Festivals Festivalkunst

Waarom we steeds vaker kunstwerken op festivals zien

Op muziekfestivals is steeds meer beeldende kunst te zien, zo signaleerde de Volkskrant vorig jaar. 'Festivalkunst': de term klinkt lekker zomers, maar ook wel een beetje lichtgewicht, alsof het om seizoensgebonden niemendalletjes gaat. Maar is dat wel terecht?

Festivalgangers op Lowlands, met rechts Mikkel van Tom Claassen. Foto Najib Nafid

Op het Vlielandse muziekfestival Into The Great Wide Open, keek de festivalbezoeker vrijdagavond raar op. Zes muzikanten stonden op een extra podiumpje aan de Kampweg het rock-edelkitschnummer Welcome to the Jungle van Guns N' Roses te spelen. Wat krijgen we nou, op dit festival voor fijnproevers: een coverband? Nog vreemder: een uur later klonk het nog steeds: 'Welcome to the jungle, we got fun and games', en zo verder tot na middernacht, was in elk geval de planning.

Is het niet te plaatsen, dan zal het wel kunst zijn, een handige vuistregel, ook in het festivalseizoen. De eindeloos herhalende rockband is een performance van de artiest Friday Wilkinson, pseudoniem van kunstenaar Hidde van Schie. Into The Great Wide Open laat traditiegetrouw naast de muziek ook kunst in alle soorten en maten zien. Iets verder van de podia af kom je dit jaar onder meer een rokende, muzikale krater in het bos tegen (van het collectief BouwmeesterDonck) en kun je in een duinpan liggen onder de door zonne-energie aangedreven orgelpijpen van Ronald van der Meijs.

Kunstaanbod

Wat is er zoal te zien op festivals? Het genre is breed: enorme sculpturen, intieme geluidswerken, performances, lichtkunstwerken en projecties.

Efteling-achtige sculpturen

Festivalkunst is een genre aan het worden dat net zo bij festivals hoort als foodtrucks. Het kleine Into The Great Wide Open (zesduizend bezoekers kan Vlieland maximaal verstouwen) en het bijna tien keer zo grote Lowlands begonnen ermee in 2009. Nu worden ook de bezoekers van, pak 'm beet, mega-event Mysteryland (vorig weekend in de Haarlemmermeer) tot kleiner vermaak als Welcome To The Village in Leeuwarden op kunst vergast, bijeengezocht door aparte festivalkunstcuratoren. Het genre is breed: enorme Efteling-achtige sculpturen, intieme geluidswerken, performances, lichtkunstwerken en projecties die het goed doen als de zon onder is. En ook musea willen binnen de hekken staan. Op het afgelopen Lowlands had museum De Lakenhal een photobooth, liet het Centraal Museum Utrecht modescouts rondlopen op het terrein en was museum De Fundatie, dat de hele zomer ook al een videopaviljoen op De Parade uitbaat, ook aanwezig.

Op Lowlands, twee weken geleden, tikt museumdirecteur van De Fundatie Ralf Keuning tevreden een biertje weg. Met zijn zwart-zilveren kuif en immer zwarte outfit is hij het hele jaar door festivalproof. Zijn museum is met twee enorme werken niet te missen op Lowlands 2017: de massa deint bij binnenkomst langs de sculptuur Selfportrait of a Dreamer van Joseph Klibansky. De spierwitte astronaut, meer dan 10 meter boven het publiek zwevend, is absoluut Instagrammable. Op het volgende terrein torent de ook al gigantische Mikkel, een zilveren ridderfiguur die uit gestapelde stenen lijkt te bestaan, boven het veld uit. Speciaal voor het festival gemaakt door Tom Claassen, de veteraan van de publieke kunst in Nederland, en na afloop onmiddellijk verhuist naar de beeldentuin van De Fundatie bij kasteel 't Nijenhuis. Ralf Keuning weet inmiddels: op Lowlands moet het gróót zijn, 'onder de 10 meter tel je niet mee.'

Self portrait of a Dreamer. Foto ANP Kippa

'Verfestivalisering van kunst'

Maar een beeld moet ook gelaagd zijn zegt hij, zodat er wat in te ontdekken valt. Waarom begon hij ermee, in 2009? Keuning: 'Ik vraag me altijd af: hoe bereik je mensen die nooit in een museum komen? Ik krijg dit publiek anders niet binnen. Je hoopt dat er iets blijft hangen.' En ja, 55 duizend jonge, redelijk diverse bezoekers in een weekend, welk museum droomt daar niet van?

Festivalkunst is ook onderwerp van onderzoek. De Raad van Cultuur noemde in de nota Cultuurverkenning van 2014 'beleveniscultuur, festivalisering en funshoppen' sombertjes in één adem en vroeg zich af hoe cultuurinstellingen op die trend moesten reageren. Projectorganisatie Kunstenlab in Deventer begon in 2015 aan het onderzoekstraject 'Verfestivalisering van kunst'.

Dive Into the Air van Renée Reijnders.

Projectleider Koen Bril legt telefonisch uit dat dat misschien zorgelijk klinkt, maar niet altijd zo uitpakt. Hij zegt: 'Wij signaleerden dat het publiek is gericht op een 'bubbel'-ervaring, binnen een bepaalde thematiek of sfeer. Een festival kan dat bieden.' Zijn organisatie sprak met diverse festivals en haalde voor de expositie Zomerstalling in 2015 festivalkunst naar de eigen expositieruimte. Ook schreef Kunstenlab, in samenwerking met Into The Great Wide Open en gefinancierd door het Mondriaanfonds, opdrachten uit. Zo kwam het werk van Hidde van Schie, van dat herhalende rockoptreden, tot stand. Van Schie: 'Ik wil met dit werk die stilzwijgende afspraak met het publiek, dat het elk half uur iets nieuws en geweldigs gaat meemaken, ondermijnen.' Als kunstenaar vindt hij 'verfestivalisering' niet problematisch. 'Kunstenaars zijn goed in staat uit te dokteren in welke context ze willen opereren en of ze daar kritisch over willen zijn of nie', vertelt Van Schie.

Koen Bril van Kunstenlab: 'Festivalkunst blijkt niet eenduidig. Ja, er zijn festivals die gewoon iets bestellen, als een decorstuk, maar andere zijn juist heel verantwoord, houden rekening met de omgeving en zijn gericht op verdieping.' Eigenlijk, zegt hij, spelen dezelfde mechanismen als bij opdrachten in de openbare ruimte. 'De mate van sturing van de opdrachtgever is belangrijk, maar ook in hoeverre de kunstenaar daarin meegaat'. Hij beziet het fenomeen overwegend positief. 'Het is een nieuw terrein, waar kansen liggen. Kijk, jarenlang is er nagedacht hoe de kunst uit die white cube te krijgen, uit het museum, naar de mensen toe. Nou, dat is gewoon gebeurd. Hier heb je het.'

Kinetische toegangspoort

Op Lowlands loopt om drie uur de ArtTube-tent vol voor een college 'Kunst Kijken met je oren'. Ondanks de vijf verschillende basdreunen rondom lukt het een groep van zo'n vijftig bezoekers om, met een door het Van Goghmuseum gesponsord slaapmasker op, zich te laten meevoeren door Abdelkader Benali die zijn favoriete videowerk van Bill Viola tot leven wekt. Een paar uur later zit de tent weer vol, en om acht uur 's avonds nóg een keer voor de pittige 'Grote KunstKwis'.

Kunst in de festivalgekte kan dus best overleven. En een ander vooroordeel, dat festivalkunst vluchtig is en een leven zo kort als een zomerseizoen is beschoren, sneuvelt ook. De Fundatie koopt beelden aan en laat ze drie jaar achter elkaar op Lowlands zien.

Het Ewijkse festival Down The Rabbit Hole breidt zijn kunstprogramma jaarlijks uit en laat elementen terugkeren, zoals de enorme kinetische toegangspoort en de olie spuitende hoorn des overvloeds-fontein in de vorm van een sexy mangafiguur van kunstenaar Anders Wolhar - die al drie jaar het festival aftrapt. Dat is voor festivalgangers geen herhaling, maar prettige herkenning: we zijn er weer.

De toegangspoort van Down The Rabbit Hole Foto ANP Kippa

Into the Great Wide open gaat nog een stap verder. Al in juni werd het werk van Ronald van der Meijs, de zonaangedreven orgelpijpen, in de duinen opgehangen en die blijft tot het najaar te zien. Sinds vorig jaar blijft er altijd een werk achter op Vlieland, of zoals programmeurs van ITGWO zeggen: wordt het aan het eiland gegeven. Zodat bewoners en niet-festivalgangers er ook van kunnen genieten. Vorig jaar meldden zich twee verontruste wandelaars, die de enorme houten toeters (Ruup van Birgit Öigus) in de duinen vonden. Was het festival misschien iets, eh, vergeten?

Het werk Ruup van Birgit Õigus.

Tussen gigantisch en kitsch

Idealiter kun je er niet alleen naar kijken, maar ook erop zitten, erin liggen, ermee op de foto, ernaar luisteren, ermee spelen. De Volkskrant selecteerde vijf festivalwerken.

1. Binnenlopen bij Down The Rabbit Hole (recreatiegebied De Groene Heuvels bij Ewijk, juni) voelt bijna als het vallen in het magische konijnenhol van Alice in Wonderland. De toegangspoort van kunstenaars-vormgeverscollectief ATM Models draagt daar sinds 2014 aan bij: een enorme poort met bewegende bomen en struiken en draaiende tandwielen.

2. Ook land art op festival Hongerige Wolf (in het gelijknamige Groningse dorp, midden juli): een esthetische ballenbak (uitsluitend blauw) om tussen de strobalen door in te duiken. Dive Into the Air van Renée Reijnders

3. Roeptoeter, ruisontvanger, hangplek...de twee conische houten sculpturen Ruup van Birgit Oigus staan al sinds Into The Great Wide Open 2016 op Vlieland. Door het jaar heen versterkt de één het geluid van de zee, de ander dat van de duinen. Dit weekeinde is er een film in te zien.

4. Jelle de Graaf maakte dit jaar grote sculpturen voor dancefestival Defqon (Biddinghuizen, juni) en Extrema Outdoor (Wanroij, juli). Zijn grote, stripachtige fantasyfiguren - bijvoorbeeld een Viking voor Defqon - zijn volledig uit gerecycelde flessen, tonnen en jerrycans opgetrokken.

5. Lowlands 2017 (Biddinghuizen, augustus) had met twee beeldbepalende sculpturen er eigenlijk één te veel: moest je nu met de Mikkel van Tom Claassen (zeker 12 meter hoog) op de foto, of met The Selfportrait of a Dreamer van Joseph Klibansky? Dan maar klein en politiek met een knipoog: in de kunstautomaat Grab the Pussy (een initiatief van mediakunstcollectief Dropstuff) kon je wollige katjes opvissen met een ouderwetse kermisgrijper. Breiwerk van oma's uit heel Nederland. Grab 'm!