Waarom veel homo's van het Songfestival houden

Homo's en het Songfestival

Open deur van jewelste: bovengemiddeld veel homo's houden van het Songfestival. Maar hoe komt dat eigenlijk? Is het nurture? Is het nature? Mogelijke verklaringen voor de innige band.

Dana International, Israël, 1997. Foto afp

Veel homo's houden van het Eurovisie Songfestival - dat is wel duidelijk. Maar waarom vinden juist zij het zo leuk? Mijn eigen homovrienden zijn behoorlijk verdeeld, blijkt als ik een kleine steekproef houd op Facebook. 'Voor mij als ekster is het één groot glitterfeest', zegt de een. 'Het is een maatschappelijk geaccepteerde vorm van travestie', grapt de ander. Een derde noemt de homoboegbeelden die het festival heeft voortgebracht: ABBA, Céline, Dana, Conchita. 'Of draai ik nu oorzaak en gevolg om?' Nog een theorie: 'Homo's hebben over het algemeen een goede smaak in slechte muziek.'

Ik kom er zelf niet uit. Zoals veel gezinnen keken ook wij thuis elk jaar met zijn viertjes naar de show: chipjes erbij, ruziën over de punten en lekker laat opblijven. Maar waar mijn ouders en zusje gaandeweg hun interesse verloren, begon ik het Songfestival almaar leuker te vinden. Ik krijg nog altijd kippevel van de Eurovision-tune. Is dat omdat ik gay ben? Ligt er ergens een causaal verband? Zijn er misschien experts die iets zinnigs kunnen zeggen over de innige band tussen homo's en het Songfestival?

Niet anders dan andere showbusiness-takken

Laten we beginnen bij de bron: de organisatie. Als 'event supervisor' Sietse Bakker kijkt naar de 'hardcore fans' - de vlaggenzwaaiers in het publiek, die jaarlijks afreizen naar het gastland om er een weeklang te feesten - lijken homo's inderdaad oververtegenwoordigd. Maar tegenover deze kleine groep zichtbare fans staan 200 miljoen mensen die thuis op de bank meekijken - en over hen weten we weinig. Volgens Bakker is het Songfestival daarom niet anders dan andere takken van showbusiness waarin veel, maar niet alleen homo's actief zijn. 'Denk aan mode, musical en dans.' Maar wat is dan wel de oorzaak van de grote populariteit onder gays?

Wat was het makkelijk geweest als er een aangeboren link was tussen seksuele geaardheid en een specifieke muzieksmaak - of het Songfestival. Inmiddels is men het er redelijk over eens dat homoseksualiteit een biologische oorsprong heeft, gelet op genen, prenatale hormonen en hersenstructuren. Maar als je gedragsverschillen in de kindertijd gaat onderzoeken, wordt het allemaal wat lastiger.

Childhood gender nonconformity

Wel zien veel onderzoekers 'childhood gender nonconformity' als de belangrijkste voorspeller voor homoseksualiteit in iemands volwassen leven. (Dat geldt voor zowel mannen als vrouwen, maar ik beperk me in dit stuk tot mannen.) Dat zijn dus jongens die zich in hun kindertijd meer identificeren met meisjes, vaker 'vrouwelijker' interesses hebben. Je kunt dat zien aan de keuze van speelgoed en de manier van spelen met andere kinderen. Deze jongens schrikken bijvoorbeeld van wilde stoeipartijen van hun (later heteroseksuele) seksegenoten. Het is geen waterdicht bewijs.

En toch, als ik naar mezelf kijk, is het voorgaande aardig van toepassing. Ik wilde op school vooral tekenen en knutselen. Ik luisterde naar de Spice Girls en keek naar Beverly Hills 90210. Ik nodigde vooral meisjes uit op mijn verjaardagspartijtjes. Ik haatte gym - vooral contactsporten - en voelde geen klik met de lawaaiige jongens op het schoolplein. Ik was dus een zachtaardig, visueel ingesteld jochie. Maar ja, kun je daaruit mijn liefde voor een spektakelshow als het Songfestival afleiden?

Justin op het Songfestival

Justin Timberlake treedt zaterdag op tijdens de finale van het Eurovisie Songfestival in Stockholm. Hij brengt er zijn nieuwste single Can't stop the feeling! ten gehore brengen. Het is voor het eerst in de geschiedenis van het Songfestival dat een artiest die niet meedoet mag optreden tijdens de finale. Timberlake schreef en produceerde Can't stop the feeling! wel met twee Zweedse songwriters: Max Martin en Shellback. (Het nummer is ook de soundtrack voor de film Trolls.)

Vanzelfsprekend heteroseksueel

De warme band tussen homo's en het Songfestival is sinds de eerste editie in 1956 eigenlijk vanzelf zo gegroeid, zegt genderwetenschapper Mariecke van den Berg van de Vrije Universiteit, die onderzoek deed naar Conchita Wurst als messiasfiguur ('Zo werd ze in veel media geïnterpreteerd, maar dan wel een Christus waarin het mannelijke en vrouwelijke beide zichtbaar zijn.')

Lange tijd was het Songfestival een 'vanzelfsprekend heteroseksueel' evenement, zegt Van den Berg. 'Homo's moesten dus zelf zoeken naar elementen in de show die ze konden interpreteren als gay, zoals een ontblote torso of een blik in de ogen van een zanger.' In oudere vormen van vermaak - zoals theater en opera - was al veel langer ruimte voor travestie en dus ook voor nonconformisme, zegt Van den Berg. 'Waar met genderrollen wordt gespeeld, ontstaan vanzelf mogelijkheden voor dergelijke queer-interpretaties.' Maar in de eerste decennia van het Songfestival was dat nog niet aan de orde.

Wat het feest vanaf het begin wel interessant maakte voor homo's is het wedstrijdelement. De puntentelling is sowieso spannend. 'Maar op het Songfestival kan de underdog - iemand die in het thuisland weinig aandacht krijgt, maar ineens in de spotlights staat - zomaar winnen', zegt Van den Berg. Als minderheid kunnen homo's zich identificeren met de underdog, denkt ze. Geen wonder dat het Songfestival ook wel de Gay Olympics wordt genoemd, of de Champions League voor homo's.

Conchita Wurst, Oostenrijk, 2014. Foto anp

Muziek, schoonheid en humor

Als je het Songfestival vergelijkt met sporttoernooien is er echter een belangrijk verschil. Bij veel (team-) sporten draait het om een clash van mannelijke agressie, terwijl bij het Songfestival wordt gestreden op het gebied van muziek, schoonheid en humor. Bovendien gaan supporters en deelnemers bij een voetbalwedstrijd nog wel eens met elkaar op de vuist, terwijl ik nog nooit een bericht las over uit de hand gelopen rellen na het Songfestival. Het is dus de gezelligste competitie op aarde.

Die feestelijke sfeer heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat homo's het Songfestival collectief zijn gaan volgen, met vrienden in de homokroeg en in de festivalstad zelf. Het is wederom een kip-eivraagstuk, maar mettertijd mochten openlijke lhbt's vaker optreden. Wonnen zelfs, denk aan Dana International (transgender) in 1998, Marija Šerifovic (lesbisch) in 2007 en Conchita Wurst (travestiet) in 2014. Je ziet homoseksueel gekus op de bühne - en op tv (vorig jaar nog, bij de act van Litouwen). Zo werd het impliciete meer en meer expliciet.

Kwetsbaarheid mag

Op het moderne Songfestival mag met genderrollen worden gespeeld, zoals al langer in het theater gebeurt. Waar sporters stoer, dreigend en aanvallend moeten zijn, mogen mannelijke performers op het Songfestival kwetsbaar of juist uitbundig zijn, met sierlijke in plaats van logge moves. Op het podium dragen de mannen wat ze willen, van een doorzichtig shirtje dat de spieren accentueert tot het chique paarse maatpak van 'onze' Douwe Bob. 'Het concept mannelijkheid wordt zo opnieuw gedefinieerd', zegt onderzoeker Van den Berg. 'Het festival creëert een nieuwe norm.'

Het Songfestival is een podium geworden voor homoactivisme, gesteund door de organisatie. Er was onlangs wat gedoe over de regenboogvlag, omdat de European Broadcasting Union (EBU) geen politiek gevoelige vlaggen in het publiek wil zien. Maar na de ophef besloot directeur Jon Ola Sand dat de regenboogvlag 'expliciet wordt toegestaan'. Hij schreef dat het festival 'de lhbt-gemeenschap met dezelfde passie omarmt als de passie waarmee de lhbt-gemeenschap het festival omarmt'. Het onderstreept hoe sterk de invloed van de homorechtenlobby op het festival geworden is.

Tekst gaat door onder de afbeelding.

Abba Foto bruno

Wie ben ik?

Is het Songfestival dan gekaapt door de homo's? Dat vroegen Richard van de Crommert en Dave Boomkens zich af in Het Grote Songfestivalboek (2015). Na een aantal interviews concluderen ze: een beetje. Het kan volgens hen de emancipatie van minderheden ten goede komen, waaronder die van lhbt's. 'Maar het Eurovisie Songfestival gaat ook over identificatie. Wie ben ik? Waar wil ik bijhoren? Een logisch gevolg van een avondje spiegelen aan landen én culturen waarmee je niet elke dag in aanraking komt.' En dat geldt volgens hen voor alle kijkers, niet alleen voor homo's.

Het Songfestival moeten we volgens Van de Crommert en Boomkens dus zien als een evenement dat Europa (plus bonuslanden) in al zijn diversiteit bij elkaar brengt en dat indirect een platform is voor homo-emancipatie. De afgelopen jaren zag je ook een toename van serieuzere en zelfs politiek getinte nummers. Maar in de basis blijft het Songfestival een frivool feest met glitter, vuurwerk en lachwekkende outfits. En wat voor veel homo's het kijkgenot vergroot, meer dan identificatie of politiek engagement, is het ironisch bewonderen van al die kitsch, ook wel camp genoemd.

Juist homo's lijken bijzonder gevoelig voor die knipoog. Al dik een eeuw worden ze met camp in verband gebracht. Het woord camp komt oorspronkelijk van het Franse se camper (overdrijven) en werd al in 1909 door de Oxford Dictionary (negatief) gedefinieerd als 'overdreven, verwijfd gedrag, typerend voor homo's'. Susan Sontag nuanceerde dit en maakte de term gewoon, door er in 1964 een iconisch essay over te schrijven: Notes on Camp. Volgens Sontag zijn een campy smaak en een homoseksuele smaak niet per se hetzelfde, maar is er wel degelijk overlap.

Het leven als theater

Net als elke minderheid hebben homo's het vaak niet makkelijk. Camp stelt hen in staat hun problemen te relativeren, stelt Sontag. 'Het is de metafoor van het leven als theater', schreef ze. Ook vandaag de dag gebruiken homo's camp als wapen. We zetten ons ermee af tegen genderrollen, tegen de gevestigde orde en tegen de smaak die de heteronormatieve maatschappij ons voorschrijft. Wellicht omarmen homo's het Songfestival zo massaal - net als travestie, vergeten diva's en musicals - omdat maar weinigen er zo hard om kunnen lachen als wij.

Het Eurovisie Songfestival is voor homo's dus niet alleen een platform voor identificatie, verbroedering en activisme, het is onze jaarlijkse inside joke. Toch kan iedereen wat van camp leren, schrijft Sontag. 'Camp laat zien dat de hoge cultuur geen monopolie heeft op de goede smaak. Er is niet slechts één geoorloofde smaak, er bestaat ook zoiets als een goede smaak in een slechte smaak.' (Had die vriend aan het begin toch gelijk.) Volgens Sontag kan het bevrijdend werken dat onderscheid los te laten. 'De mens die zich alleen interesseert in de hoge cultuur, ontzegt zichzelf een groot genot.'

Céline Dion, Zwitserland, 1988. Foto epa
Meer over