Interview Werner Kolf

‘Waarom moeten mannen altijd groot, stoer en sterk zijn?’

Werner Kolf. Beeld Eva Roefs

Hij heeft een aversie tegen machogedrag en wil het niet steeds hebben over racisme, ‘omdat ik me dan gereduceerd voel tot mijn huidskleur’. Acteur Werner Kolf legt gevoeligheid in zijn rol als generaal Othello, waarmee hij binnenkort opnieuw gaat schitteren. 

 ‘Ik ben niet echt van de interviews’, zegt hij verontschuldigend bij aanvang van het gesprek. ‘Begrijp me niet verkeerd, ik hou best van een beetje aandacht: ik vind het leuk om een complimentje te krijgen over een stuk, of mijn rol, en ja - ook over mijn uiterlijk. Natúúrlijk. Maar zo’n heel interview, alleen maar over Werner Kolf: moet dat? Het draait niet alleen om mij. Ik vind dat een beetje ongemakkelijk.’

Maar het moet, inderdaad. Of althans, wij wilden het graag. Omdat Werner Kolf (37) binnenkort voor de tweede keer op toneel zal schitteren als Othello, in de gelijknamige Shakespeare-klassieker, door schrijver Esther Duysker en regisseur Daria Bukvic ingrijpend bewerkt tot een ijzingwekkende parabel over racisme toen en nu. Twee jaar geleden was de voorstelling een hit in de kleine zaal, nu creëert Bukvic een remake voor de grote schouwburgen. In de maanden daarop krijgen we nog veel meer van Kolf te zien: in maart zijn de opnamen voor de televisiefilm Cronos, in de zomer speelt hij een rol in de serie Swanenburg, en komend najaar komt Commando’s op tv, een ambitieuze nieuwe serie waarin Kolf een van de hoofdrollen vertolkt. Eerder was hij al – onder meer – te zien in de series Nieuwe buren, Weemoedt en Vechtershart, en films als Wolf, Hoe duur was de suiker en Rokjesdag.

Hij is een laatbloeier: pas op zijn 24ste deed hij auditie voor de Toneelacademie Maastricht. Kolf, zoon van Surinaamse ouders, groeide op in Amsterdam-Zuidoost, als jongste van drie broers. Zijn moeder drong aan op één buitenschoolse activiteit, en na een korte, vergeefse kennismaking met acrobatiek (‘ik ben zo stijf als een plank’), werd dat toneel, op zijn 8ste. ‘Gewoon, in het buurthuis, verhalen vertellen uit de wijk.’ Voor dit artikel zou het leuk zijn als zijn talent zich daar direct had geopenbaard, maar daarvan was volgens Kolf geen sprake. Hij grinnikt: ‘Nee joh, op die manier was ik er helemaal niet mee bezig. Ik deed het gewoon.’

Pas veel later, toen hij op zijn 21ste vruchteloos stond ingeschreven bij een studie communicatie aan de HES, was er een voorzichtig Eureka-moment. ‘Toen vielen opeens een paar dingen samen. Het begon me op te vallen dat er op tv zo weinig gekleurde mensen te zien waren. En ik dacht: waarom eigenlijk? Ik heb vroeger toch ook geacteerd? Prompt zag ik toen een advertentie in de krant van gezelschap De Nieuw Amsterdam (DNA) dat op zoek was naar Amsterdamse jongeren. Ik deed auditie met een zelfgeschreven monoloog en heb daar hartstochtelijk staan schreeuwen – ik dacht dat ik helemaal A-Game was, Leonardo DiCaprio ofzo. En verdomd, ik kreeg een rol. Het waren maar vier of vijf zinnen in het hele stuk, maar ik stond daar wel tussen Teun Kuilboer en Egbert-Jan Weeber, die ik kende van televisie.’

Daarna werd hij gescout voor Rotterdams Lef, professioneel gezelschap en opleidingsplek ineen: spelers stromen door naar de toneelschool of de beroepspraktijk. Kolf: ‘Ik dacht, ik ben al veel te oud voor de toneelschool, ik doe het wel in de praktijk, net als Will Smith.’ Later besloot hij het tóch te proberen. ‘Met in mijn achterhoofd: als ik niet word aangenomen dan stop ik ermee.’

Hij werd aangenomen in Amsterdam en Maastricht, en koos voor Maastricht, de opleiding die bekend staat om zijn ambachtelijke, technische scholing en de stevige nadruk op taal en tekstbehandeling. En: ver van Amsterdam, in een zelfverkozen isolement. ‘Ik wilde me er helemaal in onderdompelen. Het was nu of nooit.’

De laatste paar jaar speelde hij zich in de kijker met een paar mooie, opvallende rollen in theaterproducties die expliciet over racisme gaan: eerst Race (2016), bij Het Nationale Theater, daarna A Seat At The Table (2017) bij Likeminds en vervolgens die mooie hoofdrol in Othello (2018), als de zwarte, succesvolle generaal in een wit machtsbolwerk. Het onderwerp gaat Kolf aan het hart, maar in een telefoongesprek voor het interview geeft hij aan het niet alleen maar daarover te willen hebben. ‘Ik vind het heel belangrijk, natuurlijk, maar al die aandacht ervoor maakt soms ook dat ik me juist gereduceerd voel tot mijn huidskleur. We moeten uiteindelijk toe naar een situatie waarin die er helemaal niet toe doet. Bij mijn personage in Commando’s speelt zijn kleur geen enkele rol. Dat vind ik mooi. Hoopgevend.’

Maar bij Othello gaat het er nadrukkelijk wél over, dus helemaal vermijden kunnen we het hier niet. Kolf: ‘In onze Othello proberen we de witte toeschouwers te confronteren met hun blinde vlek voor racisme.’  Hij herinnert zich de eerste repetitiedag, twee jaar geleden, toen goedbedoelende medewerkers van HNT chocoladeletters hadden gekocht voor cast en crew, met daarop een afbeelding van Zwarte Piet. ‘Ik heb op dat gebied een dikke huid gekregen, maar het was natuurlijk nogal wrang, bij een voorstelling over racisme.’ Regisseur Daria Bukvic bracht de chocola terug naar de betreffende collega’s, en legde die even haarfijn uit waarom dit niet kon.

Nu, twee jaar later, zal zoiets vermoedelijk niet snel weer gebeuren: steeds meer Nederlanders zijn zich bewust van de ernst en hardnekkigheid van racisme. ‘Het bewustzijn erover is toegenomen, zeker. Tegelijk zagen we dit najaar bij het voetbal en ook in de Zwarte Pietendiscussie dat de toon is verhard. De weerstand is sterker, de roep om verandering luider. Dat alles nemen wij mee in onze remake. Er zit nu meer black power in onze voorstelling.’

Bij dat toegenomen bewustzijn wil hij overigens nog wel een kanttekening plaatsen. ‘Tuurlijk, ik vind het mooi dat BN’ers op sociale media plaatjes met ‘Stop Racisme’ posten. Zij hebben twee miljoen volgers en die krijgen die boodschap ook mee; fantastisch, chapeau. Maar het gaat ook om wat je doet in de praktijk. Zeg je er iets van als de witte jongens de club wel binnenkomen, maar de Nederlands-Marokkaanse niet? Waarom stopten zijn witte collega’s niet meteen de wedstrijd toen Excelsior-voetballer Mendes Moreira racistisch werd bejegend? Je kan twintig keer posten dat je tegen racisme bent maar als je in de praktijk je mond houdt is het alleen maar voor de bühne. Dat vind ik huichelachtig.’

Ook in het theater en op filmsets maakt hij die dubbelhartigheid mee. ‘Dan heb je een eerste lezing van een script en staat daar plots heel expliciet dat mijn personage roti eet. Vraagt dan niemand zich af waarom dat is, behalve ik? Ik eet ook gewoon pasta; misschien eet mijn witte collega wel vaker roti dan ik. Maar als je daar wat van zegt, kijken de meeste witte collega’s je aan of je gek bent. En achteraf komen ze wél naar me toe, dat het zo goed is dat ik me uitspreek. Maar het zou niet zo moeten zijn dat ik steeds de enige ben die dit aankaart. En niet één, maar twee, drie, vier keer.’

Hij kijkt gekweld. ‘Mogen we het nu weer over iets anders hebben?’

Kolf zou het graag hebben over vaders en zonen, bijvoorbeeld. ‘Dat is iets wat mij de laatste tijd behoorlijk bezighoudt.’

Zijn eigen vader overleed aan darmkanker vlak voordat hij werd aangenomen op de toneelschool. Ze hadden geen goede relatie, zegt hij. ‘Zijn opvatting van vaderschap was zorgen dat er geld was en zo eens in de maand eens informeren hoe het op school ging. Dat is geen vaderschap. Vaderschap is communiceren met je kinderen, af en toe.’ (Lacht.) ‘Een betrokken vader, dat heb ik gemist. Niet om nou te zeggen: god, wat heb ik het zwaar gehad. Maar gewoon: dat heb ik gemist. Ik zie dat bij veel mensen om me heen en het valt me op dat er weinig over wordt gesproken.’

Dat heeft ook te maken met een clichébeeld van mannelijkheid, denkt hij: dat echte mannen niet over hun gevoelens praten. ‘Daardoor leren veel zoons dat niet van hun vaders, en dat is jammer. Ik zou in mijn werk graag meer doen met dit onderwerp; ik denk dat veel mannen daar iets aan hebben. En omdat het me raakt, haal ik er als acteur ook inspiratie uit.’

Werner Kolf (rechts) met Kendrick Etmon, een van de collega-acteurs op wie hij trots is. Beeld Eva Roefs

In de film Cronos van Michael Middelkoop speelt Kolf een man die zonder vader is opgegroeid. ‘Hij heeft nooit naar hem gezocht, maar als hij zelf vader wordt, krijgt hij alsnog de behoefte om zijn vader te leren kennen. Ik vind dat over deze thematiek meer films en stukken mogen worden gemaakt. Er zijn nog veel meer kleuren en nuances van ‘mannelijkheid’ die door de kunst zouden kunnen worden onderzocht. Ook het klassieke toneelrepertoire staat nog bol van de stereotype mannenrollen. Mannen moeten altijd groot, stoer en sterk zijn en de leiding nemen. Hallo, we leven in 2020. Er zijn meer opties.’

Hij heeft een aversie tegen machogedrag, vertelt hij. ‘Misschien omdat mensen dat op basis van mijn uiterlijk vaak meteen van me verwachten als ik ergens binnenkom. Dan denk ik alleen maar: laat me met rust, man. Ik wil niet voldoen aan jouw verwachtingen. Ik ga niet de macho uithangen terwijl ik dat niet ben.’

Zelfs de rol van Othello, de sterke generaal, probeert hij iets van gevoeligheid te geven. ‘Hij is wel kwetsbaar, althans, zo speel ik hem, maar hij kan die kwetsbaarheid niet tonen. Wat ik probeer te laten zien, is dat de dingen hem raken – de beledigingen, het gekonkel, en dat hoewel hij uiterlijk onaangedaan lijkt, hij het soms ook even niet weet.’

‘Voor veel mannen heeft het woord kwetsbaarheid een rare negatieve klank. Maar als acteur moet je juist onzeker kunnen zijn. Durven zijn. Want als je de kwetsbaarheid niet kan opzoeken, kun je nooit goed spelen.’

Hij aarzelt even. ‘Ik wil toch eigenlijk... als dat mag van jou... Ik weet niet of dat oké is voor jou om te verwerken? Maar ik zou hier eigenlijk graag een paar namen noemen van collega-acteurs op wie ik trots ben. Want ik vind dat als je de ruimte krijgt in een interview, je die ruimte moet delen.

Dus: Kendrick Etmon, Mandela Wee Wee, Yannick Jozefzoon, Emmanuel Ohene Boafo, Romano Haynes, Anton de Bies, Yamill Jones, Cyriel Guds, Tarikh Janssen, Goua Grovoqui, Daniel Kolf, Ayrton Kirchner, Leandro Ceder, Adam Kissequel, Fjodor Jozefzoon en Michiel Blankwaardt– god, ik hoop dat ik niemand vergeet – die zijn ook allemaal héél goed bezig. Dit zijn voor mij de mensen die hierna Othello zullen spelen. En niet alleen Othello, maar ook Hamlet en Richard III.’

Lees ook dit interview met regisseur Daria Bukvic: ‘Ik heb schijt aan hoe het heurt.’

Werner Kolf als Othello en Sallie Harmsen als Desdemona in Othello. Beeld Sanne Peper

Othello in de remake

De voorstelling Othello, het regiedebuut van Daria Bukvic bij Het Nationale Theater, was in 2018 een hit in de kleine zaal. ‘Met deze Othello bewijst Bukvic zich als een uitermate fantasierijke theatermaker’, schreef de Volkskrant. ‘Haar Othello is gewaagd, bij vlagen meeslepend en naar het eind toe verpletterend’.  De voorstelling werd ook elders bejubeld en haalde onze top-10 van het beste toneel van dat jaar. Nu maakt Bukvic een nieuwe versie voor de grote schouwburgen. Première 18/1, Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 7/3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden