BESCHOUWING

Waarom moeten we die gevels eigenlijk bewaren?

Maakt hedendaagse architectuur in de Amsterdamse binnenstad nog een kans, nu menig pand op de Werelderfgoedlijst staat? Er is een oplossing: façadisme. De gevel minutieus herbouwen, de rest slopen. Hoe bevalt dat?

De vernieuwde gevel van Museum Ons' Lieve Heer op Solder. Beeld Io Cooman

Aan de Amsterdamse Sarphatistraat staan drie eenzame gevels, verloren tussen het puin. Van het gebouw waarvan ze tot voor kort het gezicht vormden - het Emma Kinderziekenhuis uit 1872 - is niets meer over. Operatiekamers, beddenhuis, ontvangsthal - alles is gesloopt. Het ziekenhuis is in 1988 verhuisd naar het AMC. Alleen de vooraanzichten zijn verweesd achtergebleven: stenen geraamten met ramen als holle ogen, die overeind worden gehouden door honderden houten schragen.

De reddingsactie staat niet op zichzelf. Ook aan de Oudezijds Voorburgwal, waar onlangs het nieuwe entreegebouw voor Museum Ons' Lieve Heer op Solder is geopend, zijn halsbrekende toeren uitgehaald om de 19de-eeuwse buitenmuren te behouden. Hier hielpen zelfs honderd stutten niet; door de aanleg van een nieuwe kelder dreigde het metselwerk in te storten. Daarom zijn de muren uiteindelijk steen voor steen afgebroken. De bakstenen zijn vervolgens genummerd, schoongebikt en opgeslagen, om uiteindelijk precies op de oude plek te worden teruggemetseld, waarna ze voorzien zijn van een speciaal vernis dat ze het doorleefde uiterlijk teruggeeft.

Dat roept vragen op. Als aan deze gebouwen niets meer goed was, wat is er dan zo geweldig aan deze gevels dat ze koste wat kost bewaard moesten worden? Waarom al die moeite en geld investeren - want dit soort operaties zijn uiterst kostbaar. Waar zijn we dan mee bezig?

Er is een naam voor dit fenomeen, waarbij de gevel wordt bewaard terwijl het achtergelegen interieur volledig wordt vervangen door nieuwbouw: façadisme. Het klinkt omstreden - als fascisme, sadisme - en het roept ook sterk tegengestelde reacties op. Je bent voor of tegen; een middenweg lijkt niet te bestaan.

Vroeger was alles nu eenmaal beter - mooier - zeggen voorstanders. Het straatbeeld moet blijven zoals het is; moderne architectuur verpest de binnenstad alleen maar. Kijk wat het 'vooruitgangsgeloof' in de jaren zestig heeft gedaan voor een straat als de Weesperstraat: fraaie herenhuizen zijn gesloopt voor een 'snelweg' met kantoorflats. En op deze manier kan erfgoed dat anders zou staan te verkommeren een nieuwe invulling krijgen.

De gevel van het Emma Kinderziekenhuis. Beeld Io Cooman

Versplinterd

Façadisme is de angst voor het heden, stellen tegenstanders. Ga op de Amsterdamse Dam staan en kijk wat er nog over is aan bebouwing uit de Gouden Eeuw: vrijwel niets. Slopen hoort bij de stad, nieuwbouw is juist een verrijking. Denk aan het Anne Frank Museum aan de Prinsengracht, of het betonnen pand dat architect Abel Cahen op Singel 428 bouwde. Subtiel en smaakvol ingepast - het zal velen niet eens opvallen dat het uit de jaren zeventig dateert. Een nieuw interieur achter een gevel plakken, is bovendien nep - reduceert gebouwen tot karikaturen van zichzelf, de stad tot een theaterdecor.

Zo verwordt een discussie over façadisme al snel tot een potje bekvechten. De visie op architectuur is even versplinterd als het politieke landschap. En dus is de vraag bij elk bouwproject opnieuw: wat doen we? Hoe verhouden we ons tot de bestaande stad enerzijds en de voortdurende behoefte aan verandering anderzijds? Precies deze vraag vormt het leitmotiv in het ontwerp dat Claus Van Wageningen Architecten maakte voor het entreegebouw van Museum Ons' Lieve Heer op Solder, een voormalige schuilkerk op de zolder van een koopmanshuis.

Architect Felix Claus ziet façadisme als 'de uitkomst van regelgeving'. Als het aan hem had gelegen, was het pand aan de Oudezijds Voorburgwal tegen de grond gegaan en had hij er nieuwbouw voor in de plaats gezet. 'Een ontvangstgebouw voor een belangrijk Amsterdams museum - dat leek mij een legitieme reden om een architectonisch gebaar te maken. Ik vind dat je dat mag laten zien.' Maar de wet verbiedt sloop. Het betreffende pand behoort tot een beschermd stadsgezicht en daarvoor geldt de regel 'behoud en herstel'.

'Daar hebben we ons aan gehouden', zegt Claus met een grijns. De oude stenen zijn immers behouden, het pand is hersteld volgens de originele gevelcompositie. Maar er is wel degelijk iets veranderd. Vanwege de nieuwe functie moesten de vloeren op andere hoogten worden geplaatst, waardoor ze in de ramen uitkwamen. Claus heeft dit gegeven onderstreept door de aansluitingen in te vullen met oranje bakstenen, die fel afsteken bij het bruine metselwerk. Ook de materiaalkeuze en detaillering van de ramen is resoluut anders; de houten kozijnen zijn vervangen door bronzen exemplaren, de nieuwe dakkapel zweeft als een minimalistisch glazen doosje boven de kroonlijst.

In de gevel aan de Heintje Hoekssteeg is de transformatie het meest expliciet. De overbodige raamopeningen zijn dichtgemetseld tot oranje vlakken die in reliëf in de gevel liggen, terwijl de nieuwe ramen strak in het vlak zijn geplaatst. Zo worden, in het strijklicht van de steeg, de tijdslagen zichtbaar, zoals je het leven van een spijkerbroek afleest aan de hand van slijtageplekken en rafels.

Dubbel façadisme

Façadisme verwijst meestal naar authentieke straatgevels die als monument als het ware 'diepgevroren' worden, maar wordt ook gebruikt binnen het postmodernisme, om de scheiding tussen interieur en exterieur te benadrukken.

De plattegrond wordt min of meer los ontworpen van de gevel, die als een 'decor' ervoor wordt geplaatst. De pui die architect Mart van Schijndel in 1984 ontwierp voor het Landelijk Ondersteuningsinstituut voor Kunstzinnige Vorming (LOKV) aan de Ganzenmarkt in Utrecht is een sprekend voorbeeld.

Destijds deed de gevel, met twee grote zuilen die los voor de entree staan, veel stof opwaaien.

Vorig jaar dreigde hij te worden gesloopt; de nieuwe eigenaar vond hem onhandig als ingang van de winkel die hij erin wilde vestigen. Inmiddels is de pui een gemeentelijk monument. De binnenkant veranderen mag, maar de gevel moet blijven.

'Wij wilden geen Disney-toestanden', zegt architect Patrick Koschuch, die met zijn bureau Van Dongen Koschuch een hotel bouwt achter de gevels aan de Sarphatistraat.

Voor dit project hanteren zij eenzelfde ontwerpstrategie als Claus; de façades worden op verschillende manieren 'bewerkt' om te laten zien dat er binnen iets nieuws gebeurt. De voormalige hoofdentree van het ziekenhuis wordt in oude glorie hersteld, omlijst door een nieuwe, groene gevel, die als 'tuin' bij de hotelkamers fungeert. In het naastgelegen pand worden oude ramen dichtgemetseld, met de nieuwe dwars erdoorheen 'geponst'. De twee gevels die echt niet meer te redden vielen, worden vervangen door nieuwbouw, geïnspireerd op de bestaande bebouwing. De ramen volgen het ritme van de buurpanden en krijgen een hedendaagse decoratie: met de hand geglazuurde tegels.

Koschuch denkt dat façadisme in dit geval 'een mooi compromis' biedt. 'Een hotel gaat allereerst over rationaliteit. Hoe krijg je tweehonderd kamers in een gebouw, hoe hou je de looplijnen voor het kamermeisje zo kort mogelijk? Als je zag wat een kruip-door-sluip-doorstelsel het oude ziekenhuis van binnen was, begrijp je waarom dat gebouw kansloos verloren was.'

Kopie van kopie

Voor de architect stond echter vast dat de gevels overeind moesten blijven, ook al waren ze geen monument. 'Omdat ze prachtig zijn; kijk naar die speklagen, de ornamenten - zulk vakwerk krijg je tegenwoordig niet meer. Maar vooral omdat gevels onlosmakelijk verbonden zijn met de identiteit van de stad. En is dat niet waar een hotelervaring om draait? Als bezoeker wil je voelen dat je in Amsterdam bent en niet in Singapore of Parijs.'

Bloemendaal kent ook zo'n typisch, geliefd beeld: 'het witte huis op de heuvel', zoals het gemeentehuis wordt genoemd. Toen de gemeente NEXT architects en Rudy Uytenhaak vroeg een verbouwingsplan te maken, was het evident dat dat beeld moest blijven. 'In eerste instantie wilden we het gebouw renoveren', vertelt architect Marijn Schenk van NEXT. 'Maar vanwege de enorme risicoreserveringen in de begroting vroeg men halverwege het ontwerpproces of er geen reproductie kon worden gemaakt van het bestaande gebouw.' Dat overigens al een replica was; de oorspronkelijke villa (uit 1820, gebouwd door architect J.D. Zocher) is in de jaren zestig afgebroken en herbouwd als kantoor.

Illustratie Ons' Lieve Heer op Solder Beeld Sabine Heine

Een kopie van een kopie ging de architecten te ver. 'Het leek ons interessanter om de verschillende lagen te tonen en zo iets van de geschiedenis zichtbaar te maken.'

De nieuwbouw is daarom op enkele meters afstand achter de geconserveerde façade geplaatst, waarbij de tussenruimte de entree vormt. Met zijn witte stenen gevels en ritmische ramencompositie zoekt de nieuwe architectuur aansluiting bij de gestuukte villa met zijn zuilenrij. 'Het is een moderne interpretatie van het decor ervoor', legt Schenk uit. 'De materialen zijn industriëler dan die van toen, de opzet is transparanter, laagdrempeliger - passend bij het publiekscentrum. Het front is er voor de representatie, het gevoel dat je bij de burgemeester op bezoek gaat.' Regentesk versus openbaar - de compositie past wat dat betreft goed bij de dubbele rol van het gemeentehuis.

Schenk kijkt tevreden terug op het project, dat volgens hem bewijst dat façadisme meer kan zijn dan oppervlakkig plak- en knipwerk. 'Het is een zoektocht, een spel', vult architect Felix Claus aan. 'Bij Ons' Lieve Heer op Solder hebben we de gelaagdheid tot thema gemaakt.'

Unesco bevordert Façadisme

De Amsterdamse grachtengordel is in 2010 benoemd tot Unescowerelderfgoed. De bouwregels zijn hierdoor niet veranderd. Sinds de binnenstad in 1999 tot beschermd stadsgezicht werd verklaard, gelden al strenge (ver)bouwregels. Die regelgeving is ook een voorwaarde om in aanmerking te komen voor de Unescotitel. In de praktijk denken wethouders en welstandcommissies nu wel drie keer na voordat zij nieuwbouwprojecten honoreren. Eerder verloor Dresden zijn titel door nieuwbouw.

Maar de spelregels worden strenger, ervaart Claus en dat baart hem zorgen. 'Het centrum van Amsterdam was al beschermd stadsgezicht, maar sinds de grachtengordel Unescowerelderfgoed is, lijkt daar een gouden strik omheen geknoopt. De binnenstad is 'af' verklaard, verwordt tot een museum - een toeristische trekpleister à la Venetië. De hele ontwikkeling heeft weinig met cultureel besef te maken; het is een businessmodel. De vraag die we elkaar zouden moeten stellen, is volgens mij niet langer waarom we die gevels bewaren, maar voor wie?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden