Waarom schrijvers zo terugverlangen naar het New York van de jaren '70

Hoewel de stad er toen niet best aan toe was, is er al enige tijd een 'New York in de jaren zeventig'-nostalgie, die ook in de literatuur gestalte krijgt.

Brooklyn in 1976. Beeld Anthony Catalano/Flickr/Creative Commons
Brooklyn in 1976.Beeld Anthony Catalano/Flickr/Creative Commons

New York in de jaren zeventig: de metro geldt als onveilig, Times Square wordt bevolkt door hoertjes en pooiers, Central Park is het domein van muggers en verkrachters, er zijn tal van stadsdelen waar de - dikwijls corrupte - politie niet durft te komen. De stad staat op het punt failliet te gaan, maar president Gerald Ford weigert een bail-out, wat leidt tot de befaamde krantenkop 'Ford to city: drop dead'.

Geen tijdperk om naar terug te verlangen, zou je zeggen. Toch is er al enige tijd sprake van een heuse 'New York in the seventies'-nostalgie, die ook in de literatuur gestalte krijgt. Deels zijn dat terugblikken van oudere schrijvers en artiesten, op (auto)biografiegerechtigde leeftijd, zoals Edmund White (1940) en Patti Smith (1946), die in respectievelijk New York Boy en M Train de artistieke dynamiek van de jaren zeventig bezongen. 'Het was de laatste periode in de Amerikaanse cultuur waarin schrijvers, schilders en theatermakers bereid waren 'martelaren voor de kunst' te zijn', aldus White.

Ga tot vijftig jaar terug in de tijd en bezoek nostalgische woonkamers met muziek, video’s en historische voorpagina’s. En doe de quiz: was vroeger echt alles beter?

Persoonlijk

Nu zijn warme gevoelens bij ouderen die terugblikken op hun jeugdjaren niets bijzonders, ook niet als die jeugdjaren historisch gezien allerminst idyllisch waren. Opmerkelijker is dat de fascinatie voor het New York van de jaren zeventig kennelijk wordt gedeeld door auteurs die de periode niet persoonlijk hebben meegemaakt.

Garth Risk Hallberg (1978) schreef met City On Fire een breed uitwaaierende, op intensieve research gestoelde roman waarin het New York van de seventies als een ontembaar maar mateloos boeiend organisme wordt gepresenteerd.

The Flamethrowers van Rachel Kushner (1968) beschrijft de kunstenaarswereld in SoHo in diezelfde periode. De jaren zeventig vormen wat Kushner betreft hét referentiepunt in de contemporaine kunst. 'Toen vond de grootste paradigmaverschuiving in de kunst plaats: de opkomst van de conceptuele kunst. Die viel samen met het verdwijnen van de industrie uit de Verenigde Staten. Veel New Yorkse kunstenaars betrokken eind jaren zestig, begin jaren zeventig voormalige fabriekspanden, vooral textielfabrieken in downtown, die ze goedkoop konden huren. Daar schiepen ze betaalbare, want vooral uit ideeën bestaande conceptuele kunst.'

De Morton Street Pier bij de Hudson rivier in New York in mei 1973. Beeld Will Blanche/National Archives and Records Administration/Wikimedia Commons
De Morton Street Pier bij de Hudson rivier in New York in mei 1973.Beeld Will Blanche/National Archives and Records Administration/Wikimedia Commons

Aids

De jaren zeventig waren in New York de periode waarin de opkomende globalisatie zich het eerst deed voelen, waarin de focus van de Amerikaanse economie begon te verschuiven van industrie naar dienstverlening.

In de jaren die volgden, raakte New York uit het economische slop, werden steeds meer wijken en buurten gegentrificeerd, met hogere huizenprijzen als logisch gevolg. Noodgedwongen trokken steeds meer schrijvers en kunstenaar uit de stad weg. In hun herinnering koesterden ze het beeld van dat dynamische en betaalbare New York van ooit.

Waarschijnlijk komt daar nog wat bij. De jaren tachtig waren amper begonnen of het woord aids dook steeds vaker op. Zoals de Eerste Wereldoorlog heeft geresulteerd in een overdreven idyllisch beeld van het voorafgaande edwardiaanse tijdperk, ook bij latere generaties, heeft de slachting die aids aanrichtte, zeker ook in New Yorks artistieke gemeenschap, het beeld van de jaren zeventig beïnvloed.

Martelaar voor de kunst, dat kan een ambitie zijn. Maar van een redeloos virus?

Patti Smith in 1974. Beeld Michael Ochs Archives
Patti Smith in 1974.Beeld Michael Ochs Archives

Lees verder

Hoe het komt het dat we terugverlangen naar vroeger
Nostalgie lijkt, zeker in de politiek, zeker in de westerse wereld, aanweziger dan ooit. Wat verlangt de terugzuchtige? Hidde Boersma beschrijft hoe politici inspelen op nostalgische elementen. (+)

Nokia 3310 geeft belofte aan wereld die nog begrijpelijk was
Goed, in de cultuur kun je fijn verlangen naar vroeger, maar bij technologie wil je toch gewoon het nieuwste van het nieuwste? Nou nee. (+)

2017 wordt jaar van nostalgische strijd tussen Twin Peaks en Stranger Things
Nostalgie is een complexe operatie geworden in films. Film én serie van 2016 (La La Land en Stranger Things) deden het precies goed.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden