige popliedjes en dito artiesten te uiten, komt bovendien voort uit een vreemde en lastig af te leren menselijke eigenschap. Wij denken dat we ons vooral kunnen profileren door aan te geven wat we níét goed vinden, en dus haten.

Maak je de soms inderdaad best een beetje kromme teksten van Bløf belachelijk, dan zeg je dat je beschikt over een uitstekende popsmaak en dweept met Bob Dylan of Bruce Springsteen. Ja jongens, díé kunnen liedjes schrijven. En dat hoef je dan niet eens meer uit te leggen. Of zoals de cultuurspecialist het omschreef in The Telegraph: 'De geventileerde haat voor Nickelback bekrachtigt de liefde voor Nirvana.' Ook voor jezelf. Met je tentoongespreide afkeer maak je duidelijk dat je aan de goede kant van de popgeschiedenis staat.

Helaas werk je er tegelijk een hardvochtige polarisatie mee in de hand. Profileer je je popsmaak aan de hand van de hatelijkste haatlijsten, dan zul je niet snel meer willen toegeven dat je een notering uit die lijst bij nader inzien toch wel kunt waarderen. En dus dat je Zoutelande van Bløf een best leuk liedje vindt. Want met zo'n bekentenis loop je over naar de dark side. En sta je eenmaal in het foute kamp, al is het maar met één angstig been, dan ben je nooit meer welkom in het garnizoen der goede smaak. De overloper is af.

Uitpuilende haatarchieven

Voor de gemiddelde popster, en zeker het aanstormende talent dat net komt kijken met een paar voorzichtige liedjes, zijn de hitparades van de haat natuurlijk doodenge lijsten. In zijn autobiografie Not Dead Yet uit 2016, die Phil Collins zo noemde om zijn haters één keer terug te pesten, geeft de zanger en drummer toe dat hij zo'n beetje aan de virulente Collins-haat ten onder is gegaan. Toch kunnen de arme popmusici ook hun voordeel doen met de uitpuilende haatarchieven. Die laten namelijk goed zien waaróm bands en artiesten zo wreed worden beschimpt. Wie heel vaak opduikt in zo'n haattoptien, heeft kennelijk een probleem en vaak is dat probleem de geloofwaardigheid.

Kijk maar naar een aantal notoire haatlijstartiesten in de grafiek bij dit verhaal. Dat zijn vaak bands die we in de loop van de bandcarrière toch wat minder zijn gaan geloven. U2 bijvoorbeeld greep ons in de beginjaren recht in het hart met prachtige liedteksten over eerst het verscheurde Ierland en daarna het politieke failliet van de hele westerse wereld. Niets aan de hand. Het ging mis toen zanger Bono geen maat meer kon houden, zichzelf opwierp als vriend van Nelson Mandela in het algemeen en redder der mensheid in het bijzonder, terwijl de kapitale bandinkomsten intussen werden geparkeerd in belastingparadijs Nederland. Niet langer geloofwaardig.

Haat-2000

Dat oordeel kreeg ook Metallica te verwerken toen de metalband, ooit geliefd in kleine kring van authentieke metalheads, megahits ging schrijven die tot overmaat van ramp werden kapot gedraaid op de radio. Tot in de jaarlijkse hitoptocht van onze eigen Top-2000 aan toe, die voor veel popliefhebbers een soort Haat-2000 is geworden.

Die waardigheid van een artiest is kennelijk ook in het geding als de teksten van liedjes wat uit de lucht gegrepen lijken. Die van smart doortrokken teksten van James Blunt bijvoorbeeld, zo op het eerste oog toch een bijzonder opgeruimde jongen die nooit de zelfkant van het leven heeft geleefd. De band Limp Bizkit werd ook niet geloofd toen zanger Fred Durst in videoclips al rappend de 'hood' in trok om daar als een nephiphopper met bandana om het hoofd de straatcultuur te omarmen. Dus werd Limp Bizkit ongeremd geridiculiseerd, tot op de dag van vandaag.

Toch merkwaardig, dat we juist bij popliedjes zo aan waarheidsvinding willen doen. Van een auteur van een roman die zich afspeelt tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt niet verwacht dat hij of zij die oorlog aan den lijve heeft ondervonden. Maar als een popzanger zingt dat hij kapotgaat van de pijn eisen we ook echt dat hij is kapotgegaan van de pijn.

Dat is natuurlijk omdat we juist van popliedjes die ons zo diep raken en die we adopteren als lijflied in een moeilijke periode, verwachten dat ze zijn opgebloeid uit authentieke narigheid. Gaan we zitten janken bij een liedje, dan hopen we toch dat de zanger en liedschrijver dat liedje net zo hard jankend in zijn notitieblok heeft gekrabbeld. Anders voelen we ons verraden.

Hatelijke gifjes en tweets

Maar de grote aanjager van de pophaat is de laatste decennia uiteraard het internet, dat allesoverheersende en superhandige communicatienetwerk dat van heel vriendelijke mensen woedende reaguurders heeft gemaakt. Rabiate haters die constant van hun afkeer willen getuigen, het liefst live, kijkend naar tv of ergens vanuit een popzaal of een festivalterrein.

Er zijn websites die uitsluitend grappen over Phil Collins verzamelen. En 'memes' en hatelijke gifjes, waarbij je Phil Collins ziet drummen als een overspannen gorilla. Toen Justin Bieber vorig jaar optrad op Pinkpop, werden vanaf het eerste nummer haattweets rondgepompt en gedeeld met een angstaanjagende gretigheid. Justin Bieber was al na drie minuten zuivere speeltijd een fiasco en de haat ging daar, via het sociale netwerk, een geheel eigen leven leiden.

Maar Bieber is het gewend. In vrijwel alle haatlijstjes staat Bieber al jaren op de eerste plaats, simpelweg omdat hij het nummer Baby de wereld in heeft geholpen, dat op zijn beurt weer het veruit meest gehate liedje ter wereld is. Althans, volgens de peilingen op internet.

De pophaat is popcultuur en zelfs een wereldwijde popcultus geworden, en daar zal de nieuwe generatie popliefhebbers én -artiesten het mee moeten doen.

Bløf kan dus maar beter de schouders ophalen over het speciale Twitteraccount dat louter grappen over de teksten van Bløf verspreidt. Een recente bijdrage, met als aanleiding een prijs die liedschrijver Peter Slager van de band onlangs in ontvangst mocht nemen: 'Ik dicht, op het ritme van de zee. Ga mee op reis. Ook ik heb geen idee, maar wel een oeuvreprijs.'

Beluister hieronder de meest gehate popmuziek volgens onze lezers. Zelf iets toevoegen? Dat kan via Spotify.

Mannenhaat

Vreemd verschijnsel in al die honderden onlinepophaatlijsten: de afkeer is vooral gericht op mannen, nauwelijks op vrouwen. Alleen Nicki Minaj moet het hier en daar ontgelden vanwege haar verre van vlekkeloze rapwerk, en in het verleden moest Mariah Carey zich nog weleens verantwoorden voor haar 'divagedrag' en desastreuse optredens. Maar verder zijn toch vooral mannen de klos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.