Interview Andrea Berntzen

Waarom er een film over Utøya gemaakt moest worden

Andrea Berntzen (20) speelt de hoofdrol in Utøya 22. Juli, over de aanval op het Noorse eiland in 2011. Ze levert een topprestatie, maar trots kan ze er niet op zijn.

Andrea Berntzen speelt de hoofdrol in Utøya 22. Juli.

‘Schizofreen’, noemt de Noorse actrice Andrea Berntzen (20) haar ervaring op het filmfestival van Berlijn afgelopen februari. De rode loper, de prachtige jurken, het feit dat ze met haar eerste filmrol direct in de schijnwerpers staat van een groot en veelbetekenend festival, de feestelijkheid: het lukt haar niet om van dit moment te genieten. Berntzen speelt de hoofdrol van vluchtend meisje in Utøya 22. Juli, een verpletterende film over de aanslag op het Noorse eiland van 22 juli 2011, waar de extreem-rechtse terrorist Anders Behring Breivik 69 jongeren vermoordde op een jeugdkamp van de Noorse Arbeiderspartij.

‘Ik zou willen’, zegt Berntzen, ‘dat ik zoals al die andere acteurs en actrices in Berlijn kon roepen: Yes! Ik ben zo trots op iedereen! Maar het voelt wrang. Dit is niet mijn verhaal, we hebben slechts geprobeerd dit verhaal na te vertellen.’

Ze formuleert kalm, bedachtzaam en volwassen, in Engelse volzinnen. Berntzen wekt de indruk dat ze dit al jaren doet. Haar acteerervaring beperkte zich tot voor kort desondanks tot spelen in musicals op de middelbare school: ‘Heel overdreven rollen, met veel liedjes en gekke bekken.’

Haar debuutrol is van hoog niveau: ze is onafgebroken in beeld terwijl ze kriskras over het eiland rent, schuilt en sluipt. Hartverscheurend is de scène waarin ze een stervend meisje probeert te troosten – Kaja ziet dat de moeder van het meisje belt terwijl ze haar laatste adem uitblaast.

Utøya 22. Juli moest hoognodig gemaakt worden, zei de 57-jarige regisseur en voormalig oorlogsfotograaf Erik Poppe destijds in Berlijn, waar de film begin dit jaar in wereldpremière ging. De eerste kritiek – Poppe heeft de film te vroeg willen maken – veegde hij met heldere woorden van tafel. ‘De herinneringen aan de gebeurtenissen op het eiland zijn in Noorwegen aan het vervagen. Dat was de belangrijkste reden om de film te maken.’ Ook stoorde het Poppe dat de aandacht na de aanslag al gauw bij de dader en zijn intenties lag – de slachtoffers verdwenen uit beeld. Hij stripte de film zoveel mogelijk van effectbejag. Utøya 22. Juli bevat geen filmmuziek en zelfs geen montage: de aanslag is gefilmd in een ononderbroken opname van 72 minuten, zodat het verstrijken van de tijd tastbaar wordt.

Nabestaanden

Drie weken voor de wereldpremière van Utøya 22. Juli werden in Noorwegen besloten vertoningen voor overlevenden en nabestaanden van slachtoffers georganiseerd. Hoofdrolspeler Andrea Berntzen: ‘Ik ontving berichtjes van ouders die hun kind hebben verloren. Ze vertelden dat het ondanks alles goed voelde om de film te zien, zodat ze in een beetje begrijpen wat hun kind heeft meegemaakt. Het doet pijn, zeiden ze, maar als het geen pijn zou doen was de film waarschijnlijk mislukt.’

Berntzen beaamt de noodzaak om de film te maken. ‘Ik was eerst eerlijk gezegd heel kritisch toen ik hoorde dat iemand een film wilde maken over 22 juli. Te vroeg, vond ik ook. Maar toen ik er langer over nadacht, realiseerde ik mij iets: ik ben van de generatie die jong was toen de aanslag plaatsvond. Zelf was ik 12. Mijn vrienden, en ik ook, beginnen het te vergeten. Nú al. Je hoort erover, je vindt het afschuwelijk, maar daarna pak je het leven op.

‘Mijn broertje Jens is nu 9. Toen ik de rol in deze film kreeg, vertelden mijn ouders hem over de aanslag. Niet de details, uiteraard, wel de grote lijnen. Dat er een man was die kinderen doodschoot. Ik vraag me af of we hem dit hadden verteld als ik deze rol niet had gespeeld.’

Reacties in Noorwegen

Op het filmfestival van Berlijn, afgelopen februari, schreven de Noorse filmcritici positief over Utøya 22. Juli. Moeilijk te bekijken, maar ontegenzeglijk belangrijk, was de consensus. Maar voor aanvang van de Noorse première in maart zwol de kritiek aan. Aftenposten, de grootste krant van Noorwegen, publiceerde een essay van Grete Dyb, hoogleraar in beleving van geweld en stress aan de Universiteit van Oslo. Die vroeg zich af waarom regisseur Erik Poppe het trauma van de overlevenden onbehandeld laat. ‘Het opbouwen van echt begrip voor de overlevenden’, schreef Dyb, ‘vereist meer dan enkel een herinnering aan de wreedheid van de aanval in een film.’ Op de Noorse premièredag noemde Aftenposten de film in het commentaar van de krant juist ‘een cruciale bijdrage om meer te begrijpen van wat er is gebeurd’. Ook Arbeiderspartijveteraan Martin Kolberg zei dat de tijd rijp was voor een film die de gruwelen op het eiland laat zien. ‘Hoe meer documentatie over deze enorme tragedie en politieke aanval op de jeugd van de Arbeiderspartij, hoe beter.’

Hoe bereid je je voor op zo’n heftige rol?

‘Tijdens de opnamen hield ik een dagboek bij, waarin ik mijn gevoelens, gedachten en ideeën noteerde die mij op de set overvielen. Elke ochtend probeerde ik op te schrijven wat mij die dag het meest pijn deed. Soms was de context van de scène voldoende, maar soms dacht ik aan mijn broertje: dan beeldde ik me in dat we samen op het eiland vastzaten en dat we nooit meer thuis konden. Of ik dacht alleen maar: ik ga naar huis, ik ga naar huis, ik wil mijn broertje zien, ik wil mijn broertje zien. Als een soort mantra herhaalde ik de zinnetjes in mijn hoofd.

‘Erik zei voortdurend: de camera is ’s werelds grootste leugendetector, als je verdrietig bent, kun je niet doen alsof, je moet écht verdrietig zijn. Die emotie moet van hem door je hele lichaam lopen, tot elk bot en iedere cel is bereikt, vóór je iets met je gezicht laat zien. Zo ontstond er een situatie waarin ik aanvoelde dat mijn personage moest huilen, zonder dat Erik het expliciet verwoordde. ‘Doe wat natuurlijk voelt’, zei hij, in plaats van ‘en nu huilen’. Ik merkte dat ik de laatste dagen op de set minder huilde dan de eerste: ik voelde me uitgewrongen. Het was de bedoeling dat ik aan dingen dacht die me pijn doen en verdrietig maken, maar die dingen raken op. Dat voelde heel raar, ik heb het nooit eerder zo ervaren.’

De aanslag in de film is één ononderbroken opname. Op de set bleef regisseur Erik Poppe in een huis op het eiland, terwijl jij anderhalf uur rondrende, vijf keer in totaal. De beste take is de film geworden. Hoe ging dat in zijn werk?

‘Erik gaf mij vooraf een schouderklopje, dan zeiden we tegen elkaar: see you on the other side. Drie mensen renden met mij mee: de cameraman, zijn assistent en de man met de microfoon. Die microfoonman droeg een rugzak met een speaker, zodat Erik ons vanuit het huis via een walkietalkie aanwijzingen kon geven. Zijn aanwijzingen waren overigens spaarzaam. Tijdens de scène waarin ik een ander meisje vraag om met mij mee te vluchten, riep Erik op precies het juiste moment ‘Ren! Ren! Ren!’ en moest ik in mijn eentje verder.’

Heb je ook met overlevenden gesproken?

‘Met drie mensen heb ik intensieve gesprekken gevoerd. Het viel vooral op hoe verschillend hun verhalen zijn, ook al waren ze op hetzelfde moment op hetzelfde eiland. De een vertelt het verhaal alsof hij een thriller heeft meegemaakt, als je dat woord hier mag gebruiken, omdat hij de aanslag van dichtbij heeft meegemaakt. Een ander merkte er nauwelijks meer van dan een serie geweerschoten in de verte, die ontdekte pas wat er was gebeurd toen de aanslag voorbij was.

‘Maar allemaal vertelden ze dat ze de details van hun verhalen doorgaans achterwege laten. Mensen die er niet bij waren, kunnen het toch nooit echt begrijpen, zeggen ze. Ook daarom is deze film belangrijk. Als iemand hun nu vraagt hoe het was om Utøya te overleven, kunnen ze zeggen: kijk die film maar, misschien dat je het dan een beetje kunt begrijpen. Laten we daarna verder praten.’

Ben je nerveus voor de reacties in Noorwegen?

‘Ja, uiteraard. Maar ik ben het meest nerveus om de film aan mijn ouders te laten zien. Ik heb ze alleen wat foto’s van de set gestuurd. Mijn vader vertelde dat deze rol hem toch op de zenuwen werkte: je hoeft niet te vertellen hoe het eindigt, zei hij, maar ik wil me kunnen voorbereiden op wat mijn dochter op het doek meemaakt. Mijn moeder is nog emotioneler, zij wilde vooraf het hele script lezen. Zij weet precies wat mijn personage overkomt.’

Utøya 22. juli is een 72 minuten durende hel van een film (vier sterren)

Wie, afgestompt door verhalen over schietpartijen en terroristische aanslagen, vooral getallen op papier is gaan zien, kan met deze hel van een film het vastgeroeste gemoed los schudden.

Film gemaakt om pijn te doen

Regisseur Erik Poppe: ‘In de meeste films heeft geweld een entertainende functie. Ik vroeg mij af hoe ik dit kan omdraaien: kun je geweld zo tonen dat je het liefst de bioscoop zou willen verlaten? ‘Ik vind het geen probleem als mensen weg willen’