beschouwing

Waarom Kapuscinski de grote impressionist van de reportagekunst is

In Polen kreeg sterverslaggever Ryszard Kapuscinski ( 1932-2007 ) een staatsbegrafenis. Bij ons is hij van zijn voetstuk getrokken - de 'reporter van de eeuw' zou een fantast zijn. Aan de vooravond van het verschijnen van een bloemlezing legt bloemlezer Frank Westerman uit waarom hij Kapuscinski nog altijd geniaal vindt.

Beeld Horst Tappe / Getty

Kapuscinski behoort tot mijn vaste repertoire. Zo eens per jaar citeer ik hem luidop. 'In Polen hebben alle mensen schoenen. In de winter kan iemand zonder schoenen het te koud krijgen en doodgaan.' Half zingend van verbazing voeg ik eraan toe: 'Doodgaan van op blote voeten lopen? Ha! Ha! Is het ver naar Polen?'

Deze zinnen komen uit Nog een dag - dat speelt in Angola, 1975. Ik heb me erdoor laten meeslepen.

Kapuscinski rijdt de oorlog tegemoet. Buiten de hoofdstad stuit hij op een wegversperring. Hij mindert vaart en doet - in letterlijke zin - iets fenomenaals: Kapuscinski stuit niet op een wegversperring, nee, hij stuit op de wegversperring. De wachtpost die je overal in Afrika tegenkomt. Hij stapt uit, en geeft ons de fenomenologie van het roadblock. Waaruit dat zoal is opgebouwd. Wie zo'n post bemant. Hoe je ze aanspreekt. ('We kunnen iets over Polen vertellen. In Polen hebben alle mensen schoenen...')

Beeld -

Ryszard Kapuscinski

De draagbare Kapuscinski
Zijn beste reportages, gekozen en ingeleid door Frank Westerman
De Arbeiderspers; 352 pagina’s; €18,99.

Ryszard Kapuscinski
De dood vande ambassadeur
ebook bij Fosfor.nl; €2,99.

Beide titels worden gepresenteerd op 27 mei in Spui25, Amsterdam en op 28 mei in boekhandel DeReyghere, Brugge.

Behalve geniaal vond ik Kapuscinski ook aardig. Bij een oorlogscorrespondent verwacht je misschien een macho, maar Kapuscinski is bang, zweet zich te pletter, kent de weg niet. Hij is begaan met degenen over wie hij schrijft, en wij lezers zijn begaan met hem. In Polen is hij geliefder dan de beide Nobelprijslaureaten Szymborska en Miosz. Journalisten en schrijvers uit de hele wereld sloten hem in de armen - van John Updike, Susan Sontag tot Gabriel García Márquez aan toe. Met zijn reportages, schrijft Salman Rushdie, bereikt Kapuscinski datgene wat alleen kunst vermag, 'dat wil zeggen: het zet onze verbeelding in vuur en vlam'. Eén Kapuscinski is waardevoller dan het gereutel van duizend 'journofantasten'.

Maar nu is 'de reporter van de eeuw' dood en is hij - in het Westen - van zijn voetstuk getrokken. Sinds de verschijning van zijn biografie Kapuscinski: non fictie door Artur Domoslawski (2010) zoemen de beschuldigingen als steekwespen rond zijn naam. Ze zijn niet meer weg te slaan. Als bloemlezer kreeg ik ze zelf ook meteen om de oren. 'Kapuscinski, die zoog toch alles uit zijn duim?' Een jonge cabaretier: 'O, die leugenaar.' Zijn werk en biografie herlezend vroeg ik me af welke kritiek hout snijdt, en welke niet. Wat blijft er over van het imago van de aimabele reporter en de zeggingskracht van zijn oeuvre? Deugde Kapuscinski?

Poststalinistische dooi

In het naoorlogse Polen schaarde Kapuscinski zich in de gelederen van de bevrijders, de communisten. Als geschiedenisstudent was hij een strenge verkeersagent op het rechte marxistisch-leninistische pad. In alle interviews echter laat hij het begin van zijn politieke leven samenvallen met de poststalinistische dooi, midden jaren vijftig. Op de hervomingsgolven mag verslaggever Kapuscinski naar India, Afrika, Latijns-Amerika: arme landen waar hij zijn thema en zijn toon vindt.

'Wat een fantastische reporter', schrijft zijn hoofdredacteur in 1961. 'Dit is geen gewone journalistiek. Het is politieke literatuur, voortgebracht door een duivels getalenteerde auteur.'

Kapuscinski's schrijven is vrij, vrij van conventies. Zijn teksten zijn onbevangen, je herkent ze aan de beslistheid. 'De Dinka in Zuid-Soedan leven uitsluitend van melk.' 'Uitsluitend', niet 'voornamelijk': wie de nuance zoekt, legge zijn boeken terzijde. Feiten en meningen lopen bij Kapuscinski door elkaar. Zijn werk barst van de interpretaties en overdrijvingen. Kapuscinski is de grote impressionist van de reportagekunst.

Geheime dienst

In de laatste jaren van zijn leven, inmiddels internationaal vermaard, raakte Kapuscinski almaar banger dat 'het' zou uitkomen. Het: zijn hand-en-spandiensten voor de Poolse geheime dienst... Onmiddellijk na de val van het communisme ontketende zich in Polen een heksenjacht op iedereen die fout was geweest. Een beetje fout of vermeend fout was ook fout.

Vier maanden na Kapuscinski's dood, in mei 2007, onthulde de Poolse Newsweek de inhoud van zijn dossier bij de geheime dienst. In dat dossier zaten bonnetjes ter waarde van 30 dollar. De buitenlandse spionagedienst bleek hem in 1965 te hebben aangeworven als informant. Hij schreef een handvol onschuldige rapportjes; het enige echt pijnlijke is een verslag van een lunchgesprek met een Pools-joodse lector, die naar Mexico is uitgeweken.

Conclusie: een vuile verklikker? Of: niet fraai, de woorden van de lector had hij nooit mogen doorbrieven, maar zijn rapport is zonder gevolgen gebleven dus het zij hem vergeven?

Tussen deze standpunten slingert het postume Poolse volksoordeel over de grote schrijver-reporter Kapuscinski. Diep in hun hart vinden de meeste Polen dat hij de Nobelprijs voor de Literatuur had moeten krijgen.

Hoge komma's

In het Westen was het oordeel eenduidiger. Nog voor zijn biografie van de persen was gerold, slingerden de onthullingen over de aardbol. 'Kapuscinski verzon ontmoetingen met Che Guevara en Lumumba' - ja, mét aanhalingstekens, maar vaak blijven die hoge komma's in niemands geheugen hangen, ze vallen geruisloos weg en veranderen een bewering in een etiket. Kapuscinski heeft nooit beweerd dat hij Lumumba heeft ontmoet, of ook maar een kilometer is opgelopen met Che Guevara. Er circuleert slechts een Engelstalige flaptekst waarop dit staat. En díé klopt niet, toont de biograaf aan.

De sluizen staan dan al open. Er spoelt klein grut uit (de Dinka eten ook granen en vlees; Soedan was strikt genomen geen 'Britse kolonie'; Addis Abeba telde in 1990 niet één, maar meerdere boekwinkels), maar ook zwaarder wegend spul (Kapuscinski kon weten dat de victoriabaars niet werd gevoerd met slachtoffers van Idi Amin; Haile Selassie was aantoonbaar geen analfabeet; de citaten in zijn boek De keizer suggereren echtheid maar blijken verzinsels.)

Voorbij een bepaalde grens houdt een tekst op 'journalistiek' te mogen heten. Die grens is niet loepzuiver te trekken, niet met het criterium van hoor en wederhoor, noch met het verschuilen achter (anonieme) bronnen. Uiteindelijk gaat het om een samenspel tussen schrijver en lezer. Kapuscinski is eerder een raconteur dan een reporter, en soms zwiert hij uit de bocht - zoals in De keizer. Maar wie zijn oeuvre met een 'dan zal de rest ook wel zijn verzonnen' bij het grof vuil zet, weet niet wat hij mist.

Zelf begon ik argwanend aan zijn niet eerder vertaalde reportage De dood van de ambassadeur, over de moord op de Duitse ambassadeur in 1970 in Guatemala. Kapuscinski wijdt er vijftig pagina's aan - geschreven vanachter zijn tafel in Mexico-stad! Toch is het een overtuigend en doorleefd betoog - met misschien wel de mooiste regels die hij ooit heeft geschreven: over de fenomenologie van de stilte in een dictatuur. 'Geschiedschrijvers besteden [...] onvoldoende aandacht aan perioden van stilte. Zij missen de feilloze intuïtie van de moeder die hoort dat het in de kamer van haar kind plotseling stil is geworden. Voor tirannen en bezetters is stilte noodzaak. De stilte eist dat de vijanden van de stilte plotseling en spoorloos verdwijnen.'

Ik heb ze toegevoegd aan mijn repertoire en zal ze af en toe fluisterend opzeggen. Als eerbetoon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden