Waarom iedereen zou moeten vallen voor deze rusteloze rockzanger

In zijn autobiografie schrijft Bruce Dickinson van Iron Maiden zijn levensverhaal op vol humor en zelfspot

Zanger Bruce Dickinson (Iron Maiden) doet duizend dingen tegelijk. Een beetje vermoeiend soms, maar de heruitgave van zijn werk maakt duidelijk dat iedereen zou moeten vallen voor dit metalmonster.

Bruce Dickinson, hier in actie tijdens een concert van Iron Maiden op het Lorca Rock Festival in Murcia (Spanje) in 2005. Foto epa

Toen bij Bruce Dickinson drie jaar geleden kanker werd geconstateerd, was de zanger van Iron Maiden ineens vooral patiënt. En dat was een ramp voor Dickinson, nog even los van de fysieke ellende. Dickinson wilde zijn leven lang dertig rollen tegelijk spelen, al vanaf de eerste jaren met zijn hardrockbandjes Speed en Samson, en vanaf de jaren tachtig natuurlijk in het metalmonster Iron Maiden.

Beetje vermoeiend

Was Leonardo da Vinci (1452, Vinci, Italië) een 'homo universalis', dan is Bruce Dickinson (1958, Worksop, Groot-Brittannië) het zeker ook. Dickinson studeerde geschiedenis, ging schrijven, radioprogramma's presenteren, schermen, zingen en componeren. Werd megarockster maar haalde intussen nog even het benodigde brevet zodat hij in jumbojets rond de aarde kon vliegen, het liefst met de voltallige band van Iron Maiden aan boord, op een van de vele wereldtournees.

Dat hij zoveel kan, vindt Dickinson zelf ook best bijzonder en dat zit een ruimhartige waardering voor zijn hyperactieve persoonlijkheid weleens in de weg. Ja Bruce Dickinson, nu weten we wel dat je een groot vliegtuig mag besturen, dachten zelfs de fans soms bij een zoveelste fotosessie met Bruce in de cockpit van een Boeing 747, of met Bruce lui hangend in een straalmotor, vlak voor vertrek. Of bij weer een schermwedstrijd waarin de rockgod het moest opnemen tegen een olympisch kampioen. Beetje vermoeiend, en dat waren de optredens van Iron Maiden af en toe ook.

Met het repertoire was niets mis - al moet je natuurlijk houden van die unisono jankende gitaarsolo's en gillende Dickinson-vocalen met wapperend vibrato. Maar dat onophoudelijke gesprint van de zanger over die podia: onvermoeibaar ook weer, als een triatlonatleet met een aerobics-syndroom, die denkt dat zijn aderen dichtslibben als hij twee seconden stilstaat.

Geldingsdrang

Maar als we de vorig jaar verschenen autobiografie What Does This Button Do? lezen, komt toch een diep respect voor de man opzetten - al was het maar omdat hij zijn levensverhaal zo eloquent noteert, in wervelende zinnen vol humor en zelfspot. Die geldingsdrang van Dickinson blijkt vooral voort te komen uit een onstuitbare levenslust. Als kind probeert hij er met zijn ouders, grootouders, ooms en tantes in een armoedig mijnwerkersstadje toch maar wat van te maken. Een beetje sleutelen aan auto's en luisteren naar verhalen van familieleden die de grote oorlogen hadden meegemaakt: hier werd het zaadje geplant voor het repertoire en de thematiek van Iron Maiden, en dus oorlogsanthems als Run to the Hills - al werd dat nummer geschreven door bassist Steve Harris - en het minder bekende, maar niet minder fraaie Face in the Sand, over de Irak-oorlog.

Met Iron Maiden liet Dickinson vanaf de klassieker The Number of the Beast uit 1982 een gestage stroom platen vloeien: twaalf in totaal, tot aan het verrassend goede The Book of Souls uit 2015. Tussen de albums door was 'Maiden' constant op wereldtournee. En tóch zette Dickinson zich aan een solocarrière. Hij wilde zelf meer schrijven en vooral proberen wat te ontsnappen aan het strenge maatpak van Iron Maiden, dat nu eenmaal zwoer bij complexe en epische rockliederen.

Bruce Dickinsons autobiografie What Does This Button Do?

De autobiografie What Does This Button Do? is uitgebracht bij HarperCollins. De platen Tattooed Millionaire, Accident of Birth, Skunkworks, Tyranny of Souls, Balls to Picasso en The Chemical Wedding zijn opnieuw uitgebracht bij Sanctuary Records/BMG. Iron Maiden speelt op 1 juli in de Gelredome.

Latin rock

Dickinson wilde het wat kaler en toegankelijker, en precies zó hoorde de wereld hem dus bij zijn eerste plaat Tattooed Millionaire uit 1990, die nu opnieuw is uitgebracht in luxe verpakking, net als de rest van zijn solowerk. In nummers als Hell on Wheels heft Dickinson met een kleine band - en dus een enkele gitarist - ineens een soort AC/DC-boogie aan: niet onverdienstelijk, en de moeite van het herbeluisteren waard. De zes soloplaten komen niet voor niets opnieuw uit na zijn autobiografie. De platen vullen die prima aan, want Dickinson schreef zijn songs ook graag autobiografisch. Zo zingt hij in Born in 58 over zijn jeugd in Worksop: 'In this sceptred isle, is nothing sacred but the one square mile.'

De eerste soloplaten van Dickinson waren geen overweldigend succes, ook niet toen de zanger in 1993 Iron Maiden verliet om de voor hem echt belangrijke plaat Balls to Picasso te maken. Hierop experimenteert Dicksinson - ook weer niet onaardig - met latin rock, en in het nummer Tears of the Dragon horen we met hoeveel pijn in het hart hij zijn oude band eigenlijk had verlaten.

'Fuck Cancer'

Gelukkig, ook voor Iron Maiden, keerde Dickinson terug. Maar hij bleef soloplaten uitbrengen en nu toch ook wat conceptueel werk, zoals de ambitieuze en hooggewaardeerde plaat Tyranny of Souls uit 2005 - geïnspireerd op het werk van Shakespeare en Erich von Däniken, theoreticus over buitenaards leven - en de nog ingewikkelder voorganger The Chemical Wedding uit 1998, over leven en werk van de Engelse dichter William Blake.

Het is mooi de hele Dickinson eens binnen handbereik te hebben: op de draaitafel en als prettig leesbaar boek. En nog mooier om in het laatste hoofdstuk 'Fuck Cancer' te lezen hoe de rusteloze rockzanger werd behandeld voor hoofd- en nekkanker, en de ziekte uiteindelijk uit het lijf kreeg: 'Ik dacht eerst dat ik mijn kanker moest haten, maar ik ben gewoon niet zo goed in haten op de lange termijn. Dus behandelde ik de kanker maar als een ongewenste gast, die ik uiteindelijk gedecideerd de deur heb gewezen.'