Interview Martin de Vries

Waarom noemen zoveel wandelaars het lopen naar Santiago de Compostella een ‘spirituele reis’?

Waarom noemen zoveel wandelaars het lopen naar Santiago de Compostella een ‘spirituele reis’? Martin de Vries (62) vond het antwoord, in zijn selfie-film Camino

Beeld Martin de Vries.

De hoofdrolspeler in de film Camino, een 60-jarige man uit Utrecht, is al twee maanden aan het wandelen als hij op een klif in noord-Spanje vast komt te zitten in prikkeldraad. Minutenlang worstelt hij om los te komen. Hij is alleen. Jezus, wacht effe, zegt hij.

De man vloekt, zucht en kreunt, komt los en maakt het antwoord af op de vraag die hij zich voor het incident met het prikkeldraad hardop heeft gesteld. ‘Net vertelde ik waarom ik loop. Misschien wel hierom; om mezelf onder de loep te nemen.’ Vastzitten, vloeken en weer loskomen – de symboliek is onmiskenbaar, de stukken zijn op hun plaats gevallen. Als de man het moment later in de film analyseert, begint hij te huilen.

De man in de film is ook de maker ervan. Camino is een zelfportret zonder opsmuk, de rijke bijvangst van de wandeling die Martin de Vries in 2016 vanuit Le Puy-en-Velay in midden-Frankrijk maakte naar Santiago de Compostella – de wereldberoemde camino.

Over 1.600 kilometer deed hij 70 dagen. Om zijn gezin en vrienden van zijn vorderingen op de historische pelgrimsroute op de hoogte te houden, maakte De Vries een videodagboek, korte clips met een iPhone, een GoPro en een selfiestick. De Vries legde zichzelf en het landschap intuïtief vast en was behalve de filmer ook de commentator van zijn eigen tocht.  Andere reizigers en overnachtingsplekken komen in Camino nauwelijks in beeld. 

Beeld Martin de Vries.

In totaal had hij acht uur materiaal.  Het idee om van de clips een film te maken, kreeg De Vries pas na zijn camino. ‘Ik kwam in oktober thuis en ben pas met Kerst naar de beelden gaan kijken. Ik zag een man van 60 die zenuwachtig vertrekt en steeds stiller wordt. Er gebeurt niks, en tegelijkertijd alles. En intussen loopt de man maar door. Dat proces intrigeerde me.‘

Het egodocument wordt, modieus, een feature length selfie genoemd. Camino werd geselecteerd voor het internationaal filmfestival in Rotterdam en gaat deze week in 28 filmtheaters in première.

De Vries werkte ‘een leven lang’ in de media. Als editor stond hij 25 jaar lang Kees van Kooten en Wim de Bie terzijde bij het maken van hun programma. Hij werkte mee aan honderden documentaires, bepaalde als editor de sfeer in tv-programma’s als Villa Felderhof en was de oprichter van een succesvol mediabedrijf, Online Media.

Na de verkoop in 2014 van Nostalgie Net, de zender die hij zelf had opgericht,  besloot De Vries de camino te gaan lopen. Een origineel plan was het niet. De oude pelgrimsroute naar Santiago zette in 2018 ruim 325 duizend mensen aan tot bezinning.  Dertig jaar geleden waren dat er nog maar een paar duizend. Het gaat om geregistreerde wandelaars, mensen die hun laatste stempel halen in Santiago. Het aantal Nederlanders in 2018 was 3670. 

Beeld Martin de Vries.

Zangeressen (Leoni Jansen, Wende Snijders), tattookoningen (Henk Schiffmacher), biologen (Midas Dekkers), generaals (Dick Berlijn), cabaretiers (Javier Guzman), publicisten (Herman Vuijsje) en parlementaire journalisten (Ferry Mingelen), allemaal liepen ze de route of delen ervan  en allemaal roemen ze de spirituele ervaring.

De Vries, 62 nu, gaat in Camino op zoek naar zijn eigen valkuilen. Hij filmt zichzelf, overwint zijn eigen schaduw en bevrijdt zich van het prikkeldraad. Een interview aan de hand van uitspraken uit zijn eigen film.

‘Ik weet eigenlijk nog steeds niet waarom ik loop.’
‘Dat zeg ik in het begin van de film. Heel veel mensen lopen omdat ze net gescheiden zijn, problemen hebben op hun werk, ziek zijn of een sterfgeval van een naaste hebben meegemaakt. Dat had ik allemaal niet. Ik had tijd en ruimte. Mijn twee kinderen waren het huis uit en ik was uit mijn bedrijf gestapt. En ik was 60 geworden.

‘Ik had een aantal films gezien over het wandelen en wilde weten hoe het mij zou vergaan; niet alleen fysiek. Ik was vooral geïnteresseerd in het mentale deel. Wat gebeurt er? Wat komt er in je op?

‘Mijn vrouw had het er moeilijk mee. Ze vroeg zich af of het niet op een ander moment kon. Ja verdomme, het komt nooit goed uit. We hebben een hond, misschien gaat die wel dood, of mijn moeder. Ik moest het nu doen. Gelukkig begreep mijn vrouw me wel en steunde ze me ook.’

‘Trainen is totaal niet nodig voor zo’n tocht. Trainen doe je hier. Je moet hooguit je schoenen inlopen.’
‘Dat was hoogmoed. Kort daarna kreeg ik enorm veel last van een knie. De problemen verdwenen op een wonderbaarlijke manier, mijn chirurg snapt er nog steeds niks van. In het tweede deel had ik helemaal nergens meer last van, ik was flying. Ik liep en ik voelde niks meer.

‘Ik had me nauwelijks voorbereid, alleen wat sites bekeken en verhalen van wandelaars gelezen. Goede schoenen zijn belangrijk. Verder zegt iedereen hetzelfde: neem zo weinig mogelijk bagage mee. Bij een vriend in de Dordogne heb ik zelfs nog wat kleding achtergelaten. Ik had twee setjes kleding bij me, een korte broek, een lange broek die je kunt afritsen, kleding om in te slapen, wat ondergoed, een regenjack en toiletspullen. En een soort slaapdoek, voor in de hostels. Acht kilo, woog alles bij elkaar.’

‘Het is niet alleen mijn camino, de camimo is van iedereen.’
‘Op het stukje van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Pamplona was het ontzettend druk met schreeuwende mensen. De camino is ook een soort kermis. Saint-Jean-Pied-de-Port is het startpunt van veel Koreanen, Japanners, Amerikanen. Daar beginnen ze aan de Camino Francès. Dat is de klassieke route naar Santiago, maar het is lang niet de enige. Weten die Amerikanen veel. Ze komen aan in Bordeaux of Pau en steken met een jetlag meteen de Pyreneeën over.’

‘In Spanje was het in de dorpen vaak druk, met volle terrassen en volle hostels. Daar had ik geen zin in. In Frankrijk was ik vaak urenlang geen mensen tegengekomen. Ik besloot om de Camino del Norte te lopen, de kustroute naar Santiago. Daar was het heel stil. Maar in de film gaat het niet over de route, of over ontmoetingen met andere wandelaars. Daar zijn andere films voor.’

Beeld Martin de Vries.

‘Je wordt overal zo liefdevol ontvangen, het is elke keer weer een verrassing. En ook wat een verkeerde plek lijkt te zijn, is altijd een goede plek.’
‘Dat zei ik na een overnachting bij een armagnac-boer. Ik moet hier weg, was het eerste wat ik dacht toen ik aankwam. Zo smerig zag het eruit. Achteraf was het een van de beste overnachtingen, nog buiten het feit dat we geweldige armagnac hebben gedronken.

‘De overnachtingen in de hostels zijn heel erg belangrijk voor de ziel van de camino. Daar zijn de anderen, daar worden de verhalen verteld, daar vinden de ontmoetingen plaats en daar wordt antwoord gegeven op de vraag die het vaakst wordt gesteld: waarom doen mensen dit? In hotelletjes op een eigen kamer maak je dat niet mee. Ik koos ervoor om op de slaapzalen te liggen. Daar voel je de camino het best.

‘Om het te begrijpen moet je de tocht zelf lopen. Veel mensen in deze wereld snakken naar meer verbinding; meer liefde ook. Dat gevoel wordt tijdens de wandeling aangeraakt. Mensen durven die behoefte ook tentoon te spreiden. Ze delen het met anderen. Daarom is het zo belangrijk om alleen te lopen. Als je er echt wat aan wil hebben, moet je het alleen doen, zoals de meeste mensen, en niet met een bekende lopen.’

‘Met James gelopen, uit Australië. En ’s avonds diner en kletsen, over de camino natuurlijk. You start as a hiker and you come back as a pelgrim. Het is een community, een way of life.’
‘Ik ben heel veel mensen tegengekomen die de camino al eens eerder hadden gelopen. Ik zag een soort verslaving. Er is met dat lopen iets heel geks aan de hand. Mensen onderzoeken zichzelf en zoeken verbinding met elkaar. Tijdens de tocht is iedereen gelijk. En iedereen komt dezelfde problemen tegen en moet dezelfde problemen overwinnen.

‘Het raakt mensen, ze willen het vaker voelen. Dat is mij ook overkomen. Het is zo’n aparte ervaring. Ik ben ook meer gaan wandelen. Dat lopen blijkt me energie te geven. Als je je niet lekker voelt, of zelfs kut, en je gaat een dag lopen, dan voel je je echt anders. Beter.’

‘Het is gewoon…. Je loopt, ja. Ik snap nu echt waarom dit zo ongelooflijk verslavend kan werken. Het is niet uit te leggen. Je voelt het niet meer, ik voel helemaal niks meer. Alle problemen, de vermoeidheid, de spierpijn, ik ben het allemaal kwijt.’
‘Ik zou het nu precies zo zeggen. Zo voelde ik het. Het leven is simpel. Je hebt je huis op je rug, daar zit alles in. Het enige wat je doet is lopen. Je hoeft er alleen maar voor te zorgen dat je genoeg te eten en te drinken hebt en ’s avonds een slaapplaats hebt.

‘Het leven is overzichtelijk. Vergeleken met de gekte waarin we hier leven, is dat heel prettig. Dat ervaart iedereen. Waarschijnlijk hebben we in het dagelijks leven een te zware last op onze schouders.’

Beeld Martin de Vries.

‘Ik dacht dat zo lang lopen je wellicht antwoorden geeft op vragen waarop je doorgaans geen antwoord krijgt. Een van de redenen dat ik ben gaan lopen is om meer vertrouwen te krijgen in het laatste stuk van mijn leven.’
‘Dat is wel de kern hè. Veel mensen om je heen beginnen weg te vallen, ik weet niet op hoeveel begrafenissen ik de afgelopen tijd ben geweest. Het leven is niet eeuwig meer. Je gaat anders denken over je werk, over je kinderen, over de toekomst. Je kunt niet zoveel meer uitstellen.’

‘Angstdemonen. Angst waarvoor, is dan de vraag. Dat is eigenlijk niet te omschrijven. Het is geen angst voor de dood, of voor het leven, het is een totaalangst die ik altijd een beetje met me mee heb gedragen. Die probeer ik te attaqueren, te verdoven.’
‘Daar wordt het heel persoonlijk. Je kunt jezelf niet voor de gek houden als je zo’n lange wandeling maakt. Dat lukt niemand. Want er is geen afleiding. De hoogtepunten van de dag zijn poepen langs de kant van de weg, een fietser die passeert en een blaffende hond. Er gebeurt niks. Het klinkt zweverig, maar juist daarom zuivert het je geest.’

‘Ik ben mijn hele leven op de vlucht geweest. Toen ik 3 jaar was, ben ik bijna verdronken. Misschien heb ik daar een onbewust trauma aan overgehouden, weet ik veel. Ik heb me nooit prettig gevoeld op de plek waar ik was. Ik wilde altijd ergens anders zijn.

‘Toen ik de kans kreeg om dat onprettige gevoel te verdoven, als 13-, 14-jarige, ben ik dat volop gaan doen. Drank, drugs, alles. Want dan voelde ik het niet. Dan was ik op een andere plek. Toen ik doorkreeg dat het niet slim was, ben ik andere manier gaan zoeken om te vluchten. Hard werken. Vrouwen. 

‘Alles om maar niks te voelen. Na een dag of vijftig kon ik het zo verwoorden. Het wandelen heeft me geholpen om mezelf eindelijk te begrijpen.’

327.378 wandelaars

De 3.670 Nederlanders die in 2018 de camino liepen en zich afmeldden in Santiago de Compostella, vormen 1,12 procent van het totale aantal wandelaars. Van de 327.378 wandelaars in 2018, een record, is het merendeel Spaans: 144.141. In de Top-5 van landen staan verder Italië, Duitsland, Engeland en Portugal. Vrouwen (50,35 procent) vormen een kleine meerderheid. De groep 30-60 jaar is het grootst, 54 procent. Zestigplussers vormen 18 procent van het totaal.

Beeld Martin de Vries.

Camino van Martin de Vries, vanaf 6/6 in 28 bioscopen. 

Recensent Kevin Toma over Camino: ‘De Vries filmt voornamelijk zichzelf. Dat kun je ijdel vinden, maar de film wordt door die focus eerder bescheiden dan egocentrisch.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden