Waarom Trump juist een zegen is voor de Amerikaanse journalistiek

Nieuwe kansen voor de journalistiek

Donald Trump scheldt de pers uit voor alles wat lelijk is. Toch is dat lang niet zo erg als het lijkt. Hij zou de media weleens een dienst kunnen bewijzen.

Foto Rhonald Blommestijn

It was the worst of times

Er is niets wat Donald Trump zo hartstochtelijk haat als de media. Al tijdens zijn presidentscampagne zocht hij regelmatig het conflict met de 'oneerlijke media', zei hij dat journalisten behoorden tot 'de oneerlijkste mensen ter wereld', hitste hij op bijeenkomsten het publiek op tegen de aanwezige pers en was hij van plan om, eenmaal president, de wet zo aan te passen dat het voor hem makkelijker zou worden nieuwsmedia succesvol aan te klagen.

Als president heeft Trump zijn toon niet gematigd. Een paar weken geleden noemde hij in een tweet de 'nepnieuwsmedia' (hij doelde op de krant The New York Times en de televisiezenders NBC, ABC, CBS en CNN) de vijand van het Amerikaanse volk. Een week later noemde hij CNN en The New York Times nog maar eens 'een groot gevaar voor ons land'. CNN, The New York Times, BBC en de websites Buzzfeed en Politico werd verteld dat ze niet meer welkom zijn bij persbijeenkomsten in het Witte Huis.

Foto Rhonald Blommestijn

Nog voor Trumps overwinning waarschuwde Sandra Mims Rowe, voorzitter van het Amerikaanse Comité ter Bescherming van Journalisten, dat Donald Trump een bedreiging vormt voor de persvrijheid. De Republikeinse senator John McCain zei eind vorige maand dat 'het eerste wat dictators doen is het afschaffen van de vrije pers'. De Amerikaanse hoogleraar journalistiek Jay Rosen schetste eind december in twee artikelen op zijn website wat de Amerikaanse journalistiek te wachten staat. Wie geen zin heeft de ruim 5.500 woorden te lezen, volstaat met de titel, geleend van de serie Game of Thrones: 'Winter is coming'.

Dat klinkt wat dramatisch, maar achter die apocalyptische beeldspraak schuilt een moeilijk te ontkennen realiteit: Donald Trump is kritische pers liever kwijt dan rijk. Tel daarbij op dat hij nu de machtigste man op aarde is, dat hij zelf heeft gezegd dat hij 'in oorlog met de media' is en dat hij ze 'leugenaars' noemt. Bedenk daarbij dat het vertrouwen in de media lager is dan ooit (uit een poll uit september 2016 bleek dat slechts 32 procent van de Amerikanen veel of aardig wat vertrouwen had in de media; 8 procent minder dan een jaar eerder) en je snapt waarom veel Amerikaanse journalisten zich plotseling een bedreigde diersoort wanen.

Maar Trumps presidentschap betekent niet per se een journalistieke winter: er gloort ook een journalistieke lente.

Die lente uit zich allereerst in cijfers. In de drie weken na de verkiezingsoverwinning van Trump abonneerden 132 duizend mensen zich op de 'ondermaatse' The New York Times, tien keer zo veel als in dezelfde periode een jaar eerder. De conservatieve krant The Wall Street Journal verwelkomde in die drie weken 113 duizend nieuwe (digitale) abonnees, blijkt uit een overzicht van persbureau Reuters, 12 procent meer dan normaal. De 109 lokale kranten die deel uitmaken van het Gannett USA Today Network groeiden gezamenlijk naar 182 duizend digitale abonnementen, een stijging van 26 procent. En volgens nieuwszender CNBC groeide het aantal digitale abonnees op de Los Angeles Times in de verkiezingsweek met 61 procent en in de weken erna met 47 procent.

Mark Thompson, baas van The New York Times, noemde tijdens een conferentie in december als verklaring voor de groei van zijn krant 'een indrukwekkende toename van de bereidheid te betalen voor serieuze, onafhankelijke journalistiek'. Omgekeerd evenredig met het vertrouwen in hun nieuwe president (slechts 39 procent van de Amerikanen is tevreden met Trump) rekent het Amerikaanse volk blijkbaar in toenemende mate op de journalistiek om hem in de gaten te houden.

De waarheid

De grote Amerikaanse kranten spelen ook met hun slogans en marketingcampagnes in op het post-Trumpiaanse tijdperk van nepnieuws. Eind februari introduceerde The Washington Post op zijn website de nieuwe slogan 'democracy dies in darkness' (democratie sterft in het duister). The New York Times zet ondertussen in reclameuitingen vol in op 'de waarheid'. Bijvoorbeeld: 'De waarheid is moeilijk te vinden. Maar het is makkelijker zoeken met meer dan duizend journalisten.'

Bovendien geldt nog altijd het adagium dat ook slechte publiciteit goede publiciteit is. Een maand nadat Trump over tijdschrift Vanity Fair had getwitterd 'zaken gaan slecht, grote moeilijkheden, dood', omdat het een negatieve recensie over restaurant Trump Grill had gepubliceerd, registreerde het blad tachtigduizend nieuwe abonnees, zo berichtte website Politico. Vanity Fair had naar aanleiding van Trumps tweet een aanbieding online gezet: een jaarabonnement voor 5 dollar. Dertienduizend mensen deden dat binnen 24 uur, in de weken erna kwamen er nog eens 67 duizend bij, van wie de meerderheid het normale tarief betaalde.

Maar het beste nieuws voor de pers moet niet gezocht worden in stijgende oplagen of de bereidheid van de consument te betalen voor journalistiek. Het beste nieuws is de broodnodige herijking van de verhouding tussen tussen politiek en journalistiek.

Foto epa

'Donald Trump en zijn aanstaande presidentschap kunnen het grootste geschenk aan de Washingtonse journalistiek zijn sinds de uitvinding van het declaratieformulier', schreef Politico-verslaggever Jack Shafer daags voor Trumps inauguratie over de toekomst van de Amerikaanse journalistiek. Titel van het stuk: 'Trump is Making Journalism Great Again'.

Volgens Shafer heeft Trump journalisten duidelijk gemaakt dat ze zich niet afhankelijk van de macht moeten opstellen. 'In plaats van volledig te leunen op traditionele vaardigheden van politieke verslaggeving, zouden degenen die een perskaart bezitten eens moeten overwegen Trumps Washington te verslaan alsof ze zich in een oorlogsgebied bevinden, waar het ene conflict op het andere volgt, waar de verwarring het rechtstreeks verzamelen van betrouwbare informatie van de strijders verhindert, waar de taakopvatting een zaak is van leven en dood.'

Shafer bedoelt dat journalisten het niet erg zouden moeten vinden dat ze geen directe toegang meer hebben tot het Witte Huis en dat ze nieuwe manieren moeten vinden om de macht te controleren. Als voorbeeld noemt hij The Washington Post, die een groep journalisten heeft vrijgesteld om zich te verdiepen in Trumps zakenimperium, eventuele belangenverstrengelingen en mogelijke overtredingen van de wet. Shafer heeft het onheilspellende stuk van Jay Rosen gelezen en raadt het iedereen aan. 'Veel van de schoten van Rosen raken hun doel. Maar hij is geen goede voorspeller. Het is niet de winter die er aan komt, maar de journalistieke lente.'

Bill de Blasio, burgemeester van New York en door sommigen de 'Anti-Trump' genoemd, zei onlangs in een gesprek met Pod Save America (een nieuwe podcast van drie voormalige medewerkers van Barack Obama) dat Trump zijn best doet 'een feitenvrij milieu' te creëren en dat daarom de pers nu een uitgelezen mogelijkheid heeft om 'puur, zichtbaar, scherp en snel' te factchecken. De pers, stelde De Blasio, moet zich door Trump niet laten afschrikken.

Foto epa

In zekere zin is Donald Trump een grote blonde resetknop die de verhouding tussen media en politiek terugbrengt naar hoe zij eigenlijk hoort te zijn: niet bij elkaar op schoot, maar elk in zijn eigen hoek. Als boksers te dicht bij elkaar staan, kunnen ze maar moeilijk rake klappen uitdelen. Door journalisten zo van zich weg te jagen, brengt Trump ze eigenlijk juist in de goede positie.

'Uitgerekend de man die de waakhonden de deur uit wilde werken, heeft ze wakker gemaakt', zei Walter V. Robinson een paar weken geleden tijdens een lezing op de universiteit van Arizona. Robinson was een van de redacteuren van het dagblad The Boston Globe die grootschalig misbruik in de katholieke kerk onthulden, een zaak die in 2015 werd verfilmd in Oscarwinnaar Spotlight. 'En de waakhonden blaffen zo hard dat een groot deel van het publiek nu ook wakker is.'

In de Obama-jaren konden de journalistiek en het Witte Huis goed, volgens sommigen iets te goed, met elkaar overweg. 'In die acht jaar slijmden veel journalisten bij Obama en weigerden ze vaak in schandalen te duiken', schreef de conservatieve auteur Frank Miniter vorige maand op de website van zakenblad Forbes. 'Wat je ook denkt over Trumps persoonlijkheid en zijn politiek, hij heeft een eind gemaakt aan die liefdesverhouding. (...) Trumps kritiek op de media, gefundeerd of niet, heeft de media eraan herinnerd dat het hun werk is de feiten te achterhalen en daar verslag van te doen.'

En dat doen ze. Michael Flynn was tot halverwege februari de Veiligheidsadviseur van Donald Trump. Eind december, op de dag dat toenmalig president Obama sancties tegen Rusland aankondigde - en Flynn dus nog niet in functie was - liet Flynn in een gesprek met de Russische ambassadeur doorschemeren dat Trump bereid was die sancties terug te draaien.

Daarmee overtrad Flynn de wet. En, misschien nog wel erger: hij loog erover tegen Tumps vice-president Mike Pence, die daardoor alsof het gedrukt stond kon beweren dat er niets aan de hand was.

Trump was van dat alles op de hoogte, maar deed er niets aan. Tenminste, totdat The Washington Post het ontdekte en opschreef. Trump nam het op voor Flynn, noemde hem 'een prachtig mens' en beschuldigde de 'nepmedia' ervan hem 'zeer, zeer oneerlijk' te hebben behandeld.

Waarna Trump om Flynns ontslag vroeg. Een groter compliment had hij de liegende en oneerlijke nepmedia niet kunnen geven.

It was the best of times.

Samantha Bee: een van de vaste gezichten van Jon Stewarts The Daily Show begon in februari 2016 haar eigen wekelijkse satirische latenightshow op zender TBS en werd meteen in het eerste jaar genomineerd voor een Emmy Award. Volgens website Variety trok Full Frontal with Samantha Bee in de eerste zes weken van 2017 92 procent meer kijkers jonger dan 50 dan een jaar eerder. Zender TBS zegt dat er alles bij elkaar elke week 3,4 miljoen mensen naar Bee's programma kijken.

Samantha Bee. Foto afp

David Fahrenthold: werd in een klap een van Amerika's bekendste schrijvende journalisten toen hij in oktober het nieuws bracht van de beruchte audio-opnamen van Trump. Hij deed ook uitvoerig onderzoek naar de liefdadigheidsinstelling van Trump, is sinds januari commentator bij CNN en maakt komend jaar onderdeel uit van een speciaal team bij The Washington Post dat zich in Trumps zakenbelangen verdiept.

David Fahrenthold. Foto YouTube

Maggie Haberman: werd speciaal voor de verkiezingen weggekocht bij Politico, is nu Witte Huis-correspondent voor The New York Times en stapelt onthulling op onthulling, de een wat urgenter dan de ander. Dankzij Haberman weten we bijvoorbeeld wat voor organisatorisch rommeltje het de eerste weken was in het Witte Huis - en dat Donald Trump in zijn ochtendjas televisie kijkt.

Maggie Haberman. Foto YouTube

Rachel Maddow: de eerste Amerikaanse anchor die uit de kast kwam, spint garen bij het presidentschap van Donald Trump en alle bijkomende schandalen. De progressieve presentator presenteert op MSNBC het dagelijkse nieuwsprogramma The Rachel Maddow Show, waarin ze zich kritisch uitlaat over Trump en zijn beleid. In februari keken gemiddeld 2,3 miljoen mensen naar Maddows programma; dat is twee keer zo veel als een jaar geleden.

Rachel Maddow. Foto getty

Meer Volkskrantartikelen over Trump en de media

Het Witte Huis liet in februari plots journalisten van enkele kranten en omroepen niet toe tot een briefing van president Trumps woordvoerder Sean Spicer. Het ging onder andere om CNN, The New York Times en Politico. Conservatieve nieuwsorganisaties zoals Breitbart News en The Washington Times, die Trump steunen, mochten wel komen. Wat gebeurde hier?

Witte Huis laakt 'oneerlijke pers'

President Trumps 'war on media' gaat onverminderd door. In februari beschuldigde hij 'de media' ervan dat zij opzettelijk weinig verslag doen van terroristische aanslagen. 'De heel, heel oneerlijke pers wil er niet over berichten.' Maar wereldwijd zetten media de tegenaanval in.

En er was de opmerkelijke mediastorm rond Zweden. De brave Scandinavische welvaartsstaat figureerde daarin als een land dat ten onder zou gaan aan een toevloed van criminele moslim-immigranten. Lees hier hoe het zover kwam.

Nieuwe held: de presentator die Trumps adviseur koelbloedig de oren waste.

De journalistieke renaissance in het tijdperk-Trump heeft de gedaante aangenomen van Jake Tapper (48). Sinds Trumps inauguratie heeft Tapper zich als presentator van de nieuwsshow The Lead opgewerkt tot het lichtend voorbeeld van veel journalisten. Dat is aan twee fragmenten in het bijzonder te danken. Op 7 februari sprak Tapper 25 minuten lang met Trump-adviseur Kellyanne Conway, het brein achter onder andere de term 'alternative facts' en de theorie dat magnetrons kunnen spioneren.

Het hele interview is lesmateriaal voor journalistieke opleidingen: Tapper blijft ondanks Conways afleidingsmanoeuvres kalm, geconcentreerd en inhoudelijk. Maar het mooist blijft voor het laatst bewaard, als Tapper zijn geduld op een volledig beheerste manier verliest. Conway probeert te zeggen dat 'de media' het zo vaak mis hebben, maar dan grijpt Tapper in. 'Wat dacht u van uitspraken van de president die onjuist zijn? Zoals het aantal moorden dat het hoogst zou zijn in vijftig jaar? Klopt niet. Of dat de media geen verslag zouden doen van terroristische aanslagen? Klopt niet. Je kunt het over van alles willen hebben, maar ik heb het over de president van de Verenigde Staten die dingen zegt die aantoonbaar niet waar zijn. Dát is belangrijk.'

Het fragment vond snel zijn weg op sociale media. (Bekijk het hier terug) Eindelijk iemand die Conway op haar plek zette, en nog binnen de kaders van het journalistieke fatsoen ook.

Maar Tapper kreeg vooral de handen op elkaar na een van Trumps persconferenties. Trump was voor de zoveelste keer begonnen over het aantal kiesmannen dat hij had gewonnen, had ten onrechte beweerd dat hij de grootste overwinning had geboekt sinds Reagans verkiezing én had over het ontslag van veiligheidsadviseur Flynn gezegd: 'De lekken zijn echt, het nieuws erover is nep.' Waarna Tapper zich in zijn programma tot de president zelf richtte. 'President Trump, als u kijkt: u bent de president. U ben legitiem verkozen tot president. Ga nou eens aan het werk en hou op daar steeds over te zeuren.' (Bekijk dit fragment hier)

Jake Tapper is getrouwd en heeft twee kinderen. Een daarvan noemt zijn vader, als die hem lastigvalt, 'fake news'.

Meer over