Waarom ik vreugdevol en vol verbazing bij de brievenbus stond

Soms gebeuren er vreemde dingen. Dit, bijvoorbeeld: met collega Onno Blom besprak ik per mail zijn grote biografie van Jan Wolkers, die binnenkort verschijnt (voorproefjes daarvan staan wekelijks in deze krant). We kregen het over Gifsla, een van Wolkers latere romans, indertijd (1983) neergesabeld door de pers. Ook ik kon me het boek herinneren als een teleurstelling, een gemakzuchtig, pulpig boek. Blom ried mij aan het nóg eens te lezen. En dat deed ik.

Jan Wolkers. Beeld null
Jan Wolkers.

Gifsla gaat over Rob Dilling, een broodschrijver op leeftijd van matige thrillers, zogeheten 'potboilers'. Dilling is een vreetzak, zuiplap en liefhebber van jonge meisjes, die het maar niet lukt om werkelijk contact te krijgen met zijn enige dochter, een lesbische vrouw die net is verlaten door haar vriendin. Het boek beslaat vier dagen, de laatste vier dagen van het jaar, die Dilling vretend en zuipend doorbrengt met zijn dochter en zijn jonge vriendin, een supermarktcaissière. Intussen werkt hij aan zijn laatste thriller, De zetpil van de dood.

Gifsla viel me bij herlezing inderdaad mee. Het mist de duistere kracht van zijn oude werk, maar er staan toch voldoende rake, wolkersiaanse beschrijvingen in: 'Haar oorschelpen zijn van fluweel. Gevoerd als tuinbonen.' Of de waarschuwing nooit in het bijzijn van je vriendin in je neus te peuteren: 'Je hebt zo een nagel vol waar je in je onnozelheid naar zit te staren alsof de smaragd uit je trouwring getuimeld is.' (We vergeven Jan gemakshalve dat een trouwring eigenlijk nooit voorzien is van een smaragd.)

Ja, Gifsla leunt hier en daar (te) zwaar op krachtpatserig taalgebruik, maar bij herlezing begreep ik dat hier sprake was van (meta)ironie en (zelf)spot: door een schrijver van ronkerige thrillers zo ronkerig neer te zetten, geeft Wolkers een forse plaagstoot aan zijn recensenten en tart daarmee hun kritiek op zijn latere werk. Het resultaat is inderdaad nogal burlesk, en daar moet je tegen kunnen.

Terwijl ik Gifsla zat te lezen, viel er een boek in mijn brievenbus. Dat boek heette De zetpil van de dood. Auteur: Rob Dilling. Daar stond ik wel even met mijn oren (geen tuinboonfluweel te bekennen) te klapperen. Een fictief boek, uit een vergeten en verguisde roman van een dode schrijver, die ik stomtoevallig net zat te lezen! En dat ligt opeens in mijn brievenbus!

Er zat een brief bij, van de schrijver, die (natuurlijk) geen Rob Dilling heet, maar Bert Jans.

Jans legt uit dat de gedachte aan Wolkers' geheimzinnige 'spookroman' hem niet meer losliet en dat hij daarom had besloten hem zélf maar te schrijven. 'In de geest van Wolkers schrijven getuigt al van een geweldige zelfoverschatting; schrijven in de geest van een personage van Wolkers is een pretentie zonder kans van slagen (...). In mijn jeugd verslond ik boekjes van Edgar Wallace en Jerry Cotton. En in mijn overmoed meende ik dat me dat zou moeten lukken. Een flutromannetje waarin de onwaarschijnlijkste misdaden moeiteloos worden opgelost.'

Meer lezen?

Lees hier alle columns van Sylvia Witteman voor de Volkskrant.

Er stond ook een telefoonnummer bij, een vaste lijn, voorzien van de ontroerende toevoeging 'Ik heb geen mobiele telefoon'. Nou ja, Shakespeare had ook geen mobiele telefoon, wel?

Ik las een stukje in De zetpil van de dood. Het bleek inderdaad een flutromannetje volgens de regels der kunst. Opzet geslaagd.

Een bestseller zal het niet worden, maar ik heb respect voor Bert Jans. Hij heeft zijn droom waargemaakt. En hij heeft mij een moment van opperste, vreugdevolle verbazing geschonken, staand bij de brievenbus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden