Recensie Freud en Lacan

Waarom Freud en Lacan er wél toe doen (volgens filosoof Marc De Kesel) ★★★★☆

De psychoanalytische leer van Sigmund Freud en Jacques Lacan geldt als hopeloos ouderwets. De Vlaamse filosoof Marc De Kesel trekt zich daar niets van aan. In hun ideeën over verlangens en verbeelding ziet hij dé theorie om deze tijd te begrijpen. 

Beeld Max Kisman

Weinig denkers uit de Lage Landen hebben minder last van modegevoeligheid dan de Vlaamse filosoof Marc De Kesel. Je moet het maar durven om anno 2019 een lans te breken voor de ideeën van Sigmund Freud en Jacques Lacan, en je lezers uit te leggen dat ze speelbal zijn van zaken als ‘libidineuze verbeelding’ en ‘lusteconomische fictie’. In Het Münchhausen-paradigma – eenvoudiger ondertitel: ‘Waarom Freud en Lacan ertoe doen’ – betoogt De Kesel niet voorzichtig dat de psychoanalyse haar merites had. Bij hem blijkt het dé theorie om onze tijd te begrijpen.

Zo’n auteur flirt niet met de tijdgeest. Van de reputatie van de psychoanalyse is in de 21ste eeuw immers weinig over. Psychoanalytici vormen een uitdunnende beroepsgroep. Geen verzekering die hun behandelingen nog vergoedt. De tijdens zijn leven al controversiële Parijse psychoanalyticus Jacques Lacan (1901-1981) wordt tegenwoordig nog meer verguisd dan pater familias Sigmund Freud (1856-1939). Waar Freud vaak ‘fantast’ wordt genoemd, krijgt Lacan van bestrijders predicaten als ‘knettergek’.

Marc De Kesel trekt zich daar allemaal niets van aan. Ook al zal de psychoanalyse als branche verdwijnen, stelt hij, dan is de wereld er nog niet van af, want de kwestie waarover de psychoanalyse gaat, de immer in zijn lusten gefrustreerde mens die zich van alles inbeeldt, verdwijnt niet – die zal blijven opdoemen, juist in deze tijd, waarin voortdurend wordt geappelleerd aan lusten en fantasieën, online en offline. ‘Onze oververhitte beeldcultuur’, weet hij, ‘heeft een theorie nodig die verbeelding en fantasie ernstig neemt.’

Ach, noem het een geluk bij een ongeluk voor Freud en Lacan dat ze Marc De Kesel hebben in tijden van verguizing. Lacan joeg mensen niet alleen tegen zich in het harnas door zijn ideeën, maar ook door die ideeën soms onleesbaar op te schrijven. Bij De Kesel is veel ineens helder en kunnen lezers ook nog denken ‘dat er wat in zit’.

Verguisd

Eén verklaring voor de verguizing van de psychoanalyse is dat de leer zo weinig doet aan behagen. Adepten kunnen ‘allerlei ongemakkelijke dingen zomaar zeggen’. Dat mensen hun identiteit bij elkaar verzinnen, bijvoorbeeld, of dat haat in de vorming van die identiteit vaak bepalend is. Of dat mensen zich per definitie onvervuld voelen, omdat ze ‘onverzadigbare behoeften aan behoeften’ hebben. Coca-Cola is ongeveer even oud als de psychoanalyse – wie wil, kan speculeren dat de oprichters stiekem Freud lazen. De Kesel: ‘Coca-Cola is niet rijk geworden omdat dit drankje beter dan andere onze dorst lest, maar omdat het ons naar die welbepaalde dorstlesser doet blijven dorsten.’ Drink coke om uw verlangen te voeden: die slogan moet de Coca-Cola Company van De Kesel overnemen.

Een tweede verklaring voor de verguizing van Freud cum suis is dat we in een tijd leven waarin steeds meer traceerbaar en oplosbaar lijkt te zijn, en waarin de hersenwetenschap onstuitbaar oprukt. Hersenwetenschappers rekenen als geen andere beroepsgroep af met ‘de flauwekul van de psychoanalyse’. Wij zijn ons brein, zeggen die. In de psychoanalyse zijn we niet ons brein, maar wat daar ‘ergens’ in ontspruit, onze verbeelding.

Marc De Kesel geeft een van zijn hoofdstukken de sprekende titel ‘Als het brein een selfie maakt’. Met de opmars van de hersenwetenschap, stelt hij, keren we op een bepaalde manier eeuwen terug in de tijd, naar het idee van een stevig in ons brein verankerd zelf, naar René ‘ik-denk-dus-ik-ben’ Descartes. Wat als dat brein straks echt een perfecte foto van zichzelf aflevert? Dan zul je zien dat uitgerekend ‘dat Zelf dat zichzelf ziet en kent’ nergens op de scan te zien is. Fraaie zin: ‘Wat ontsnapt aan de greep van de menselijke rationaliteit, is precies die greep zelf.’

Het zelf is verbeeld, ingebeeld, verzonnen: dat inzicht deelt de psychoanalyse met een uit Azië geïmporteerde leer die zijn populariteit in de westerse wereld de laatste decennia flink zag groeien, het boeddhisme. Met de titel Het Münchhausen-paradigma refereert De Kesel aan het illusoire karakter van onze identiteit. Baron Von Münchhausen kwam tijdens een van zijn avonturen pardoes met zijn paard in de modder terecht. Geen nood: hij trok zich aan zijn 18de-eeuwse pruik uit het moeras en zette zichzelf en zijn paard veilig aan de overkant. Het punt van waaruit Von Münchhausen zichzelf omhoogtrekt, dát is bij De Kesel het fundament van onze identiteit.

Verlangen naar identiteit

Het is begrijpelijk dat mensen zich graag inbeelden dat ze wél een stevig gefundeerde identiteit hebben, onveranderlijk en uit één stuk; dat voelt wel zo behaaglijk. Helaas, gevorderde psychoanalytici weten dat identiteit niets anders is dan ‘verlangen naar identiteit’, zoals het lustwezen mens constant naar van alles en nog wat verlangt. Lacan, uitgelegd door De Kesel: het paradoxale van ‘onze eigen identiteit’ is dat die juist buiten onszelf ligt, bij anderen, we loeren voor dat identiteitsidee verlangend om ons heen, we spiegelen ons niet alleen aan anderen, wij zijn die spiegeling.

Noem dat identiteitsidee een ‘sluier die een tekort afdekt’. Problemen ontstaan als mensen bange vermoedens krijgen dat ‘het eigene’ is gebouwd op drijfzand. Dan kunnen ze bijvoorbeeld vluchten in racisme. De racist accentueert zijn identiteit kunstmatig door anderen te demoniseren. De Kesel: ‘Wat de racist loochent, is het tekort dat aan de basis van zijn eigen identiteit ligt.’

Het is niet voor niets dat het ergste racisme vaak juist mensen treft die in uiterlijk en manier van leven op de racisten lijken: die confronteren hen het meest met het gebrek aan eigenheid. Joden waren in het Duitsland van het interbellum vergaand geassimileerd. Voor allerlei minderheden uit onze tijd heeft De Kesel een weinig opbeurende mededeling: ook de succesvolste integratieprogramma’s zullen de bodem onder migrantenhaat waarschijnlijk niet wegnemen. Juist geïntegreerde migranten die net als autochtonen leven kunnen een bron van ‘identitaire haat’ worden.

In vroeger eeuwen hadden mensen het in zoverre makkelijker dat overal identiteitsbevestigende scheidingen waren aangebracht. De edelman wist dat hij uit een nobeler hout was gesneden dan de boer die ver weg op het land zwoegde; de koloniaal wist dat hij van een edeler materiaal was gemaakt dan de inlander ver weg op de plantage.

Zeg gerust dat van de drie idealen van de Franse Revolutie, dat van ‘gelijkheid’ mensen in onze tijd de meeste last bezorgt. Dat ideaal noopt namelijk tot het afbreken van muren en het opheffen van grenzen. Geen wonder dat allerlei mensen aan linkerzijde van het politieke spectrum vluchten in identiteitspolitiek – waarin ze allemaal aan identiteit winnen doordat ze bijvoorbeeld slachtoffers blijken van slavenhandelaren of glazen plafonds – en allerlei mensen aan rechterzijde de goeie ouwe natiestaat met zijn stevige identiteitsverschaffende grenzen terug willen.

Simpel voorbeeld: vóór 1989 bevestigde de Berlijnse Muur als het ware de identiteit van West-Europeanen. Het IJzeren Gordijn wekte de illusie dat daarachter andere wezens verscholen zaten. Diezelfde Oost-Europeanen wonen en werken nu overal in West-Europa. Ze blijken geen andere wezens, ze zijn nu simpelweg ‘ex-andere wezens’. Het gevolg is identitaire haat én, in het verlengde daarvan, politici die stemmen winnen met beloften om muren op te trekken. Buiten Europa heb je die ook. Economen zeggen dat Trump niets te winnen heeft met de muur bij de Mexicaanse grens. Psychoanalytici weten wel wat Trump met die muur te winnen heeft: de illusie van een identiteit.

Het genot van een sterke leider

Marc De Kesel heeft liefhebbers van verklaringen voor de opkomst van Trump nog meer te bieden. In het hoofdstuk ‘Charisma, genot en identiteit’ behandelt hij een volgende vluchtroute voor mensen die het tekort voelen knagen en verlangens niet bevredigd zien: de overgave aan een charismatische leider. Die levert een genot op waardoor je je tijdelijk van alle tekorten verlost voelt. Dat overgave en genot meer met elkaar hebben dan overgave en zelfbehoud, is ook buiten de psychoanalyse gemeengoed. ‘Het giftprincipe staat haaks op het zelfbehoudprincipe’, wist Freud. De Kesel zegt: ‘Wanneer men zich aan het charisma van de leider overgeeft, is dat niet per se om daar beter van te worden: op het moment zelf is het een en al genot je aan hem te verliezen.’

Uiteindelijk beland je daarmee van de regen in de drup, maar dat is een zorg voor later. Amerikaanse kiezers worden vooralsnog tegen een soort dodelijke ‘sterke-leiders-kater’ beschermd door hun democratie. Dit systeem bevordert het zelfbehoud doordat tegenkrachten het ‘genot’ dat een sterke leider bezorgt, aan banden leggen.

Een minder bekend aspect van de psychoanalyse is dat de theorie bij uitstek een pleidooi is voor democratie: in dat politieke stelsel wordt namelijk impliciet onderkend dat er noch één stevige identiteit noch één stevige volkswil bestaat. Politieke leiders die namens ‘het volk’ spreken, en dat zijn er tegenwoordig weer heel wat, wekken de suggestie van een volk dat ‘ongerept, onverdeeld, zuiver zichzelf kan zijn’: zo’n volk bestaat evenmin als een mens die ongerept, onverdeeld, zuiver zichzelf is. Zogenaamd ‘onverdeelde landen’ zijn niet voor niets altijd ondemocratische landen. De Kesel: ‘Datgene wat een democratie doet functioneren is niet zozeer haar onverdeelde eigenheid als wel haar permanente toestand van verdeeldheid.’

In een democratie wordt de ‘volkswil’ of de ‘eigenheidspretentie’ als het ware permanent opgeschort. Waar de eigenheidspretentie is opgeheven, kan de identitaire haat worden gekanaliseerd zonder dat het tot fysiek geweld komt. ‘De democratie leidt de haat in formele banen, stelt regels op zodat niemand zich de volheid van de macht – de volheid van de identiteit, maar ook de volheid van de haat – kan toe-eigenen.’

Dat is geen zin uit een zelfhulpboek en ook geen geschikt motto voor een Hollywood-film. Maar wie wil, kan hier toch de contouren van een soort ‘positieve psychoanalyse’ ontwaren. Of Het Münchhausen-paradigma de rehabilitatie van Freud en Lacan zal inluiden, valt te bezien – maar Marc De Kesel heeft een verdraaid knap boek geschreven.

Marc De Kesel: Het Münchhausen-paradigma – Waarom Freud en Lacan ertoe doen. Vantilt; 284 pagina’s; € 22,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden