BeschouwingMannen interviewen

Waarom heb ik zoveel meer mannen geïnterviewd dan vrouwen, vroeg interviewer Sara Berkeljon zich af

Van Volkskrant-interviewer Sara Berkeljon verschijnt donderdag De man van nu, een bundel interviews met mannen. Waarom zijn haar interviews met mannen vaak beter, vraagt zij zich af, en: maakt het daarbij verschil dat ze een vrouw is? 

De meeste interviews van Sara Berkeljon waren interviews met mannen. Beeld Martyn F Overweel

Toen ik ongeveer een jaar geleden eens terugkeek op de interviews die ik sinds 2010 voor Volkskrant Magazine heb gemaakt, vielen twee dingen op. Eén: veruit de meeste interviews waren interviews met mannen, en twee: de interviews met mannen waren beter dan die met vrouwen.

Hoe kwam dat? Ja, er worden sowieso meer mannen dan vrouwen geïnterviewd – kom ik later op terug. Maar was het misschien ook zo dat ik als jonge vrouw (in 2010 was ik 27) door mijn chefs vaker op mannen werd afgestuurd? Of zocht ik ze zelf vaker op? Gebeurde er iets tijdens die interviews, iets wat te maken had met het feit dat ik een (meestal veel jongere) vrouw was en de geïnterviewde relatief vaak een man van minstens middelbare leeftijd?

En als dat zo was, was dat dan eigenlijk erg? Maakte ik in mijn interviews met mannen misschien zelf gebruik van het feit dat ik een vrouw was – en zou ik dat dan eerlijk toe durven toe te geven? Of vinden mannelijke interviewers mannen óók leuker om te interviewen?

Het cliché is: mannen zijn ijdeler, uitgesprokener, kloppen zich vaker op de borst, hebben minder de neiging tot zelfrelativering. Als ik naar mijn eigen interviews kijk, klopt dat cliché grofweg. Maar, wierp mijn collega-interviewer Evelien van Veen tegen, is het niet zo dat een uitgesproken vrouw het gewoon minder ver schopt dan een uitgesproken man? Een opschepperige man heeft nog wel iets grappigs, maar diezelfde eigenschap bij een vrouw wekt alleen maar negatieve gevoelens op. En dus is het zo dat in de kaartenbak met mensen die vanwege hun maatschappelijke verdiensten of successen interessant zijn om te interviewen, een bepaald soort man oververtegenwoordigd is en een bepaald type vrouw juist bijna helemaal ontbreekt.

Bepaalde eigenschappen 

Tegelijkertijd maakt het natuurlijk óók uit welke interviewer je tegenover iemand zet. Het opschepperige mantype zal met een vrouw tegenover zich de neiging hebben bepaalde eigenschappen nog eens uit te vergroten, en met een veel jongere vrouw helemaal.

De volgende interviewers aan wie ik bovenstaande vragen stelde waren mannen. Ze zagen geen verschil. Matthijs van Nieuwkerk (59) mailde: ‘Ik geloof niet dat er voor mij grote verschillen zijn tussen de interviews die ik heb gemaakt met mannen en vrouwen. Die duizenden tv-gesprekken in DWDD waren natuurlijk allemaal anders van dynamiek, toon, volume, maar daarbij speelde sekse volgens mij minder dan een bijrol. Ik ben even bang voor mannen als voor vrouwen, en naar allebei even nieuwsgierig.’

Sven Kockelmann (50) zei dat het bij hem niet uitmaakt of hij een man of vrouw tegenover zich heeft. Dat kon ook aan zijn type interview liggen. ‘Mijn gesprekken zijn zakelijk van toon.’

En Frénk van der Linden (62) vond dat mijn vragen blijk gaven van een te schematische kijk op de verschillen tussen man en vrouw. ‘Mannelijke en vrouwelijke interviewers, in gesprek met mannen en vrouwen – het is een thema dat al sinds mensenheugenis tot de grootst mogelijke misverstanden leidt. Naar mijn idee komt dat vooral doordat ook in de journalistiek nog vaak in clichétermen wordt gedacht over de seksen. Mannen zijn haantjes, vrouwen zijn softies. Maar ik ken supermasculiene mannen en supermasculiene vrouwen, superfeminiene mannen en superfeminiene vrouwen. Om nog maar te zwijgen over de vele nuances tussen feminien en masculien.’

Zijn mannen anders, of zelfs makkelijker te interviewen dan vrouwen? Özcan Akyol (36) vond de mannen soms juist moeilijker. ‘Ik merk tijdens mijn interviews dat mannen in hiërarchie denken. Sommige mannen voelen bewijsdrang als ze in dezelfde ruimte zijn als ik, er is sprake van een onuitgesproken competitie. Vrouwen stellen zich vaak juist bescheiden op, zeggen dingen als: ‘Ik snap ook niet waarom je mij hebt uitgenodigd.’ Maar ze zijn vaak beter dan mannen te porren om tijdens een interview echt iets nieuws te verkennen. Mannen spreken vaker in repertoire, in vaste anekdoten en oneliners.’

Zijn mannen anders, of zelfs makkelijker te interviewen dan vrouwen? Beeld Martyn F Overweel

Vrouwelijke interviewers leken wél vaker een voorkeur te hebben: voor mannen. Ook de beroemde Britse interviewer Lynn Barber (76), nog steeds actief voor The Sunday Times, schreef in haar boek A Curious Career: ‘Toen ik begon in de jaren zestig waren mijn geïnterviewden altijd ouder dan ik, en bijna altijd mannen. Het voelde vanzelfsprekend om brutale vragen te stellen aan mannen. Bij vrouwelijke geïnterviewden was ik veel geremder. Als ze erg mooi waren, of beroemde actrices, was ik vol ontzag. Als het geen schoonheden waren – als het schrijvers waren, bijvoorbeeld – had ik het gevoel dat mijn eigen schoonheid me op achterstand zette en ze me vast zouden haten. Het resultaat was dat ik het interviewen van vrouwen zoveel mogelijk vermeed.’

Antoinnette Scheulderman (45), interviewer voor Volkskrant Magazine en Linda: ‘Het verschil tussen man en vrouw speelt in interviews natuurlijk een rol. Vooral in interviews met oudere mannen door vrouwelijke interviewers. In mijn ervaring willen bepaalde oudere mannen nu eenmaal graag indruk maken, zeker als de interviewer een jongere vrouw is. Zo’n houding van: ‘Ik zal dat vrouwtje eens even wat vertellen’, dat ken jij ook.’ (Inderdaad.) ‘Het levert leuke verhalen op, maar soms denk ik: het is ook een beetje makkelijk. Probeer maar eens een goed interview te maken met een actrice van 30, dat is veel lastiger. Vrouwen zijn minder eenduidig, hebben soms de neiging zichzelf te verontschuldigen. Laatst interviewde ik zangeres Monique Klemann, die zat zichzelf voortdurend kleiner te maken dan ze is. ‘Ik kan niks anders dan zingen.’ Zoiets heb ik een man nog nooit horen zeggen. Die zijn over het algemeen een stuk tevredener met zichzelf, wat voor de lezer vaak ook leuker is.’

Vrouwen zijn voorzichtiger

Ook Cisca Dresselhuys (77), oud-hoofdredacteur van feministisch maandblad Opzij, interviewt liever mannen. Ze legde er tientallen langs haar ‘Feministische Meetlat’, waarbij ze ze interviewde en een rapportcijfer gaf. ‘Ik heb een voorkeur voor mannen omdat het een andere mensensoort is. Vrouwen begrijp ik te goed, in interviews met vrouwen vind ik het daarom moeilijker om hard te zijn. In de afhandeling had ik vaak meer moeite met mannen. Vrouwen zijn in interviews voorzichtiger, maar willen achteraf niet van alles schrappen. Mannen wel, die proberen uitspraken eruit te krijgen. Vooral bij jonge mannen merk ik dat, in de interviews die ik nu doe voor Nouveau. Die laten het stuk volgens mij aan hun vrouw lezen en willen er dan van alles uit. Heel vervelend.’

Is flirten een geëigend journalistiek instrument? Tom Kellerhuis (55), interviewer en hoofdredacteur van HP/De Tijd, vond van wel. ‘Tijdens mijn interview met Frans Molenaar gooide ik al mijn charmes in de strijd. Na het interview gingen we eten bij Le Garage, en daarna terug naar zijn huis, waar hij me de slaapvertrekken en zijn enorme verzameling ondergoed liet zien. Vervolgens deed hij zijn schoenen uit en vroeg: ‘Trek ook eens wat uit, pop.’ Voor ik het wist zaten we te tongzoenen. Het was binnen een seconde ook weer klaar. Ik schrok ervan. In mijn interviews met oudere vrouwen liet ik vaak snel vallen dat ik homoseksueel ben. Vrouwen praten graag met homoseksuele mannen, dus dat heb ik ingezet. Adèle Bloemendaal zei: ‘Wat maak je een vrouwelijke beweging met je hand, ben je soms homo?’ Terwijl ik normaal nooit zo met mijn hand beweeg, dus dat moet ik onbewust gedaan hebben, om die homoseksualiteit aan te zetten. Ik stelde me in die gesprekken voorkomend en attent op, een luisterend oor. Ik heb ook gemerkt dat heel vrijpostig zijn, bijvoorbeeld vertellen over de rotzooi die ik heb uitgehaald, ertoe leidt dat de geïnterviewde zich openstelt. Ik ben daar vrij grenzeloos in.’

Ook Van der Linden had weleens geflirt tijdens een vraaggesprek, vertelde hij. ‘Een aantal jaar geleden interviewde ik eurocommissaris Neelie Kroes voor Vogue. Ik vroeg naar hoe ze ’s ochtends op de hometrainer zit, daarna voor haar kledingkast staat en kiest wat ze aantrekt. Waarom had ze vanochtend deze robe gekozen? Daar had ze wel een verhaal bij. Ik vroeg naar de ontwerper, maar die wist ze niet. Ze zei: ‘Hier zit een merkje’, met haar duim naar achteren wijzend. Waarop ik vroeg: ‘Mag ik zo vrij zijn?’ Dat mocht, zei ze. Waarna ik met mijn hand haar jurk in ging, langs haar behabandje en over haar rug met sproeten. Het werd een prikkelende passage in het verhaal. Wie was hier de flirter? Jij mag het zeggen. Ik was begin 50, zij begin 60. Ik voelde er wel iets bij. Kroes biologeert mij, al pakweg veertig jaar. Niet alleen als vrouw, maar toch, óók als vrouw. Er zat een onderhuidse spanning in dat interview, en die was minder geweest als ik haar niet aantrekkelijk had gevonden.’

Of hij dat vaker had? ‘Ook met Sylvia de Leur, bij haar ben ik na het interview wel een keer of acht thuis geweest, in haar souterrain, om te praten. We hadden een enorme klik. Ik vond haar grappig en sensueel, maar ook tragisch. Zij verloor haar zoontje bij een auto-ongeluk, en ik mijn broertje. Daardoor was er herkenning. Bovendien leken we karakterologisch op elkaar, allebei een grote bek maar eigenlijk onzeker. En we vonden elkaar zeker ook leuk als man en vrouw – ik vond haar intelligent en lekker, ondanks het feit dat ze een stuk ouder was. Al die dingen tezamen maakten dat er iets gebeurde, tijdens het interview. Het helpt zonder meer.’

Maar flirten inzetten als instrument, om de geïnterviewde iets te ontlokken, dat kan hij niet, zei Van der Linden. ‘Nooit. Maar ik heb wat dat betreft natuurlijk ook weinig in te brengen, ik ben als man een lelijke eend. De enige geïnterviewde die me rechtstreeks het bed in wilde hebben, was zelf een man, Frans Haks (oud-directeur van het Groninger Museum). Ik was begin 30. Hij zei na afloop: ‘Ik weet veel beter dan een vrouw hoe ik het fijn en geil voor je kan maken.’ Ik vond het in seksuele zin niet opwindend, maar ik vond het wél opwindend dat iemand me zo graag wilde.’ Van der Linden liet zich door het voorstel niet afschrikken: hij en Haks werden hartsvrienden en bleven dat, tot Haks overleed in 2006. ‘Hij wist me geestelijk wél te verleiden. Je zou kunnen zeggen dat we een liefdesverhouding hadden die niet werd geconsummeerd. Ik mis hem nog altijd.’

Was hij zelf als interviewer ooit seksistisch? ‘Ja, ik heb mezelf achteraf op plat seksisme betrapt. Toen ik voor Nieuwe Revu aan Annemarie Jorritsma vroeg wanneer ze voor het laatst jarretels had gedragen. Genant. Dat vond ik toen grappig, om de lezer zich Jorritsma, met haar ietwat plompe voorkomen, in jarretels te laten voorstellen. Een vrouwelijke interviewer had die vraag nooit gesteld. Ik kan me in dit verband ook een prachtig interview in NRC Handelsblad herinneren van Marc Chavannes met de zangeres Juliette Gréco, dat eindigde met de zin: ‘Het is minder gepast binnen de bedding van de Nederlandse goede smaak te schrijven dat Juliette Gréco nog steeds een verrukkelijke vrouw is, maar het is al gebeurd.’ Erudiet seksisme. Ik smolt. Dit was in 1996, zoiets zou tegenwoordig niet meer door de eindredactie komen.’

Van vrouwelijke interviewers wordt vaker dan van mannen gesuggereerd dat ze flirten om een verhaal los te krijgen. Ik betwijfel of dat zo is – wat ik doe, bevindt zich meer in de categorie vriendelijk blijven kijken als je vindt dat iemand uit zijn nek kletst. Je gaat niet met een uitgestreken smoel tegenover een geïnterviewde zitten, simpelweg omdat dat niet werkt. Dus of ik in interviews gebruik maakte van het feit dat ik een vrouw was? Nee, niet expliciet. Bovendien is het niet nodig. Door sommige mannelijke geïnterviewden wordt het al als flirten geïnterpreteerd wanneer je als interviewer gewoon je werk doet. Zoals Jannetje Koelewijn (61), interviewer voor NRC Handelsblad, zei: ‘Als je tijdens een interview twee uur lang aandachtig naar ze luistert, vinden mannen het soms moeilijk om dat te zien als louter professionele aandacht, heb ik gemerkt.’ Ik kan hier ook Jan des Bouvrie citeren, uit mijn interview met hem: ‘Ik vind vrouwen sowieso geweldig. Veel leuker dan kerels. Een gesprek met jou vind ik heerlijk. Je kijkt me aan, en je lacht af en toe, omdat je denkt: wat lult-ie nou. Een interview door een vent is anders. Die heeft alles al op een rijtje, voor zichzelf, die luistert niet.’

Er wordt wat af geflirt tijdens interviews Beeld Martyn F Overweel

Elke (jonge) vrouwelijke interviewer die aan mannen ontboezemingen ontlokt, krijgt vroeg of laat te horen dat ze daarbij geholpen wordt door het feit dat ze een vrouw is. Ook Koelewijn: ‘Het is door andere mannelijke journalisten weleens gezegd, dat ik het van mijn vrouw-zijn moest hebben tijdens mijn interviews met zakenmannen, in HP heeft ooit een lullig stuk met die strekking gestaan. Dat was seksistisch en ontzettend vernederend.’

Scheulderman: ‘Ik weet dat vaak van mij werd gedacht dat ik mijn uiterlijk gebruikte tijdens interviews, dat ik verhalen zou loskrijgen door me sexy te kleden, maar dat is totale onzin. Zo makkelijk is het niet om een goed interview te maken. En daarbij: ik loop nu eenmaal nooit in een coltrui, dus waarom zou ik dat dan wel doen als ik ga interviewen?’ Tegelijkertijd beweerde ze ook niet dat het helemaal nooit heeft geholpen. ‘Ik ben nu 45, maar een jaar of tien geleden merkte ik dat mannen het vaak niet erg vonden om een paar uur tegenover me te zitten. Dat is een voordeel. Ook ben ik vaak aangezien voor bimbo door geïnterviewden. Dan zien ze mijn hoogblonde haar en denken ze: dat zal wel een dom wijf zijn. Prima, onderschat me maar. Ik schrijf je opgeblazenkikkerverhalen gewoon op.’

Toen Scheulderman begon bij de sportredactie van het AD, ging ze langs het trainingsveld staan om zo een jeugdig voetbaltalent, dat een grote toekomst werd voorspeld maar van zijn club nog niet met de pers mocht praten, toch te spreken te krijgen. ‘Daar kreeg ik van zijn medespelers de ene na de andere flirterige opmerking naar m’n hoofd. Maar het lukte me ook het interview te regelen, bij hem thuis. In dat interview zei hij dat Nederland te klein voor hem was, dat hij een wereldster zou worden. Na afloop verwachtte hij wat terug, dat was duidelijk. Ik ben gauw weggegaan. Met dat interview kreeg hij gezeik, de club was woedend. Dat vond ik toch echt zijn eigen schuld: hij had me niet serieus genomen als journalist, alleen maar omdat ik een vrouw was.’

Lynn Barber formuleerde haar ervaring als jonge vrouwelijke interviewer in haar boek als volgt: ‘Toen ik begon (in de jaren zestig) werd interviewen gezien als een vorm van flirten; verondersteld werd dat een jongere vrouw maar met haar ogen hoefde te knipperen om de geïnterviewde geheimen te ontlokken. Eerlijk gezegd denk ik niet dat ik ooit geflirt heb met geïnterviewden, maar ik denk wel dat ik ervan heb geprofiteerd dat ik jong was, en mooi. Waarschijnlijk giechelde ik veel, en sloeg ik mijn benen een paar keer extra over elkaar – ik had in die tijd geweldige benen – dus het is niet onmogelijk dat sommige geïnterviewden me zagen zitten.’

Koelewijn was midden 30 toen ze begon met het interviewen van zakenmannen, voor Vrij Nederland. ‘In die tijd, bijna dertig jaar geleden, waren er nog geen vrouwen aan de top in het zakenleven. Het waren zakenmannen van de oude stempel, het soort mannen dat al in het eerste contact begon te intimideren. Het was ook altijd meteen seksueel geladen. Frans Swarttouw van Fokker hoorde mijn stem aan de telefoon en vond het meteen leuk om door mij geïnterviewd te worden, dat was duidelijk. Is dat erg? Het was gewoon zo. Hij vroeg meteen hoe oud ik was. Als het feit dat ik een jonge vrouw was voor hem een reden was om mij te ontvangen, prima. Ik had in die interviews een enorme kennisachterstand, iets wat je als journalist natuurlijk voortdurend hebt, ten opzichte van geïnterviewden. Mannelijke interviewers hebben daar meer moeite mee, is mijn indruk, die willen het liefst laten zien dat ze net zoveel weten als de ander. Ik niet. Mijn houding was: ik weet niks, leg het me uit. Zo laat je iemand praten.’

Amicale berichtjes 

Na afloop van zo’n interview werd Koelewijn meermaals uitgenodigd voor lunches. ‘Dat soort dingen gebeurt me nu ik begin 60 ben nooit meer, dus dat zegt wel iets. Dat lunchen achteraf heb ik vaak gedaan, het was handig voor mij om zo een netwerk op te bouwen. Wat kon mij het schelen dat de reden voor de man een andere was? Er gebeurde verder heus niks. Als het soms ongemakkelijk wordt, moet je daar als volwassen vrouw mee om kunnen gaan, je grenzen aangeven.’

Haar huidige man, hersenchirurg Kees Tulleken, leerde Koelewijn kennen tijdens een interview. Ze vond hem leuk, helemaal niet macho. ‘Het was een normaal, prettig, zakelijk interview. Een gezamenlijke kennis zei: jullie passen bij elkaar, je moet nog eens teruggaan en vragen of hij met je wil gaan eten. Dat heb ik gedaan. Het initiatief kwam van mij.’

Amicale berichtjes, uitnodigingen voor etentjes – de meeste vrouwelijke interviewers zeggen het weleens of vaker te hebben meegemaakt. Ik ook. Een schrijver mailde voorafgaand aan onze interviewafspraak: ‘Hoeveel tijd zou je met me willen spreken, of wil je voor altijd bij me blijven?’ Achteraf bood hij zijn excuses aan voor die mail (‘dat was niet netjes’), misschien ook omdat hij tijdens het interview had gezien dat ik hoogzwanger was. Er waren berichtjes, van een andere schrijver: ‘Ik vond je toen al erg leuk (gniffel) maar er was sprake van een ethische werkcode (gniffel gniffel), en toen heb ik maar niks gezegd (gniffelginffelgniffel).’ Een ander: ‘Mag ik je binnenkort trakteren op appeltaart, mét dan wel zónder slagroom?’ Er was een mailtje, een paar maanden na het interview, van een geïnterviewde. ‘Er gebeurde iets aan het eind van ons gesprek waardoor ik al een paar maanden bij tijd en wijle aan je moet denken. Ik heb geen idee of je gebonden bent, maar zou je misschien een keer zin hebben in koffie?’ Ik moet eerlijk zijn, de meeste van dit soort berichtjes werden met enige walging ontvangen, maar niet allemaal. Ik ben ook wel eens op zo’n uitnodiging ingegaan, omdat ik single was en de man me aardig of interessant leek.

Vervelender was die geïnterviewde die na het interview vroeg of ik mee wilde gaan eten, wat ik deed, en die bij het afscheid zijn tong in mijn mond duwde. Ik duwde hem weg en heb het verder genegeerd, het contact over de afhandeling van het stuk verliep zelfs vrij amicaal. Ook andere vrouwelijke interviewers werden fysiek benaderd. Scheulderman interviewde, een jaar of tien geleden, een beroemde Amerikaanse acteur (‘Ik zeg niet wie, straks heb ik een claim aan m’n broek’), die na het interview vroeg: ‘Waarom blijf je niet nog even?’ Scheulderman: ‘Vervolgens legde hij zijn hand op mijn borst en probeerde hij me te tongzoenen, ik wist niet wat we overkwam. Ik zei dat hij moest stoppen. Op weg naar de deur probeerde hij me klem te zetten. Ik heb achteraf een klacht ingediend bij het cosmeticamerk dat hem had ingevlogen, maar daar heb ik nooit meer iets van gehoord.’

Joyce Roodnat (64) van NRC Handelsblad schreef in 2017 een column over hoe ze als 29-jarige interviewer tijdens het gesprek met de Franse filmmaker Claude Lanzmann door hem werd ‘bepoteld’. Roodnat schreef: ‘Hem beleefd afwerend liet ik hem zo’n beetje begaan. Ik kende mijn plaats. Hij was de grote filmer, ik was niemand. Bovendien, ik moest dat interview maken, onverrichter zake terugkeren was onmogelijk.’

Veel vrouwelijke interviewers ontvangen regelmatig berichtjes na een interview. Beeld Martyn F Overweel

Ze was overdonderd, zei Roodnat. ‘Geen sprake van dat ik mijn vrouwelijkheid in had gezet tijdens het interview, ik was daar veel te bleu voor. Het was een gek – later bleek hij het bij iedereen te doen. Zo erg heb ik het nooit meer meegemaakt. Ik ben kunstredacteur, mijn interviews gaan puur over het werk. Maar desondanks heb ik wel vaker gehad dat een geïnterviewde raar deed. Dat hij me opmerkelijk lang aankeek of, als het interview was afgelopen, vroeg: ‘En wat zullen we nu gaan doen?’ Ik heb het nu over de jaren tachtig en negentig. Ik denk en hoop dat dat nu minder gebeurt.’

Cisca Dresselhuys, die al eind 40 was toen ze voor Opzij portretterende interviews met mannen ging maken, werd nooit op een ongewenste manier benaderd. ‘Ik was niet gaarne als lekker jong ding het interviewpad op gegaan. Ik wil uitsluitend op mijn vakkundigheid worden beoordeeld. Ik zou ook nooit van mijn uiterlijk gebruik hebben gemaakt. Ik wil daar niets van horen, ik ben een calvinistische domineesdochter. Mijn leeftijd en mijn positie, ik was hoofdredacteur van Opzij, hebben daar een rol in gespeeld. Mannen waren bang voor mij.’

Wat natuurlijk óók een goed effect is.

Van Sara Berkeljon verschijnt donderdag bij uitgeverij Pluim De man van nu. Het boek bevat twintig interviews met mannen die ze de laatste tien jaar maakte voor de Volkskrant, met onder anderen Alfred Birney, Douwe Bob, Pierre Bokma, Jan des Bouvrie, Jan Cremer, Porgy Franssen, Fresku, Kees Jansma, Jort Kelder, Frénk van der Linden, Aart Staartjes en Willie Wartaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden