EssayDierbare spullen

Waarom je hartstochtelijk van spullen kunt houden

Beeld Jaime Hayon

Hoe komt het toch dat we van sommige spullen zo hartstochtelijk kunnen houden? Designontwerpers en -theoretici houden zich al decennia bezig met die vraag.

Eindelijk, hij is er, de Van Moof waar mijn zoon van 19 sinds half mei naar heeft uitgekeken. Tweeduizend euro betaal je voor zo’n fiets en vervolgens mag je er maanden op wachten om ’m ten slotte nog zelf in elkaar te zetten ook. Maar vanaf dat moment kan de pret beginnen: zoon, die doorgaans uitslaapt tussen de bierkratten in zijn studentenhol, stuurt een foto van een zonnige ochtendrit waarop de Van Moof poseert tussen de schapen. Ik zie een strakke, zwarte designfiets, de motor listig weggewerkt – ja, het is een elektrische fiets, zo’n bejaardending waar elke fatsoenlijke 19-jarige een paar jaar geleden nog niet dood op gevonden had willen worden – maar mijn zoon ziet een nieuwe liefde, vrijheid, snelheid (illegaal kan-ie 32 kilometer per uur), avontuur. Een elektrische Porsche Taycan op twee wielen. Knap gedaan, Van Moof – in twee jaar tijd groeide de omzet van de fietsfabrikant van 10 naar 100 miljoen.

Wat is toch het geheim waardoor we van sommige spullen zo hartstochtelijk kunnen houden? Een leven lang soms, van de wieg die generaties lang wordt doorgegeven tot een grafkist, waaraan je, als-ie mooi is vormgegeven, zelfs troost kunt ontlenen (zoals Joline van den Oever verderop in dit nummer schrijft). Designontwerpers en -theoretici zijn al decennia met dit onderwerp bezig. Niet in de laatste plaats omdat er doodeenvoudig veel geld mee te verdienen is. Neem een boek als How to Make Brilliant Stuff that People Love and Make Big Money Out of It. Daarin beschrijft designpsycholoog Patrick W. Jordan, die als consultant werkt voor merken als Philips, Starbucks, Nokia en Unilever, wat van een doorsnee gebruiksvoorwerp een dierbaar ding maakt, een ding waaraan je emotioneel bent verbonden. Dat moet op vier niveaus plezier geven, legt hij uit: fysiek (heerlijk geurende douchecrème), sociaal (hij is van Chanel ik ben succesvol), psychologisch (ik raak er helemaal ontspannen van) en ideologisch (oei, hij zit vol microplastics, dat past niet bij mijn waarden).

Nog zo’n kenner is Don Norman, auteur van Emotional Design – Why we love (or hate) everyday things. Hij ontdekte dat we het meest van dingen houden die 1) ons intuïtief raken (het buikgevoel), 2) als vanzelfsprekend functioneren (een smart-tv die je meteen snapt), 3) ons een goed gevoel geven over onszelf (deze Saab zegt: ik heb smaak). Norman zette de Alessi-citruspers van Philippe Starck, die zo hoog op de poten staat, op de cover van zijn boek als voorbeeld van een ontwerp dat hemzelf buitengewoon bekoort. ‘Het is niet alleen een citruspers, het is een kunstwerk. It is not about making juice, it’s about making conversation.’

Het draait allemaal om de relatie tussen mens en voorwerp, zegt ook hoogleraar Ruth Mugge van de TU Delft, die erop promoveerde. Zij ging een stapje verder en onderzocht waardoor we aan bepaalde spullen zo gehecht raken dat we er nooit meer afstand van willen doen. Kijk, zegt ze, sommige spullen zijn gewoon mooi of aantrekkelijk. Net zoals we bijna allemaal van zacht, zoet en romig voedsel houden, zo zijn er ook vormen, kleuren en andere producteigenschappen waar bijna iedereen op valt. Harmonie en symmetrie bijvoorbeeld; zoals we een symmetrisch gezicht geneigd zijn een mooi gezicht te vinden en een mooi persoon een succesvol persoon, zo vinden we een symmetrisch vormgegeven product vaak mooier én beter functionerend dan zijn scheve broertje, zelfs als dat niet per se zo is. Maar emotioneel design, zegt ze ook, is vaak meer dan mooi; het prikkelt. ‘Die citruspers waar Norman zo op valt, doet denken aan een spin, waar je van kunt griezelen. Ook dáárom roept-ie emotie op.’

Mugge wilde weten wat dingen onvervangbaar maakt – we moeten tenslotte naar een duurzamere economie. Ook zij vond redenen als functionaliteit, plezier, zelfexpressie en groepsidentiteit waardoor mensen van gebruiksvoorwerpen houden. Maar dat is niet genoeg, zegt ze. ‘Ik hou erg van mijn telefoon, mijn hele leven zit erin. Maar als er een nieuw model op de markt komt, kan ik hem makkelijk vervangen.’ Dat lukt niet met spullen waaraan dierbare, persoonlijke herinneringen kleven. Dat zijn vaak gepersonaliseerde spullen en daardoor dus uniek. Mugge onderzocht twee groepen studenten: de ene groep had een gewone fiets, de andere een geverfde, een fiets dus, die ze eigenhandig hadden gepimpt. En ja hoor: groep twee voelde een diepe liefde voor het barrel. Daardoor wordt-ie meer gekoesterd en gaat-ie langer mee.

Hm, iets om over na te denken, aangezien ik meebetaald heb aan de Van Moof op voorwaarde dat mijn zoon er jaren mee zal doen. Goed op slot zetten dus, ’s nachts binnenhalen en – opleuken met stickers en een spuitbus gele verf? Dat roept vast emoties bij hem op. Inderdaad: of ik gek geworden ben. Dat doe je toch ook niet bij een Porsche Taycan?

Oproep

Op 7 november verschijnt het 1.000ste nummer van Volkskrant Magazine. Daarin maken we ruimte voor u! We kunnen uw enthousiasme gebruiken bij een van deze onderwerpen:

- Maak een foto van uw zaterdagochtendmoment met het magazine. Die foto’s willen we graag laten zien.

- Schrijf een column in de stijl van Eva Hoeke. Eva kiest een winnende column, die we publiceren met haar commentaar.

- Spreek u uit: welk moderne verschijnsel moet er wég? Met uw reacties maken wij een aflevering van onze slotrubriek ‘Laat het stoppen’.

Mail voor maandag 19 oktober uw reacties naar 1000@volkskrant.nl en zet in de onderwerpregel: foto, column of stop.

(Meerdere inzendingen in losse mails)

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden