Waarom halen de trouwe viervoeters vaak de eindscène niet?

Filmhonden en hun onvermijdelijke dood

Ondanks protest van het publiek vinden honden in films nog steeds vaak de dood. Waarom worden de viervoeters altijd naar de eeuwige jachtvelden geschreven?

Old Yeller

Je voelt het zodra Stanley, de hond die vanaf deze week zijn opwachting maakt in horrorfilm It Comes at Night, waarschuwend blaft richting het bos: die haalt de aftiteling niet. Een spoiler? Een spoilertje hooguit, want voor het verhaal zijn sterfgevallen als deze niet van groot belang. Waar filmhonden verschijnen, ligt levensgevaar op de loer. De hondendood is zelfs zo'n klassieke zet, dat sommige hondenliefhebbers de spanning liever vermijden en vooraf op doesthedogdie.com kijken. Hier zie je aan de hand van hondjes-emoji of de hond ongedeerd blijft, gewond raakt, of sterft.

Natuurlijk, af en toe krijgt de hond een rol in een sentimentele film over zijn hechte vriendschap met een mens, inclusief onvermijdelijk afscheid als hij overlijdt. In het eind mei verschenen A Dog's Purpose kon regisseur Lasse Hallström zelfs vier van die hondensterfscènes kwijt, omdat hond Bailey telkens reïncarneert. Maar vaker verschijnen de filmhonden in drama-, actie-, en horrorfilms even ten tonele, om even later rücksichtlos te sterven. Waarvoor dienen al die dode filmhonden?

De omgang met dieren geeft de filmkijker al sinds vroeg in de 20ste eeuw vette hints om de goeieriken van de slechteriken te onderscheiden. De invloedrijke scenariobijbel Save the cat! van scenarist en scenariodocent Blake Snyder legt uit hoe je de (Amerikaanse) kijker snel bespeelt: demonstreer met een zogenaamde 'aai de hond'- of 'red de kat'-introductie dat je held een held is, en je publiek is onmiddellijk voor hem of haar gewonnen. Maar het tegenovergestelde werkt ook: laat je een personage met een zogenaamde 'schop de hond'-introductie een dier pijn doen, dan heeft de kijker iemand om te haten. Wil je de slechtste aller slechteriken verbeelden, dan laat die het natuurlijk niet bij één trap.

Maar: kijkers zijn gevoelig voor dierenleed en dus probeert Hollywood onze huisdieren te ontzien. Zo kreeg regisseur Martin McDonagh ooit van financierend netwerk CBS te horen dat hij de scène waarin een hond werd gedood moest schrappen uit het script van Seven Psychopaths (2012). Blockbusterkoning Michael Bay, die toch hele volkeren offert op het altaar van de film, verklaart in het audiocommentaar van Armageddon dat zijn hoofdregel is nooit een filmhond te laten sterven.

It comes at night

Toch blijft de hondendood een verleidelijke truc om een badguy neer te zetten. Voor wie ben je immers meer ingenomen in Ridley Scott's American Gangster (2007): gangster Frank of de corrupte agent Trupo, die zijn hond neerschiet bij een huiszoeking? Precies. En als kijker heb je meteen een idee van de ernst van de problemen van alcoholist Joseph in Tyrannosaur, als hij al in de openingsscène zijn eigen hondje Bluey doodtrapt.

Vaak voorspelt een hondendood latere menselijke slachtoffers. Neem de terriër die Kevin Bacon in Paul Verhoevens Hollow Man (2000) doodt in een wetenschappelijk experiment, voor hij écht aan het moorden slaat. In American Psycho (2000) motiveert Wall Street-killer Patrick Bateman zijn eerste moord vanuit zijn kapitalistische idealen: waarom zoekt die zwerver in dat steegje niet gewoon een baan? Als hij dan als bonus óók nog het vuilnisbakje doodtrapt, weet je als kijker dat niemand veilig is voor Batemans moordlust.

Het verlies van een hond kan een motivatie vormen voor de hoofdrolspeler. Een hondenmoord geeft een heldhaftig baasje een reden voor een nietsontziende wraakmissie. Keanu Reeves' personage heeft in John Wick (2014) alleen nog zijn snoezige puppy Daisy, een geschenk van zijn net overleden vrouw. Als er wat Russisch blaffende mannen zijn appartement binnendringen en Daisy neerknuppelen, heeft hij niets meer te verliezen en gun je hem zoete wraak. Filmhonden zijn vaak niet alleen 's mans beste vriend, maar ook 's mans énige vriend. De scherpschutter en oorlogsveteraan die Mark Wahlberg speelt in Shooter woont afgezonderd met zijn Engelse mastiff, die biertjes voor hem haalt én ze gezellig samen met hem opdrinkt. Je weet dus waar de vijand hem moet raken, als hij terugkeert voor een laatste missie.

In I Am Legend zíjn er niet eens meer mensenvrienden te maken voor wetenschapper Neville (Will Smith): de mensheid is ten prooi gevallen aan een zelfgemaakt monstervirus. Nu heeft Neville alleen nog zijn Duitse herder om tegen te praten en voor te zingen. Heel handig in een film, waar je gedachten niet kunt beschrijven zoals in een boek. In scenariotermen heet zoiets een sprechhund: een hond die er alleen is om een personage tegen te laten praten, om hem zichzelf zo te verklaren. In de roman I Am Legend, die de basis vormde voor de film, komt de hond maar heel even voor.

I Am Legend

Schrijf er een hond bij en je kunt de stoerste binnenvetter in je scenario nog aan het huilen brengen. De twee broers in de recente Vlaamse film En amont du fleuve krijgen op hun bootreis ineens een labradorpup mee. Helaas, het beestje wordt meegesleurd in een waterval. Regisseur Marion Hänsel: 'De dood van het hondje gaf ons de kans om die twee zwijgzame karakters iets anders van zichzelf te laten zien.

'Er waren wel omroepen die zeiden: 'Waarom kon dat hondje die waterval niet overleven?' En kijkers, toch meestal vrouwen, die zeiden: 'Kon je niet iets anders bedenken? Dat-ie aan het eind weer bij de boot staat te wachten?' Ik zei: dat is iets voor een Amerikaanse film.'

John Wick

Vaak weet de hond meer dan zijn menselijke tegenspeler. Zo krijgt hij in horrorfilms paranormale gaven toebedacht: neem de hond die weigert het spookhuis binnen te gaan in The Conjuring (2013), of de hond die de alien-invasie in Signs (2002) aan voelt komen. En ja, ze zijn beiden ten dode opgeschreven. Ondanks het feit dat zo'n getalenteerde hond wel handig uitkomt, maken vooral horrorschrijvers er een sport van de hond (en zo nu en dan een kat) op inventieve manieren aan zijn eind te brengen: opgevroten door een alien in The Thing (1982), door kannibalen in The Hills Have Eyes (2006), gewurgd in The Babadook (2014).

Wie turft, ziet dat katten net zo vaak dodelijk slachtoffer van filmgeweld worden. Alleen is de kattendood vaker komisch bedoeld. Misschien heeft dat ermee te maken dat het imago van de kat enigmatischer is en de expressieve hond wat meer op de mens lijkt. Katten worden geëlectrocuteerd door de kerstboom zoals in National Lampoon's Christmas Vacation (1989), of per ongeluk uit het raam gegooid zoals in Johnny English Reborn (2011). Uitzonderingen daargelaten, is de hondendood traanrijk en de kattendood grappig.

Een beruchte filmer die om het even welk huisdier ter vermaak doodt, is Wes Anderson: terriër Snoopy in Moonrise Kingdom (2012) en beagle Buckley uit The Royal Tenenbaums (2001) overleven het niet, maar Anderson laat net zo goed de Perzische kat door de kamer vliegen in The Grand Budapest Hotel (2014).

De mensendood wordt ook eerder als grappig gezien. In Seven Psychopaths worden mensen levend verbrand, gekeeld en in de maag geschoten. Dat vond de studio allemaal prima, maar de hond mocht dus niet dood. McDonagh zwichtte uiteindelijk voor de wensen van de studio en gebruikte het voorval als aanleiding om commentaar te geven op deze dubbele standaard, in de woorden van personage Sam Rockwell: 'Je mag geen dieren vermoorden in een film, alleen de vrouwen.' Aan die dubbele standaard zie je: boven de kop van onze filmhond hangt een aureooltje.

Een hond is nu eenmaal niet in staat tot het smeden van snode plannen en complotten. De filmhond kan niet anders dan in het moment leven. We zien in hem een bijna-mens, maar eenvoudiger, eerlijker en trouwer. Zo'n bijna-mens kun je met groots effect offeren, zonder daarbij een personage te verliezen dat nog moet bijdragen aan het verhaal. De filmhond en zijn dood houden de mens een spiegel voor - één waarin we er meestal niet goed uitzien. De hond is onderdeel van een gezond, compleet en gelukkig westers gezin en zijn dood illustreert de bedreiging van het geluk. Niet leuk voor de hondenfan. Maar hoe vaak hij ook wordt afgemaakt, de hond is uiteindelijk wél de enige soort die altijd - even - een held mag spelen.

Regisseur Alfred Hitchcock had in zijn tijd al genoeg van het 'schop de hond'-trucje, dat veelvuldig werd gebruikt om slechteriken te portretteren: 'Vroeger hadden schurken een snor en trapten ze de hond. Tegenwoordig is het publiek slimmer. Ze willen geen schurk die hen met groen licht op het gezicht wordt opgedrongen. Ze willen menselijke personages met menselijke gebreken'

Vijf memorabele hondensterfscènes

Old Yeller (Robert Stevenson, 1957)

De moeder aller hondensterfscènes: als allemansvriend Old Yeller hondsdolheid krijgt, helpt oudste zoon Travis hem met een jachtgeweer uit zijn lijden.

Amores perros (Alejandro González Iñárritu, 2000)

Octavio (Gael García Bernal) heeft geld nodig en zet zijn hond Cofi in bij een hondengevecht. Zware jongens schieten Cofi neer als hij lijkt te winnen.

Funny Games (Michael Haneke, 1997 en 2007)

De gijzelnemers van een gezin spelen een spelletje warm-koud met de vrouw des huizes. Als ze ('heel warm!') de achterklep van de auto opent, komt daaruit hun dode retriever gerold.

I Am Legend (Francis Lawrence, 2007)

Will Smith zingt voor zijn laatste en enige vriend, de Duitse herder in zijn armen. Dan blijkt ook die slachtoffer van de plaag en brengt Smith hem (buiten beeld) om.

Frankenweenie (Tim Burton, 2012)

Als Victor zijn bal uit het veld slaat, komt terriër Sparky bij het ophalen onder een auto. Frankenweenie reïncarneert hierna als skelethond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.