Analyse Helden en antihelden in Hollywood

Waarom we meeleven met schurken op tv

In hedendaagse series is opvallend vaak de held een antiheld. En dat stelt u, kijker, voor morele uitdagingen. Media-onderzoekers leggen uit waarom u ondanks alles bleef kijken naar Breaking Bad

Frank Underwood (House of Cards). Foto Javi Godoy

Bent u gewoon naar Breaking Bad blijven kijken na de beruchte scène waarin Walter het vriendinnetje (Jane) van zijn compagnon Jesse laat stikken in haar eigen braaksel? Gefeliciteerd. Dan bent u in staat zich moreel los te koppelen van het wangedrag van de hoofdpersoon. En dat doet u, bewust of onbewust, door de misdaden van de hoofdpersoon te verklaren, te begrijpen of zelfs te vergoelijken. Zodat u lekker verder kunt blijven kijken.

Uw brein maakt overuren om sympathie te kunnen blijven opbrengen voor hoofdpersonen die liegen, martelen, moorden en hun slachtoffers aan stukjes hakken. Dexter, hoofdpersoon in de gelijknamige serie, vermoordt niet zomaar mensen: hij heeft het alleen gemunt op misdadigers. Carry (Homeland) spoort misschien niet helemaal, maar ze gaat wel tot het uiterste om het terrorisme uit te roeien. Vindt u dat allemaal geen excuus om mensen op te hangen of op te blazen? Dan bent u waarschijnlijk al een tijdje geleden afgehaakt.

De sympathieke held is uit. De moderne held is – in moreel opzicht – een anti-held. Het zijn seksisten (Mad Men), machtswellustelingen (House of Cards) of seriemoordenaars (Dexter), die ons meevoeren in een emotionele achtbaan. ‘Tv-series kijken was altijd een passieve bezigheid’, zegt Monique Timmers, mediapsycholoog aan de Universiteit van Amsterdam. ‘De morele boodschap, wat goed was en wat fout, was duidelijk. Maar tegenwoordig moet je zelf het antwoord daarop vinden.’

Walter White uit Breaking Bad Foto Javi Godoy

Beminnelijke of laakbare hoofdpersonen?

Volgens klassieke mediatheorieën hebben we behoefte aan beminnelijke hoofdpersonen met wie we ons kunnen vereenzelvigen en voor wie een happy end gloort. Booswichten krijgen hun welverdiende straf. Voor de kijker wemelt deze formule van de positieve emoties. Dat conventionele kijkplezier bestaat nog steeds, getuige een onderzoek van de Amerikaanse mediawetenschapper Maja Krakowiak van de universiteit van Colorado, VS. Zij liet 313 proefpersonen verschillende versies van een detective lezen waarin de speurder respectievelijk deugdzaam, verwerpelijk of moreel ambivalent was. Het meeste plezier beleefden de deelnemers aan de versie met de moreel onberispelijke held. Maar ook de variant met de moreel laakbare hoofdpersoon werd onderhoudend gevonden, om andere redenen. Zij vonden dit karakter realistischer, boeiender en spannender.

Door ons moreel los te koppelen van het wangedrag van de hoofdpersoon, kunnen we blijven kijken – en blijven genieten. Dat toonde de Amerikaanse onderzoeker Art Raney in 2000 aan. De Amsterdamse mediapsycholoog Timmers deed onlangs soortgelijk onderzoek en kwam tot dezelfde conclusie toen ze het kijkgedrag analyseerde van 209 kijkers naar de serie rond seriemoordenaar Dexter. Timmers: ‘Kijkers die bereid zijn hun morele principes even opzij te zetten, voelen meer sympathie voor foute hoofdpersonen. Ze praten het immorele gedrag, en dus het karakter van de hoofdpersoon, goed. Bijvoorbeeld door de schuld deels bij de slachtoffers te leggen. Die hebben het over zichzelf afgeroepen dat Dexter ze komt vermoorden. Of ze redeneren dat Dexter ook maar een mens is, omdat hij in zijn jeugd is misbruikt, waardoor hij beschadigd is geraakt.’ 

Hoe beter de kijker in staat is zich moreel los te koppelen, des te meer plezier hij beleeft aan series met dubieuze, zelfs monsterlijke hoofdpersonen.

Dat geeft nog geen antwoord op de vraag waarom integere en zachtaardige helden als de historische politiespeurders Columbo (jaren zeventig) en Morse (jaren tachtig en negentig) plaatsmaken voor griezels als Frank Underwood (House of Cards, 2013-2018)? ‘Het onderscheid tussen goed en kwaad is niet alleen in series en films, maar op alle fronten dubbelzinniger geworden’, zegt Patricia Pisters, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Er is steeds minder een duidelijk moreel kader dat we met elkaar delen. Vergeet niet: het Hollywoordperspectief van vroeger, waarbij de goede cowboy een witte hoed droeg en de slechte een zwarte, was geënt op de werkelijkheid waarin iedereen wist wat en wie goed en fout was.’

De antiheld in de film is niet nieuw, maar verandert wel van karakter. In de film noir – een misdaadgenre uit midden vorige eeuw – ging het om  cynische, eenzame types in een bedreigende wereld. Een van de bekendste:  Humphrey Bogarts vertolking van detective Philip Marlowe (in The Big Sleep, 1946). Veel later, eind jaren negentig, betrof het bijvoorbeeld de apathische, nihilistische hoofdrolspeler, zoals in Sex, Lies, and Videotape (1989) en Slacker (1990),  die het wereldbeeld van de dolende generatie X weerspiegelde.

Oordeel aan de kijker

‘De antiheld van nu is een moreel discutabele figuur’, zegt Pisters. ‘Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar het is overduidelijk dat er parallellen zijn tussen wat er op onze beeldschermen gebeurt en wat zich in de werkelijkheid afspeelt. Neem Trump. Eigenlijk is ook hij een moderne antiheld: moreel ambigu. Eentje met macht bovendien, dat zie je in series ook vaak terug.’ De antiheld neemt het heft in eigen hand. Ook dat spreekt het publiek aan, zegt Pisters.

We leven in een ‘complexe tijd’, zegt ook mediapsycholoog Timmers. Eenvoudige schema’s hebben afgedaan. Of het nu gaat om de wereldpolitiek (waarin het Westen heeft afgedaan als dominante speler) of de indeling van de geslachten (die opeens een stuk gevarieerder blijkt dan het simpele man of vrouw). ‘Die complexiteit en dubbelzinnigheid zie je terug in het gedrag van de hoofdrolspelers’, zeggen Timmers en Pisters. Aan de kijker de taak om deze figuren te doorgronden. Niet alleen in series, maar ook in een film als The Square (2017), waarin het onverantwoordelijke gedrag van een hippe, museumdirecteur ertoe leidt dat een jochie uit een achterstandswijk van de trap valt. Of Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (2017), waarin de moeder van een verkracht en vermoord tienermeisje wel heel ver gaat in haar pogingen om de politie achter de dader aan te krijgen, te ver misschien wel. Het oordeel is aan de kijker. 

Die techniek passen ook moderne documentairemakers toe, zoals in de Netflix-documentaire Wild Wild Country (2018), over de heftige en bizarre strijd tussen de inwoners van het Amerikaanse plaatsje Antelope en de aanhangers van de Bhagwan die zich daar vestigen. De makers dwingen de kijker zijn sympathie, voor welke partij dan ook, voortdurend te herzien. ‘Het is een zes uur durende morele oefening’, zegt Timmers. ‘Waarbij we ook nog onderscheid moeten maken tussen bedoelingen van mensen en de uitkomsten van hun gedrag.’

Ontwikkeling

De lengte van sommige series maakt het bovendien mogelijk  de hoofdpersoon een haast levensechte ontwikkeling door te laten maken. Pisters: ‘Dexter heeft – als de serie begint – geen emoties. Hij snapt ze wel, maar voelt ze niet. In de acht jaar dat je hem volgt, gaat hij steeds meer emoties beleven. Op het eind houdt hij echt van zijn vrouw en kind. Tijdens die ontwikkeling zit je vaak als het ware in zijn hoofd. En in onze hoofden is het vrijwel nooit zwart-wit maar per definitie een mengelmoes daarvan.’

Dexter. Foto Javi Godoy

De komst van de onsympathieke helden en gelaagde verhaallijnen liep niet toevallig synchroon met de opkomst van, zoals dat nu heet, niet-lineaire televisie (alle tv die niet op vaste tijden wordt uitgezonden). Dat trok makers uit de filmwereld. ‘Van oudsher waren tv-series goedkoop vermaak. De nieuwe series hebben literaire kwaliteit’, zegt Timmers ‘en in de literatuur waren er natuurlijk altijd al hoofdrolspelers met dubieuze karaktertrekken. Een fenomeen dat nu is gepopulariseerd.’ Los daarvan is de filmindustrie natuurlijk steeds gewiekster geworden in het oproepen van emoties. Pisters. ‘Ken je die scène in de film Sabotage (1936) van Hitchcock waarin de schurk aan het Vrijheidsbeeld in New York hangt en zijn jasje scheurt? Jaren later zei Hitchcock dat hij eigenlijk de held aan het standbeeld had moeten laten bungelen. Dan hadden de mensen niet alleen gedacht: help, er is een mens in gevaar maar ook: help, het goede mag toch niet verloren gaan?’

Verbetering: aanvankelijk stond in dit artikel dat in de film de Square (2017), het onverantwoordelijke gedrag van een museumdirecteur leidt tot de dood van een jochie uit een achterstandswijk. De jongen valt wel van de trap, door toedoen van de directeur maar overlijdt niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.