Analyse Mein Kampf

Waarom het goed is om Mein Kampf te blijven lezen

Begin september verschijnt de Nederlandse heruitgave van Mein Kampf, waarin Adolf Hitler in 1924 en 1925 zijn ideeën over een ‘zuivere’ wereld opschreef. Historicus Hans Blom legt op verzoek van de Volkskrant uit wat het nationaal-socialisme zo aantrekkelijk maakte. En waarom het goed is dat wij dit boek nog lezen.

Beeld Typex

Tegenwoordig kunnen we het ons nauwelijks voorstellen, maar fascisme en nationaal-socialisme waren voor velen aantrekkelijk. De catastrofe waarop deze politieke beweging uitliep, plaatst de veroordeling ervan als vanzelf voorop. Maar de klemmende vraag waarom grote massa’s zich zo vol enthousiasme en met diepe overtuiging bij deze beweging aansloten, blijft. De laatste decennia is die vraag dan ook in toenemende mate thema in het internationale en nationale historische onderzoek. In dat kader past de heruitgave van Mein Kampf. Ook al zullen niet heel veel mensen zich rechtstreeks door lezing van dat boek tot het nationaal-socialisme hebben bekeerd, bestudering van deze belangrijke historische bron draagt zeker bij aan groter inzicht in die beweging, ook in de aantrekkelijkheid ervan.

Na de uitvoerig ingeleide en geannoteerde Duitse editie van 2016 lag de publicatie van een nieuwe Nederlandse vertaling voor de hand, ditmaal niet onder de germanistische titel Mijn kamp van 1939, maar correct Mijn strijd. Voor gespecialiseerde historische onderzoekers zal de Duitse tekst uitgangspunt moeten blijven. Maar het is nuttig dat er nu deze vertaling is voor een meer algemeen geïnteresseerd publiek en voor gebruik in het onderwijs. Mein Kampf is immers een soms zeer lastig te volgen tekst. Het gebezigde Duits maakt het voor de Nederlandse lezer bovendien niet makkelijker om erdoorheen te komen. De inleiding en toelichting van Willem Melching (veel bescheidener dan de Duitse) zijn daarom welkom, ook omdat hij de niet-gespecialiseerde lezer attendeert op de onjuistheden in Hitlers uiteenzettingen.

Adolf Hitler: Mijn strijd
Uit het Duits vertaald door Mario Molegraaf.
Van inleidingen, commentaar en annotaties voorzien door Willem Melching.
Prometheus; 856 pagina’s; € 49,99.

Tijdgebonden document

Mein Kampf is een zeer tijdgebonden document. Het is niet begrijpelijk zonder de context van de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog in Duitsland, in het bijzonder de fase direct na de mislukte machtsgreep van de nazi’s in 1923. Het geeft veel inzicht in Hitlers visie op zijn eigen verleden en dat van zijn partij tot dan toe, ten dele opnieuw gekneed naar zijn actuele wensen.

Het laat het belang zien van de frontervaringen van de oud-strijders, die zich zo nadrukkelijk manifesteerden. Het gaat in op de politieke idealen (de utopie) die Hitler dreven en waarin gevoel de rede verdrong. Het etaleert zijn extreme antisemitisme en zijn verregaande Duitse (Germaanse) racistische nationalisme. Het demonstreert zijn kijk op de diepste verlangens van de massa’s en de wijze waarop hij deze met zijn propaganda wilde beïnvloeden en leiden.

Feitelijke uiteenzettingen, formulering van politieke doeleinden en idealen, en bespiegelingen van uiteenlopende aard lopen voortdurend door elkaar. Op het eerste gezicht is het betoog vaak onnavolgbaar, maar wie de moeite neemt, kan wel een zekere samenhang zien en zo inzicht verwerven in deze fase van de geschiedenis. De aantrekkelijkheid van het nationaal-socialisme lag zonder twijfel voor een flink deel in de uitweg die het bood uit de grote problemen van die tijd: de vernedering van Duitsland en de sociale ellende.

Die tijdgebondenheid geldt ook voor fascisme en nationaal-socialisme als politieke beweging. Weliswaar presenteerde deze zich juist niet als ideologie of denksysteem voor de korte termijn. Integendeel, de idealen en doelstellingen straalden eeuwigheidswaarde uit. Het ging om herstel van de in ongerede geraakte, oeroude waardevolle kernen van naties en om de verdere vervolmaking en nieuwe bloei daarvan.

Maar de ondergang in 1945 was zo definitief en ging met zo veel vernietiging, geweld en leed gepaard, dat van een terugkeer geen sprake kon zijn. Een directe vergelijking met verschijnselen in het heden om zo ‘lessen uit het verleden’ te trekken is daarom niet verhelderend. Het heden is daarvoor te verschillend van de omstandigheden van toen. Als diskwalificerend middel in de actuele politiek werkt het bovendien meestal contraproductief.

Toch maken juist de verwijzingen in fascisme en nationaal-socialisme naar tijdloze waarden het mogelijk om analyses op een abstracter niveau te maken. ‘Lessen uit het verleden’ als directe richtlijnen voor hedendaags handelen mogen dan niet mogelijk zijn, het verleden geeft wel te denken.

Zo kan het ons attenderen op zekere patronen en tendensen. Niet op historische wetten. Velen hebben er hun tanden op stukgebeten, maar alle pogingen tot het opstellen daarvan zijn mislukt. Elke keer weer blijkt het al te eenvoudig om met concrete voorbeelden een wetmatigheid te ontkrachten of blijken die ‘wetten’ zo onnauwkeurig dat zij eigenlijk geen wetten zijn. Maar het in ogenschouw nemen van patronen en tendensen kan wel bijdragen aan de analyse van problemen in het heden en het zoeken naar oplossingen.

Verlangen naar zuiverheid

Mein Kampf biedt vele mogelijkheden tot bespiegelingen over zulke patronen en tendensen. Vooral twee noties van algemenere aard troffen mij, die zeer ‘te denken geven’. De overtuiging dat strijd niet alleen noodzakelijk, maar vooral ook iets moois is. En het verlangen naar zuiverheid. Beide werden in het nationaal-socialisme, dat zich scherp keerde tegen alle compromissen, tot het uiterste doorgevoerd. Het zijn noties die niet exclusief aan nationaal-socialisme en fascisme zijn gebonden. Integendeel, zij lijken eerder universeel menselijke gedachten en gevoelens, die zeer navoelbaar zijn in hun positieve strekking. De aantrekkelijkheid van het nationaal-socialisme lag zeker ook in deze utopische vergezichten.

Is ‘strijd’, in een eindeloze reeks van verschijningsvormen, immers niet van alle tijden en was strijd ook niet vaak de motor van vooruitgang? Had strijd daardoor niet vaak een heroïsch karakter? In de decennia rond 1900 was het denken in termen van strijd, ook gewelddadige strijd, zeer gangbaar in de vorm van het sociaal darwinisme, dat de (overigens niet of nauwelijks begrepen) evolutietheorie op maatschappelijke verhoudingen en ontwikkelingen toepaste. Het gaf velen de overtuiging dat het in het leven wezenlijk ging om strijd (de survival of the fittest). Strijd in vele vormen, veelal van allen tegen allen, waarin uiteindelijk de sterksten zouden overwinnen. En dat was goed omdat alleen zo de vooruitgang gediend kon worden en een betere wereld geschapen. De zwakken zouden het onderspit delven en ook dat was goed. Weekhartige sentimentaliteit was daarbij niet op haar plaats. Door hun dode gewicht hielden zij de vooruitgang maar tegen.

Geweld was in zulke redeneringen inbegrepen als iets dat in vele gevallen niet alleen onvermijdelijk en noodzakelijk was, maar vaak ook mooi en positief. Juist in frontervaringen beleefden velen het heroïsche van de strijd. De sprekendste formulering van de consequentie daarvan kwam ik ooit tegen in het werk van de gerespecteerde hoogleraar Sebald Rudolf Steinmetz, die als de belangrijkste grondlegger van de sociale wetenschap in Nederland gezien kan worden. In zijn Philosophie des Krieges (Leipzig, 1907) kwam hij tot de slotsom: ‘Wenn es keinen Krieg gäbe, müssten wir ihn erfinden.’

Zelfs in de veel uitvoeriger uitwerking daarvan uit 1929 (Die Soziologie des Krieges), na de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog dus, bleef Steinmetz die stelling nauwelijks aangepast verkondigen. Men kan hem in algemene zin wel als pro-Duits karakteriseren, maar er is geen reden om hem als nationaal-socialist te beschouwen.

Die positieve houding ten opzichte van strijd was evenzeer manifest in het socialisme, waarin de klassenstrijd centraal stond. Het kende een rijke strijdliederencultuur. Ook hier diende strijd de maatschappelijke rechtvaardigheid en zou hij uitlopen op de ideale klasseloze samenleving.

En, de netten in de tijd wijder uitwerpend: ook in godsdienst is strijd altijd aan de orde. Om het heil van de mensheid te dienen en het eeuwige hemelse geluk, de verlossing, te bereiken, moet gestreden worden. Zo nodig op het scherp van de snede: kruistochten, inquisitie, jihad, om slechts enkele voorbeelden te noemen.

Verlangen naar zuiverheid is eveneens opvallend aanwezig in Mein Kampf. Als verschijnsel van zeer algemene strekking heeft het zo mogelijk een nog vanzelfsprekender navoelbare positieve uitstraling. Wie wil niet bijdragen aan zuiverheid in welk opzicht dan ook? Wie wil nu ‘onzuiver’ zijn? Daar hoort dan al snel bij dat vermenging en ‘bederf’ moeten worden bestreden, ook als het zich maar in beperkte mate lijkt voor te doen. Op den duur kan immers ook het kleinste bederf, indien getolereerd, langzaam maar zeker de zuiverheid van het geheel aantasten en tot de ondergang leiden.

Beeldspraak van zuiverheid en bederf staat in een oude traditie. Zo bevat het Oude Testament in Job 8 vers 6 de uitspraak ‘Zo gij zuiver en oprecht zijt, gewisselijk zal Hij nu opwaken, om uwentwille en Hij zal de woning uwer gerechtigheid volmaken’, en in Prediker 10 vers 1: ‘Een dode vlieg doet de zalf des apothekers stinken en opwellen.’

Het is opmerkelijk dat die laatste metafoor in de 19de eeuw zelfs bij een uitgesproken liberale politicus is terug te vinden. Johannes Kappeyne van de Coppello, van 1877 tot 1879 leider van het Nederlandse kabinet, voegde op 8 december 1874 in een debat rond de schoolstrijd de orthodox-protestantse minderheid toe dat deze dan maar moest worden onderdrukt, want zij is als ‘de vlieg, die de gansche zalf bederft en heeft (...) in de maatschappij geen regt van bestaan’.

Hans Blom is oud-directeur van het ­Nederlands Instituut voor Oorlogs­documentatie (Niod) en begeleidde de Nederlandse vertaling van Mein Kampf.

Wij zijn met de Bijbel en het liberalisme ver verwijderd geraakt van fascisme en nationaal-socialisme. Inhoudelijk zijn nauwelijks grotere tegenstellingen denkbaar. Maar de vele metaforen in het nationaal-socialistische antisemitisme over de Joden die als ongedierte de samenleving aantasten en zo het Germaanse ras fundamenteel bederven, waren uitingen van een soortgelijk verlangen naar zuiverheid.

Beeldtaal

Het Rijksmuseum bezit sinds 2007 een opmerkelijk, helaas in depot gehouden schilderij dat de positief getinte combinatie van strijd en zuiverheid verbeeldt: De Nieuwe Mensch van Henri van de Velde, geschilderd in de tweede helft van de jaren dertig van de vorige eeuw. Het wordt algemeen met het fascisme geassocieerd. Centraal in het schilderij staat een reusachtige blonde man met ontbloot bovenlijf en met een vlammend zwaard in de hand. Hij staat in het volle licht van een kennelijk ideale ‘lichtende’ wereld die lonkt. Om die ideale toestand (die utopie) te bereiken is hij bezig de menselijke obstakels die zich op zijn weg bevinden, uit te roeien. Links de verderfelijke kapitalisten, rechts de verachtelijke communisten. Onder zijn voeten vernietigt hij een skelet met rode mantel dat een kroon draagt met als opschrift ‘RATIO’. Zo is in de slagschaduw van de zegetocht verschrikking zichtbaar, waarbij het inmiddels moeilijk is niet aan de nationaal-socialistische massamoord op de Joden te denken.

Toch is ook deze beeldtaal niet specifiek voor fascisme en nationaal-socialisme. Een bekende verkiezingsaffiche van de SDAP uit 1918 laat een stoere arbeider zien die met een vervaarlijke houweel een draak met vele slangvormige armen te lijf gaat. Op die slangenarmen zijn de kwalen van de bestaande samenleving aangeduid: kapitalisme, anarchisme, oorlogsleed, hongersnood. Ook de associatie met Sint-Joris en de draak dringt zich op. Steeds is de boodschap: onze heroïsche strijd zal de wereld zuiveren van het kwaad waaronder wij gebukt gaan. Eenmaal daarvan verlost, zal de ideale wereld worden bereikt, waarin de ‘nieuwe mens’ in gelukzaligheid zal leven. Niet toevallig is vaak van politieke religie gesproken.

Ook in het heden zijn de noodzaak van strijd en verlangen naar zuiverheid in vele vormen herkenbaar. De historische ervaringen met die combinatie maken duidelijk dat dit op gruwelijke wijze kan ontsporen. Dat komt niet doordat die beide noties als zodanig (of zelfs in combinatie) per definitie gevaarlijk of verwerpelijk zijn. Maar het betekent wel dat alertheid op potentiële ontsporingen geboden is. Daarbij kan kennis van en nadenken over het verleden helpen. Zonder het te kunnen bewijzen, lijkt mij dat in zulk wikken en wegen bijzondere aandacht voor de toepassing van geweld (waarom, door wie, waar, wanneer, hoe en in welke mate?) van groot belang is. En wel in combinatie met diep argwaan jegens het willen bereiken van doelen ‘ten koste van alles’. Gematigdheid en matiging als grondhouding, liever dan extremistische daadkracht. Mein Kampf sterkt mij in die overtuiging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden