Waarom het strijkkwartet de ultieme test voor componisten is

Cursus strijkkwartetkunde voor beginnende luisteraars

Waarom beschouwen zoveel componisten het strijkkwartet als ultieme meesterproef? Een introductie, bij het begin van de eerste Strijkkwartet Biënnale, in Amsterdam.

Foto Lizette Schaap / de Volkskrant

En weer is Nederlands een festival rijker. Zaterdag begint in het Muziekgebouw aan't IJ in Amsterdam de Strijkkwartet Biënnale, een tweejaarlijks festival voor en over het strijkkwartet. De opzet heeft veel weg van de Cello Biënnale, die ook in het Muziekgebouw wordt georganiseerd. Het festival weet op zijn eerste editie heel wat kwartetten naar Nederland te halen uit de internationale top, zoals het Emerson String Quartet (VS), het Hagen Quartett (Oostenrijk) en Cuarteto Casals (Spanje).

Zegt dat je nou helemaal niets? Heb je nog nooit een strijkkwartet live gehoord? De Volkskrant praat je bij. Een basiscursus strijkkwartetkunde.

Wat is een strijkkwartet?

De naam heeft een dubbele betekenis. Een strijkkwartet bestaat uit twee violisten, een altviolist (de altviool is vijf tonen lager en iets donkerder klinkende grote zus van de viool) en een cellist. De eerste violist, de 'leider' met de hoogste partij, wordt de primarius genoemd.

Maar een stuk voor die bezetting noemen we ook zo. Het geldt als het gewichtigste genre binnen de kamermuziek (muziek voor kleine bezetting die oorspronkelijk in huiselijke kring werd uitgevoerd). Een strijkkwartet schrijven was voor veel componisten de ultieme meesterproef.

Wat is er dan zo bijzonder aan?

Stel je een katholieke kerk voor. Een kerk gebouwd in de Middeleeuwen, vol versieringen en oude kunst. Als je naar het altaar loopt, dwalen je ogen af naar de schitterende plafondschilderingen.

Stel je dan eens voor hoe de kerk eruit zou zien na de Beeldenstorm. De kerk zou witgepleisterd zijn, de beelden verwoest. Toch zou je ook dan van die kerk kunnen genieten. Als je achteroverbuigt om naar de koepel te kijken, raak je niet meer betoverd door de afbeeldingen daarin, maar word je je bewust van de koepel zelf. Niet de weelderige altaarstukken trekken je aandacht, maar het gewelf. Hoe hebben ze zo'n constructie kunnen maken?

Door dingen weg te laten, worden andere zaken blootgelegd. En dat is precies wat er gebeurt in het strijkkwartet. Daarin gaat het om structuur, om vorm. Er is geen kleurrijk orkestapparaat waar je je als componist achter kunt verschuilen. Het strijkkwartet is direct en intiem.

Leesplezier

Tijdens de Strijkkwartet Biënnale kun je je niet alleen onderdompelen in concerten.

Er zijn ook lezingen, onder meer van pianogrootheid in ruste Alfred Brendel (2/2) en Alex Ross (3/2), muziekjournalist van The New Yorker en bekend van zijn bestseller The Rest is Noise, een inleiding in de muziek van de 20ste eeuw.

Voor wie zich nog grondiger wil voorbereiden: voor de Biënnale heeft de Nederlandse musicoloog Leo Samama een boek geschreven met de duidelijke naam Het strijkkwartet. 380 pagina's leesplezier.

Musici omschrijven spelen in een kwartet vaak als een huwelijk. Waarom?

Wie samen het hoogste niveau wil bereiken, moet geregeld en toegewijd repeteren. De strijkers hebben geen piano of ander instrument met 'vaste' toonhoogte om zich aan op te trekken: ze moeten dus hard werken aan hun gezamenlijke intonatie, aan zuiverheid. Een strijker moet zich steeds bewust zijn van de functie van zijn toon binnen een akkoord. Speelt iemand net te laag of te hoog, dan kan de boel in elkaar zakken. Uiteindelijk moet het klinken alsof die acht handen van vier mensen vanuit één hersenpan worden bestuurd.

Overigens komen er binnen kwartetten dankzij de intensieve samenwerking ook vaak échte huwelijken voor. Een voorbeeld van hoe dat kan ontsporen, zie je in de film A Late Quartet (2012) van Yaron Zilberman (met een glansrol voor Philip Seymour Hoffman als jaloerse tweede violist).

Hoe zit een strijkkwartet in elkaar?

Net als bij een symfonie zijn er meestal vier delen. Het zwaartepunt ligt in het openingsdeel, waarin de componist zijn punt maakt. Dan is er een langzaam deel, gevolgd door een menuet (dansvorm in driekwartsmaat) of een scherzo (letterlijk: een grap). Vervolgens is daar de spetterende finale waarin alles samenkomt.

Waar komt het genre vandaan?

Denk Oostenrijk, Zuid-Duitsland, Tsjechië in de sixties - maar dan wel de jaren zestig van de 18de eeuw. Franz Joseph Haydn (1732-1809) wordt nog altijd 'de vader van het strijkkwartet' genoemd. Die bijnaam kun je eenvoudig kapotnuanceren. Lang verhaal kort: Haydn was niet de uitvinder, maar wel simply the best. In zijn tijd was hij een van de populairste componisten. Zijn partituren verkochten zo goed dat er veel stukken onder zijn naam werden uitgegeven die niet van hem waren.

Wat maakt Haydn dan zo goed?

Generaliserend: bij veel kwartetten van zijn tijdgenoten merk je dat het vooral de eerste violist is die de interessante partij heeft; de andere partijen zijn meer dienend van aard. Bij Haydn ontstaat er een conversatie op niveau tussen vier min of meer gelijkwaardige spelers.

Wat zijn de mooiste stukken in het genre?

Dat hangt natuurlijk af van je smaak. Hou je van griezelen? Ga voor Der Tod und das Mädchen van Franz Schubert, die het drama in het strijkkwartet introduceerde. Het Dissonantenkwartet van Mozart, met zijn schurende openingsmaten, zou iedereen moeten horen. Ook onmisbaar: het kleurrijke kwartet van Maurice Ravel. Weinig muziek is zo aangrijpend als het Zesde strijkkwartet van Felix Mendelssohn, dat hij in 1847 schreef nadat hij had gehoord dat zijn zus Fanny was overleden.

Liever wat lichters? Probeer het door volksmuziek geïnspireerde Amerikaanse kwartet van de Tsjech Antonín Dvorák. Hoe wreed de liefde kan zijn, hoor je in Intieme brieven van zijn landgenoot Leoš Janácek - een componist met weergaloze fantasie. Heb je dit alles goed doorstaan? Dan ben je toe aan Beethoven. Zijn late kwartetten stellen zulke hoge eisen aan de spelers, dat tijdgenoten dachten dat de stokdove componist gek was geworden. Ze zijn lang, doorwrocht en doen een groot beroep op je intellect.

Wat voegt deze Biënnale toe?

De internationale topkwartetten doen geregeld Nederlandse zalen aan. Bovendien hebben we met de Zeister Muziekdagen al een festival speciaal voor het strijkkwartet. Wat is dan de meerwaarde van de Biënnale? We vragen het oprichter Yasmin Hilberdink.

'Ik heb jarenlang strijkkwartetten geprogrammeerd in het Concertgebouw. Ik hoorde van de musici vaak dat ze het jammer vonden dat ze zelden andere kwartetten ontmoeten: iedereen reist continu de wereld over. Wij kunnen die ontmoetingen faciliteren.'

Nederlandse kwartetten kunnen daar hun voordeel mee doen, denkt ze. 'We hebben een levendige strijkkwartetcultuur. De in 2001 opgerichte Nederlandse Strijkkwartet Academie heeft veel talent afgeleverd, maar een kwartet met een prestigieuze internationale concertagenda hebben we nog niet. Ik hoop dat ik de goede ensembles die we hier hebben, een extra zetje kan geven.

'Ik zie het strijkkwartet als erfgoed. De symboliek erachter is zo mooi: het gaat om de gelijkwaardigheid van stemmen. Iedereen zou daarmee kennis moeten maken. Wat mij betreft hoort het bij een goede ontwikkeling, zoals een bezoek aan het Rijksmuseum erbij hoort.'

Strijkkwartet Biënnale. 27/1 t/m 3/2, Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam.

Merlijn Kerkhof


Beethovens boetedoening

De late werken van Beethoven zijn de rode draad tijdens de Strijkkwartet Biënnale. Alfred Brendel (87) geeft een masterclass.

Tien jaar geleden nam meesterpianist Alfred Brendel afscheid van het podium. Sindsdien zit de 87-jarige allerminst stil. Hij spreekt en doceert graag over componisten die hem fascineren, zoals Ludwig van Beethoven (1770-1827). Volgende week komt Brendel naar Amsterdam, waar 'de late Beethoven' als een rode draad door de Strijkkwartet Biënnale loopt.

Wat een ex-pianist doet op een strijkkwartettenfeest? Brendel was in 1964 de eerste die een complete opname van Beethovens 32 klaviersonates op de markt bracht. Later wijdde hij erudiete essays aan de componist die in zijn rijpste jaren sublieme pianosonates en strijkkwartetten schreef.

Meesterpianist Alfred Brendel. Foto epa

U situeert het begin van Beethovens late periode rond 1815. Spelen daarin biografische kwesties mee als doofheid en mislukte liefdes?

'Het is dubieus te veronderstellen dat het leven en het werk van een componist samenvallen. Beethovens muziek is weliswaar diepmenselijk, maar 'schildert' niet zijn leven. Sterker, vaak is ze in tegenspraak met wat hij doet, ondergaat of voelt. Al geef ik toe, er zijn uitzonderingen. Zo duidt de ondertitel van het derde deel van het late strijkkwartet opus 132, Heiliger Dankgesang eines Genesenden an die Gottheit, op de muzikale verwerking van hevig lijden.'

Hoe verklaart u zijn late stijl?

'Volgens mij raapt Beethoven zichzelf vanaf 1815 bij elkaar. Even tevoren heeft hij zijn minst bewonderenswaardige stukken geschreven. Neem het patriottische brouwsel Wellingtons Sieg, dat met tromgeroffel en trompetgeschal een door Napoleon verloren veldslag herdenkt. Het was Beethovens populairste stuk, maar hij moet zich hebben gerealiseerd dat de populistische benadering artistiek en moreel gezien fout was. Zijn late stijl heeft de trekken van een muzikale boetedoening.'

Wat zijn de karakteristieken?

'Steeds vaker dwingt Beethoven tegengestelde krachten bij elkaar, zoals complexiteit met eenvoud, bruuske overgangen met ontspannen lyriek. Aan de ene kant verfijnt hij zijn schrijfwijze, denk aan op barokke leest geschoeide meerstemmigheid. Aan de andere kant ontwikkelt hij een voorliefde voor de botsing, met krasse dissonanten.'

Franz Liszt, de 19de-eeuwse pianoleeuw, onderscheidde in Beethovens componeren drie stadia: de adolescent, de man, de God. Mee eens?

'De idee dat Beethoven in zijn late muziek de wereld ontstijgt en boven de wolken zweeft, is puur projectie. Het profane komt net zo goed voor als het sublieme, naast plechtigheid hoor je grappenmakerij.'

In de Biënnale geeft u les aan een jong strijkkwartet. Wat gaat u doen?

'Nauwkeurig werken aan kleur en nuance van de noten, aan balans en samenhang. Als opus 132 op de lessenaars komt, gaan we misschien speuren naar het karakter en de klank van de Heiliger Dankgesang. Hoe dan ook zal ik hameren op het correct lezen en begrijpen van de noten.'

Guido van Oorschot

Brendel over Beethoven

Amsterdam, Muziekgebouw aan 't IJ, 2/2
Lezing 14.00 uur, masterclass 17.00 uur

Meer over